Rechtbank Den Haag, 19-09-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14897, 23/3031 en 23/5487
Rechtbank Den Haag, 19-09-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14897, 23/3031 en 23/5487
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 september 2024
- Datum publicatie
- 3 oktober 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14897
- Zaaknummer
- 23/3031 en 23/5487
Inhoudsindicatie
Wet open overheid, jaarlijkse rapportages vergunninghouders op grond van de Dierproevenregeling 2014, artikel 43 van de Dierproevenrichtlijn, de rechtbank stelt vast dat sprake is van een overlap tussen de informatie die aan verweerder moet worden verstrekt in het kader van een aanvraag om een projectvergunning en die moet worden verstrekt in het kader van de jaarlijkse rapportages. Vanwege deze overlap volgt de rechtbank het standpunt van verweerder dat de richtlijnconforme uitleg die de Afdeling geeft in de uitspraken van 28 december 2022 ook moet worden toegepast op verzoeken om openbaarmaking van de jaarlijkse raportages, het ligt naar het oordeel van de rechtbank niet in de rede dat informatie die in het kader van de aanvraag om een projectvergunning en het opstellen van de NTS niet openbaar mag worden gemaakt om de anonimiteit van de vergunninghouder te waarborgen alsnog openbaar zou worden gemaakt via een jaarlijkse rapporage die is te herleiden tot een specifieke vergunninghouder. verweerder heeft openbaarmaking van de jaarlijkse rapportages op goede gronden geweigerd door op basis van een richtlijnconforme uitleg zwaarder gewicht toe te kennen aan het in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder h, van de Woo genoemde belang van beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 23/3031 en SGR 23/5487
Stichting Animal Rights, uit Den Haag, eiseres
(gemachtigde: mr. P.H. den Boer),
en
de minister Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. drs. G.O. Hoeksma).
Als derde-partijen nemen aan de zaken deel: Stichting Biomedical Primate Research Centre (BPRC) uit Rijswijk (gemachtigde: mr. K. van Lessen Kloeke) en R.C. Hartelust B.V. (Hartelust) uit Tilburg (gemachtigde: F.Th.M. Peters).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvragen van 29 april 2021 en 1 augustus 2022 om documenten openbaar te maken.
In de procedure met zaaknummer SGR 23/3031 heeft verweerder de aanvragen van 29 april 2021 afgewezen, bij besluit van 31 maart 2022. Met het in die procedure bestreden besluit van 17 maart 2023 op de bezwaren van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
In de procedure met zaaknummer SGR 23/5487 heeft verweerder de aanvraag van 1 augustus 2022 afgewezen, bij besluit van 10 november 2022. Met het in die procedure bestreden besluit van 7 juli 2023 op de bezwaren van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen op 23 januari 2024 gezamenlijk op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door
S.F. Hartland, en de gemachtigde van verweerder.
Het onderzoek op zitting is geschorst omdat de derde-partijen per abuis niet in de gelegenheid waren gesteld om aan de beroepsprocedure(s) deel te nemen. Na daartoe alsnog in de gelegenheid te zijn gesteld hebben de derde-partijen een schriftelijke reactie ingediend op de beroepen. Eiseres heeft schriftelijk gereageerd op de reacties van de derde-partijen.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een nieuwe zitting niet nodig vindt. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.