Rechtbank Den Haag, 27-06-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:11454, C/09/665483 / KG ZA 24-406
Rechtbank Den Haag, 27-06-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:11454, C/09/665483 / KG ZA 24-406
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 juni 2024
- Datum publicatie
- 23 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11454
- Zaaknummer
- C/09/665483 / KG ZA 24-406
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Rechtsverwerking. Uitleg van aanbestedingsstukken. Voor een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver had het duidelijk moeten zijn dat het mogelijk is om de diensten aan te bieden voor een totaalprijs van nul euro. Geen ongeldige inschrijving en geen sprake van een fundamenteel transparantiegebrek. Ook is niet aannemelijk geworden dat de inschrijving onder de gegeven omstandigheden manipulatief of irreëel is.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/665483 / KG ZA 24-406
Vonnis in kort geding van 27 juni 2024
in de zaak van
DUSTIN NETHERLANDS B.V. te Nijmegen,
eiseres,
advocaten mr. F.J.J. Cornelissen en mr. H.F. Mauer te Arnhem,
tegen:
1 HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND te Delft,
2. AQUON te Tiel,
gedaagden,
advocaat mr. P.J. Velthuizen te Rotterdam,
waarin is tussengekomen:
ARP NEDERLAND B.V. te Maastricht,
advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. E. de Boer te Amsterdam.
Eiseres wordt hierna ‘Dustin’ genoemd. Gedaagden worden hierna gezamenlijk in enkelvoud ‘Delfland’ genoemd. Interveniënt wordt hierna ‘ARP’ genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 mei 2024;
- de door Dustin bij brief van 23 mei 2024 overgelegde producties 1 tot en met 8;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging van ARP;
- de conclusie van antwoord van Delfland met producties 1 en 2;
- de door ARP bij e-mail van 12 juni 2024 overgelegde producties 1 en 2.
Op 13 juni 2024 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De respectieve advocaten hebben allen pleitnotities voorgedragen en overgelegd. Vonnis is tijdens de zitting bepaald op vandaag.
2 Het incident tot tussenkomst
ARP heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Dustin en Delfland dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van Delfland. Ter zitting hebben Dustin en Delfland verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. ARP is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.