Home

Rechtbank Den Haag, 24-04-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5832, C/09/645701 / HA ZA 23-322

Rechtbank Den Haag, 24-04-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5832, C/09/645701 / HA ZA 23-322

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 april 2024
Datum publicatie
28 mei 2024
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:5832
Zaaknummer
C/09/645701 / HA ZA 23-322

Inhoudsindicatie

Vorderingen op grond van artikelen 2:14 en 2:15 BW (nietigheid of vernietigbaarheid van bestuursbesluiten). Vorderingen in conventie afgewezen. Vordering in reconventie tot terugbetaling van verstrekte subsidie toegewezen.

Uitspraak

vonnis

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/645701 / HA ZA 23-322

Vonnis van 24 april 2024

in de zaak van

het kerkgenootschap JUNIUS 19 te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J. van Bekkum te Amsterdam,

tegen

STICHTING FONDS TOT BEHEER VAN HET VOORMALIGE VERMOGEN VAN HET KERKGENOOTSCHAP DES HEREN NIEUWE KERK ZIJNDE NOVA HIEROSOLYMA te Den Haag,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.E.C. Lok te Den Haag.

Partijen zullen hierna Junius en de Stichting worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

-

de dagvaarding van 31 maart 2023, met producties 1 t/m 31;

-

de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1 t/m 22;

-

de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 32 t/m 35;

-

het tussenvonnis van 18 oktober 2023 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

-

de brief van Junius aan de rechtbank van 19 oktober 2023, waarbij zij de rechtbank verzoekt de Stichting te gelasten stukken in het geding te brengen;

-

de brief van de Stichting aan de rechtbank van 24 oktober 2023, waarbij zij reageert op bovengenoemd verzoek van Junius;

-

het e-mailbericht van de rechtbank aan partijen van 14 november 2023, waarin een beslissing is genomen op bovengenoemd verzoek van Junius;

-

de akte overlegging nadere productie van de Stichting, met productie 23;

-

de brief van de Stichting aan de rechtbank van 12 december 2023, waarin zij de rechtbank verzoekt nader te bepalen wat onder “financiële gegevens” moet worden verstaan en te bepalen dat de bijlagen bij het verzoekschrift niet in het geding hoeven te worden gebracht;

-

de brief van Junius aan de rechtbank van 15 december 2023, waarin zij reageert op de brief van de Stichting van 12 december 2023;

-

het e-mailbericht van de rechtbank aan partijen van 21 december 2023, waarin de rechtbank heeft beslist dat de Stichting met overlegging van het verzoekschrift tot statutenwijziging (met bepaalde zwartgelakte passages en zonder bijlagen) heeft voldaan aan de op grond van artikel 85 Rv op haar rustende verplichting;

-

de akte overlegging aanvullende producties van Junius, met producties 36 t/m 40;

-

de akte overlegging aanvullende producties van Junius, met producties 41 en 42;

-

de akte overlegging producties van de Stichting, met producties 24 t/m 34;

-

de akte uitlating producties 25 en 26 van de Stichting aan de zijde van Junius; het bezwaar van de Stichting van 7 februari 2024 tegen delen van deze akte van Junius; de reactie daarop van Junius van 8 februari 2024 en de e-mail van de rechtbank aan partijen van 14 februari 2024, waarin de rechtbank heeft meegedeeld dat zij de in die e-mail genoemde passages van de akte van Junius buiten beschouwing zal laten.

1.2.

Op 18 januari 2024 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen, die zij aan de rechtbank hebben overhandigd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder tijdens de zitting hebben gezegd. Die aantekeningen zijn toegevoegd aan het griffiedossier. Na de mondelinge behandeling heeft Junius nog een akte genomen waarin zij een reactie geeft op de producties 25 en 26 van de Stichting.

1.3.

Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2 De feiten

2.1.

De Stichting is in 2004 opgericht voor het beheer van het vermogen van het (voormalig) kerkgenootschap Des Heren Nieuwe Kerk zijnde Nova Hierosolyma (hierna: Kerkgenootschap DHNK). Kerkgenootschap DHNK is in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstaan en in 2017 ontbonden als gevolg van een teruglopend ledenaantal. In de statuten van Kerkgenootschap DHNK was het doel als volgt omschreven:

“Het doel van het Kerkgenootschap is de oprichting en instandhouding in Nederland van de openbare eredienst van de Heer God Heiland Jezus Christus, het Goddelijk Menselijke, volgens het Woord geopenbaard in de Geschriften van Emanuel Swedenborg, zijnde het Derde of Latijnse Testament, en de daaruit voorkomende Leer.”

2.2.

Junius is een kerkgenootschap dat in 2020 is opgericht en dat volgens haar statuten ten doel heeft om de leer van Kerkgenootschap DHNK te praktiseren en de belangstelling op te wekken en te bevorderen in de geschriften van Emanuel Swedenborg. Emanuel Swedenborg (1688-1772) was een Zweedse wetenschapper en filosoof. Later in zijn leven legde hij zich toe op theologie. Hij heeft achttien theologische werken gepubliceerd.

2.3.

In 2020 luidde de artikelen 3, 4, 6, 16 en 17 van de statuten van de Stichting als volgt:

Doel

Artikel 3

De stichting heeft ten doel

a. het beheer van het vermogen van de Kerk, nadat dit door de Kerk zal zijn overgedragen, alsmede – voor zover nadien aan de orde komend – het zorgdragen, na een daartoe strekkend besluit daartoe, voor de ontbinding en vereffening (...) van de Kerk;

b. de financiële ondersteuning en/of aanmoediging van activiteiten in en buiten Nederland ter toekomstige evangelisatie en verspreiding van de Leer van de Kerk als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de statuten van de Kerk (...), waarvan een kopie aan deze akte is gehecht;

c. en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

Artikel 4

De Stichting zal trachten haar doel te bereiken

a. door het met inachtneming van het in deze statuten, en dan met name, maar niet alleen, van het bepaalde in artikel 6, beheren van het door de Kerk over te dragen vermogen, alsmede van het eventueel na ontbinding en vereffening van de Kerk nog resterende saldo als bedoeld in artikel 22 lid 4 van de Statuten van de Kerk:

b. (...)

c. (...)

d. door het met inachtneming van de artikelen 3, 4 en 6 van deze statuten verstrekken van giften, subsidies en/of voorschotten.

Clausuleringen en verplichtingen ten aanzien van het Kapitaal

Artikel 6

1. Bij het bereiken van haar doelstellingen en alle door haar te verrichten beheersdaden en rechtshandelingen zal de stichting de navolgende bepalingen in acht dienen te nemen

a. (...)

b. (...)

c. (...)

d. bij toekenning van giften, subsidies en/of andersoortige financiële bijdragen uit het fonds c.q. ten laste van het Kapitaal zal, met inachtneming van het onder b bepaalde, tenminste en cumulatief aan de volgende criteria moeten zijn voldaan:

 aan de bijdrage moeten een zowel inhoudelijk als in financiële zin deugdelijk onderbouwde en gespecificeerde aanvrage van/door degene die een gift/subsidie of bijdrage zou willen verkrijgen ten grondslag liggen, evenals een deugdelijk gespecificeerde begroting met betrekking tot de activiteit, waarvoor de desbetreffende aanvrage wordt gedaan;

 de bijdragen kunnen en mogen alleen worden toegekend, wanneer deze aantoonbaar alleen en volledig zijn bestemd en worden aangewend voor activiteiten, die beantwoorden aan de in artikel 3 sub b van deze statuten weergegeven doelstellingen;

 de aanvragende c.q. ontvangende instelling, rechtspersoon of natuurlijke persoon dient naar het oordeel van het bestuur, zonodig na onderzoek en/of toetsing, in voldoende mate integer, betrouwbaar, onomstreden en te goeder trouw te zijn;

 aan alle toe te kennen bijdragen zal als voorwaarde worden verbonden de verplichting om met betrekking tot de activiteit en doelstelling, waarvoor de bijdrage wordt verleend, een tussentijdse rapportage, alsmede na afloop een eindverslag, inclusief een rekening en verantwoording, aan het bestuur van de stichting toe te zenden

e. indien en voorzover na de ontbinding van de Kerk, al dan niet op initiatief van de stichting zelf, nieuwe evangelisatieactiviteiten in Nederland zullen worden ontwikkeld, gebaseerd op dezelfde principes, kenmerken en doelstellingen als die van de Kerk als bedoeld in artikel 1 sub a van deze statuten, zullen deze initiatieven en activiteiten door de stichting bij voorrang worden ondersteund en gestimuleerd met inachtneming van het hierboven vermelde en mits de in artikel 17 lid 1 sub b tot en met e van deze statuten daarbij het volledige en enige uitgangspunt zijn; indien deze initiatieven en activiteiten zullen leiden tot de oprichting van een nieuw kerkgenootschap in Nederland, zal de stichting dit kerkgenootschap gedurende ten minste vijf jaar na haar oprichting ondersteunen, mits daarbij voldaan zal zijn aan de in dit artikel onder b en e, alsmede de hierna in artikel 17 weergegeven voorwaarden en criteria; na het verstrijken van deze periode zal het bestuur van de stichting besluiten hetzij om deze ondersteuning op gelijke of vergelijkbare wijze voort te zetten, hetzij om – dan of later, te eniger tijd alsnog – over te gaan tot een besluit als bedoeld in artikel 17, mits aan alle in dat artikel genoemde criteria zal zijn voldaan

f. (...)

Statutenwijziging

Artikel 16

1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen, behoudens artikel 2, 3, 4, 6, 16 en artikel 17 leden 1, 2, 3, 6, 7 en 8. (...)

Ontbinding en vereffening

Artikel 17

1. Het is de uitdrukkelijke bedoeling en wens van de oprichter van de stichting, zijnde de Kerk, van welke het fondskapitaal van de stichting afkomstig is, haar leden en haar raad van beheer, alsmede van de leden van het bestuur van de stichting, dat de stichting niet ontbonden zal kunnen en mogen worden, voordat een nieuw kerkgenootschap in Nederland is opgericht, dat is gebaseerd op de volgende principes respectievelijk voldoet aan de volgende criteria:

a. dit nieuwe kerkgenootschap zal dezelfde kenmerken en doelstellingen dienen te hebben als de Kerk als bedoeld in artikel 1 sub a van deze statuten;

b. (...)

c. (...)

d. (...)

e. (...)

f. dat het nieuwe kerkgenootschap een erkend kerkgenootschap zal zijn als bedoeld in artikel 2 van Boek 2 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek en zal bestaan uit ten minste vijftig (50) leden, van wie ten minste dertig (30) leden het formele lidmaatschap reeds gedurende ten minste vijf (5) jaar bezitten en in Nederland gevestigd en metterwoon woonachtig zijn;

(...)”

2.4.

Op 10 november 2020 heeft Junius een steunaanvraag bij de Stichting ingediend, met als bijlage een beleidsplan. Junius heeft in deze steunaanvraag geschreven dat zij “is gebaseerd op de principes en/of voldoet aan de kenmerken uiteengezet in artikel 17 van de statuten van de Stichting”. Junius heeft in de steunaanvraag ten behoeve van de uitvoering van haar beleidsplan een financiële bijdrage van de Stichting van € 2.253 voor het jaar 2020 en € 371.253 voor het jaar 2021 gevraagd. Junius heeft in de steunaanvraag voorgesteld dat zij medio 2021 een nieuwe aanvraag doet voor financiële steun voor de jaren 2022 tot en met 2024, in welke periode zij € 201.348 per jaar verwacht nodig te hebben.

2.5.

Op 11 december 2020 heeft het bestuur van de Stichting besloten bij de rechtbank een verzoek op grond van artikel 2:294 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in te dienen (hierna: het Wijzigingsbesluit) om de statuten van de Stichting in die zin te wijzigen dat aan artikel 3 van de statuten – dat het doel van de Stichting beschrijft – als sub d. een nieuwe passage wordt toegevoegd die als volgt luidt:

“d. alsmede verder de financiële ondersteuning van sociaal-maatschappelijke en/of sociaal-culturele activiteiten in Nederland, mits het Kapitaal als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub a van deze statuten, op de voet van het bepaalde in artikel 6 lid 1 sub b van de statuten te vermeerderen, voor zover het in dit artikel bedoelde winstsaldo in de desbetreffende jaren dit toeliet respectievelijk toe zal laten en te rekenen vanaf 1 juli 2004, met ten minste 2% per jaar van het Kapitaalsaldo op 1 juli 2004, hoe dan ook ten minste in stand gehouden zal worden, totdat in de zin van deze statuten de ontbinding en vereffening van de stichting, alsmede overdracht van het vermogen als batig saldo als bedoeld in artikel 17 lid 6 of lid 7 van deze statuten zullen hebben plaatsgevonden.”

2.6.

Op 23 december 2020 heeft de Stichting een verzoekschrift bij deze rechtbank ingediend waarin kort gezegd wordt verzocht om artikel 3 a t/m c van de statuten van de Stichting aan te vullen met de in 2.5 geciteerde passage (hierna: het Doeluitbreidingsverzoek). Bij beschikking van 23 februari 2021 heeft de rechtbank artikel 3 van de statuten van de Stichting zoals verzocht aangevuld met het in 2.5 geciteerde sub d. Tegen deze beschikking is geen rechtsmiddel ingesteld.

2.7.

Nadat op 12 juli 2021 een bespreking tussen de Stichting en Junius heeft plaatsgevonden, heeft de Stichting Junius op 23 augustus 2021 per e-mail meegedeeld dat zij op basis van haar statuten een toetsingscommissie zou instellen om de Stichting te adviseren over de steunaanvraag van Junius. De Stichting heeft in deze e-mail voorts aangekondigd bereid te zijn om aan Junius een voorschot van € 100.000 te betalen op mogelijk aan Junius te verstrekken financiële steun. De Stichting heeft aan betaling van dit voorschot de voorwaarde verbonden dat Junius te zijner tijd een gespecificeerde verantwoording zal sturen over de wijze waarop het bedrag feitelijk is besteed, waarbij de Stichting zich de mogelijkheid voorbehoudt om met betrekking tot deze verantwoording tevens een accountantsverklaring te verlangen.

2.8.

Junius heeft bij e-mail van 27 augustus 2021 aan de Stichting (voor zover van belang) het volgende meegedeeld:

“(...) Het bestuur van Junius 19 zal de besteding van dit bedrag [het voorschot van € 100.000, toevoeging rechtbank] zoals gevraagd documenteren, zodat deze besteding kan worden toegelicht en onderbouwd aan de Stichting. Wij houden er rekening mee, zoals u schrijft, dat ter zake ook een verklaring van een accountant kan worden verlangd. (...)”

2.9.

De Stichting heeft het voorschot van € 100.000 aan Junius betaald.

2.10.

Op 22 februari 2022 heeft een bespreking tussen de door de Stichting ingestelde toetsingscommissie en Junius plaatsgevonden. De toetsingscommissie heeft vervolgens een advies uitgebracht aan het bestuur van de Stichting.

2.11.

Bij brief van 29 juni 2022 aan Junius heeft de Stichting meegedeeld dat Junius niet kwalificeert als kerkgenootschap als bedoeld in de artikelen 17 en 6 lid 1 sub e. van de statuten van de Stichting en dus niet in aanmerking komt voor financiële ondersteuning gebaseerd op de doelstelling van artikel 3 onder b. van de statuten, maar in beginsel (onder voorwaarden) wel voor toekenning van subsidie(s) gebaseerd op de doelstelling van artikel 3 onder c. van de statuten. Aangezien Junius mede ten doel heeft het bevorderen van belangstelling voor de geschriften van Swedenborg en verschillende voorgenomen plannen van Junius potentieel hebben het gedachtengoed van Swedenborg onder de aandacht van het publiek te brengen, heeft de Stichting besloten om Junius voor de jaren 2021, 2022 en 2023 per jaar een bedrag van € 50.000 (dus in totaal een bedrag van € 150.000) toe te kennen voor projecten en activiteiten, welke als doel en strekking hebben om de publieke belangstelling voor de geschriften en het gedachtengoed van Swedenborg te bevorderen. Daaraan heeft de Stichting in haar brief de volgende voorwaarden verbonden:

“(I) dat Junius 19 door de Belastingdienst als ANBI-instelling is erkend en wordt aangemerkt (wij ontvangen graag een document waaruit dit blijkt);

(II) dat de m.b.t. 2021 en 2022 toegekende subsidies geacht moeten worden reeds te zijn uitgekeerd d.m.v. het in 2021 aan u uitbetaalde voorschot ad € 100.000,--;

(III) dat u t.a.v. laatstgenoemd bedrag voor het einde van 2022, uiterlijk in januari 2023, rekening en verantwoording aflegt over de concrete, feitelijke besteding ter zake, waar mogelijk onderbouwd en gedocumenteerd met stukken;

(IV) dat de uitbetaling van de derde tranche ad € 50.000,-- m.b.t. 2023 mede afhankelijk is van de deugdelijkheid van uw genoemde rekening en verantwoording t.a.v. de jaren 2021 en 2022;

(V) dat uiterlijk voor 1 juli 2024 door Junius 19 ter zake van de uitkering van € 50.000,-- over 2023 rekening en verantwoording wordt afgelegd over de concrete, feitelijke besteding van dat bedrag, waar mogelijk onderbouwd en gedocumenteerd met stukken;

(VI) dat voor 1 september a.s. door Junius 19 aan ons bestuur een specificatie wordt verstrekt m.b.t. de in uw aanvrage en beleidsplan genoemde, door de heer [naam] aan Junius 19 verstrekte geldlening ad € 49.000 (tegen een rentevergoeding van 2% per jaar), waaruit blijkt aan welke door de heer [naam] voorgeschoten kosten genoemd bedrag van € 49.000,-- feitelijk is besteed.”

Het in deze brief van 29 juni 2022 vervatte besluit van het bestuur van de Stichting zal hierna worden aangeduid als het Subsidiebesluit.

2.12.

Bij brief van 7 oktober 2022 van de (voormalig) advocaat van Junius aan de Stichting, heeft Junius zich op het standpunt gesteld dat het Subsidiebesluit wegens strijd met de statuten van de Stichting en de tegenover Junius in acht te nemen betamelijkheid moet worden teruggedraaid. Junius heeft de Stichting gesommeerd het Subsidiebesluit te herroepen, althans daaraan geen uitvoering te geven, en binnen zes weken opnieuw op de steunaanvraag te beslissen. Voorts heeft Junius in deze brief bezwaren geuit tegen wijziging van de statuten van de Stichting.

2.13.

Op 9 november 2022 hebben de advocaten van de Stichting bij brief gereageerd op de in 2.12 genoemde brief namens Junius. Zij hebben daarin meegedeeld het oneens te zijn met de door Junius aangevoerde bezwaren tegen het Subsidiebesluit. De Stichting heeft niet voldaan aan de sommatie van Junius. De Stichting heeft in deze brief voorts meegedeeld dat Junius niet voldoet aan de hiervoor onder 2.11 genoemde voorwaarden I en VI van het Subsidiebesluit en heeft Junius verzocht om voor 30 november 2022 de verzochte specificaties, uitleg en bewijs van de ANBI-status te verstrekken.

2.14.

Bij e-mail van 10 januari 2023 van de advocaten van de Stichting aan de advocaten van Junius hebben eerstgenoemden meegedeeld dat Junius niet aan voornoemde voorwaarden I en VI heeft voldaan en daarom geen recht heeft op de voorwaardelijk toegekende financiële steun. De Stichting heeft Junius verzocht het reeds betaalde bedrag van € 100.000, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, vóór 20 januari 2023 terug te betalen.

2.15.

Bij brief van 31 januari 2023 aan de advocaten van de Stichting hebben de advocaten van Junius zich verzet tegen terugbetaling van het door Junius ontvangen bedrag van € 100.000. Voorts hebben zij – voor zover hier van belang – de Stichting verzocht het aan Junius voor 2023 toegekende bedrag van € 50.000 uiterlijk op 14 februari 2023 aan Junius te betalen.

2.16.

Bij brief van 14 maart 2023 is namens de Stichting aan de advocaten van Junius meegedeeld dat de Stichting niet zal voldoen aan het verzoek van Junius om voor 2023 een bedrag van € 50.000 te betalen.

3 Het geschil

3.1.

Junius vordert dat de rechtbank (voor zover mogelijk) bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

  1. voor recht verklaart dat het besluit van het bestuur van de Stichting van 11 december 2020, waarbij is besloten de rechter te verzoeken onderdeel d aan artikel 3 van de statuten van de Stichting toe te voegen, nietig is, althans dat besluit vernietigt;

  2. de Stichting veroordeelt om de bevoegde rechter te verzoeken om de statuten van de Stichting zo aan te passen dat onderdeel d van artikel 3 uit de statuten wordt verwijderd;

  3. voor recht verklaart dat het besluit van het bestuur van de Stichting op de steunaanvraag van Junius van 10 november 2020 nietig is voor zover de steunaanvraag is afgewezen, althans dat besluit vernietigt voor zover de steunaanvraag is afgewezen;

  4. e Stichting veroordeelt om opnieuw op de steunaanvraag van Junius te beslissen met inachtneming van de wet en de statuten van de Stichting, waarbij de Stichting tot uitgangspunt dient te nemen dat Junius is gericht op activiteiten ter toekomstige evangelisatie en verspreiding van de leer van de Kerk als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de laatst geldende statuten van het ontbonden Kerkgenootschap DHNK en waarbij de Stichting wordt opgedragen een constructieve houding aan te nemen en de dialoog te zoeken;

  5. de Stichting veroordeelt tot betaling van € 50.000 aan Junius, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag van betaling;

  6. de Stichting veroordeelt in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Junius legt aan haar vorderingen ten grondslag dat het Wijzigingsbesluit en het Subsidiebesluit nietig (artikel 2:14 BW) dan wel vernietigbaar (artikel 2:15 BW) zijn. Voorts stelt zij dat zij heeft voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan betaling van het resterende subsidiebedrag van € 50.000.

3.3.

De Stichting voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Junius in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing daarvan.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

De Stichting vordert dat de rechtbank (voor zover mogelijk) bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

  1. voor recht verklaart dat het bestuur van de Stichting de bevoegdheid en beleidsvrijheid heeft om te bepalen of zij een aanvraag van Junius al dan niet af- of (gedeeltelijk) toewijst;

  2. Junius veroordeelt tot (terug)betaling van € 100.000 aan de Stichting binnen veertien dagen, althans een door de rechtbank te bepalen termijn, na betekening, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2022, althans vanaf 31 oktober 2022, althans vanaf de datum van de conclusie van antwoord, tot aan de dag van betaling;

  3. Junius veroordeelt in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.6.

De Stichting legt aan de vordering onder a. ten grondslag dat de Stichting wenst te voorkomen dat Junius bij iedere subsidieaanvraag een procedure start als zij het niet (volledig) eens is met het besluit van de Stichting. De vordering onder b. is gebaseerd op de stelling dat Junius niet heeft voldaan aan de voorwaarden die aan de reeds verstrekte subsidie zijn gesteld, in het bijzonder de voorwaarden I, III en VI zoals weergegeven in 2.11.

3.7.

Junius voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de Stichting.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing