Rechtbank Den Haag, 04-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22631, C/09/651402 / HA ZA 23-672
Rechtbank Den Haag, 04-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22631, C/09/651402 / HA ZA 23-672
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 december 2024
- Datum publicatie
- 23 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22631
- Zaaknummer
- C/09/651402 / HA ZA 23-672
Inhoudsindicatie
Geen grond voor vernietiging op grond van 4.15 lid 1 sub a Aw lid 1 sub a (geen wezenlijke wijziging van de opdracht) en geen onrechtmatige daad Defensie door afwijking van de regels of de voorwaarden toe te staan bij uitvoering van de opdracht.
Uitspraak
vonnis
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/651402 / HA ZA 23-672
Vonnis van 4 december 2024
in de zaak van
HELI HOLLAND AIR SERVICE B.V. te Emmer-Compascuum,
eiseres,
advocaat: mr. S.S. Schouten te Leeuwarden,
tegen
1 DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Defensie) te Den Haag,
gedaagde,
advocaat: mr. A.L.M. de Graaf te Den Haag,
2 BRISTOW HELICOPTERS LIMITEDte Redhill, Surrey, Verenigd Koninkrijk,
gedaagde,
advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Heli Holland, de Staat en Bristow genoemd worden.
1 Samenvatting
De zaak gaat over de uitvoering van search and rescue-missies per helikopter voor de kust van Nederland en in het Caribisch gebied, waarvoor de Staat na aanbesteding overeenkomsten heeft gesloten met Bristow. Heli Holland stelt dat Bristow de helikoptertaken niet uitvoert volgens de eisen waaraan volgens de overeenkomsten en de toepasselijke regelgeving moet worden voldaan. Heli Holland wil met deze procedure bereiken dat de overeenkomsten met Bristow worden ontbonden of vernietigd en dat de opdracht voor de uitvoering van de diensten opnieuw wordt aanbesteed, zodat zij kan meedoen aan die nieuwe aanbesteding. Heli Holland stelt verder dat de Staat onrechtmatig jegens haar handelt en vordert dat voor recht wordt verklaard dat de Staat aansprakelijk is voor schade die Heli Holland lijdt door kort gezegd het voortzetten door de staat van de overeenkomsten met Bristow.
Bij de beoordeling van de zaak draait het niet alleen om de vraag of Bristow de opdracht uitvoert conform de overeenkomst en de regelgeving, maar ook om de vraag of Heli Holland – als dat al zo is – in dat verband een vorderingsrecht heeft. De rechtbank komt op beide punten tot de conclusie dat dat niet zo is en wijst de vorderingen af.