Rechtbank Den Haag, 19-06-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9561, C/661548 KG ZA 24-125 & C/09/661639 KG ZA 24-129
Rechtbank Den Haag, 19-06-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9561, C/661548 KG ZA 24-125 & C/09/661639 KG ZA 24-129
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 juni 2024
- Datum publicatie
- 20 juni 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9561
- Zaaknummer
- C/661548 KG ZA 24-125 & C/09/661639 KG ZA 24-129
Inhoudsindicatie
Aanbesteding levering en distributie maaltijden opvanglocaties. Geschiktheidseis is voor meerderlei uiteg vatbaar en daarmee is de conclusie dat niet alle voorwaarden en modaliteiten van de aanbestedingsprocedure zijn geformuleerd op een zodanig duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, dat behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigden voor de Opdracht de juiste reikwijdte ervan hebben kunnen begrijpen en deze op dezelfde manier hebben kunnen interpreteren. Dit gebrek in de aanbestedingsprocedure laat zich uitsluitend via een heraanbesteding herstellen.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummers: C/09/661548 / KG ZA 24-125 en C/09/661639 / KG ZA 24-129
Vonnis in kort geding van 18 april 2024
in de zaak met zaak- en rolnummer C/09/661548 / KG ZA 24-125 van
V’BUSINESS B.V. te Schijndel,
eiseres in de hoofdzaak en in het incident,
advocaten mrs. T. Segers en A. van Pelt te ’s-Hertogenbosch,
tegen:
CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS te Den Haag,
gedaagde in de hoofdzaak en in het incident,
advocaten mrs. D. Wolters Rückert en T.M.O. Bottinga te Den Haag,
waarin zijn tussengekomen:
[bedrijfsnaam] B.V. te IJsselstein,
advocaten mrs. D.R. Versteeg en E. Touwen te Amsterdam,
en
UMAMI CATERING N.V. te Genk (België),
advocaat mr. M.C.G. Nijssen te Heerlen,
en in de zaak met zaak- en rolnummer C/09/661639 / KG ZA 24-129 van
UMAMI CATERING N.V. te Genk (België),
eiseres,
advocaat mr. M.C.G. Nijssen te Heerlen,
tegen:
CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. D. Wolters Rückert en T.M.O. Bottinga te Den Haag,
waarin zijn tussengekomen:
[bedrijfsnaam] B.V. te IJsselstein,
advocaten mrs. D.R. Versteeg en E. Touwen te Amsterdam,
en
V’BUSINESS B.V. te Schijndel,
advocaten mrs. T. Segers en A. van Pelt te ’s-Hertogenbosch.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Vitam’, ‘COA’, ‘ [bedrijfsnaam] ’ en ‘Umami’.
1 De procedures
Het verloop van de procedure in de zaak met zaak- en rolnummer C/09/661548 / KG ZA 24-125 blijkt uit:
- de deels gelakte dagvaarding van 3 april 2024 tevens houdende een incidentele vordering ex artikel 843a Rv, met (na intrekking ter zitting van een aantal producties) producties 1, 2, 4, 5, 7, 8, 11 en 17 tot en met 20;
- de deels gelakte conclusie van antwoord, met producties 1 en 2;
- de akte van Vitam houdende een wijziging van eis;
- de incidentele conclusie van [bedrijfsnaam] tot primair tussenkomst en subsidiair voeging en haar ter zitting niet langer gehandhaafde incidentele verzoek tot afgifte dagvaarding en producties, met producties A tot en met C;
- de incidentele conclusie van Umami tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de e-mail van mr. Versteeg van 27 maart 2024, met productie D;
- de op 28 maart 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Vitam, [bedrijfsnaam] en Umami pleitnotities zijn overgelegd.
Het verloop van de procedure in de zaak met zaak- en rolnummer C/09/661639 / KG ZA 24-129 blijkt uit
- de deels gelakte dagvaarding van 20 februari 2024, met (na intrekking ter zitting van productie 17) producties 1 tot en met 16 en 18 tot en met 21;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 en 2;
- de incidentele conclusie van [bedrijfsnaam] tot primair tussenkomst en subsidiair voeging en haar ter zitting niet langer gehandhaafde incidentele verzoek tot afgifte dagvaarding en producties, met producties A en B;
- de incidentele conclusie van Vitam tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de e-mail van mr. Versteeg van 27 maart 2024, met productie C;
- de op 28 maart 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Umami, [bedrijfsnaam] en Vitam pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis in beide procedures bepaald op vandaag en is afgesproken dat in beide zaken één vonnis wordt gewezen.
2 De incidenten tot tussenkomst/voeging
in de zaak met zaak- en rolnummer C/09/661548 / KG ZA 24-125
[bedrijfsnaam] en Umami hebben primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Vitam en het COA. Subsidiair heeft [bedrijfsnaam] gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van het COA. Umami heeft subsidiair gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van Vitam. Ter zitting hebben Vitam en het COA verklaard geen bezwaar te hebben tegen de primair gevorderde tussenkomst. [bedrijfsnaam] en Umami zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat hun tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
in de zaak met zaak- en rolnummer C/09/661639 / KG ZA 24-129
[bedrijfsnaam] en Vitam hebben primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Umami en het COA. Subsidiair heeft [bedrijfsnaam] gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van het COA. Vitam heeft subsidiair gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van Umami. Ter zitting hebben Umami en het COA verklaard geen bezwaar te hebben tegen de primair gevorderde tussenkomst. [bedrijfsnaam] en Vitam zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat hun tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in de beide zaken van het volgende uitgegaan.
Het COA is een zelfstandig bestuursorgaan dat opereert onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het COA organiseert de eerste opvang van asielzoekers in Nederland in diverse opvanglocaties.
Het COA heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de contractering van leveringen en diensten ten behoeve van haar opvanglocaties waar bewoners niet zelfstandig een warme maaltijd kunnen bereiden (hierna: ‘de Opdracht’). De Opdracht is onderverdeeld in twee percelen: Perceel Noord en Perceel Zuid. Inschrijvers kunnen inschrijven op één of beide Percelen. De Opdracht wordt per Perceel gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.
In paragraaf 1.5.3 van het ten behoeve van deze aanbesteding opgestelde Beschrijvend Document valt te lezen dat de volgende werkzaamheden deel uit maken van de Opdracht:

In paragraaf 1.5.2 van het Beschrijvend Document dat gaat over de “Scope van de Opdracht” valt te lezen dat het COA op ‘alle Dagen’ behoefte heeft aan contractering ten behoeve van de bewoners op haar locaties. Het begrip ‘Dag(en)’ is in het Beschrijvend Document gedefinieerd als ‘Alle kalenderdagen van een jaar, inclusief weekenden en feestdagen’.
In paragraaf 3.4 van het Beschrijvend Document zijn de Geschiktheidseisen beschreven. Deze hebben onder meer betrekking op de technische- en beroepsbekwaamheid van de inschrijver. In dat verband geldt ‘Geschiktheidseis 3: referenties’, die in paragraaf 3.4.3 van het Beschrijvend Document als volgt is uitgewerkt:



In paragraaf 4.3 van het Beschrijvend Document is het gunningscriterium nader uitgewerkt. In onderstaande tabel zijn per perceel de subgunningscriteria, inclusief het maximaal te behalen aantal punten per subgunningscriterium, weergegeven:

Blijkens paragraaf 4.6 van het Beschrijvend Document worden de punten toegekend aan de hand van onderstaande tabel:



Als Bijlage B bij het Beschrijvend Document is het Programma van Eisen gevoegd. Het begrip ‘Dag(en)’ is in het Programma van Eisen gedefinieerd als ‘Alle kalenderdagen van een jaar, inclusief weekenden en feestdagen’. Voor de beoordeling van het onderhavige geschil zijn de volgend eisen van belang:


Vitam, Umami en [bedrijfsnaam] hebben tijdig een inschrijving op beide Percelen ingediend. Bij voorlopige gunningsbeslissing van 11 juli 2023 heeft het COA de beide Percelen voorlopig gegund aan Umami. De inschrijving van [bedrijfsnaam] is destijds niet inhoudelijk beoordeeld, omdat [bedrijfsnaam] volgens het COA niet voldeed aan één van de geschiktheidseisen. Ook een inschrijving van een vierde inschrijver op (uitsluitend) Perceel Zuid is in deze gunningsbeslissing als ongeldig terzijde gelegd. Het COA heeft op 27 juli 2023 naar aanleiding van bezwaren van [bedrijfsnaam] tegen haar uitsluiting de voorlopige gunningsbeslissing van 11 juli 2023 ingetrokken. Bij voorlopige gunningsbeslissing van 24 augustus 2023 heeft het COA de beide Percelen opnieuw voorlopig gegund aan Umami. De inschrijvingen van [bedrijfsnaam] en Vitam zijn in deze gunningsbeslissing in de onderlinge rangorde op respectievelijk de tweede en derde plaats geëindigd. Op 16 oktober 2023 heeft het COA de tweede voorlopige gunningsbeslissing naar aanleiding van bezwaren van [bedrijfsnaam] ingetrokken. Daarbij heeft het COA toegelicht dat de beoordeling niet conform het in het Beschrijvend Document beschreven beoordelingskader heeft plaatsgevonden en dat om die reden een herbeoordeling dient plaats te vinden. Na herbeoordeling van de inschrijvingen heeft het COA de beide percelen op 31 januari 2024 voorlopig gegund aan [bedrijfsnaam] . De inschrijvingen van Vitam en Umami zijn in deze gunningsbeslissing in de onderlinge rangorde op respectievelijk de tweede en derde plaats geëindigd.