Rechtbank Den Haag, 22-08-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13480, C/09/670345 FT RK 24-660
Rechtbank Den Haag, 22-08-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13480, C/09/670345 FT RK 24-660
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 augustus 2024
- Datum publicatie
- 23 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13480
- Zaaknummer
- C/09/670345 FT RK 24-660
Inhoudsindicatie
WHOA; afwijzing homologatieverzoek; informatie in het akkoord en bijlagen niet toereikend en correct; onvoldoende toelichting op de (berekening van de) reorganisatiewaarde en liquidatiewaarde; onvoldoende toelichting waarom schuldeisers buiten het akkoord worden gehouden; nakoming van het akkoord onvoldoende gewaarborgd; afwijzingsverzoek homologatie; salaris observator
Uitspraak
vonnis
Team Insolventie – meervoudige kamer
verzoek tot homologatie van een akkoord en verzoek tot afwijzing van het homologatieverzoek
rekestnummer: C/09/670345 FT RK 24-660
uitspraakdatum: 22 augustus 2024
Vonnis op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw) en op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 lid 8 Fw in de besloten akkoordprocedure buiten faillissement, van:
[naam 1] ,
handelend onder de naam [bedrijfsnaam 1],
wonende en kantoorhoudende te [plaats] (gemeente [gemeente] ),
hierna te noemen: ‘ [naam 1] ’,
advocaten: mr. D.A. Siddiqui en mr. F. Amien te Rotterdam.
1 De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- -
-
de startverklaring van 9 februari 2024;
- -
-
de beschikking van 14 maart 2024 waarin met ingang van 14 maart 2024 een afkoelingsperiode voor een periode van drie maanden is afgekondigd;
- -
-
de beschikking van 10 juli 2024 waarin [naam 1] niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode;
- -
-
het op 1 augustus 2024 ingekomen verzoekschrift op grond van artikel 383 lid 1 Fw met vier producties met het verzoek tot homologatie van het door [naam 1] aangeboden akkoord;
- -
-
het stemverslag als bedoeld in artikel 382 Fw, ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd op 31 juli 2024;
- -
-
de beschikking van 1 augustus 2024 betreffende de dagbepaling voor de behandeling van het homologatieverzoek, met aanstelling van [naam 2] (hierna: de observator) als observator;
- -
-
het op 8 augustus 2024 ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 lid 8 Fw met bijlagen van 8 augustus 2024 van [bedrijfsnaam 2] S.À.R.L. (hierna: [bedrijfsnaam 2] ), waarin om afwijzing van het homologatieverzoek wordt verzocht;
- -
-
de zienswijze van de observator ex artikel 384 lid 7 Fw van 8 augustus 2024 en de aangepaste versie van 9 augustus 2024;
- -
-
de aanvullende producties 5 tot en met 17 namens [naam 1] , ontvangen op 8 augustus 2024;
- -
-
de aanvullende producties 18 tot en met 21 namens [naam 1] , ontvangen op 12 augustus 2024;
- -
-
het verzoek van de observator van 12 augustus 2024 tot vaststelling van zijn salaris, onderbouwd met een urenspecificatie;
- -
-
de e-mail van 13 augustus 2024 met bijlage namens de Belastingdienst, waarin onder meer wordt aangegeven dat de Belastingdienst van mening is veranderd en dat hij beter af denkt te zijn met een faillissement.
De verzoeken zijn op 13 augustus 2024 middels een online videoverbinding in raadkamer behandeld en nader toegelicht. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- -
-
de heer [naam 1] , verzoeker;
- -
-
mr. D.A. Siddiqui en mr. F. Amien, advocaten van [naam 1] ;
- -
-
de heer [naam 6] , kantoorgenoot van de advocaten van [naam 1] ;
- -
-
mr. M. Weij, advocaat van [bedrijfsnaam 2] ;
- -
-
de heer [naam 3] , namens [bedrijfsnaam 2] ;
- -
-
mr. M. Weij, advocaat van [bedrijfsnaam 2] ;
- -
-
mevrouw [naam 4] , namens de Belastingdienst;
- -
-
[naam 2] , observator;
- -
-
[naam 5] , kantoorgenoot van de observator.
De rechtbank heeft ter zitting de uitspraak bepaald op 27 augustus 2024 met aankondiging dat indien mogelijk de uitspraak bij vervroeging zal worden gedaan.
2 Het akkoord en de stemming
[naam 1] heeft op 10 juli 2024 aan de Belastingdienst, het UWV, de gemeente Rotterdam en [bedrijfsnaam 2] (hierna ook: de stemgerechtigde schuldeisers) een akkoord met 43 bijlagen aangeboden. In het akkoord is onder meer de volgende informatie vermeld.
[naam 1] is eind 2016 zijn eenmanszaak [bedrijfsnaam 1] begonnen. [bedrijfsnaam 1] is onderdeel van de franchiseketen [bedrijfsnaam 3] Nederland. De financiële problemen zijn sinds aanvang ontstaan door een wisselvalige start, minder hoge marge vanwege hogere kortingen en omzetdaling in de coronajaren. Ondanks deze tegenslagen is de omzet van € 578.000,- in 2017 gestegen naar € 939.622,- in 2023. Deze verhoogde omzet in combinatie met verlaagde kosten zorgen ervoor dat [naam 1] verwacht dat zijn resultaten zullen verbeteren. [bedrijfsnaam 1] heeft alleen het jaar 2022 winstgevend afgesloten. Daarna is er geen winst meer geboekt. Dit wijt [naam 1] aan een te hoge schuldenlast die in het verleden is opgebouwd. De schuldenlast kan met de huidige bedrijfsresultaten niet worden afgelost. Vermindering van de schuldenlast door middel van een WHOA-akkoord is nodig om weer levensvatbaar te zijn. [bedrijfsnaam 1] verkeert volgens [naam 1] in de WHOA-toestand. [naam 1] heeft liquiditeitsprognoses en exploitatieprognoses voor de jaren 2024 tot en met 2026 opgesteld. Op basis van deze prognoses stelt [naam 1] dat [bedrijfsnaam 1] levensvatbaar is en dat nakoming van het akkoord vanuit de onderneming haalbaar is. Daarnaast zal hij een achtergestelde lening van € 50.000,- aangaan bij vrienden en familie. [naam 1] zal pas aflossingen doen op deze lening nadat de schulden van de stemgerechtigde schuldeisers zijn afbetaald.
[naam 1] heeft de reorganisatiewaarde van [bedrijfsnaam 1] op basis van de DCF-methode berekend op € 125.503,-. De liquidatiewaarde is aan de hand van de voorraadwaarde berekend op € 117.867.-.
De onder het akkoord te herstructureren schuldenlast bedraagt per fixatiedatum
€ 450.290,89. De fixatiedatum is gesteld op de datum van het indienen van de starverklaring, te weten 9 februari 2024. Een aantal schuldeisers van [bedrijfsnaam 1] wordt buiten het akkoord gelaten. Dit betreffen onder meer vorderingen van 26 (dwang)crediteuren die op consistente wijze zijn verbonden met de bedrijfsvoering. Deze vorderingen bedragen in totaal € 28.159,79. Daarnaast wordt de openstaande kredietruimte bij Rabobank en de lening bij Bridgefund buiten het akkoord gehouden, omdat zij een separatistenpositie hebben. De lening bij Bridgefund van € 101.120,- (inclusief rente en premie) is eind november 2023 aangegaan ter financiering van de kerstinkopen. [naam 1] heeft tot zekerheid voor de nakoming van de terugbetaling van deze lening alle huidige en toekomstige vorderingen, roerende zaken en immateriële activa aan Bridgefund in pand gegeven. Op de lening wordt met ingang van januari 2024 in wekelijkse termijnen van
€ 972,31 afgelost. De kredietruimte bij Rabobank bedraagt € 16.000,- en zal dit jaar naar nul worden afgebouwd.
[naam 1] heeft de stemgerechtigde schuldeisers ingedeeld in twee klassen op basis van de rechten die zij bij een vereffening van het vermogen in faillissement zouden hebben. Klasse I bestaat uit de Belastingdienst als preferente schuldeiser met een vordering van
€ 300.360,-. Bij totstandkoming van het akkoord ontvangt de Belastingdienst 50% van haar vordering, te betalen in 36 maandelijkse termijnen. De Belastingdienst krijgt een hypotheekrecht op de woning van [naam 1] als zekerheidstelling voor de nakoming van het akkoord. Klasse II bestaat uit de concurrente schuldeisers UWV (€ 31.498,81), gemeente Rotterdam (€ 10.517,-) en [bedrijfsnaam 2] (€ 107.915,08). In totaal hebben de concurrente schuldeisers een vordering van € 149.930,89. Bij totstandkoming van het akkoord ontvangen zij 20% van hun vordering, te betalen in twaalf maandelijkse termijnen.
Het WHOA-akkoord is op 10 juli 2024 aan de schuldeisers voorgelegd. De stemgerechtigde schuldeisers konden tot en met 18 juli 2024 stemmen. De uitslag van de stemming is als volgt. Klasse I, met alleen de Belastingdienst, heeft ingestemd. Klasse II heeft niet met de vereiste tweederde meerderheid ingestemd. Het UWV en de gemeente Rotterdam hebben voor het akkoord gestemd, maar [bedrijfsnaam 2] heeft tegen het akkoord gestemd.
3 Het homologatieverzoek
[naam 1] verzoekt de rechtbank het door hem aangeboden akkoord te homologeren. In aanvulling op hetgeen in het akkoord is vermeld, heeft [naam 1] onder meer het volgende aangevoerd.
Het aangeboden akkoord bevat alle vereiste informatie zoals omschreven in artikel 375 Fw. De stemming is correct uitgevoerd. De nakoming van het akkoord is voldoende gewaarborgd. [naam 1] ontvangt bij totstandkoming van het akkoord de genoemde financiering van € 50.000,-. Ook verwacht hij dat de omstandigheden en daarmee de resultaten van [bedrijfsnaam 1] zullen verbeteren, omdat er een nieuwe wijk wordt gebouwd, er een nieuwe Action wordt geopend en vanwege zijn plan om een samenwerking met Douglas aan te gaan.