Home

Rechtbank Den Haag, 08-10-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16324, 23_8425

Rechtbank Den Haag, 08-10-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16324, 23_8425

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
8 oktober 2024
Datum publicatie
22 oktober 2024
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:16324
Zaaknummer
23_8425

Inhoudsindicatie

Boete. Wet politiegegevens. Inzet Mobiele Camera Auto’s (MCA’s) in Rotterdam aan het begin van de COVID-19 uitbraak. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft aan de politie een boete opgelegd, omdat niet voorafgaande aan de verwerking van persoonsgegevens een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) was uitgevoerd. Er is pas sprake van verwerking als de camera wordt aangezet door de bijzondere opsporingsambtenaar die de MCA bestuurt. Er is maar ten aanzien van één dag een overtreding vastgesteld. Ook is de kans op herhaling van de overtreding bijzonder klein. De rechtbank vindt de boete van € 50.000,- niet evenredig.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 23/8425

de korpschef van politie, de politie

(gemachtigden: mr. E.P.M. Thole en mr. Ӧ. Zivali),

en

de Autoriteit Persoonsgegevens, de AP

(gemachtigden: mr. W. van Steenbergen en mr. A. Karimi).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van de politie tegen een boete op grond van de Wet politiegegevens (Wpg).

1.1.

De AP heeft met het besluit van 17 november 2022 een boete van € 50.000,- opgelegd. Met het bestreden besluit van 6 november 2023 heeft de AP het bezwaar van de politie ongegrond verklaard.

1.2.

De AP heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] en [naam 2] van de politie Rotterdam, de gemachtigden van de politie, mr. Ӧ. Zivali en mr. N.A. Frans, en de gemachtigden van de AP.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep

Bijlage