Home

Rechtbank Den Haag, 16-10-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:21508, C/09/669962 / KG ZA 24-691

Rechtbank Den Haag, 16-10-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:21508, C/09/669962 / KG ZA 24-691

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 oktober 2024
Datum publicatie
20 december 2024
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:21508
Zaaknummer
C/09/669962 / KG ZA 24-691

Inhoudsindicatie

Kort geding, aanbesteding inhuur ICT personeel, beoordeling kwalittatieve criteria, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er bij de beoordeling van haar inschrijving fouten zijn gemaakt die aanleiding geven voor ingrijpen door de voorzieningenrechter.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/09/669962 / KG ZA 24-691

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2024

in de zaak van

1 BERGLER NEDERLAND B.V. te Amsterdam,2. HARVEY NASH B.V. te Amsterdam,

eisers,

hierna samen te noemen: de Combinatie, en afzonderlijk Bergler en Harvey Nash,

advocaat: mr. R. van den Brink te Rotterdam,

tegen

1. DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (Inkoop Uitvoering Centrum EZK, (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), het

(Bestuursdepartement van het) Ministerie van Justitie en Veiligheid (inclusief Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), de Nationale Opvang Organisatie en Inspectie J&V), het Nationaal Cyber Security Centrum, het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, de Justitiële Informatiedienst, de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie

en de Hoge Raad der Nederlanden, Informatievoorzieningsorganisatie van de

Rechtspraak en (Commissie) Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM) te Den Haag,

2. STICHTING RECLASSERING NEDERLAND te Utrecht,

3. STICHTING SLACHTOFFERHULP NEDERLAND te Utrecht,

4. KANSSPELAUTORITEIT te Den Haag,

gedaagden,

hierna samen te noemen: de Staat.

advocaat: mr. D. Wolters Rückert te Den Haag.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 juli 2024, met producties; - de conclusie van antwoord.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 september 2024. De advocaat van de Combinatie heeft ter zitting het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities. Deze pleitnotities maken deel uit van het dossier.

Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Op 16 januari 2024 heeft het Inkoop Uitvoering Centrum EZK (hierna: IUC-EZK) de aankondiging gedaan voor de een Europese openbare aanbesteding voor de tijdelijke inhuur van ICT-Professionals ten behoeve van de deelnemende onderdelen van de Staat (gedaagden in deze procedure, hierna ook: de Deelnemers). Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) van toepassing.

2.2.

Het doel van de aanbesteding is om ten behoeve van de Deelnemers met zeven inschrijvers een raamovereenkomsten te sluiten voor de tijdelijke inhuur van ICT-professionals. De Raamovereenkomsten hebben een maximale looptijd van vier jaar en twee (2) maanden en maximale omvang van € 588.000.000 (plafondbedrag) exclusief btw.

2.3.

De aanbestedingsprocedure en de te gunnen opdracht (hierna: de Opdracht) is nader omschreven in het Aanbestedingsdocument van 16 januari 2024 (hierna: het Aanbestedingsdocument), met bijlagen, waaronder een Programma van Eisen.

2.4.

Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. De kwalitatieve criteria bestaan uit drie kwaliteitswensvragen, waarvan voor dit kort geding de volgende twee van belang zijn:

-

Kwaliteitswensvraag 2: Proeve van Bekwaamheid - Kennis en Advies, dat meetelt voor 30% en waarvoor maximaal 300 punten kan worden gescoord;

-

Kwaliteitswensvraag 3: Proeve van Bekwaamheid - Werving en Selectie, dat meetelt voor 40% en waarvoor maximaal 400 punten kan worden gescoord.

Voor Kwaliteitswensvragen 2 en 3 hebben de Deelnemers een casus opgesteld, waarop de Inschrijvers binnen beperkte tijd en op een antwoordformulier met beperkte ruimte een antwoord dienden te formuleren.

2.5.

Voor Kwaliteitswensvraag 2 dienden de inschrijvers advies te geven over de implementatie van een netwerk in een (overheids)organisatie. De Kwaliteitswensvraag is verdeeld in drie deelvragen. De deelvragen hebben betrekking op de implementatie, het opzetten van een toekomstige teamstructuur (“Way of Working”) en de rollen/functies die daarvoor nodig zijn. De deelvragen zijn hierna weergegeven:

 Deelvraag 1: “Hoe kan er een toekomstbestendig netwerk (high available en hybrid cloud-ready) en moderne endpointvoorzieningen, die voldoen aan verwerking van Departementaal Vertrouwelijk gerubriceerde informatie tot niveau BBN3, op de meest effectieve wijze geïmplementeerd worden in de organisatie. Hierbij ligt de nadruk van het netwerk op beschikbaarheid;

 Deelvraag 2: “Hoe kan er een toekomstbestendige teamstructuur en efficiëntere “way of working”, mogelijk door een andere manier van organiseren, binnen de teams worden opgezet die aansluit op en effectief is voor de beschreven situatie bij de organisatie. Hierbij ligt de nadruk op de schaalbaarheid van de taken en voorzieningen van de uitvoeringsorganisatie, ook bij verdere doorgroei in omvang;

 Deelvraag 3: “Welke rollen/functies heeft de uitvoeringsorganisatie nodig om de organisatie effectiever te kunnen inrichten en het toekomstbestendige netwerk en de toekomstbestendige teamstructuur op een zo effectief mogelijke wijze te kunnen opzetten. De uitvoeringsorganisatie is hierbij op zoek naar advies over de daadwerkelijke invulling van deze rollen/functies, waar tijdelijke inhuur een aanzienlijk onderdeel van mag uitmaken.

2.6.

In de casus van Kwaliteitswensvraag 2 stond onder meer het volgende vermeld:

Door de uitbreiding van de taakopdracht en de bijbehorende groei van de organisatie is het aantal medewerkers dat gebruik maakt van de diensten de afgelopen jaren echter toegenomen tot 200+ collega’s. Zij hebben daarbij een groeiend aantal applicaties nodig en er wordt voorzien dat de organisatie nog verder zal moeten uitbreiden.

(...)

Hierbij ligt de nadruk op de schaalbaarheid van de taken en voorzieningen van de

uitvoeringsorganisatie, ook bij verdere doorgroei in omvang.

(...)

Het doel van de opschaling en het daarvoor benodigde advies is om binnen een

tijdspad van 2-3 jaar tot een robuuste (en daarmee veilige), toekomstbestendige

beheer- en ontwikkelorganisatie te komen, waarbij de balans langzaam omklapt van

meer tijdelijke inhuur op een korte termijn, naar een zoveel mogelijk vaste formatie op

de langere termijn. De opbouw dient daarbij iteratief plaats te vinden, waarbij het

resultaat dus niet pas in de laatste fase gerealiseerd mag worden. Daarop aanvullend

geldt: “verbouwen terwijl de winkel open blijft”.”

2.7.

Kwaliteitswensvraag 3 bestond eruit dat een inschrijver op de dag van de proeve van bekwaamheid een casus (een aanvraag voor inhuur) ontving, waarna hij de gelegenheid kreeg om maximaal zeven enkelvoudige vragen te stellen. Daarna diende de inschrijver zijn bevindingen te geven om aan te tonen dat hij de casus had doorgrond en diende hij twee bij de aanvraag best passende cv’s (van maximaal 3 A4) aan te leveren, waarbij hij die keuze op basis van de casus diende toe te lichten.

2.8.

Met betrekking tot het beoordelingskader vermeldt het Aanbestedingsdocument het volgende:

2.9.

In 2.10 van het Aanbestedingsdocument is verder het volgende bepaald:

Bij toepassing en uitvoering van de te gunnen Raamovereenkomsten maakt Opdrachtgever voor de toetsing van de prestaties van Opdrachtnemers gebruik van de in het Programma van Eisen opgenomen eisen en KPI's. Tegelijkertijd vormt dit Programma van Eisen mede het kader voor de inhoudelijke beoordeling en waardering van de in deze aanbestedingsprocedure ontvangen inschrijvingen.

2.10.

Eis A.27 in het Programma van Eisen luidt als volgt:

Opdrachtnemer heeft kennisgenomen van het Functiegebouw Rijk en het hieraan

gerelateerde Kwaliteitsraamwerk IV (zie bijlagen 4.1, 4.2 en 4.3 van het

aanbestedingsdocument en https://kwiv.rijksapplicaties.nl) . Opdrachtnemer houdt

tijdens de duur van de Raamovereenkomst rekening met het wijzigen door het Rijk van

de invulling van de hierin opgenomen kwaliteitsprofielen. Deze dienen als basis voor de

Aanvraag, Offerte, administratieve verwerking en rapportages en kunnen aangepast

worden afhankelijk van de benodigde expertise.

2.11.

Voor de Opdracht hebben zich 21 partijen ingeschreven, waaronder Bergler en Harvey Nash, die zich als combinatie hebben ingeschreven.

2.12.

Bij brief van 4 juli 2024 heeft het IUC-EZK aan de Combinatie meegedeeld dat zij als elfde is geëindigd en dat zij niet voor gunning in aanmerking komt. Uit de toelichting bij deze voorlopige gunningsbeslissing volgt dat de Combinatie 40 punten minder heeft behaald dan de inschrijver die als zevende in de rangorde is geëindigd. De Combinatie heeft voor Kwaliteitswensvraag 2 een “matig” (4 punten en dus een score van 120) en voor Kwaliteitswensvraag 3 een “voldoende” (6 punten en dus een score van 240) gescoord. De gunningsbeslissing bevat verder een toelichting op de beoordeling van de inschrijving van de Combinatie.

2.13.

Bij brief van 19 juli 2024 heeft de Combinatie bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing en het IUC-EZK verzocht om de gunningsbeslissing in te trekken. In deze brief heeft de Combinatie aangevoerd dat een aantal van de kritiekpunten op de Kwaliteitswensvragen 2 en 3 onterecht is. De bezwaren van de Combinatie hebben onder meer betrekking op het kritiekpunt dat er bij de deelvraag 1 van Kwaliteitswensvraag 2 geen enkel inzicht zou zijn gegeven in de te ondernemen stappen qua fasering en volgordelijkheid, omdat hierover wel bij deelvraag 3 van die Kwaliteitswensvraag informatie zou zijn opgenomen.

2.14.

Bij brief van 22 juli 2024 heeft het IUC-EZK aan de Combinatie meegedeeld dat er geen aanleiding is om de cijfers voor Kwaliteitswensvragen 2 en 3 te wijzigen. In deze brief erkent het IUC-EZK dat de Combinatie bij deelvraag 3 van Kwaliteitswensvraag 2 wel een stappenplan heeft opgenomen, maar volgens het IUC-EZK blijft staan dat de implementatie-aanpak heel beperkt is en heeft de Combinatie niet onderbouwd waarom de door haar beschreven stappen effectief zouden kunnen zijn. Volgens het IUC-EZK geeft het stappenplan in deelvraag 3 geen reden om de beoordeling te wijzigen, omdat de overige onderdelen van de motivering van dien aard zijn dat een hogere waardering niet gerechtvaardigd is.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing