Rechtbank Den Haag, 10-01-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:440, C/09/657188 / KG ZA 23-1001
Rechtbank Den Haag, 10-01-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:440, C/09/657188 / KG ZA 23-1001
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 januari 2024
- Datum publicatie
- 18 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:440
- Zaaknummer
- C/09/657188 / KG ZA 23-1001
Inhoudsindicatie
Kort geding betreffende een openbare Europese aanbesteding. Vereisten artikel 2.130 Aw. Beoordeling kwalitatieve gunningscriteria. Afwijzing van de ingestelde vorderingen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/657188 / KG ZA 23-1001
Vonnis in kort geding van 10 januari 2024
in de zaak van
1 Marine Systems B.Vte Goes,
2. Lomans Capelle B.V. te Capelle aan den IJssel, eiseressen,
advocaat mr. J.S.W. van Vossen te Goes, tegen:
de Staat der Nederlanden te Den Haag, gedaagde,
advocaten mrs. I. van der Hoeven te Middelburg en F.J. Lewis te Utrecht, waarin is tussengekomen:
Dekimo Goes B.V. te ’s-Heer Arendskerke, gemeente Goes,
advocaten mrs. D. Britsemmer en M.C.B. Beck te Alphen aan den Rijn.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de Combinatie’, ‘Rijkswaterstaat’ en
‘Dekimo’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding, met producties;
- -
-
de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord;
- -
-
de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging van Dekimo;
- -
-
de op 19 december 2023 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op 16 januari 2024. Daarna is de vonnisdatum nader bepaald op vandaag.
2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging
Dekimo heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen de Combinatie en Rijkswaterstaat dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van Rijkswaterstaat. Ter zitting hebben de Combinatie en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Dekimo is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.