Rechtbank Den Haag, 01-10-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16364, C/09/670321 / KG ZA 24-714
Rechtbank Den Haag, 01-10-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16364, C/09/670321 / KG ZA 24-714
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2024
- Datum publicatie
- 9 oktober 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16364
- Zaaknummer
- C/09/670321 / KG ZA 24-714
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Vorderingen verliezende inschrijver afgewezen, aangezien de eis met betrekking tot het VCA*-certificaat, anders dan de verliezende inschrijver stelt, kwalificeert als een uitvoeringseis waaraan op moment van uitvoeren van opdracht moet zijn voldaan en niet als een geschiktheidseis waaraan bij inschrijving moet zijn voldaan. Daarnaast niet aannemelijk dat winnende inschrijving niet-realistisch is. Geen plicht voor de aanbestedende dienst om nader onderzoek te doen.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/670321 / KG ZA 24-714
Vonnis in kort geding van 1 oktober 2024
in de zaak van
GISPEN NEDERLAND B.V. te Culemborg,
eiseres,
advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam,
tegen:
CENTRAAL BUREAU VOOR DE STATISTIEK te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. J.M.E. Yilmaz en A.A. Vink te Amsterdam,
waarin is tussengekomen:
[naam] H.O.D.N. [handelsnaam] te [vestigingsplaats] ,
advocaat mr. C.A.M. Lombert-Buisman te Rijswijk.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Gispen’, ‘het CBS’ en ‘ [handelsnaam] ’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 juli 2024 met producties 1 t/m 15;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging van [handelsnaam] met producties 1 en 2;
- de door het CBS overgelegde conclusie van antwoord met producties 1 en 2;
- de op 13 september 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 Het incident tot tussenkomst
[handelsnaam] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Gispen en CBS dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van CBS. Ter zitting hebben Gispen en het CBS verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. [handelsnaam] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Het CBS heeft op 14 mei 2024 een (openbare) Europese aanbestedingsprocedure aangekondigd voor het leveren en plaatsen van (kantoor)meubilair (hierna: de Opdracht). Het doel van de aanbesteding is het sluiten van een raamovereenkomst met een opdrachtnemer die kan voorzien in de behoefte van het CBS op het gebied van (kantoor)meubilair. Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet (Aw) van toepassing.
De Opdracht is nader omschreven in de Aanbestedingsleidraad met bijlagen, het Programma van Eisen (hierna: PvE) en in de Nota van Inlichtingen.
Uit de Aanbestedingsleidraad volgt dat het geraamde budget van de raamovereenkomst maximaal € 1,9 miljoen is.
De Opdracht wordt gegund op basis van het gunningscriterium van de “economisch meest voordelige inschrijving”. Dit wordt vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding. De beste prijs-kwaliteit verhouding wordt bepaald aan de hand van een kwaliteits- en prijscriterium.
Het subgunningscriterium prijs wordt beoordeeld aan de hand van een fictieve order. Inschrijvers dienen daartoe aan de hand van fictieve hoeveelheden de prijzen van verschillende producten op te geven in bijlage 2 ‘Prijzenblad P1 en P2’ van de Aanbestedingsleidraad. Daaruit resulteert een vergelijkingsprijs. Uit het PvE (eis 9.2) en het prijzenblad volgt dat de inschrijvers ‘all-in tarieven’ exclusief BTW moeten opgeven. De inschrijver met de laagste vergelijkingsprijs krijgt het maximaal aantal te behalen punten.
In paragraaf 3.4.7 ‘Manipulatief inschrijven’ van de Aanbestedingsleidraad staat het volgende:
"3.4.7 Manipulatief inschrijven
Het is een Inschrijver niet toegestaan om een manipulatieve aanbieding te doen. Dat wil onder meer zeggen dat een Inschrijver zijn Inschrijving niet zodanig mag inrichten dat de (bedoeling van de) gunningsystematiek wordt gefrustreerd of gemanipuleerd.
Ook niet-realistische aanbiedingen zullen niet worden geaccepteerd. Inschrijver dient op alle afzonderlijke prijscomponenten een realistische aanbieding te doen, op straffe van ongeldigheid van de Inschrijving. Inschrijvingen die niet voldoen aan vorenstaande voorwaarden, kunnen door het CBS ongeldig worden verklaard.
Indien het CBS het vermoeden heeft dat sprake is van een strategische of niet- realistische aanbieding, dient Inschrijver op het eerste verzoek van het CBS aan te tonen dat dit niet het geval is.”
Onder paragraaf 4.2 ‘Geschiktheidseisen’ van de Aanbestedingsleidraad staan geschiktheidseisen beschreven en onder 4.3 ‘Bewijsstukken ter verificatie’ staan een aantal bewijsstukken opgesomd die een inschrijver na het voornemen tot gunning dient aan te leveren. In paragraaf 3.4.4 ‘Vormen van samenwerking’ van de Aanbestedingsleidraad staat dat een inschrijver voor het voldoen aan de geschiktheidseisen een beroep kan doen op een of meer andere natuurlijke personen of rechtspersonen c.q. derden en dat de betreffende derde volledig aan de geschiktheidseis moet voldoen.
In de Aanbestedingsleidraad staat onder paragraaf 2.2 ‘Scope van de opdracht’ het volgende over het PvE:
“In Bijlage 1 Programma van Eisen zijn de minimumeisen opgenomen die van toepassing zijn op de opdracht. De inschrijving van de inschrijver moet voldoen aan alle minimumeisen die zijn opgenomen in het Programma van Eisen.”
En onder paragraaf 5.2.2 ‘Uitwerking kwaliteit’:
“In het Programma van Eisen (Bijlage 1) zijn de minimumeisen opgenomen die van toepassing zijn op de opdracht. De inschrijving van de inschrijver moet voldoen aan alle minimumeisen die zijn opgenomen in het Programma van Eisen. Een inschrijver die niet voldoet aan en of meer van de minimumeisen wordt uitgesloten van verdere deelname van deze aanbestedingsprocedure.”
Het PvE bevat onder meer de volgende eis:
“7.14 Naast de geschiktheidseisen welke uitgevraagd worden in de Aanbestedingsleidraad dient de Opdrachtnemer ook de volgende certificering of vergelijkbaar te kunnen overleggen:
VCA * (Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers).”
Er hebben drie partijen op de aanbesteding ingeschreven, waaronder Gispen en [handelsnaam] .
Op 10 juli 2024 heeft het CBS de voorlopige gunningsbeslissing bekend gemaakt (hierna: de gunningsbeslissing). Daarin staat dat de inschrijving van [handelsnaam] door het CBS is aangemerkt als de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Uit de gunningsbeslissing blijkt dat [handelsnaam] het maximaal aantal punten voor het prijscriterium heeft gehaald en dus de laagste vergelijkingsprijs heeft. De inschrijving van Gispen is op de tweede plaats is geëindigd.
Gispen heeft het CBS bij brief van 26 juli 2024 verzocht toe te lichten 1) of het CBS heeft geverifieerd of [handelsnaam] beschikt over de certificering met betrekking tot het kwaliteits- en milieumanagementsysteem en het VCA*certificaat en 2) op basis waarvan het CBS die beoordeling heeft verricht. Gispen heeft het CBS verzocht de inhoudelijke toelichting nog diezelfde dag te verstrekken of de Alcateltermijn te verlengen (die op 30 juli 2024 verstreek).
Het CBS heeft niet binnen de door Gispen gestelde termijn(en) gereageerd. Gispen heeft vervolgens bij dagvaarding van 30 juli 2024 dit kort geding aanhangig gemaakt.
Het CBS heeft per e-mailbericht van 1 augustus 2024 een reactie gegeven op de brief van Gispen. Het CBS heeft aan Gispen laten weten dat [handelsnaam] met betrekking tot de certificering ten aanzien van het kwaliteits- en milieumanagementsysteem een beroep doet op de ISO-certificaten van zijn onderaannemer [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam] ). Het CBS heeft met betrekking tot het VCA*certificaat opgemerkt dat dit een uitvoeringseis is, zodat daaraan pas bij de uitvoering van de opdracht hoeft te zijn voldaan.
Voornoemd e-mailbericht heeft tot e-mailcorrespondentie tussen de advocaat van Gispen en het CBS geleid, waarbij Gispen bezwaren tegen de gunningsbeslissing heeft geuit.
De advocaat van het CBS heeft bij brief van 30 augustus 2024 gereageerd op de bezwaren van Gispen.