Home

Rechtbank Den Haag, 13-11-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18875, C/09/653284 / HA ZA 23-782

Rechtbank Den Haag, 13-11-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18875, C/09/653284 / HA ZA 23-782

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13 november 2024
Datum publicatie
18 november 2024
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:18875
Zaaknummer
C/09/653284 / HA ZA 23-782

Inhoudsindicatie

Financiële instelling heeft overeenkomst met een cliënt niet rechtsgeldig beëindigd op grond van de omstandigheid dat de cliënt niet heeft meegewerkt aan cliëntenonderzoek als bedoeld in de Wwft. De verplichting van de cliënt om mee te werken aan cliëntenonderzoek is niet opgenomen in de contractuele bepalingen van de geldleningsovereenkomst, waardoor een verplichting tot meewerken ontbreekt. Een enkel beroep op de Wwft is niet voldoende.

Uitspraak

Team Handel

Zaaknummer: C/09/653284 / HA ZA 23-782

Vonnis van 13 november 2024

in de zaak van

[naam 1] en [naam 2]. in haar hoedanigheid van lasthebber van de minderjarige [de minderjarige 1] en de minderjarige [de minderjarige 2], te [woonplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [naam 1],

advocaat: mr. R.H.J.M. Silvertand,

tegen

OBVION N.V., te Heerlen,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Obvion,

advocaat: mr. F.J. Laagland.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 augustus 2023 met producties 1 tot en met 33;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 23;

- het tussenvonnis van 24 april 2024;

- de akte inbreng producties tevens vermeerdering van eis namens [naam 1], met producties 34 tot en met 45;

- de akte inbreng producties namens Obvion, met producties 24 en 25;

- de akte inbreng producties namens [naam 1] met productie 46;

- de e-mail namens Obvion van 27 september 2024 met een productie.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 september 2024. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.

1.3.

Bij e-mail van 30 september 2024 heeft de advocaat van [naam 1] nog bezwaar gemaakt tegen de tekst van de e-mail van de advocaat van Obvion van 27 september 2024. De rechtbank heeft van deze tekst geen kennisgenomen en alleen de meegestuurde productie in haar overwegingen betrokken.

1.4.

Ten slotte is de datum voor vonnis nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[naam 1] exploiteert een schoonheidssalon. Volgens de opgave bij de Kamer van Koophandel is zij de onderneming in 2015 gestart. [naam 1] heeft twee minderjarige kinderen (geboren in 2016 en in 2020), namens wie zij als lasthebber (in eigen naam) in dit geding procedeert. De vader van de kinderen woont afwisselend in Suriname en in Nederland. Als hij in Nederland verblijft, woont hij bij [naam 1] en de kinderen.

2.2.

Obvion maakt deel uit van de Rabobank Groep. Zij is een financiële instelling die onder meer hypothecaire geldleningen verschaft aan particulieren in verband met de aanschaf van een woning voor eigen bewoning. Particulieren kunnen zich niet zelf rechtstreeks bij Obvion melden voor een geldlening. Obvion maakt altijd gebruik van tussenpersonen.

2.3.

Op enig moment is [naam 1] in aanraking gekomen met ene [voornaam] (hierna: [voornaam]). [voornaam] heeft voor haar via De Hypotheker Uithoorn (hierna DHU) op 12 april 2019 een financieringsaanvraag gedaan bij Obvion voor een hypothecaire lening voor een bedrag van € 377.000. De financiering was bedoeld voor de aanschaf van een stuk grond met daarop een nieuw te bouwen woning (hierna de woning). [naam 1] had zich ergens in de eerste maanden van 2019 voor deze woning ingeschreven. In de financieringsaanvraag was onder meer opgenomen dat [naam 1] een bedrag van € 50.000 aan eigen middelen zou bijdragen.

2.4.

Op basis van de financieringsaanvraag heeft Obvion een niet-bindende offerte gedateerd 15 april 2019 opgesteld. Op pagina 10 van de niet-bindende offerte was opgenomen welke documenten [naam 1] nog moest opleveren. Dit betrof onder andere de volgende documenten:

 een recente, (digitaal ingevulde) NHG-werkgeversverklaring van M.J. [naam 1], voorzien van handtekening en stempel van de werkgever (...)

 een recente salarisstrook van [naam 1], niet ouder dan drie maanden bij uitbrengen bindend renteaanbod.

2.5.

[naam 1] heeft het niet-bindend aanbod ondertekend op 17 april 2019. Bij het terugsturen door DHU aan Obvion is een salarisstrook en een werkgeversverklaring van een uitzendorganisatie meegestuurd. Uit deze stukken volgt dat [naam 1] als ‘Head of Compliance’ in dienst was van het uitzendbureau. Dat was zij niet.

2.6.

Op 30 april 2019 heeft Obvion een bindend aanbod uitgebracht dat [naam 1] heeft getekend. Op dat moment ontstond tussen Obvion en [naam 1] een geldleningsovereenkomst voor een bedrag van € 377.000 voor de aanschaf van de woning (hierna de financiering). In het bindend aanbod is opgenomen dat onder meer de onder 2.4. genoemde stukken door [naam 1] bij Obvion zijn ingediend.

2.7.

Op 29 juli 2019 heeft [naam 1] het bindend aanbod nogmaals ondertekend. De hypotheekakte is op 29 juli 2019 gepasseerd. [naam 1] heeft de woning deels gefinancierd met een schenking van haar ouders en deels met de financiering. In verband met de hypotheekaanvraag heeft [naam 1] een factuur van DHU ontvangen, die zij heeft betaald. [voornaam] heeft nadien nog om een extra betaling gevraagd, maar aan dat verzoek heeft zij niet voldaan.

2.8.

Op de overeenkomst tussen Obvion en [naam 1] zijn onder meer de Obvion Compact Hypotheek Algemene Voorwaarden, versie januari 2019, van toepassing (hierna de algemene voorwaarden). Deze algemene voorwaarden zijn onderverdeeld in hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk heeft als titel “Hypothecair verbonden onderpanden” en omvat de artikelen 1 tot en met 10. Artikel 2 van de algemene voorwaarden luidt onder meer als volgt:

De hypotheekgever is verplicht:

(...)

6. na verzoek van Obvion alle inlichtingen, gegevens en documenten te geven die Obvion nodig vindt om haar recht(en) van hypotheek uit te oefenen.

(...)

8. Obvion meteen te informeren over:

(...)

g. iedere andere omstandigheid die voor Obvion van belang kan zijn in verband met haar recht van hypotheek.

Het tweede hoofdstuk van de algemene voorwaarden heeft als titel “Geldleningen” en is onderverdeeld in twee paragrafen. De eerste paragraaf heeft als titel “ Geldlening algemeen” en omvat de artikelen 11 tot en met 32. Artikel 30 van de algemene voorwaarden luidt onder meer als volgt:

Wanneer kan Obvion uw geldlening direct opeisen?

1 In de volgende gevallen kan Obvion de geldlening direct opeisen. Obvion hoeft u daarvoor niet eerst in gebreke te stellen of aan andere eisen te voldoen.

a. U of een derde-hypotheekgever doet niet (op tijd) wat u of een derde-hypotheekgever met Obvion heeft afgesproken. U komt bijvoorbeeld uw verplichtingen uit de Algemene Voorwaarden niet (op tijd) na.

b. U of een derde-hypotheekgever heeft Obvion iets verteld dat niet waar is of onvolledig. Of u heeft Obvion iets niet verteld wat wel belangrijk kan zijn voor Obvion.

c. U of een derde-hypotheekgever vormt naar het oordeel van Obvion een gevaar voor de betrouwbaarheid of reputatie van Obvion of de financiële sector. Bijvoorbeeld als u onbetrouwbaar handelt zoals beschreven in de leeswijzer ‘betrouwbaar handelen’.

(...)

i. Er gebeurt iets dat naar het oordeel van Obvion heeft geleid (of kan leiden) tot een onevenredige beperking van de rechten van Obvion.

2.9.

[naam 1] is rond juni/juli 2020 naar de woning verhuisd. [naam 1] betaalt per maand aan Obvion een bedrag van € 1.365 voor rente en aflossing.

2.10.

In februari 2020, nog voordat de woning was opgeleverd, kreeg [naam 1] een brief van Obvion waarin Obvion [naam 1] informeerde dat er iets mis was met haar hypotheek. Obvion was door andere banken gewaarschuwd voor het optreden van [voornaam], waarna zij onderzoek heeft gedaan naar de financiering van [naam 1].

In de brief, gedateerd 24 februari 2020, heeft Obvion onder meer geschreven dat zij de door [naam 1] ingeleverde werkgeversverklaring heeft gecontroleerd en dat de betreffende uitzendorganisatie Obvion heeft laten weten dat zij de werkgeversverklaring niet heeft opgesteld. Nadat [naam 1] telefonisch contact had gehad met Obvion, heeft Obvion op 28 februari 2020 een e-mail gezonden aan [naam 1] waarin onder meer het volgende was opgenomen:

Zoals telefonisch uitgelegd zijn wij er, na verificatie met de betreffende werkgever, achter gekomen dat de inkomensstukken die Obvion ontvangen heeft ten tijde van de hypotheekaanvraag onjuist zijn.

2.11.

Bij e-mail van 5 maart 2020 heeft [naam 1] de e-mail van Obvion van 28 februari 2020 beantwoord. Dit was twee dagen nadat zij was bevallen van haar tweede kind. [naam 1] heeft onder meer het volgende geschreven:

Terugkomend op uw mail, ben ik nog steeds verbaasd en gefrustreerd om uw bericht dat er andere inkomensstukken bij jullie zijn ingeleverd dan die ik ingediend heb. Ik ben absoluut geen werknemer van [naam uitzendorganisatie] dus dat klopt niet. Ik ben een ondernemer van een beautysalon (...).

2.12.

Op 14 en op 20 april 2020 hebben Skype gesprekken plaatsgevonden waarin Obvion onder meer veel vragen heeft gesteld aan [naam 1].

2.13.

Bij e-mail van 5 mei 2020 heeft Obvion opnieuw vragen gesteld aan [naam 1]. Deze hadden onder meer betrekking op de eenmanszaak van [naam 1], de schenking die zij in verband met de woning van haar ouders had gekregen en op eventuele banden met Colombia. Dit laatste in verband met de omstandigheid dat op haar identiteitsbewijs staat dat ze in Colombia is geboren. Tijdens een op de e-mail volgend telefoongesprek heeft de medewerker van Obvion aan [naam 1] gezegd dat Obvion moest onderzoeken of de lasten die bij de financiering horen wel passend waren voor [naam 1] en dat Obvion onderzocht of [naam 1] nog klant kon blijven bij Obvion. Ook heeft de medewerker [naam 1] gevraagd naar haar banden met Colombia en of [naam 1] geldstromen uit Colombia ontving. Dit zou wettelijk verplicht zijn omdat Colombia een verdacht land was.

2.14.

[naam 1] heeft op 27 mei 2020 een e-mail aan Obvion gestuurd waarin ze heeft geschreven dat ze haar best heeft gedaan de stukken die ze destijds aan [voornaam] heeft gegeven, weer op te zoeken en aan Obvion op te sturen. In reactie hierop heeft Obvion bij e-mail van 27 mei 2020 meer stukken opgevraagd bij [naam 1]. Het betrof onder meer jaarcijfers van de eenmanszaak en belastingaangiftes over 2017, 2018 en 2019. In de e-mail heeft Obvion hiervoor de volgende reden gegeven:

Aan de hand van deze stukken kan Obvion een nieuwe toets uitvoeren op basis van de huidige gegevens en kunnen wij een inschatting maken of de verstrekte hypotheek verantwoord is.

2.15.

In reactie hierop heeft [naam 1] geen stukken aangeleverd. Bij e-mail van 19 juni 2020 heeft ze onder meer het volgende aan Obvion geschreven:

Ik snap niet zo goed waarvoor de hertoets nodig is als ik geen betalingsachterstand heb. Ik begrijp uit de mail dat ik een te hoge hypotheek zou hebben. Dat is helaas niet door mijn toedoen. We weten allebei dat de Hypotheker Uithoorn dit allemaal veroorzaakt heeft. Ik zal daarom ook nooit meer zaken doen met hun en de zaak is wat mij betreft klaar.

2.16.

Bij e-mail van 22 juni 2020 heeft Obvion onder meer het volgende geschreven aan [naam 1]:

Ik heb u eerder uitgelegd dat wij wettelijk verplicht zijn om een hertoets uit te voeren. Het feit of er wel of geen betalingsachterstand zou zijn staat hier los van. De hypotheek die wij aan u verstrekt hebben is gebaseerd op onjuiste inkomensgegevens Daar zijn wij gaandeweg het onderzoek achter gekomen. Nu wij dit weten dienen wij hier iets mee te doen. Indien wij onze klantrelatie, en dus de

hypotheek, in stand willen houden zijn wij verplicht deze hertoets zo spoedig als mogelijk uit te voeren. Obvion kan en mag géén hypotheek in stand houden waarvan zij weet dat de inkomensgegeven onjuist zijn. Door wie de fraude gepleegd is staat hier ook los van.

Ik begrijp dat u het druk heeft maar deze kwestie heb ik u meermaals telefonisch uitgelegd. Ik verwacht dan ook uw medewerking op korte termijn. De situatie zoals hij nu is kan en mag door Obvion niet lang meer worden aangehouden. U bent vrij in uw keuze om wel of niet mee te werken. Wanneer u ervoor kiest om niet mee te werken dan is Obvion echter verplicht de klantrelatie met u op te zeggen en de

hypotheek op te eisen. Wij mogen geen hypotheek in stand houden zonder te weten of deze hypotheek draagbaar is. De enige manier om er voor Obvion achter te komen of dat zo is, is door deze hertoets uit te voeren. Wij dienen dit cijfermatig te onderbouwen en vast te leggen.

Bij e-mail van 29 juni 2020 heeft Obvion [naam 1] nogmaals geschreven:

Wij hebben uw juiste inkomensgegevens nodig, omdat er thans sprake is van een hypotheek die verstrekt is op basis van onjuiste gegevens. Wettelijk zijn we verplicht inzicht te hebben in de (juiste) inkomenssituatie van onze klanten. Hebben we dat niet, dan mogen we geen klantrelatie aangaan of we moeten de bestaande beëindigen. Wij hebben uw inkomensgegevens bovendien nodig in het belang van

verantwoorde kredietverstrekking. Over onze werkwijze en kredietverstrekking dienen wij verantwoording af te leggen aan onze toezichthouders DNB en AFM. We riskeren (strafrechtelijke) aansprakelijkheid en boetes als we ons niet voornoemde wettelijke verplichtingen houden.

Mijn vorige e-mail was erop gericht u erop te wijzen hoe belangrijk het is dat Obvion deze inkomensgegevens ontvangt en de hertoets kan uitvoeren.

2.17.

Begin juli 2024 heeft [naam 1] haar huidige advocaat ingeschakeld. In juli 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [naam 1], haar advocaat, de vader van haar kinderen en Obvion. Tijdens dit gesprek hebben partijen hun standpunten uitgewisseld. Dit heeft niet ertoe geleid dat [naam 1] verdere gegevens aan Obvion heeft verstrekt.

2.18.

Op 9 maart 2022 is [naam 1] tijdens een door Obvion verzocht voorlopig getuigenverhoor gehoord. [naam 1] heeft onder meer het volgende verklaard:

In 2019 en 2020 was ik als zelfstandige werkzaam als pedicure en schoonheidsspecialiste [...], dat ben ik nu ook nog. Het is juist dat ik in 2019 een hypotheek heb afgesloten bij Obvion. U vraagt mij hoe dat in zijn werk ging. Ik was toen op zoek maar een woning in [...]. Omdat ik zwanger was bezocht ik in de RAI de zwangerschapsbeurs en de huishoudbeurs. Daar lopen heel veel verkoopmedewerkers rond die op je afkomen en je aanspreken. Ik werd toen ook benaderd door ene [voornaam] van De Hypotheker. Omdat ik een woning zocht en een hypotheek nodig had, gaf ik hem mijn telefoonnummer. Hij wilde wel naar mij toekomen in [...]en dat kwam goed uit vanwege mijn dikke buik. Deze [voornaam] had bij mijn weten geen stand op de beurs; hij liep daar rond met een map onder de arm. Vervolgens sprak ik met deze [voornaam] af in het winkelcentrum [...]waar ook mijn salon gevestigd is. Ik was nog wat sceptisch en dus ontmoetten wij elkaar eerst in de brasserie. [voornaam] zei mij dat het goed uitkwam dat ik eigen geldinbreng had. Hij deed zich voor als expert. Na ons eerste gesprek was ik ervan overtuigd en waren mijn twijfels weg. Ik heb overigens geen idee wat de achternaam van [voornaam] was of waar hij woont. Volgens mij werkte hij bij DHU. Het tweede gesprek met hem vond plaats bij mij in de salon. Ik moest papieren aanleveren voor de aanvraag en dat heb ik gedaan. Ik overhandigde hem een kopie van mijn paspoort, een kopie van mijn bankpas, een verklaring van goed gedrag en een KvK overzicht van mijn salon. Ik werkte op dat moment niet voor een werkgever. Ik sprak in dit verband alleen met deze [voornaam]. Hij zei mij dat de stukken goed waren. Vervolgens moest ik nog de eigen inbreng in orde brengen. Zo moest ik ook nog een bijdrage van mijn vader en moeder regelen.”

2.19.

Bij e-mail van 23 november 2022 heeft de advocaat van Obvion onder meer het volgende geschreven aan de advocaat van [naam 1]:

Het getuigenverhoor is inmiddels afgerond. Ik ga ervan uit dat u inmiddels kennis heeft kunnen nemen van de getuigenverklaring van uw cliënte mevrouw [naam 1] (...). Alhoewel cliënte inmiddels een beter beeld heeft gekregen van hetgeen zich heeft voorgedaan bestaat er nog veel onduidelijkheid, waaronder de betrokkenheid van uw cliënte bij het indienen van de vervalste stukken ter verkrijging van de financiering.

Cliënte heeft zich beraden over de vraag wat de huidige situatie en de haar bekende feiten en omstandigheden voor gevolgen heeft voor de financiering van cliënte aan uw cliënte. Vooralsnog wenst cliënte eerst een poging te doen om met uw cliënte tot overeenstemming te komen alvorens zij andersoortige besluiten moet nemen.(..)

Klantprofiel en financiële positie

Vaststaat dat de huidige financiering aan uw cliënte is verstrekt op basis van vervalste gegevens. In dit kader dient cliënte, mede op basis van de wet (Wwft), nadere inzage te verkrijgen over persoonlijke financiële situatie van uw cliënte.

Cliënte is niet bekend of uw cliënte op basis van haar inkomen in staat is om de huidige/toekomstige betalingsverplichtingen van de financiering te voldoen en te blijven voldoen. Cliënte is verplicht dit te onderzoeken alvorens kan worden bezien op welke wijze onderhavig dossier tot een oplossing kan geraken.

Cliënte zou graag om voornoemde reden inzage wensen in de financiële positie van uw cliënte. Cliënte is voorts verplicht een klantprofiel op te maken van uw cliënte. Uw cliënte is verplicht hieraan haar medewerking te verlenen. Zodoende verzoek ik uw cliënte om vrijwillig mee te werken aan het klantonderzoek en of uw cliënte op basis van haar financiële situatie in staat was/is de maandelijkse betalingsverplichtingen te voldoen.

2.20.

Bij e-mail van 9 december 2022 van de advocaat van Obvion aan de advocaat van [naam 1] heeft Obvion opnieuw om stukken gevraagd:

- jaarcijfers van haar onderneming van de jaren 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021;

- belastingaanslagen en belastingaangiftes van de jaren 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021;

- bankafschriften van 2019, 2020, 2021 en 2022 waarop alle inkomsten zichtbaar zijn (inclusief afkomstig van derden) evenals de betalingen die zijn gebruikt om Obvion te voldoen;

- bewijs van eventuele spaartegoeden;

- een ingevuld inkomsten- en uitgavenformulier (...)

Ook heeft Obvion in de e-mail van 9 december 2022 vragen gesteld die onder meer betrekking hadden op de actuele inkomsten van [naam 1] en of ze kinderalimentatie ontving. Obvion heeft [naam 1] een termijn van twee weken gegeven om de gevraagde stukken op te leveren. Voorts heeft Obvion in de e-mail toegelicht waarom ze de gevraagde informatie wenste te verkrijgen. Daarbij heeft ze verwezen naar de Wet financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft):

Wft Aanbieders van financiële producten moeten zich inzetten om overkreditering bij consumenten te voorkomen (ex artikel 4:34 Wft). (...)

Wwft

[Obvion] heeft vernomen dat uw cliënte met behulp van gelden van een derde haar verplichtingen aan cliënte voldoet. Op grond van de Wwft is cliënte gehouden om een cliëntenonderzoek uit te voeren, ook gedurende de financieringsperiode. Zo nodig dient zij een onderzoek te doen naar de bron van de middelen van diens klant.(...)

2.21.

[naam 1] heeft de gevraagde stukken naar aanleiding van de e-mail van 9 december 2022 niet opgeleverd. Bij brief van 30 maart 2023 heeft Obvion de hypothecaire geldlening met [naam 1] opgezegd. Obvion heeft in deze brief onder meer het volgende geschreven:

Als hypotheekhouder van het onderpand gelegen (...) te [plaats], hebben wij geconstateerd dat er bij de aanvraag van de hypotheek onjuiste inkomensgegevens zijn verstrekt aan Obvion. U heeft erkend dat de bij Obvion beschikbare Inkomensgegevens van u niet juist zijn, maar u geeft aan geen bemoeienis te hebben gehad met de verstrekking van onjuiste gegevens. Hierover is Obvion herhaaldelijk met u in contact getreden aangezien uw lening verstrekt is op basis van niet correcte lening gegevens. Obvion heeft u meermaals verzocht en in de gelegenheid gesteld om de juiste inkomensgegevens en alle gevraagde Informatie te verstrekken. Ook op de brief van 9 december 2022 aan mr Silvertand welke wij u op uw verzoek op 23 januari 2023 hebben toegestuurd, mochten wij geen reactie ontvangen (zie bijlagen).

Op dit moment is het voor Obvion nog steeds niet mogelijk om een juist klantprofiel op te maken, zoals van ons verwacht wordt conform de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (wwft). Tevens handelt u hierdoor in strijd met onze algemene voorwaarden.

Onder het kopje opzeggingsgrond heeft Obvion in de brief verwezen naar artikelen 3 en 5 Wwft. Vervolgens heeft Obvion verwezen naar onder meer artikelen 2.6 en 2.8 van de algemene voorwaarden. Onder het kopje opeisingsgrond heeft Obvion gewezen op artikel 30 van de algemene voorwaarden. Daarna heeft zij de brief als volgt vervolgd:

Het staat vast dat uw lening door middel van frauduleus handelen tot stand is

gekomen. U heeft ons ondanks herhaaldelijk aandringen van Obvion steeds geweigerd de gevraagde (inkomens) informatie te overleggen. Obvion weet niet met welke middelen en door wie de maandtermijnen worden betaald. Ook hierover geeft u geen openheid van zaken.

2.22.

Bij brief van 16 juni 2023 heeft [naam 1] alsnog (een deel van de) door Obvion gevraagde stukken opgeleverd.

3 Het geschil

3.1.

[naam 1] vordert, na vermeerdering van eis, bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de verklaring voor recht dat artikel 2 van de algemene voorwaarden nietig is nu blijkt dat dit artikel in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling van

art. 7:125 BW;

2. de vernietiging van artikel 2 van de algemene voorwaarden nu dat beding onredelijk bezwarend is, althans een oneerlijk beding is;

3. de verklaring voor recht dat de contracten die Obvion met [naam 1] heeft gesloten geen grondslag bieden voor het doorvoeren van een persoonsonderzoek als bedoeld in artikel 3 Wwft en [naam 1] niet verplicht was om aan dat onderzoek mee te werken, waardoor de opzegging en opeising van de lening onrechtmatig is;

4. de verklaring voor recht dat de contracten die Obvion met [naam 1] gesloten heeft geen grondslag bieden voor beëindiging van de relatie als bedoeld in artikel 5 Wwft, waardoor de opzegging en opeising van de lening onrechtmatig is;

5. de verklaring voor recht dat [naam 1] terecht haar verplichting tot het verschaffen van informatie aan Obvion heeft opgeschort, waardoor de opzegging en opeising van de lening onrechtmatig is;

6. de verklaring voor recht dat Obvion misbruik maakt van haar bevoegdheid door in strijd met artikel 34a Wwft en/of artikel 5 AVG als poortwachter in het kader van de Wwft informatie af te dwingen die zij voor eigen, andere doeleinden dan witwasbestrijding wil gebruiken;

7. de verklaring voor recht dat Obvion ten onrechte de overeenkomst heeft opgezegd en ten onrechte de lening heeft opgeëist;

8. de veroordeling van Obvion om de overeenkomsten van geldlening die zij met

[naam 1] heeft gesloten gaaf en onvoorwaardelijk na te komen;

9. het verbod aan Obvion om de geldleningovereenkomsten die zij met [naam 1]

heeft gesloten opnieuw op te zeggen indien die opzegging direct of indirect verband houdt met het geven van onjuiste of onvolledige informatie omtrent het inkomen van [naam 1] in 2018, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat [naam 1] afstand doet van haar recht om een

rechtsvordering tegen Obvion in te stellen wegens overkreditering;

10. het verbod aan Obvion om gebruik te maken van haar recht op parate executie indien die executie direct of indirect verband houdt met het geven van onjuiste of onvolledige informatie omtrent het inkomen ten tijde van het aanvragen van de hypothecaire geldleningovereenkomsten;

11. het verbod aan Obvion om in het register van het BKR te (laten) noteren dat [naam 1] een betalingsachterstand heeft indien en voor zover die betalingsachterstand is ontstaan door het opeisen van de lening omdat [naam 1] ten tijde van het aanvragen van de hypothecaire geldleningsovereenkomsten onjuiste of onvolledige informatie zou hebben

gegeven, althans de veroordeling van Obvion om een dergelijke registratie te (laten) verwijderen bij het BKR indien en voor zover Obvion [naam 1] al in die zin geregistreerd zou hebben bij het BKR;

11a. de verklaring voor recht dat Obvion in strijd met de uit het ongeschreven recht voortvloeiende zorgplicht, althans artikel 6:162 BW [naam 1] heeft gediscrimineerd door een verboden onderscheid te maken op basis van ras, nationaliteit en/of afkomst;

12. de veroordeling van Obvion in de proceskosten.

3.2.

[naam 1] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. [naam 1] heeft niet gehandeld in strijd met artikel 2 algemene voorwaarden. Op haar rustte om meerdere redenen geen verplichting om informatie aan Obvion te verschaffen, althans haar verplichting daartoe heeft zij op rechtsgeldige gronden opgeschort. Omdat [naam 1] niet in strijd met artikel 2 algemene voorwaarden heeft gehandeld, is de opzegging van de financiering door Obvion ongegrond en kan Obvion de geldlening niet opeisen. Voorts is artikel 2 algemene voorwaarden in strijd met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 7:125 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en daarom nietig. De opzegging en opeising zijn ook onrechtmatig wegens strijd met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 7:125 BW althans deze zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Voor zover Obvion zich beroept op de Wwft geldt dat de contractuele relatie geen verplichting voor [naam 1] bevat om mee te werken aan het cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 3 Wwft. Evenmin bevat deze een mogelijkheid om de financiering op grond van artikel 5 lid 3 Wwft op te zeggen.

Voorts maakt Obvion misbruik van bevoegdheid omdat zij [naam 1] ten onrechte linkt aan de bemiddelaar die de fraude heeft gepleegd, terwijl [naam 1] van de fraude geen verwijt kan worden gemaakt.

Tot slot schendt Obvion het woonrecht van haar kinderen voor wie [naam 1] op grond van een door de vader gegeven last procedeert.

3.3.

Obvion voert verweer. Obvion concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [naam 1], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [naam 1], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [naam 1] in de kosten van deze procedure.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing