Rechtbank Den Haag, 19-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22895, C/09/674137 KG ZA 24-969
Rechtbank Den Haag, 19-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22895, C/09/674137 KG ZA 24-969
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 december 2024
- Datum publicatie
- 31 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22895
- Zaaknummer
- C/09/674137 KG ZA 24-969
Inhoudsindicatie
Aanbesteding onderhoud bedrijfsdeuren defensielocaties Nederland. Inschrijving eiseres is op goede gronden terzijde gelegd omdat eiseres ten tijde van haar inschrijving niet aan een geschiktheidseis voldeed.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/674137 / KG ZA 24-969
Vonnis in kort geding van 19 december 2024
in de zaak van
[eiseres] B.V., h.o.d.n. [handelsnaam 1] te [vestigingsplaats 1] , gemeente [gemeente 1] ,
eiseres,
advocaten mrs. I.J. van den Berge en S.A.M. van de Meent te Zwolle,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, althans het Rijksvastgoedbedrijf) te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. T.A. Burger en T.M.O. Bottinga te Den Haag,
waarin zijn tussengekomen:
MULTI-DEUR SERVICE B.V. te Zeewolde,
advocaat mr. T.A. Scheffer-Terlien te Rotterdam,
en
[bedrijfsnaam] B.V. te Lexmond , gemeente [gemeente 2] ,
advocaat mr. A.M. Worst te Zwolle.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [handelsnaam 1] ’, ‘het Rijksvastgoedbedrijf’, ‘Multi-Deur’ en ‘ [bedrijfsnaam] ’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van [handelsnaam 1] van 18 oktober 2024 met producties 1 tot en met 18;
- de incidentele conclusie van Multi-Deur tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de akte van [handelsnaam 1] houdende overlegging productie 19 en wijziging van eis;
- de incidentele conclusie van [bedrijfsnaam] tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de conclusie van antwoord van het Rijksvastgoedbedrijf, met productie 1;
- de e-mail van mr. Worst van 27 november 2024, met producties 1 en 2;
- het bericht van mr. Van den Berge van 27 november 2024, met bijgevoegd de gedeeltelijk aan Multi-Deur en [bedrijfsnaam] verstrekte producties 11 en 16D;
- de op 28 november 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [handelsnaam 1] , het Rijksvastgoedbedrijf, Multi-Deur en [bedrijfsnaam] pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op uiterlijk 19 december 2024.
2 De incidenten tot tussenkomst/voeging
Multi-Deur en [bedrijfsnaam] hebben primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [handelsnaam 1] en het Rijksvastgoedbedrijf. Subsidiair vorderen zij zich te mogen voegen aan de zijde van het Rijksvastgoedbedrijf. Ter zitting hebben [handelsnaam 1] en het Rijksvastgoedbedrijf verklaard dat zij geen verweer wensen te voeren tegen de incidentele vorderingen. Die vorderingen zijn daarmee toewijsbaar. Multi-Deur en [bedrijfsnaam] worden – zoals primaire door hen gevorderd – toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de door hen gevorderde tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Het Rijksvastgoedbedrijf heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het onderhoud aan bedrijfsdeuren op defensielocaties in Nederland (hierna: ‘de Opdracht’). Op deze aanbestedingsprocedure is het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) van toepassing verklaard.
De Opdracht is blijkens de toepasselijke Aanbestedingsleidraad van 3 juni 2024 onderverdeeld in zes percelen. Per perceel wordt één opdrachtnemer gecontracteerd. De Opdracht wordt per perceel gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. De economisch meest voordelige inschrijving wordt vastgesteld op basis van de laagste prijs en wordt bepaald door financiële criteria.
In paragraaf 6.1.1 valt te lezen dat inschrijvers in beginsel maximaal twee percelen gegund kunnen krijgen. Gunning van meer dan twee percelen is uitsluitend mogelijk als een inschrijver op een ander perceel dan wel andere percelen dan waarvoor hij/zij volgens de aanbestedingsregels in aanmerking komt de enige geldige inschrijving heeft gedaan.
In paragraaf 4.2 van de Aanbestedingsleidraad zijn de geschiktheidseisen op het gebied van technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid beschreven. Daarbij is bepaald dat inschrijvers die niet aan de geschiktheidseisen voldoen, van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure worden uitgesloten. Voor deze procedure is van belang de in het kader van beroepsbekwaamheid gestelde geschiktheidseis Kwaliteitsborging.

[handelsnaam 1] beschikt niet over het vereiste ISO-certificaat, dat op grond van paragraaf 7.3 van de Aanbestedingsleidraad binnen zeven kalenderdagen na een verzoek daartoe van het Rijksvastgoedbedrijf dient te worden overgelegd. [handelsnaam 1] is na het uitschrijven van de aanbesteding wel het voor het verkrijgen van dit certificaat te doorlopen certificeringsproces gestart, maar dat proces was ten tijde van haar inschrijving op de aanbesteding en ook ten tijde van de mondelinge behandeling nog niet afgerond. [handelsnaam 1] heeft het Rijksvastgoedbedrijf met het oog op het verkrijgen van de benodigde certificering verzocht om de aanbestedingsprocedure met minimaal vier maanden op te schorten dan wel de geschiktheidseis te laten vervallen en om te zetten in een contractseis, waaraan per ingangsdatum van de te sluiten overeenkomst(en) moet zijn voldaan. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft deze vraag in het kader van Nota van Inlichtingen 3 van 11 juli 2024 als vraag 23 als volgt beantwoord:

[handelsnaam 1] heeft tijdig ingeschreven op de percelen 1 tot en met 4. In het daarbij door haar ingediende Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) heeft [handelsnaam 1] onder meer verklaard dat zij op dat moment voldeed aan de gestelde geschiktheidseisen. Bij haar inschrijvingen heeft [handelsnaam 1] een op 15 augustus 2024 opgesteld Statement of Direction gevoegd. Dit document is ondertekend door zowel de managing director en de VGM-coördinator van [handelsnaam 1] als de heer Evert Freijzer , h.o.d.n. EF Projectadvies (hierna: ‘ Freijzer ’). In dit Statement of Direction valt – samengevat – te lezen dat [handelsnaam 1] binnen haar sector de hoogste kwaliteits- en veiligheidsnormen hanteert en dat door haar met het oog op de monitoring van deze eisen en normen een kwaliteitsmanagementsysteem is opgezet met een aantal in het Statement of Direction beschreven aandachtspunten.
Uit het proces-verbaal van opening inschrijvingen van 28 augustus 2024 volgt dat op de percelen 1 en 2 inschrijvingen zijn ontvangen van [handelsnaam 1] en Multi-Deur en op de percelen 3 en 4 inschrijvingen van [handelsnaam 1] , Multi-Deur en [bedrijfsnaam] .
Bij voorlopige gunningsbeslissingen van 23 september 2024 heeft het Rijksvastgoedbedrijf aan [handelsnaam 1] bericht dat hij de inschrijvingen van [handelsnaam 1] op de percelen 1 tot en met 4 terzijde heeft gelegd wegens het niet voldoen aan de geschiktheidseis Kwaliteitsborging. Uit deze beslissingen volgt dat het Rijksvastgoedbedrijf voornemens is de percelen 1, 2 en 4 te gunnen aan Multi-Deur en perceel 3 aan [bedrijfsnaam] . Het Rijksvastgoedbedrijf heeft deze beslissingen onder meer als volgt gemotiveerd:
[Informatie verwijderd in verband met privacy-gevoelige informatie]
Het Rijksvastgoedbedrijf heeft naar aanleiding van een verzoek van [handelsnaam 1] om de terzijdelegging van haar inschrijvingen te heroverwegen, op 25 september 2024 aan [handelsnaam 1] bericht dat zij alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om in het kader van de geschiktheidseis Kwaliteitsborging binnen zeven dagen met bewijsmiddelen aan te tonen dat haar kwaliteitsmanagementsysteem gelijkwaardig is aan de eisen die de norm NEN-ISO 9001:2015 (hierna: ‘de ISO 9001-norm’) daaraan stelt.
Bij brief van 1 oktober 2024 heeft [handelsnaam 1] ter onderbouwing van haar stelling dat haar kwaliteitsmanagementsysteem gelijkwaardig is aan de ISO 9001-norm de volgende documenten overgelegd:
-
het reeds bij inschrijving overgelegde Statement of Direction van 15 augustus 2024;
-
het Kwaliteitshandboek van [handelsnaam 1] (versie 15 augustus 2024;
-
een brief van Freijzer van 30 september 2024;
-
het rapport van een door Freijzer uitgevoerde interne audit;
-
het certificaat ‘interne audit cursus’ op naam van Freijzer van 8 juni 2023.
[handelsnaam 1] heeft in deze brief tevens gemeld dat haar certificering voor de norm ISO 9001 gepland staat voor 12 december 2024.
Het Rijksvastgoedbedrijf heeft op 10 oktober 2024 aan [handelsnaam 1] bericht dat zij met de door haar op 1 oktober 2024 overgelegde bewijsmiddelen niet heeft aangetoond dat haar kwaliteitsmanagementsysteem gelijkwaardig is aan de ISO 9001-norm en dat om die reden de beslissingen van 23 september 2024 tot terzijdelegging van de inschrijvingen van [handelsnaam 1] wegens het niet voldoen aan de geschiktheidseis Kwaliteitsborging wordt gehandhaafd. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft die beslissing als volgt gemotiveerd:

[informatie verwijderd in verband met privacy-gevoelige informatie]

