Home

Rechtbank Den Haag, 27-11-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19469, C/09/653626 / HA ZA 23-798

Rechtbank Den Haag, 27-11-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19469, C/09/653626 / HA ZA 23-798

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27 november 2024
Datum publicatie
29 november 2024
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:19469
Zaaknummer
C/09/653626 / HA ZA 23-798

Inhoudsindicatie

Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging betreffende mondmaskers in Coronaperiode

Uitspraak

vonnis

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/653626 / HA ZA 23-798

Vonnis van 27 november 2024

in de zaak van

HMK MEDICAL B.V., te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. M.G. Jansen te Haarlem,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN, te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. J.H.C.A. Muller te Den Haag.

Partijen zullen hierna HMK en de Staat genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het procesdossier bestaat uit:

-

de dagvaarding van 31 augustus 2023, met producties;

-

de akte overlegging nadere producties bij aanbrengen, met producties;

-

de conclusie van antwoord;

-

het tussenvonnis van 26 juni 2024 waarbij een mondelinge behandeling is bevolen.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2024. De advocaten voornoemd en namens HMK tevens mr. M.F. de Jong en namens de Staat tevens mr. T.A. Burger hebben de zaak nader toegelicht aan de hand van pleitnotities die zich in het procesdossier bevinden. Partijen hebben vragen van de rechtbank beantwoord en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is voorgevallen.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In december 2019 is in de regio Wuhan in China het coronavirus COVID-19 (hierna: het coronavirus) uitgebroken. Op 27 februari 2020 is in Nederland de eerste patiënt met het coronavirus vastgesteld. Op 11 maart 2020 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie de uitbraak van het coronavirus tot pandemie verklaard.

2.2.

Bij het uitbreken van de coronapandemie bleek de vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen (hierna: PBM) en medische hulpmiddelen het aanbod vele malen te overtreffen. In de hele wereld was opeens acuut vraag naar dezelfde PBM en medische apparatuur, hetgeen leidde tot tekorten en een oververhitte wereldmarkt.

2.3.

PBM en medische hulpmiddelen worden in Nederland in de normale situatie decentraal ingekocht door bijvoorbeeld ziekenhuizen. Door de hiervoor geschetste situatie waren er in de zorg acute tekorten aan deze middelen ontstaan. Er was sprake van een sterke toename van patiënten op de intensive care afdelingen en een dreigend tekort aan onder meer PBM voor de medewerkers in de zorg. Bovendien was de internationale markt dusdanig verstoord dat snelle hervatting en opschaling van de reguliere aanvoer niet gegarandeerd kon worden.

2.4.

Tegen de achtergrond van deze acute crisissituatie heeft de Staat de additionele inkoop van PBM en medische hulpmiddelen eerst aan zich getrokken. Zo heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur (hierna: VWS) een werkgroep samengesteld met als doel de IC-afdelingen zo snel mogelijk van voldoende beademingsapparatuur te voorzien. Daarnaast heeft VWS medio maart 2020 een oproep gedaan aan de samenleving om mee te werken aan het verkrijgen van PBM.

2.5.

Op 23 maart 2020 is het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (hierna: LCH) in het leven geroepen. Het LCH was een tijdelijk samenwerkingsverband van deskundigen uit ziekenhuizen, academische centra, leveranciers en producenten om de inkoop, opslag en distributie van PBM en medische hulpmiddelen centraal en snel te organiseren.

2.6.

Binnen het LCH werd via verschillende routes getracht om tot een snelle inkoop van de benodigde PBM te komen. Enerzijds werden potentiële PBM-leveranciers actief benaderd. Daarnaast konden potentiële PBM-leveranciers zich bij het LCH melden. Bij de oprichting van het LCH is hiertoe het e-mailadres [e-mail adres] opengesteld.

De afhandeling van de op dit e-mailadres ontvangen e-mails was in handen van het Team Inbox van het LCH. Het LCH heeft in de periode tot 15 juli 2020 circa 23.000 e-mails verwerkt.

2.7.

In maart 2020 is binnen het LCH het Team Productie NL ingericht; dat is zich gaan richten op partijen die bereid waren PBM in Nederland te produceren. Dit project verliep parallel aan het reguliere inkoopproces van het LCH. Het ging daarbij zowel om partijen die op eigen initiatief een voorstel indienden, als om partijen die door Team Productie NL benaderd werden om een voorstel in te dienen.

2.8.

De activiteiten van Team Productie NL bestonden onder andere uit het screenen/beoordelen van de initiatieven die het LCH ontving met betrekking tot het produceren van PBM in Nederland. In de eerste vier tot zes weken van de coronapandemie zijn er vijf- tot zeshonderd initiatieven gestart die gericht waren op de productie van PBM in Nederland.

Mondmaskerfabriek, VMI/Lemoine en Medprotex

2.9.

Tot de in Nederland te produceren mondmaskers behoorden onder meer IIR-mondmaskers (chirurgische mondmaskers). Op 23 april 2020 heeft Team Productie NL drie initiatieven voor de productie en levering van IIR-maskers op een (interne) shortlist geplaatst. Dit betrof de initiatieven van de Mondmaskerfabriek, VMI/Lemoine en Medprotex. Daarnaast waren er drie andere (meer substantiële) initiatieven die nog wat vragen opriepen (onder andere op het punt van de te hanteren prijs per mondmasker) van VSA, Verisoft en Panel Legend Technology. Deze drie initiatieven zijn op een reserveshortlist geplaatst.

2.10.

Op 29 april 2020 heeft VWS aan de Mondmaskerfabriek, VMI/Lemoine en Medprotex de volgende brief gestuurd:

“In de afgelopen twee maanden is ons land getroffen door de gevolgen van de Covid-19 pandemie. De druk op de Nederlandse gezondheidszorg is daarbij hoog opgelopen. Ondanks het feit dat er signalen zijn dat er enige mate van stabilisatie optreedt van het aantal besmettingen en Corona patiënten in de zorg, blijft de nood hoog.

In deze crisis is duidelijk geworden dat alle zorgsystemen van door de pandemie getroffen landen over de gehele wereld op zoek zijn naar Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) voor zorgpersoneel en naar beschermingsmaterialen om te voorkomen dat patiënten besmet raken met het COVID-19 virus. Hierdoor is er grote schaarste ontstaan aan onder meer mondneusmaskers.

De afgelopen week is de productie op eigen bodem van FFP2 mondneusmaskers opgestart, waardoor er op korte termijn een stabiele toevoer van deze beschermingsmiddelen wordt geborgd. De minister van Medische Zorg en Sport (MZS) wil echter ook graag de nationale productie van andere persoonlijke beschermingsmiddelen opstarten, waaronder die voor chirurgische mondneusmaskers type IIR. Dit om gedurende deze crisis in de komende maanden te kunnen voorzien in een nationale basisbeschikbaarheid.

Uw bedrijf heeft een initiatief gestart om dit type product in Nederland te gaan produceren. Uw voorstel is een van de drie geselecteerde initiatieven waar momenteel mee verder gepraat wordt. U bent in de afgelopen weken al in contact geweest met het team Productie NL/EZK. Om ten behoeve van de besluitvorming binnen het ministerie van VWS een goed overzicht te krijgen van uw initiatief, willen wij u graag verzoeken op basis van onderstaande vragen de meest actuele stand van zaken van uw voorstel kort en krachtig uiteen te zetten.

Kernvragen

- Bent u in staat op korte termijn de productie van chirurgische mondneusmaskers type IIR te starten? Graag nader toelichten.

- Beschikt u over de capaciteit (machines), materialen en grondstoffen en een productielocatie? Graag nader toelichten.

- Welke hoeveelheid van dit type masker (IIR) zou u per week kunnen leveren aan VWS? Graag nader toelichten.

- Bent u in staat deze hoeveelheid gedurende langere periode (tot 12 maanden) aan de Nederlandse overheid te leveren?

- Bent u op de hoogte van de certificeringseisen die voor deze producten gelden, wat is uw certificeringsplan en wanneer denkt u de certificering rond te hebben? Graag nader toelichten.

- Wat is de startdatum van uw productie, wanneer bereikt u uw maximale capaciteit?

- Kunt u kort uw product beschrijven (vorm/bevestiging/verpakking)?

- Wat wordt de prijs van uw product, vraagt u een winstmarge en bent u bereid op basis van open boek een nacalculatie te doen? Gaarne uiteenzetten in een berekening.

- Zijn er bepaalde knelpunten waar u de steun van de overheid bij nodig hebt om de productie zo snel mogelijk op te starten? Graag nader toelichten.

Gelieve deze informatie uiterlijk donderdag 30 april 2020 om 13h00 toe te zenden om zo snelle besluitvorming mogelijk te maken.”

2.11.

In de periode van 18 tot 20 mei 2020 heeft VWS met de Mondmaskerfabriek, VMI/Lemoine en Medprotex de volgende jaarcontracten voor de productie en levering in Nederland van IIR-maskers gesloten:

- Mondmaskerfabriek: gemiddeld één miljoen IIR-maskers per week met een maximum van in totaal 48 miljoen;

- VMI/Lemoine: gemiddeld 1,25 miljoen IIR-maskers per week met een maximum van in totaal 60 miljoen;

- Medprotex: gemiddeld 350.000 IIR-maskers per week met een maximum van in totaal 60 miljoen.

Contacten met BMS en HMK

2.12.

Op 20 april 2020 heeft het LCH via het e-mailadres [e-mail adres] een e-mail van BMS Auto en Projectstoffering (hierna: BMS) ontvangen. BMS houdt zich bezig met interieurbekleding voor onder meer treinstellen van de Nederlandse Spoorwegen.

2.13.

In haar e-mail heeft BMS aan het LCH laten weten dat zij bezig was met de aanschaf van machines die FFP1-mondmaskers produceren en dat zij vier machines in optie had staan voor de productie van chirurgische mondmaskers. Deze machines konden binnen 30 dagen geleverd worden. BMS beschikte echter nog niet over de benodigde grondstoffen, met name de grondstof Melt-Blown. Deze grondstof kon zij op dat moment in het buitenland, met name China, niet verkrijgen. BMS verzocht het LCH haar in contact te brengen met bedrijven die deze grondstof in Nederland produceren “zoals DSM en Afpro Alkmaar”.

2.14.

In reactie hierop heeft Team Productie NL per e-mail van 29 april 2020 meegedeeld dat er op dat moment al heel veel reacties waren binnengekomen en dat niet op ieder initiatief binnen enkele dagen kon worden gereageerd. Tevens is een aantal (standaard)vragen gesteld die aan iedere partij werden voorgelegd om meer inzicht te krijgen in de productiemogelijkheden van mondmaskers.

2.15.

Deze vragen heeft BMS per e-mail van 30 april 2020 beantwoord. Daarnaast heeft BMS onder meer meegedeeld dat zij inmiddels opdracht hadden verstrekt voor de levering van vier automatische mondmaskermachines.

2.16.

Op basis van deze informatie heeft Team Productie NL BMS op 1 mei 2020 op een aanvullende (interne) shortlist geplaatst van partijen die mogelijk IIR-maskers zouden kunnen produceren.

2.17.

Op 1 mei 2024 is HMK opgericht. HMK is nauw gelieerd aan BMS.

2.18.

Op 12 mei 2024 heeft HMK per e-mail aan het LCH laten weten dat zij een initiatief is van BMS en dat zij in Nederland chirurgische mondkapjes zal gaan produceren.

2.19.

In reactie hierop heeft het LCH per e-mail van 15 mei 2020 aan HMK meegedeeld dat zij nog niet direct kon reageren op het aanbod van HMK, omdat zij haar aanvoerlijnen aan het evalueren was, maar zo spoedig mogelijk op het aanbod zou terugkomen.

2.20.

Op dezelfde dag heeft een adviseur van het LCH aan een medewerker van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK) het businessplan van HMK toegestuurd. Deze medewerker was toegevoegd aan Team Productie NL om dergelijke businessplannen te beoordelen.

2.21.

Bij e-mail van 2 juni 2020 heeft het LCH nadere informatie gevraagd aan HMK over het bedrijf en haar producten.

2.22.

In reactie hierop heeft HMK per e-mail van 4 juni 2020 nadere informatie verstrekt over onder meer de door haar te produceren IIR-maskers, de hoeveelheden en de prijsstelling.

2.23.

Bij e-mail van 5 juni 2020 heeft het LCH het volgende aan HMK meegedeeld:

“We ontvangen op dit moment vele aanbiedingen van Nederlandse en buitenlandse leveranciers. Deze aanbiedingen selecteren we zorgvuldig op basis van prioriteit, die afhankelijk is van de actuele vraag en op basis van de specifieke RIVM-richtlijnen voor de kwaliteit van de hulpmiddelen.

Helaas kunnen wij geen gebruik maken van uw aanbod. Wij begrijpen dat u graag meer inzicht heeft waarom uw producten niet geaccepteerd zijn voor de inkoop of distributie via het Landelijk Consortium Hulmiddelen.

Uw aanbieding betreffende mondkapjes is afgewezen omdat:

De aangeleverde informatie niet volledig is:

CE certificaat

-

Bij de aanbieding van uw product hebben wij een Declaration of Conformity nodig

-

Bij de aanbieding van uw product hebben wij een testrapport nodig.

We hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Nogmaals dank voor uw aanbod.”

2.24.

Bij e-mail van 2 juli 2020 heeft HMK aan het LCH het CE-certificaat, de Declaration of Conformity en het testrapport van de IIR-maskers toegestuurd en meegedeeld dat de productie van de mondmaskers in volle gang is en dat een kijkje in de fabriek kan worden genomen.

2.25.

Binnen tien minuten na de ontvangst van dit bericht heeft het LCH per e-mail aan HMK het volgende bericht:

“In navolging op uw aanbod, berichten wij u het volgende.

Op dit moment werken wij met voldoende leveranciers samen om alle zorgprofessionals te kunnen voorzien van persoonlijke beschermingsmiddelen. Op deze manier kunnen wij maximaal inkopen, zo snel mogelijk op- en afschalen waar nodig en is de kwaliteit van de producten gewaarborgd. Dit betekent dat wij niet op uw aanbod in kunnen gaan. Mocht de situatie veranderen, dan nemen wij contact met u op.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.”

2.26.

Bij brief van 11 november 2022 heeft HMK de Staat aansprakelijk gesteld voor, kort gezegd, geleden schade als gevolg van het schenden van aanbestedingsrechtelijke normen bij de inkoop van PBM.

2.27.

Bij brief van 22 november 2022 heeft de Staat aansprakelijkheid afgewezen.

3 Het geschil

3.1.

HMK vordert, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I voor recht verklaart dat de Staat onrechtmatig jegens HMK heeft gehandeld;

II de Staat veroordeelt om schade die HMK als gevolg van het onrechtmatig handelen van de Staat heeft geleden te vergoeden, begroot op € 6.121.500;

III de Staat veroordeelt in de kosten van de procedure, met nakosten en wettelijke rente.

3.2.

Aan deze vorderingen legt HMK, samengevat, het volgende ten grondslag. De Staat heeft onrechtmatig gehandeld jegens HMK door haar ten onrechte buiten te sluiten bij het gunnen van opdrachten tot het leveren van IIR-maskers, ondanks dat HMK al relatief aan het begin van de coronacrisis voldeed aan alle vereisten die het LCH stelde en HMK begin juni 2020 al gereed was om miljoenen mondmaskers per week te produceren. De Staat heeft bij andere partijen ingekocht en hen bevoordeeld boven andere marktpartijen, zoals HMK. Dat is onrechtmatig omdat de Staat heeft gehandeld in strijd met de aanbestedingsrechtelijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling. Er was geen sprake van dwingende spoed op grond waarvan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging kon worden gevoerd. Daarom had de Staat voor de inkoop van IIR-maskers een aanbestedingsprocedure moeten voeren. Bovendien heeft de Staat de keuze voor deze onderhandelingsprocedure - in afwijking van artikel 84 lid 1 sub f Richtlijn 2014/24/EU - niet verantwoord in een proces-verbaal.

Daarnaast heeft de Staat in strijd gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (artikel 3:14 Burgerlijk Wetboek (BW), in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.

De Staat valt ook te verwijten dat hij medio 2021, toen er geen crisissituatie meer bestond, alsnog mondmaskers tot een bedrag van € 11,6 miljoen van DSM heeft afgenomen. Ook dat is een voorkeursbehandeling die onrechtmatig is jegens HMK.

Ten slotte heeft de Staat eind 2021 bijna 300 miljoen mondmaskers onder de kostprijs aan buitenlandse partijen verkocht, zonder een verbod op te nemen om deze mondmaskers weer op de Nederlandse markt aan te bieden. Hierdoor zijn de mondmaskers voor dumpprijzen toch op de Nederlandse markt aangeboden, als gevolg waarvan HMK haar mondmaskers niet meer heeft kunnen verkopen. Ook dat maakt de Staat schadeplichtig.

3.3.

De Staat concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing