Home

Rechtbank Den Haag, 04-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22893, C/09/673774 KG ZA 24-934

Rechtbank Den Haag, 04-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22893, C/09/673774 KG ZA 24-934

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 december 2024
Datum publicatie
31 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:22893
Zaaknummer
C/09/673774 KG ZA 24-934

Inhoudsindicatie

Aanbesteding variabel onderhoud werktuigbouwkundige onderdelen Haringvlietsluizen. Besluit tot intrekking van de aanbestedingsprocedure kan niet in stand blijven. Van het door de aanbestedende dienst gestelde gebrek in de aanbestedingsprocedure is geen sprake.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/673774/ KG ZA 24-934

Vonnis in kort geding van 4 december 2024

in de zaak van

SPIE NEDERLAND B.V. te Breda,

eiseres,

advocaat mr. M.M. Fimerius te Rijswijk,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Programma’s Projecten en Onderhoud Rijkswaterstaat)

te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. I. van der Hoeven en F.J. Lewis te Utrecht,

waarin is tussengekomen:

VIALIS B.V. te Houten,

advocaten mrs. J.F. van Nouhuys en C.R.V. Lagendijk te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘SPIE’, ‘RWS’ en ‘Vialis’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 oktober 2024;

- de akte van SPIE houdende overlegging producties 1 tot en met 18;

- de incidentele conclusie van Vialis tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;

- de conclusie van antwoord van RWS, met productie 1;

- de op 13 november 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door SPIE en RWS pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2 Het incident tot tussenkomst/voeging

2.1.

Vialis heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen SPIE en RWS dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van RWS. Ter zitting hebben SPIE en RWS verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Vialis is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

RWS heeft een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het variabel onderhoud van werktuigbouwkundige onderdelen van de Haringvlietsluizen (hierna: ‘de Opdracht’).

3.2.

Blijkens paragraaf 7.1 en 7.2 van de op 20 oktober 2023 ten behoeve van deze aanbestedingsprocedure opgestelde aanbestedingsleidraad (hierna: ‘de Aanbestedingsleidraad’) wordt de Opdracht gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding (BPKV). In Bijlage I bij de Aanbestedingsleidraad zijn de BPKV-criteria als volgt uitgewerkt:

3.3.

Bijlage I bevat tevens onderstaand rekenblad aan de hand waarvan de fictieve inschrijvingssom kan worden berekend. De inschrijving met de laagste fictieve inschrijvingssom is blijkens paragraaf 7.2 van de Aanbestedingsleidraad de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding.

3.4.

Blijkens paragraaf 6.4.3 van de Aanbestedingsleidraad dient een inschrijver zowel voor het kwaliteitscriterium ‘Efficiënte werkprocessen’ als het kwaliteitscriterium ‘Beschikbaarheid object’ een plan van aanpak te verstrekken. De plannen van aanpak dienen te voldoen aan een aantal in deze paragraaf omschreven specifieke eisen. Tevens valt in deze paragraaf te lezen dat de inschrijvingen zullen worden beoordeeld conform de beoordelingssystematiek M.A.R.K. (Meerkleurig Argumentatief ReferentieKader).

3.5.

Bij Nota van Inlichtingen van 28 november 2023 heeft RWS de maximale kwaliteitswaarde van subcriterium 1.1. nader bepaald op € 5.000.000,-- en die van subcriterium 1.2 op € 2.500.000,--.

3.6.

Bij Nota van Inlichtingen van 10 april 2024 heeft RWS vraag 16 als volgt beantwoord:

3.7.

SPIE, Vialis en Dura Vermeer Infra landelijke projecten B.V. (hierna: ‘Dura Vermeer’) hebben vervolgens, nadat zij daartoe door RWS waren geselecteerd, tijdig op de Opdracht ingeschreven.

3.8.

Op 4 juli 2024 heeft RWS bekend gemaakt dat de inschrijving van SPIE is gekwalificeerd als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding en dat RWS voornemens is om de Opdracht aan SPIE te gunnen. RWS heeft deze voorlopige gunningsbeslissing gemotiveerd door het verstrekken aan alle inschrijvers van a) onderstaand overzicht van inschrijfsommen en fictieve inschrijvingssommen van alle inschrijvers, b) onderstaande scores van alle inschrijvers op de BPKV-criteria en c) onderstaande beschrijving van de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van SPIE.

3.9.

Op 23 augustus 2024 heeft RWS aan de inschrijvers bericht dat hij de voorlopige gunningsbeslissing van 4 juli 2024 intrekt en voornemens is over te gaan tot een herbeoordeling van alle inschrijvingen door een nieuw beoordelingsteam. Deze beslissing heeft RWS als volgt gemotiveerd:

De klacht waaraan in dit bericht door RWS wordt gerefereerd, is ingediend door Vialis.

3.10.

SPIE heeft op 26 augustus 2024 een klacht ingediend bij het Klachtenmeldpunt Aanbesteden Rijkswaterstaat (hierna: ‘het Klachtenmeldpunt’). Volgens SPIE heeft RWS het besluit tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en het voornemen tot herbeoordeling van alle inschrijvingen onvoldoende gemotiveerd. Daarbij heeft SPIE verzocht om een afschrift van de door Vialis ingediende klacht. Ook heeft SPIE verzocht om het inhoudelijke oordeel van het Klachtenmeldpunt op de klacht van Vialis kenbaar te maken en te verduidelijken hoe de aangekondigde herbeoordeling van alle inschrijvingen zal worden uitgevoerd.

3.11.

Op 17 september 2024 heeft RWS aan de inschrijvers kenbaar gemaakt dat de aanbestedingsprocedure wordt ingetrokken. Die beslissing heeft RWS als volgt gemotiveerd:

3.12.

Bij brief van 17 september 2024 heeft het Klachtenmeldpunt aan SPIE bericht dat haar klacht van 26 augustus 2024 pro forma wordt behandeld, omdat het besluit tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en herbeoordeling van alle inschrijvingen met de intrekking van de aanbesteding is komen te vervallen. Het Klachtenmeldpunt komt tot de conclusie dat de klacht van SPIE gegrond zou zijn geweest, omdat RWS ten aanzien van zijn besluit tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en het voornemen tot herbeoordeling van alle inschrijvingen niet aan zijn motiveringsplicht heeft voldaan.

3.13.

Op 23 september 2024 heeft SPIE bij het Klachtenmeldpunt een klacht ingediend tegen het besluit tot intrekking van de aanbestedingsprocedure. In haar klachtbrief stelt SPIE dat naar haar mening van een gebrek in de aanbestedingsprocedure geen sprake is en er geen beletsel bestaat om de Opdracht op basis van de doorlopen aanbestedingsprocedure aan haar te gunnen. Daarnaast stelt SPIE dat een heraanbesteding niet mogelijk is, omdat bij een heraanbesteding haar belangen op onaanvaardbare wijze zullen worden geschaad vanwege het feit dat de andere inschrijvers door de motivering van de voorlopige gunningsbeslissing inhoudelijk kennis hebben genomen van belangrijke onderdelen van haar inschrijving. Als gevolg van dit kennis- en informatievoordeel en de omstandigheid dat er geen mogelijkheid is om de Opdracht wezenlijk te wijzigen, zal volgens SPIE in het kader van een heraanbesteding van een gelijk speelveld geen sprake meer zijn.

3.14.

Het Klachtenmeldpunt heeft bij brief van 3 oktober 2024 de klacht van SPIE van 23 september 2024 ongegrond verklaard. Daartoe heeft het Klachtenmeldpunt overwogen dat RWS de beslissing tot intrekking van de aanbestedingsprocedure weloverwogen en deugdelijk gemotiveerd heeft genomen. Daarnaast heeft het Klachtenmeldpunt overwogen dat voor RWS nog niet duidelijk is hoe een heraanbesteding eruit zal gaan zien en of hiervoor een wezenlijke wijziging van de Opdracht noodzakelijk zal zijn.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing