Rechtbank Den Haag, 20-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23747, C/09/673803 / KG ZA 24-935
Rechtbank Den Haag, 20-12-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23747, C/09/673803 / KG ZA 24-935
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 20 december 2024
- Datum publicatie
- 30 juli 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23747
- Zaaknummer
- C/09/673803 / KG ZA 24-935
Inhoudsindicatie
Aanbestedingsrecht. Procedure over de vraag of Defensie aanbestedingsprocedure mocht intrekken. Geoordeeld wordt dat vanwege een evidente fout in de aanbestedingsprocedure Defensie terecht heeft geconcludeerd dat de aanbesteding moet worden ingetrokken. Volgt afwijzing van de vorderingen.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/673803 / KG ZA 24-935
Vonnis in kort geding van 20 december 2024
in de zaak van
CATOM DISTRIBUTION B.V. te Rotterdam,
eiseres,
advocaten mr. J.H.J. Bax en mr. S.C. Brackmann te Rotterdam,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Defensie, afdeling Commando Materieel en IT (Commit)) te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mr. D. Wolters Rückert en mr. T.M.O. Bottinga te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
FINCO SUPPLY & TRADING B.V. te Rotterdam
advocaten mr. J.M.M. van de Hel en mr. A.J.H. Kingma te Amsterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Catom’, ‘de Staat’ en ‘Finco’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst althans voeging met producties van de zijde van Finco;
- de conclusie van antwoord met producties van de zijde van de Staat;
- het bericht van mr. Bax aan de rechtbank waarin kenbaar is gemaakt dat de dagvaarding met producties 1-8 aan Finco is toegezonden, waarbij delen van de dagvaarding en producties 5 en 7 zijn weggelakt in verband met het bedrijfsvertrouwelijke karakter daarvan. Productie 9 is om die reden in het geheel niet overgelegd aan Finco;
- de op 29 november 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Catom pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging
Finco heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Catom en de Staat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Van de zijde van Catom en de Staat is daartegen geen verweer gevoerd. De vorderingen van Catom beogen te bewerkstelligen dat het Ministerie van Defensie wordt verboden om de aanbesteding in te trekken en een nieuwe aanbestedingsprocedure te houden. Catom meent dat de opdracht in plaats daarvan aan haar moet worden gegund. Nu Finco aanvankelijk de voorlopig gegunde partij was, heeft zij zonder meer belang te mogen tussenkomen, gelet op de nadelige gevolgen die zij van een uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. De tussenkomst staat een voortvarende afdoening van dit kort geding ook niet in de weg. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen. Finco is ter zitting toegelaten als tussenkomende partij.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Het Ministerie van Defensie (hierna: Defensie) is een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor de levering van dieselbrandstof F-54 met 30% HVO. HVO staat voor Hydrotreated Vegetable Oil. Dit is een geavanceerde vorm van biodiesel die kan worden geproduceerd uit een breed scala van herbruikbare grondstoffen, zoals bijvoorbeeld: slachtafval, bosafval, gebruikte plantaardige oliën en andere organische restmaterialen. Tijdens de productie wordt waterstof aan het mengsel toegevoegd om een brandstof te creëren. Het mengsel moet zorgen voor een vermindering van CO2-uitstoot van de voertuigen van Defensie.
In het programma van eisen (hierna: PVE) zijn de eisen beschreven die Defensie stelt aan de dieselbrandstof F-54 met 30% HVO. Paragraaf 4 van het PVE bevat eisen met betrekking tot duurzaamheid van de biobrandstof. Zo bevat 4.3 de eis dat biobrandstof geproduceerd uit voedselgewassen, palm- en soja olie niet is toegestaan. 4.5 bepaalt dat ten tijde van de fysieke leveringen de leverancier is gecertificeerd volgens een erkend Duurzaamheidssysteem, goedgekeurd door de Europese Commissie.
van het PVE bepaalt:
“De Leverancier dient de Koper inzicht te geven in de gehele keten van de geleverde HVO om zodoende de herkomst en duurzaamheid van de grondstoffen te kunnen controleren en waarborgen.”
In paragraaf 1.4 Functionele en/of technische specificaties van de Leidraad Europese Openbare Aanbesteding (hierna: de Aanbestedingsleidraad) staat het volgende vermeld:
“De functionele en/of technische eisen voor de uitvoering van de opdracht zijn omschreven in de programma’s van eisen bijlage 2A, 2B en 2C bij deze leidraad.
Het door inschrijver te offreren product dient volledig te voldoen aan de eisen van bijlage 2A. Het voldoen aan de eisen dient door de inschrijver te worden aangetoond. Daartoe dient het volgende bij de inschrijving o.a. te worden gevoegd:
Technical Data Sheet (TDS) van het aangeboden product;
ISCC EU certificaat, of een gelijkwaardig certificeringssysteem welke in overeenstemming is met de laatste versie van de EU Directive (RED) en conform Energie voor Vervoer;
Veiligheidsinformatieblad (VIB) van het Product in de Nederlandse taal;
Verklaring (vormvrij) dat het aangeboden product voldoet aan alle eisen gesteld in bijlage 2A;
Verklaring (vormvrij) dat het aangeboden product wordt geproduceerd en geleverd met een constante kwaliteit;
Inzicht (vormvrij) gehele keten herkomst grondstoffen en productie HVO.
Inzicht keten afkomst HVO
Inschrijver dient inzicht te geven in de gehele keten van de geleverde HVO om zodoende de herkomst en duurzaamheid van de grondstoffen te kunnen controleren en waarborgen. Zie ook bijlage 2A, punt 4.10. (onderstreping, voorzieningenrechter)
Door in te schrijven verklaart u dat u voldoet aan alle gestelde eisen en voorwaarden zoals gesteld in de aanbestedingsstukken.
U moet er voor zorgen dat er geen misverstand kan ontstaan over de aanbieding in relatie tot de aangeboden prijs.”
In de aanbesteding is het gunningscriterium ‘laagste prijs’ gehanteerd.
Catom heeft in haar inschrijving een schematisch overzicht opgenomen van de maatregelen die de producent waarbij zij de brandstof zal gaan inkopen neemt, om inzicht in de keten te houden en die te kunnen controleren.
Defensie heeft in totaal drie inschrijvingen ontvangen. Op 21 mei 2024 is de opdracht voorlopig gegund aan Finco, die met de laagste prijs had ingeschreven. Catom is als derde in de ranking geëindigd.
Catom kon zich niet verenigen met de uitkomst van de aanbestedingsprocedure en heeft op 7 juni 2024 de Staat in kort geding gedagvaard. Catom heeft zich in die kortgedingdagvaarding op het standpunt gesteld, dat Defensie in haar ogen de voorgeschreven minimumeisen ten aanzien van de opdracht en de inschrijving niet handhaaft. Zij heeft uiteengezet dat de prijsstelling van Finco voor de biobrandstof met 30% HVO erop duidt, dat zij bij de aankoop van HVO gebruik maakt van een trader. Met de keuze voor een trader zou het in 4.10 van het PVE geëiste inzicht in de keten voor wat betreft de herkomst en duurzaamheid van de HVO noch bij de inschrijving, noch bij de uitvoering gegeven kunnen worden. Catom heeft primair gevorderd dat de inschrijving van Finco ongeldig verklaard moet worden. Subsidiair heeft zij gevorderd dat Defensie vanwege een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsprocedure gehouden is de lopende aanbestedingsprocedure in te trekken. Als Defensie alsnog een opdracht wenst te gunnen, dan zou dat alleen mogen plaatsvinden na het doorlopen van een nieuwe aanbestedingsprocedure. Het fundamentele gebrek in de aanbestedingsprocedure zou er blijkens de eerste dagvaarding in bestaan dat Defensie kennelijk genoegen neemt met een papieren werkelijkheid voor wat betreft de herkomst van HVO, en eis 4.10 van het PVE dus onduidelijk is, aldus Catom.
Bij brief van 13 augustus 2024 heeft Defensie Finco bericht dat de voorlopige gunningsbeslissing van 21 mei 2024 wordt ingetrokken. Het kort geding is daarna door Catom ingetrokken.
Defensie heeft bij brief van 29 augustus 2024 aan Catom bericht dat hij besloten heeft de aanbesteding in te trekken en de opdracht opnieuw aan te besteden. Als reden daarvoor is gegeven dat in paragraaf 1.4 van de Aanbestedingsleidraad ten onrechte is opgenomen, dat inschrijvers al bij inschrijving inzicht dienen te geven in de gehele keten van de geleverde HVO om zo de herkomst en duurzaamheid van de grondstoffen te kunnen controleren en waarborgen. Defensie heeft toegelicht dat de uitvoeringseis van 4.10 van het PVE per abuis ook in paragraaf 1.4 van de aanbestedingsleidraad als inschrijvingseis is opgenomen. Bij inschrijving is een dergelijk vergaand inzicht nog niet te geven, aldus Defensie. Defensie concludeert daarbij dat Catom dat inzicht in haar inschrijving ook niet heeft geboden.
Catom heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat deze intrekkingsbeslissing van Defensie onrechtmatig is. Ook als aangenomen zou worden dat uitvoeringseis 4.10 ‘per abuis’ een minimumeis is geworden, dan maakt dat de aanbestedingsprocedure niet fundamenteel gebrekkig, zo heeft Catom aangevoerd. Verder heeft Catom betwist dat zij in haar inschrijving geen inzicht heeft gegeven in de keten van de door haar te leveren HVO. Catom heeft toegelicht dat in haar inschrijving de hele keten schematisch inzichtelijk is gemaakt.
Defensie heeft bij brief van 25 september 2024 nader toegelicht waarom hij van oordeel is dat (ook) Catom niet heeft voldaan aan het geven van inzicht in de keten van de te leveren HVO. Ook uit het door Catom overgelegde schema volgt niet wat de herkomst van geleverde HVO is. Defensie heeft toegelicht dat dit ook niet mogelijk is, omdat nog geen sprake is van een concrete levering HVO; daar zal pas tijdens de uitvoering sprake van zijn. De herkomst en duurzaamheid van de grondstoffen van de daadwerkelijk geleverde HVO zal dus ook pas ná levering kunnen worden aangetoond. Defensie concludeert daarop dat het bieden van inzicht in de keten een uitvoeringseis en geen inschrijfeis behoort te zijn en er dus sprake is van een procedureel gebrek in de aanbesteding.