Rechtbank Den Haag, 01-08-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14307, C/09/684777 / KG ZA 25-417
Rechtbank Den Haag, 01-08-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14307, C/09/684777 / KG ZA 25-417
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 augustus 2025
- Datum publicatie
- 15 augustus 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14307
- Zaaknummer
- C/09/684777 / KG ZA 25-417
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. De vorderingen worden afgewezen. De aanbestedingsprocedure is niet fundamenteel gebrekkig en er bestaat evenmin aanleiding voor een herbeoordeling van de inschrijvingen.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/684777 / KG ZA 25-417
Vonnis in kort geding van 1 augustus 2025
in de zaak van
SLTN IT PRODUCTS B.V. te Hilversum,
eiseres,
advocaten mr. A.H. Klein Hofmeijer en mr. A.C. Brackmann, beiden te Rotterdam,
tegen:
1 STICHTING AMSTERDAM UMC te Amsterdam,
2. ERASMUS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM ROTTERDAM (ERASMUS MC) te Rotterdam,
3. LEIDS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM (LUMC) te Leiden,
4. ACADEMISCH ZIEKENHUIS MAASTRICHT te Maastricht,
5. RADBOUD UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM/RADBOUDUMC te Nijmegen,
6. UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM GRONINGEN (UMCG) te Groningen,
7. UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM UTRECHT te Utrecht,
gedaagden,
advocaten mr. W.J.W. Engelhart en mr. K.F. Carbaat, beiden te Utrecht,
waarin is tussengekomen:
PQR B.V. te Amsterdam,
advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. F.J.P. Stoop, beiden te Amsterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘SLTN’, ‘de UMC's’ (gedaagden gezamenlijk) en ‘PQR’.
1 De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaardingen van 8 mei 2025, met producties 1 tot en met 17;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 3;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging van PQR.
De mondelinge behandeling is gehouden op 18 juli 2025. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de advocaten van SLTN, de UMC’s en PQR het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen. Deze maken deel uit van het dossier.
De datum voor het wijzen van vonnis is bepaald op vandaag.
2 Het incident tot tussenkomst, althans voeging
PQR heeft (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen SLTN en de UMC's. Ter zitting hebben SLTN en de UMC's verklaard geen bezwaar te hebben tegen die tussenkomst. PQR is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.