Rechtbank Den Haag, 06-08-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15348, C/09/686617
Rechtbank Den Haag, 06-08-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15348, C/09/686617
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2025
- Datum publicatie
- 19 augustus 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15348
- Zaaknummer
- C/09/686617
Inhoudsindicatie
Aanbesteding; aanbestedende dienst moet inschrijving voorlopige winnaar herbeoordelen op het punt van de prijsstelling.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/686617 / KG ZA 25-547
Vonnis in kort geding van 6 augustus 2025
in de zaak van
DATAEXPERT B.V. te Veenendaal,
eiseres,
advocaat mr. drs. J. van den Brink te Barneveld,
tegen:
1. DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën, Directoraat Generaal Belastingdienst) te Den Haag,
2. DE POLITIE te Den Haag,
gedaagden,
advocaat mr. J.E. Palm te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
VESTIGO CONSULTING Ltd. te Liverpool (UK),
advocaten mrs. P.M. Smid en S.C. Brackmann te Rotterdam.
Eiseres wordt hierna aangeduid als ‘Dataexpert’, gedaagden gezamenlijk als ‘de Staat’ en de interveniënt als ‘Vestigo’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 13 juni 2025, met producties 1 tot en met 9;
- de akte van Dataexpert houdende een nadere toelichting en wijziging van eis, met producties 10 tot en met 14;
- de akte van Dataexpert houdende overlegging producties 15 tot en met 17;
- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord;
- de incidentele conclusie van Vestigo tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de op 22 juli 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 Het incident tot tussenkomst/voeging
Vestigo heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Dataexpert en de Staat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben Dataexpert en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Vestigo is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De Staat, meer in het bijzonder het Directoraat Generaal Belastingdienst (mede namens een aantal deelnemende organisaties, waaronder de Politie) heeft na een marktconsultatie een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor IV-gerichte trainingen met betrekking tot cyberveiligheid (hierna: ‘de Opdracht’). Daarbij gaat het om trainingen op het gebied van informatievoorziening (IV) en informatie- en communicatietechnologie (ICT).
Uit het ten behoeve van deze aanbestedingsprocedure opgestelde Beschrijvend Document van 21 november 2024 volgt dat de Opdracht is opgedeeld in vijftien percelen. Voor alle percelen bestaat de gevraagde dienstverlening uit open aanbod- en onlinetrainingen, incompany trainingen en doorontwikkeling bij incompany trainingen. Het doel van de aanbesteding is om per perceel één raamovereenkomst te sluiten met één leverancier voor een periode van twee jaar met tweemaal een optie tot verlenging met maximaal één jaar.
In deze kortgedingprocedure staat Perceel 2 met de titel OSINT (open source intelligence) centraal. Dit perceel wordt net als de overige percelen gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. In het kader van de beoordeling van de inschrijvingen wordt blijkens paragraaf 5.1 van het Beschrijvend Document gebruik gemaakt van de zogenoemde Superformule, aan de hand waarvan iedere inschrijving objectief en absoluut wordt beoordeeld aan de hand van een door de aanbestedende dienst vooraf vastgestelde referentiewaarde voor de gunningscriteria prijs en kwaliteit. Toepassing van onderstaande Superformule resulteert per perceel in de toekenning van één score voor de beide gunningscriteria.

In paragraaf 3.7 van het Beschrijvend Document heeft de Staat een tabel opgenomen met daarin per perceel de geraamde waarde van de Opdracht en de maximale waarde van de raamovereenkomst (beide exclusief BTW). Voor wat betreft perceel 2 staan in deze tabel de volgende waarden:


In paragraaf 5.1.3 is ten aanzien van de referentiewaarde voor Kwaliteit het volgende bepaald:


In het kader van Wens 4 dient blijkens paragraaf 5.3.5 van het Beschrijvend Document door inschrijvers inzichtelijk te worden gemaakt hoeveel open aanbod- en online trainingen op het moment van inschrijven zelfstandig door hen kunnen worden verzorgd.
Bijlage 2 bij het Beschrijvend Document behelst het Programma van Eisen. Het Programma van Eisen bevat zowel gunningseisen, waaraan vanaf het moment van inschrijving moet worden voldaan (knock-out criteria), als uitvoeringseisen. In het kader van deze kortgedingprocedure zijn onderstaande uitvoeringseisen van belang:






Bij het Beschrijvend Document is als Bijlage 6 het Prijzenblad gevoegd. Bij dit document is onder meer de volgende toelichting gegeven:
“ Tabblad “Prijzenblad”
▪ Op het tabblad “Prijzenblad” dient u de gevraagde kortingspercentages en uurtarief (gele invulvelden) in te vullen.
▪ Het prijzenblad bestaat uit vier (4) onderdelen, te weten (a) Open aanbod trainingen, (b) Digitale content inclusief e-learning, (c) Incompany trainingen en (d) Uurtarief voor Doorontwikkeling en Aanvullende nazorg.
▪ Voor onderdeel (a) t/m (c) dient u een korting te geven op de bruto financiële afname die geraamd is voor dit perceel, dit bedrag komt overeen met de geraamde waarde van het perceel zoals vermeld in §3.7 van het Beschrijvend Document.
▪ De kortingspercentages (onderdeel (a) t/m (c)) zijn van toepassing op de prijzen zoals u deze reeds hanteert. Voor onderdeel (d) dient u een uurtarief op te geven voor de Doorontwikkeling en Aanvullende nazorg.”
In de eerste Nota van Inlichtingen van 9 januari 2025 heeft de Staat de vragen 20, 42, 72 en 128 als volgt beantwoord:
Vraag 20:

Vraag 42:

Vraag 72:

Vraag 128:

In de tweede Nota van Inlichtingen van 23 januari 2025 heeft de Staat de vragen 8, 21, 32 en 37 als volgt beantwoord:
Vraag 8:

Vraag 21:

Vraag 32:

Vraag 37:

Dataexpert en Vestigo hebben beide een geldige inschrijving ingediend op Perceel 2. Op 9 mei 2025 heeft de Staat aan Dataexpert medegedeeld dat haar inschrijving niet is aangemerkt als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding en dat hij voornemens is om Perceel 2 voorlopig te gunnen aan Vestigo. Met het oog op de verificatie van de inschrijvingen heeft de Staat Vestigo onder meer verzocht om informatie over de prijzen van de aangeboden trainingen. In de voorlopige gunningsbeslissing heeft de Staat onderstaande tabel opgenomen:

De Staat heeft de door Dataexpert op wens 4 behaalde score als volgt toegelicht:

Dataexpert heeft bij brieven van 19 mei 2025 en 4 juni 2025 bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing van 9 mei 2025. Daarbij heeft zij – kort gezegd – het standpunt ingenomen dat de Opdracht voor wat betreft Perceel 2 niet aan Vestigo gegund kan worden, omdat volgens haar sprake is van een abnormaal lage althans manipulatieve prijsstelling van Vestigo en de inschrijving van Vestigo irreëel is vanwege het feit dat niet kan worden voldaan aan een aantal eisen uit het Programma van Eisen. De Staat heeft in reactie hierop te kennen gegeven geen aanleiding te zien om op de voorlopige gunningsbeslissing terug te komen.