Home

Rechtbank Den Haag, 17-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22443, C/09/673518 / KG ZA 24-907

Rechtbank Den Haag, 17-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22443, C/09/673518 / KG ZA 24-907

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 december 2024
Datum publicatie
20 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:22443
Zaaknummer
C/09/673518 / KG ZA 24-907

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een irreële inschrijfprijs of dat de beoordelingscommissie onvoldoende deskundig is om de inschrijvingen te beoordelen. Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de beoordeling van haar inschrijving niet deugt. Afwijzing vorderingen.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/673518 / KG ZA 24-907

Vonnis in kort geding van 17 december 2024

in de zaak van

STICHTING IJSSELLAND ZIEKENHUIS te Capelle aan den IJssel,

eiseres,

advocaat mr. A.J.H.W.M. Versteeg te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mr. A.L.M. de Graaf en mr. M.C. de Vries te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

STICHTING ISALA KLINIEKEN te Zwolle,

advocaten mr. M.J. de Meij en mr. D.E. van Oeveren.

Eiseres wordt hierna ‘IJsselland’ genoemd. Gedaagde wordt hierna ‘het RIVM’ genoemd. Interveniënt wordt hierna ‘Isala’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 oktober 2024;

- de brief van mr. Versteeg van 11 november 2024, met als bijlage producties 1 tot en met 19;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, althans tot voeging van Isala;

- de conclusie van antwoord van het RIVM;

- de op 25 november 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door de advocaten van IJsselland en Isala pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2 Het incident tot tussenkomst

2.1.

Isala heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen IJsselland en het RIVM dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van het RIVM. Ter zitting hebben IJsselland en het RIVM verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Isala is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en op grond van wat er tijdens de zitting is besproken wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Dit kort geding gaat over de aanbesteding ‘bloedanalysediensten hielprikscreening’ van het RIVM.

3.2.

In Nederland worden nagenoeg alle pasgeborenen met de hielprik gescreend op aandoeningen. Het in dat kader uit te voeren bloedonderzoek wordt op dit moment uitgevoerd door vier screeningslaboratoria – waaronder die van IJsselland en Isala – en het Referentielaboratorium van het RIVM. De vier screeningslaboratoria zijn verantwoordelijk voor de analyse van het hielprikmonster en een tijdige rapportage van de uitslag. Naast de vier screeningslaboratoria fungeert het RIVM als Referentielaboratorium zoals is vastgelegd in de Wet Publieke Gezondheid. In deze hoedanigheid is het Referentielaboratorium verantwoordelijk voor – onder andere – de coördinatie van en het zorgdragen voor een uniforme werkwijze van de laboratoriumbepalingen en de kwaliteitsbewaking daarvan.

3.3.

De overeenkomsten met de huidige vier screeningslaboratoria lopen eind 2025 af. Het RIVM heeft op 11 februari 2024 aangekondigd voornemens te zijn de bloedanalysediensten en aanverwante diensten voor de ‘neonatale hielprikscreening’ (hierna: NHS) aan te besteden. Het betreft een Europese aanbesteding volgens het regime voor sociale en andere specifieke diensten. De benodigde voorwaarden voor de aanbesteding zijn neergelegd in Beschrijvend Document. Het doel van de aanbesteding is om twee screeningslaboratoria te contracteren die na afloop van de huidige overeenkomsten kunnen voorzien in de bloedanalysediensten en aanverwante diensten voor de NHS (zie paragraaf 2.2 Beschrijvend Document).

3.4.

De opdracht is verdeeld in twee percelen, die qua omvang vergelijkbaar zijn (circa 70.000 hielprikkaarten). Perceel 1 betreft de provincies Friesland, Groningen, Overijssel, Drenthe, Flevoland, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg. Perceel 2 betreft de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland. De hielprikkaarten uit de provincies Utrecht en Gelderland worden geanalyseerd door het RIVM. De inschrijver die op de eerste plaats in de rangorde eindigt krijgt het voorkeursperceel gegund. De inschrijver die op de tweede plaats in de rangorde eindigt, krijgt het andere perceel gegund (zie paragraaf 3.2 Beschrijvend Document).

3.5.

In de opdracht wordt een onderscheid gemaakt tussen de zogenoemde ‘implementatiefase’ en de ‘operationele fase’. De implementatiefase heeft betrekking op alle activiteiten die voor (uiterlijk) 1 januari 2026 worden uitgevoerd en de operationele fase heeft betrekking op alle activiteiten daarna. Tijdens de implementatiefase blijven de huidige screeningslaboratoria de huidige dienstverlening uitoefenen en dienen de twee gegunde screeningslaboratoria alle activiteiten te verrichten en maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om tijdig met de (uitbreiding van de) bloedanalysediensten ten behoeve van de NHS te kunnen starten. Tijdens die periode zullen alle betrokkenen intensief moeten samenwerken om zorg te dragen dat de continuïteit van de neonatale hielprikscreening gegarandeerd is (zie paragraaf 6.4.1.1 Beschrijvend Document).

3.6.

Als gunningscriterium wordt de economisch meest voordelige inschrijving op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding gehanteerd. Het gunningscriterium is nader verdeeld over de subgunningscriteria kwaliteit en prijs. Het subgunningscriterium kwaliteit is onderverdeeld in vier onderdelen, te weten: (1) ‘implementatiefase’, (2) ‘achterwacht operationele fase’, (3) ‘team operationele fase’ en (4) ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. In onderstaande tabel is de weging van de verschillende onderdelen van de subgunningscriteria weergegeven (zie ook paragraaf 6.4 Beschrijvend Document):

Subgunningscriterium

Onderdeel

Maximale score

Kwaliteit

1. Implementatiefase

250

2. Achterwacht Operationele fase

250

3. Team Operationele fase

120

4. Maatschappelijk verantwoord ondernemen

80

Prijs

Totaal gewogen inschrijfsom

300

Totaal

1000

3.7.

Voor de beoordeling van de inschrijvingen op de subgunningscriteria is een beoordelingscommissie samengesteld, die aan de inschrijvingen unaniem een score toekent ten behoeve van de rangorde.

3.8.

In paragraaf 6.4 van het Beschrijvend Document is per onderdeel van het subgunningscriterium ‘kwaliteit’ beschreven hoe de inschrijver daaraan invulling moet geven en hoe het betreffende onderdeel door de beoordelingscommissie wordt beoordeeld. De beoordelingscommissie beoordeelt de inschrijvingen op deze onderdelen integraal.

3.9.

Bij het onderdeel (1) ‘implementatiefase’ dienen de inschrijvers een ‘concept implementatieplan’ uit te werken waarin diverse onderwerpen moeten worden uitgewerkt. Over de invulling van dit onderdeel staat in paragraaf 6.4.1.1 Beschrijvend Document, voor zover nu relevant, het volgende vermeld:

Aanbestedende Dienst wenst inzicht te krijgen in de wijze waarop Inschrijver de Implementatiefase organiseert. De Aanbestedende Dienst dient daarbij het vertrouwen te hebben dat Inschrijver in staat is om de Operationele fase van de Overeenkomst tijdig en onder borging van de bijbehorende resultaatscomponenten te starten, terwijl de continuïteit van de hielprikscreening tijdens de Implementatiefase en Operationele fase gegarandeerd wordt.

Inschrijver werkt hiertoe een ‘concept Implementatieplan’ uit als onderdeel van de Inschrijving. Dit concept zal tevens als (mede) input dienen voor het tijdens de Afstemmingsfase van de Implementatiefase op te stellen Integraal Implementatieplan.

(...)

3.10.

Bij het onderdeel (2) ‘achterwacht operationele fase’ dienen inschrijvers een ‘visie achterwacht’ uit te werken waarin diverse onderwerpen moeten worden uitgewerkt. Over de invulling van dit onderdeel staat in paragraaf 6.4.1.2 Beschrijvend Document het volgende vermeld:

Aanbestedende Dienst wenst tijdens de aanbestedingsprocedure inzicht te krijgen in de wijze waarop Inschrijver voorziet in voorkomende gevallen (een gedeelte van) de capaciteit van het andere nieuw gecontracteerde Screeningslaboratorium en/of het Referentielaboratorium van het RIVM op te vangen, dusdanig dat Aanbestedende Dienst het vertrouwen heeft en overtuigd is, dat Inschrijver in staat is om gedurende de Operationele fase van de Overeenkomst tijdig en onder borging van de bijbehorende resultaatscomponenten als achterwacht te kunnen fungeren.

Inschrijver werkt als onderdeel 2 van het subgunningscriterium kwaliteit een ‘visie achterwacht’ uit. De essentie van de door Inschrijver ingediende visie zal als basis dienen voor het tijdens de afstemmingsfase van de Implementatiefase op te stellen landelijk “protocol achterwacht en noodplan”.

(...)

3.11.

Bij het onderdeel (3) ‘team operationele fase’ dienen inschrijvers in hun inschrijving op de volgende onderdelen in te gaan (paragraaf 6.4.1.3 Beschrijvend Document):

Aanbestedende dienst vraagt van Inschrijvers hem, aan de hand van een feitelijke beschrijving van de wijze waarop de expert-specialistische kennis en/of specialistische aandachtsgebieden ingezet gaat worden, er zo goed mogelijk van te overtuigen dat zij continu kunnen beschikken over de expertise van voldoende bevoegd en bekwaam personeel voor de uitvoering van de analyses en de uitslagverstrekking.

Daarom wordt Inschrijver gevraagd in zijn Inschrijving op de volgende onderdelen in te gaan:

-

Een overzicht van de inzet en vervanging van medewerkers (functies, aantal medewerkers en eventuele aanwezige relevante kennis ten aanzien van aandoeningen) die verantwoordelijk zijn voor de directe vakinhoudelijke aansturing op de werkvloer.

-

Een overzicht van de aanwezige (expert)kennis die inzetbaar is en hoe die geborgd wordt gedurende de Operationele fase.

-

De wijze waarop de betreffende professionals (minimaal twee) de directe aansturing van de processen en de betrokkenen op de werkvloer organiseren.

(...)

3.12.

De beoordelingscommissie kent op de onderdelen (1), (2) en (3) een unaniem oordeel toe op basis van de volgende kwalificaties (p. 33, 39 en 41 Beschrijvend Document):

Kwalificatie

Omschrijving

Percentage van max. score

Uitstekend

Naar het oordeel van de beoordelingscommissie heeft de Inschrijver een inhoudelijk relevant, toepasselijk en uitstekend antwoord gegeven dat volledig is gebaseerd op de uitgangspunten van deze aanbesteding, de gevraagde dienstverlening en de Aanbestedende dienst. De aspecten zijn meer dan volledig uitgewerkt en inhoudelijk uitstekend en aansprekend beantwoord. Inschrijver biedt met zijn Inschrijving in zeer hoge mate het vertrouwen dat de doelstelling van dit onderdeel gerealiseerd zal worden. De uitwerking voldoet in zeer hoge mate aan de beoordelingsgronden.

100%

Zeer goed

Naar het oordeel van de beoordelingscommissie heeft de Inschrijver een inhoudelijk relevant, toepasselijk en zeer goed antwoord gegeven dat is gebaseerd op de uitgangspunten van deze aanbesteding, de gevraagde dienstverlening en de Aanbestedende dienst. De gevraagde aspecten zijn volledig uitgewerkt en inhoudelijk zeer goed en aansprekend beantwoord. Inschrijver biedt met zijn Inschrijving in hoge mate het vertrouwen dat de doelstelling van dit onderdeel gerealiseerd zal worden. De uitwerking voldoet in hoge mate aan de beoordelingsgronden.

84%

Goed

Naar het oordeel van de beoordelingscommissie heeft de Inschrijver een inhoudelijk relevant, toepasselijk en goed antwoord gegeven dat is gebaseerd op de uitgangspunten van deze aanbesteding, de gevraagde dienstverlening en de Aanbestedende dienst. De gevraagde aspecten zijn volledig uitgewerkt en inhoudelijk goed beantwoord. Inschrijver biedt met zijn Inschrijving het vertrouwen dat de doelstelling van dit onderdeel gerealiseerd zal worden. De uitwerking voldoet aan de beoordelingsgronden.

67%

Voldoende

Naar het oordeel van de beoordelingscommissie heeft de Inschrijver een inhoudelijk relevant, toepasselijk en voldoende antwoord gegeven dat is gebaseerd op de uitgangspunten van deze aanbesteding, de gevraagde dienstverlening en de Aanbestedende dienst. De gevraagde aspecten zijn voldoende uitgewerkt en beantwoord. Inschrijver biedt met zijn Inschrijving in voldoende mate het vertrouwen dat de doelstelling van dit onderdeel gerealiseerd zal worden. De uitwerking komt summier tegemoet aan de beoordelingsgronden.

33%

Onvoldoende

Naar het oordeel van de beoordelingscommissie gaat de Inschrijver slechts ten dele of beperkt inhoudelijk relevant in op het gevraagde en/of heeft ten dele geen of slechts beperkt rekening gehouden met de uitgangspunten van deze aanbesteding, de gevraagde dienstverlening en de Aanbestedende dienst en/of sluit ten dele of maar beperkt aan bij de wens van de Aanbestedende dienst, en/of Inschrijver biedt met zijn Inschrijving geen vertrouwen dat de doelstelling van dit onderdeel gerealiseerd zal worden. De uitwerking voldoet niet aan alle beoordelingsgronden.

0%

3.13.

Bij het onderdeel (4) ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ dienen inschrijvers in hun inschrijving op de volgende onderdelen in te gaan (paragraaf 6.4.1.4 Beschrijvend Document):

Omdat de Aanbestedende dienst een zo maatschappelijk verantwoorde invulling als mogelijk van de Overeenkomst door de uiteindelijke Opdrachtnemer wenst, dient Inschrijver minimaal het onderstaande in zijn Inschrijving op te nemen.

(...)

-

De wijze waarop Opdrachtnemer milieuzorg in de organisatie verankerd heeft.

-

Hoe omgegaan wordt met de afvalstroom die ontstaat na bewerken en bewaren van de aangeleverde hielprikkaarten.

-

Hoe de milieueffecten van het in het kader van deze Overeenkomst door Opdrachtnemer uit te voeren transport Diensten zoveel mogelijk worden beperkt dan wel gecompenseerd.

-

Op welke wijze en in welke mate een inspanning wordt geleverd om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk of werkervaring te helpen als gevolg van de uitvoering van onderhavige Opdracht.

-

De wijze waarop Inschrijver de invulling van bovenstaande punten gedurende de looptijd van de Overeenkomst aantoonbaar maakt voor Opdrachtgever.

(...)

3.14.

De beoordelingscommissie kent op het onderdeel (4) een unaniem oordeel toe op basis van de volgende kwalificaties (p. 41 Beschrijvend Document):

Kwalificatie

Score

Omschrijving

Voldoende

100%

Inschrijver wekt voldoende vertrouwen met zijn invulling van dit onderdeel. De invulling leidt naar het oordeel van de beoordelingscommissie minimaal tot een voldoende zorg voor het milieu en de inspanning om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen te geven bij het uitvoeren van onderhavige

Overeenkomst is minimaal voldoende.

Onvoldoende

0 %

Inschrijver wekt onvoldoende vertrouwen met zijn invulling van dit onderdeel. De invulling is onvoldoende helder en/of onvoldoende begrijpelijk en/of zal in de ogen van de beoordelingscommissie leiden tot een onvoldoende zorg voor het milieu en/of de inspanning om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen te geven is onvoldoende bij de uitvoering van onderhavige Opdracht. Deze waardering wordt ook toegekend als in het geheel geen antwoord wordt gegeven.

3.15.

Verder volgt uit paragraaf 7.9 van het Beschrijvend Document dat het de inschrijvers niet is toegestaan om manipulatief in te schrijven:

7.9 Manipulatief inschrijven

Het is de inschrijver niet toegestaan manipulatief in te schrijven. Hiermee wordt in deze context bedoeld dat een oneigenlijk middel wordt aangewend om aan de concurrentie van mede-inschrijvers te ontkomen, respectievelijk dat de aangekondigde maatstaf ter beoordeling van de economisch meest voordelige inschrijving wordt misbruikt, waardoor de door de Aanbestedende dienst gehanteerde beoordelingsmethodiek wordt gefrustreerd. De Inschrijver mag geen aanbieding doen die naar objectieve bedrijfseconomische maatstaven niet marktconform of niet aannemelijk is, dan wel anderszins een manipulatief karakter heeft. Een Inschrijving is in ieder geval manipulatief als één of meerdere tarieven de gehanteerde formule frustreren of als sprake is van negatieve of nultarieven. Tevens is het niet toegestaan het format van het prijzenblad in de Tender onder de tab Prijslijsten te wijzigen. (...)

3.16.

In de Nota van Inlichtingen zijn, voor zover in deze zaak relevant, de volgende vragen en antwoorden opgenomen:

# Referentie (...)

40 (...)

Vraag

Wordt de beoordeling op de 3 kwaliteitsonderdelen Implementatiefase, Achterwacht Operationele fase en Team Operationele fase door de beoordelingscommissie separaat per inschrijver beoordeeld of is er sprake van het onderling vergelijken van de inschrijvers voor het scoren van de kwalificaties? Kunt u het proces van het beoordelen door de leden van de beoordelingscommissie specifiek omschrijven?

Antwoord

De onderdelen onder het subgunningscriterium kwaliteit worden niet relatief beoordeeld. Ieder lid van de beoordelingscommissie beoordeelt deze onderdelen eerst individueel en kent individueel een beoordelingskwalificatie toe aan de beantwoording van het onderdeel. Na de individuele beoordeling vindt een plenaire sessie plaats met alle beoordelaars waarin de beantwoording van de onderdelen onder het subgunningscriterium kwaliteit en de toegekende beoordelingskwalificaties worden geëvalueerd. De uiteindelijke score per onderdeel vindt plaats volgens het consensusmodel, waarbij de beoordelingscommissie met één stem spreekt en dus per onderdeel tot één gezamenlijke beoordelingskwalificatie komt. Dit werkt als volgt:

-

Indien de beoordeling unaniem is vindt waardering plaats zoals aangegeven door de beoordelaars.

-

Indien een of meerdere beoordelaars een afwijkende score hebben vastgelegd vindt overleg plaats tussen de beoordelaars, met het streven consensus te bereiken. Indien consensus wordt bereikt vindt waardering plaats conform deze consensus.

-

Indien geen consensus wordt bereikt, wordt gestemd en vindt waardering plaats op basis van meerderheid van stemmen.

-

Indien geen consensus wordt bereikt, of Indien geen meerderheid van stemmen wordt verkregen, dan vindt waardering plaats op basis van het gemiddelde van de percentages behorende bij de beoordelingskwalificaties van de beoordelaars.

Het percentage behorende bij de beoordelingskwalificatie wordt vermenigvuldigd met het maximum aantal te behalen punten van het betreffende onderdeel.

(...)

# Referentie (...)

93 (...)

Vraag

Mededeling Aanbestedende Dienst – Beoordelingscommissie

Antwoord

De beoordelingscommisie bestaat uit zeven (7) personen. Hun rol is om conform het vastgestelde beoordelingsproces, zoals beschreven in het Beschrijvend Document en nader toegelicht/aangevuld in de nota van inlichtingen, het subgunningscriterium kwaliteit per onderdeel te beoordelen. Elk lid van de beoordelingscommissie beoordeelt elke onderdeel om vervolgens tot consensus te komen. De volgende functies zijn onderdeel van de beoordelingscommssie:

Medewerker regievoering NHS (RIVM-CvB)

Medewerker regievoering NHS (RIVM-CvB)

Projectleider Implementatie bloedanalysediensten NHS (RIVM-CvB)

Medewerker coördinatie van de uitvoering NHS (RIVM- DVP)

Medewerker coördinatie van de uitvoering NHS (RIVM- DVP)

Implementatiemanager laboratorium NHS (RIVM-GZB)

Mederwerker kwaliteit NHS (RIVM–GZB)

3.17.

De huidige vier screeningslaboratoria, waaronder IJsselland en Isala, hebben ingeschreven op de aanbesteding. Bij brief van 4 juni 2024 heeft het RIVM aan IJsselland meegedeeld dat hij voornemens is om de opdracht te gunnen aan Stichting Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (hierna: ETZ) en Isala. De inschrijving van IJsselland is als derde in de rangorde geëindigd. Als bijlage bij deze brief heeft het RIVM een overzicht van de door IJsselland behaalde scores met een toelichting daarop ten behoeve van de kwalitatieve onderdelen meegestuurd. Ook heeft het RIVM in die bijlage de scores en bijbehorende kenmerken van de twee winnende inschrijvingen meegenomen.

3.18.

IJsselland heeft bij brief van 14 juni 2024 bezwaar gemaakt tegen het gunningsvoornemen van het RIVM. In reactie daarop heeft het RIVM de standstill-termijn verlengd. Vervolgens heeft het RIVM bij brief van 1 oktober 2024 op de bezwaren van IJsselland gereageerd en aangegeven dat het RIVM geen grondslag ziet om deze bezwaren te honoreren.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing