Rechtbank Den Haag, 20-06-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14558, 682901
Rechtbank Den Haag, 20-06-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14558, 682901
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 20 juni 2025
- Datum publicatie
- 19 augustus 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14558
- Zaaknummer
- 682901
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. De vorderingen worden afgewezen. Rechtsverwerking
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/682901 / KG ZA 25-284
Vonnis in kort geding van 20 juni 2025
in de zaak van
CSU B.V. te Uden,
eiseres,
advocaat mrs. S.C. Brackmann te Rotterdam,
tegen:
de Politie te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. I.J. van den Berge te Zwolle,
waarin zijn tussengekomen:
1 Atalian Schoonmaak NO B.V. te Hengelo,
advocaat mr. R.Q. Janus te Den Haag,
2. Blue Facilitair B.V. te Rijswijk,
advocaat mr. dr. drs. H. Plas te Deventer,
3. Asito B.Vte Almelo
advocaat mr. L. Bozkurt te Rotterdam
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘CSU’, ‘de Politie’, ‘Atalian’, ‘Blue Facilitair’ en ‘Asito’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding 3 april 2025, met producties 1 tot en met 9;
- de schriftelijke reactie van de Politie, met productie A;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst (subsidiair voeging) van Atalian;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van Blue Facilitair;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van Asito;
- de op 10 juni 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door CSU, de Politie, Atalian, Blue Facilitair en Asito pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging
Atalian, Blue Facilitair en Asito hebben (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen CSU en de Politie dan wel (subsidiair) zich te mogen voegen aan de zijde van de Politie. Ter zitting hebben CSU en de Politie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst, dan wel voeging. Atalian, Blue Facilitair en Asito zijn vervolgens overeenkomstig hun primaire incidentele vorderingen toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.