Home

Rechtbank Den Haag, 11-09-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22833, C/09/653302 / HA ZA 23-784

Rechtbank Den Haag, 11-09-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22833, C/09/653302 / HA ZA 23-784

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 september 2024
Datum publicatie
28 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:22833
Zaaknummer
C/09/653302 / HA ZA 23-784

Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid wegens onzorgvuldig handelen als deskundig adviseur (Spaanse Villa-arrest).

Uitspraak

Team handel

Zaaknummer: C/09/653302 / HA ZA 23-784

Vonnis van 11 september 2024

in de zaak van

[eiser]

te [woonplaats] (België),

eisende partij in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 843a Rv,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. P. Lieffering,

tegen

1 de besloten vennootschap in liquidatie [bedrijfsnaam] B.V.

te Den Haag,

niet verschenen,2. [gedaagde], te Den Haag,

advocaat: mr. P. van der Veld,

gedaagde partijen in de hoofdzaak en verweerders in het incident,

hierna te noemen: [bedrijfsnaam] en [gedaagde] .

1 Inleiding

De zaak in het kort

1.1.

[eiser] heeft (samen met een Belgisch echtpaar) een overeenkomst met [bedrijfsnaam] gesloten om te kunnen investeren in een Private Placement Program (hierna te noemen: het investeringsproject). Voor dit investeringsproject heeft [eiser] € 150.000,00 naar de bankrekening van [bedrijfsnaam] overgemaakt. Ook het Belgische echtpaar heeft € 150.000,00 en later nog aanvullend € 75.000,00 naar [bedrijfsnaam] overgemaakt. [gedaagde] was enig aandeelhouder en tevens enig bestuurder van [bedrijfsnaam] .

1.2.

In de eerste fase van het investeringsproject zou [bedrijfsnaam] de inleg van [eiser] en het echtpaar aanwenden om via een Zwitserse onderneming een bankinstrument te verkrijgen voor een bedrag van € 25.000.000,00. Met dit bankinstrument, een zogenoemde Standby Letter of Credit (hierna: SBLC), als zekerheid zou [bedrijfsnaam] vervolgens van de Zwitserse onderneming of van aan die onderneming gerelateerde investeerders een krediet verkrijgen van ongeveer 90% van het bedrag van de SBLC. In de tweede fase zou [bedrijfsnaam] het krediet gebruiken voor een investering in een Private Placement Program. De winst die hiermee kon worden gerealiseerd, zou worden verdeeld tussen [bedrijfsnaam] (30%) en [eiser] /het Belgische echtpaar (70%).

1.3.

Het investeringsproject is al in de eerste fase van het project gestrand. Er is geen SBLC afgegeven en [bedrijfsnaam] heeft geen krediet gekregen om te investeren in een Private Placement Program.

1.4.

In deze procedure vordert [eiser] zijn inleggeld terug. Hij staaft zijn vordering op verschillende grondslagen. De rechtbank wijst de vorderingen tegen [bedrijfsnaam] , aan wie verstek is verleend, toe omdat die vorderingen haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Ook is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] persoonlijk onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade (de inleg). De rechtbank wijst daarom ook de vorderingen tegen [gedaagde] toe. De motivering van dit oordeel volgt hierna bij de beoordeling. Maar eerst zullen het verloop van de procedure en de feiten worden weergegeven.

2 De procedure

2.1.

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 28 augustus 2023, met producties 1 tot en met 44;

- de conclusie van antwoord in zowel het incident als de hoofdzaak, met producties 1 tot en met 12;

- het tussenvonnis van 1 mei 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

- de akte van [eiser] , met aanvullende producties 45 tot en met 47.

2.2.

[eiser] heeft in de dagvaarding ook een incidentele vordering ingesteld. De rechtbank heeft bepaald dat deze vordering gelijktijdig met de hoofdzaak zal worden beoordeeld.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 juli 2024. Partijen hebben toen vragen van de rechtbank beantwoord en de advocaten hebben hun standpunten in zowel het incident als in de hoofdzaak nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting door of namens partijen is verklaard.

2.4.

De datum voor het wijzen van vonnis in het incident en in de hoofdzaak is nader bepaald op heden.

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing