Rechtbank Den Haag, 23-09-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18029, C/09/688090 / KG ZA 25-666
Rechtbank Den Haag, 23-09-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18029, C/09/688090 / KG ZA 25-666
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 september 2025
- Datum publicatie
- 7 oktober 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18029
- Zaaknummer
- C/09/688090 / KG ZA 25-666
Inhoudsindicatie
Aanbesteding voor intermediaire dienstverleners, beoordeling kwalitatieve criteria, motiveringsplicht. De vordering tot herbeoordeling wordt afgewezen, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beoordeling door de beoordelingscommissie evident onbegrijpelijk of ondeugdelijk is. Ook de bezwaren van eiseres tegen de motivering van de gunningsbeslissing geven geen aanleiding tot toewijzing van het gebod tot herbeoordeling.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/688090/ KG ZA 25-666
Vonnis in kort geding van 23 september 2025
in de zaak van
MAGNIT GLOBAL NETHERLANDS B.V.,
eiseres,
hierna te noemen: Magnit,
advocaat: mr. E.K. Sneeuw,
tegen
DE POLITIE te Den Haag,
gedaagde,
hierna te noemen: de Politie,
advocaat: mr. I.J. van den Berge,
waarin zijn tussengekomen
[bedrijf] B.V. te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
advocaat: mr. W.J.W. Engelhart,
en
DE STAFFING GROEP NEDERLAND B.V. handelend onder de naam ‘CIRCLE8’ te Nieuwegein,
hierna te noemen Circle8,
advocaat: mr. L. Bozkurt.
1 De procedure
Het procesdossier bestaat uit:
- de dagvaarding van 9 juli 2025, met producties aanvullende productie;
- de schriftelijke reactie van de Politie, met producties;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van [bedrijf] ;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van Circle8.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 september 2025. Aan het begin van de mondelinge behandeling is [bedrijf] en Circle8 toegestaan tussen te komen in de procedure tussen Magnit en de Politie. De advocaten van Magnit, de Politie en Circle8 hebben ter zitting het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd, en partijen hebben over en weer hun standpunten toegelicht en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord.
In de aanloop naar dit kort geding heeft Magnit geweigerd om aan [bedrijf] en Circle8 meer dan een geredigeerde dagvaarding en een deel van de producties ter beschikking te stellen, omdat deze concurrentiegevoelige informatie zou bevatten. [bedrijf] heeft op 1 september 2025 de voorzieningenrechter verzocht om voorafgaand aan de mondelinge behandeling te beslissen over het verzoek tot interventie en/of om Magnit te bewegen alsnog alle relevante stukken te verstrekken, dan wel om de informatie die zij niet openbaar wenst te maken terug te trekken. Op 3 september 2025 heeft Circle8 een soortgelijk verzoek gedaan. In reactie op de verzoeken van [bedrijf] en Circle8 heeft de voorzieningenrechter bij berichten van 2 september 2025 (voor [bedrijf] ) en 4 september 2025 (voor Circle8) aan partijen meegedeeld dat pas tijdens de mondelinge behandeling over de verzoeken tot tussenkomst wordt beslist en dat de voorzieningenrechter pas daarna kan beslissen over de aan de tussenkomende partijen te verstrekken stukken. Daarbij heeft de voorzieningenrechter er met klem op aangedrongen om alle processtukken zoveel mogelijk tijdig voor de mondelinge behandeling volledig ter beschikking te stellen en benadrukt dat het onleesbaar maken van concurrentiegevoelige informatie tot het uiterste beperkt dient te blijven en ter zitting deugdelijk gemotiveerd moet kunnen worden.
Na hun toelating als tussenkomende partijen hebben [bedrijf] en Circle8 opnieuw bezwaar gemaakt tegen de manier waarop Magnit processtukken heeft verstrekt. Zij hebben toegelicht dat ook in de later verstrekte dagvaarding meerdere relevante passages waren weggelakt en dat zij geen producties hebben ontvangen. Hiertegenover heeft Magnit zich op het standpunt gesteld dat de weggelakte delen en niet verstrekte stukken bedrijfsvertrouwelijke dan wel bedrijfsgeheime informatie betreft die zij niet met concurrenten hoeft te delen.
De voorzieningenrechter heeft aan de hand van de geredigeerde versie van de dagvaarding geoordeeld dat Magnit het weglakken niet tot het uiterste heeft beperkt. De voorzieningenrechter heeft hierop beslist Magnit relevante informatie met betrekking tot haar bezwaren tegen de gunningsbeslissing alsnog aan de procespartijen ter beschikking diende te stellen, omdat haar standpunten anders voor [bedrijf] en Circle8 niet begrijpelijk zijn. Dat het gaat om passages uit haar inschrijving en de beoordeling daarvan maakt niet reeds dat zij die niet hoeft te delen met de tussenkomende partijen. Magnit heeft ook niet toegelicht dat er bepaalde zwaarwegende gronden zijn die zich ertegen verzetten dat specifieke passages bekend worden bij de tussenkomende partijen. De voorzieningenrechter heeft Magnit daarbij wel toegestaan om een concreet bedrag en een voor deze procedure niet relevante dienst (opgenomen in 2.10 van de dagvaarding) weg te lakken. Verder heeft de voorzieningenrechter beslist dat Magnit alle producties met uitzondering van haar inschrijving aan [bedrijf] en Circle8 ter beschikking dient te stellen.
Vervolgens heeft Magnit na enige tijd een aangepaste versie van de dagvaarding en de producties aan [bedrijf] en Circle8 ter beschikking gesteld, waarna ook de Politie haar schriftelijke reactie (met weglakking van het bedrag) aan [bedrijf] en Circle8 ter beschikking heeft gesteld. Hierop heeft de voorzieningenrechter een korte leespauze ingelast.
Na de leespauze hebben [bedrijf] en Circle8 er terecht op gewezen dat zij door de late terbeschikkingstelling van de processtukken in hun belangen zijn geschaad. [bedrijf] en Circle8 hebben ermee ingestemd dat de behandeling van de zaak aansluitend werd voortgezet maar opgemerkt dat zij mogelijk niet op alle punten afdoende zullen kunnen reageren. Vervolgens is de voorzieningenrechter overgegaan tot de inhoudelijke behandeling van de zaak.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De incidenten tot tussenkomst
[bedrijf] en Circle8 hebben ieder voor zich gevorderd in de procedure tussen Magnit en de Politie te mogen tussenkomen, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Politie. Magnit en de Politie hebben verklaard hiertegen geen bezwaar te hebben. In verband met de nadelige gevolgen die [bedrijf] en Circle8 van een uitspraak in de hoofdzaak kunnen ondervinden, hebben zij elk voldoende belang om zich te mengen in dit kort geding. Niet gebleken is dat de inmenging van [bedrijf] en/of Circle8 een voortvarende afdoening van dit geschil in kort geding in de weg staat. Aangezien [bedrijf] en Circle8 in de hoofdzaak een (voorwaardelijke) vordering hebben ingesteld, zijn zij allebei toegelaten als tussenkomende partij.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Op 6 of 7 maart 2025 heeft de Politie de aankondiging gedaan voor de een Europese openbare aanbesteding voor de opdracht “Intermediaire dienstverlening” (hierna: de Opdracht). Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) van toepassing.
Met de Opdracht beoogt de Politie met twee onafhankelijke intermediaire dienstverleners een raamovereenkomst te sluiten om de Politie te voorzien van zogenoemde inhuurprofessionals, waarbij de intermediairs professionals werven en leveren en er geen arbeidsovereenkomst ontstaat tussen de Politie en de inhuurprofessionals. Binnen de raamovereenkomst wordt de inhuurbehoefte door de Politie door middel van zogenoemde Nadere oproepen om en om bij de opdrachtnemers uitgezet. De totale maximale waarde van de Opdracht is € 1.500.000,- (exclusief btw), te verdelen over de twee opdrachtnemers, voor de maximale contractduur van drie jaar, met een optie tot verlenging van eenmaal drie jaar.
De aanbestedingsprocedure is nader omschreven in de Inschrijvingsleidraad van 28 april 2025 (hierna: de Inschrijvingsleidraad), met bijlagen, waaronder een Programma van Eisen en een Begrippenlijst. Daarnaast heeft de Politie twee Nota’s van Inlichtingen verstrekt.
Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. De weging van de subgunningscriteria is als hierna weergegeven:

Met betrekking tot de beoordeling van de kwalitatieve criteria staat in 2.1 van de Inschrijvingsleidraad het volgende:

Verder vermeldt de Inschrijvingsleidraad de volgende bonusregeling:
“Als de beantwoording naar het oordeel van het beoordelingsteam één of meerdere extra elementen bevat die van meerwaarde zijn voor de Politie, zoals verrassende elementen c.q. inzichten die de verwachting van de Politie overtreffen en/of vernieuwend voor de Politie zijn, wordt hiervoor een bonus van 10% toegekend.”.
In de Inschrijvingsleidraad staat met betrekking tot de beoordeling van de verschillende subgunningscriteria nog het volgende:
“Voor de volledigheid wordt de Inschrijver erop gewezen dat bij de beoordeling van de uitwerking steeds uitsluitend wordt beoordeeld op hetgeen bij het betreffende sub-Gunningscriterium is opgesteld. Dat betekent dat bijvoorbeeld bij de beoordeling van de uitwerking voor sub-Gunningscriterium 2 niet tevens rekening wordt gehouden met hetgeen staat in de uitwerking voor sub-Gunningscriterium 1.”
Met betrekking tot uitwerking van KC 1 staat in de Inschrijvingsleidraad de volgende doelstelling en vraagstelling:
“Doelstelling
De Politie wenst om tijdig te worden voorzien van Inhuurprofessionals die voldoen aan het gestelde in de Nadere oproep. Het is essentieel dat de Inschrijver beschikt over een sourcingproces dat toegang biedt tot de volledige arbeidsmarkt, waaronder ook nichemarkten. Het sourcing- en wervingsproces en het selectieproces dienen hierbij optimaal aan te sluiten op de inhuurbehoefte van de Politie en wendbaar te zijn, zodat er tijdig ingespeeld kan worden op veranderende omstandigheden, o.a. binnen de Politie en/ of op de arbeidsmarkt.
Hierbij wordt door de Inschrijver volledig voldaan aan de vigerende wet- en regelgeving waardoor voor de Politie de rechtmatigheid gewaarborgd is. De Inschrijver past voor iedere Nadere oproep een transparante, objectieve en passende marktwerking toe, met als resultaat een passend aanbod tegen een optimale prijs- kwaliteitverhouding.
Vraagstelling
Welke concrete stappen neemt de Inschrijver om specifiek voor de Politie een Netwerk van Derden op te bouwen, onder meer gericht op het ontsluiten van nichemarkten en het voorzien van Inhuurprofessionals met de juiste expertise tegen de beste prijs- kwaliteitverhouding?
KC-1.1 Sourcing- en wervingsproces (maximaal 25 punten te behalen)
o Beschrijf drie (3) voorbeelden van markten, waaronder één (1) nichemarkt (...), waar de Politie actief op inhuurt (zie 1.3) en hoe Inschrijver deze drie (3) markten monitort;
o Beschrijf per markt het sourcing- en wervingsproces (onder andere de werkwijzen, het netwerken en de toegepaste methodieken en technologieën) die de Inschrijver toepast om geschikte Kandidaten en Toeleveranciers te vinden. U dient hierbij een concrete tijdlijn bij te voegen;
o Beschrijf hoe de Inschrijver ervoor dat het sourcing- en wervingsproces wendbaar genoeg is om in te spelen op veranderingen (bijvoorbeeld in aantallen, functies, snelheid, maatschappelijke veranderingen en proces);
o Beschrijf hoe de Inschrijver ervoor zorgt dat de Toeleveranciers en Kandidaten graag voor de Politie willen werken;
o Beschrijf de risico’s die Inschrijver ziet bij het vinden van Kandidaten met specifieke expertise en schaarse vaardigheden, inclusief mitigerende maatregelen.
KC-1.2 Selectieproces (maximaal 25 punten te behalen)
o Beschrijf hoe de Inschrijver ervoor zorgt dat hij Kandidaten kan aanbieden tegen de optimale prijs- kwaliteitverhouding conform de Normtarieven en het gestelde in de KPI’s. Beschrijf hierbij de processen en tools die u inzet;
o Beschrijf hoe de Inschrijver de compliancy binnen het inhuurproces waarborgt. Beschrijf hierbij welke specifieke processen, systemen en controles u heeft geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat alle inzetten voldoen aan de wettelijke vereisten, zoals maar niet noodzakelijkerwijs beperkt tot de WAB, Wet DBA en Waadi;
o Beschrijf welke maatregelen Inschrijver neemt om het vervullingspercentage zoals beschreven in het Programma van Eisen te realiseren.
KC-1.3 Samenwerking (maximaal 10 punten te behalen)
o Beschrijf hoe u de gezamenlijke aanpak met de tweede opdrachtnemer vormgeeft op het gebied van onder andere, maar niet beperkt tot, procesinrichting en marktwerking om zo optimaal mogelijk aan de inhuurbehoefte van de Politie te kunnen voldoen;
o Beschrijf wat u bij deze gezamenlijke aanpak van de Politie verwacht qua inzet.”
In de Inschrijvingsleidraad staat dat voor KC 1.1 een presentatieronde wordt gehouden ter toelichting op de door de inschrijvers gegeven antwoorden. In de Inschrijvingsleidraad heeft de Politie zich het recht voorbehouden om naar aanleiding daarvan de score op KC 1.1 met één stap naar boven of naar beneden bij te stellen.
In 2.2.3 van de Inschrijvingsleidraad staat de volgende uitwerking van KC 3 (Diversiteit en inclusie):
“Doelstelling
De Politie streeft naar een diverse en inclusieve werkomgeving. Het is van belang dat de Inschrijver een actieve rol speelt in het bevorderen van diversiteit en inclusie in de wervingsprocessen. Een diverse en inclusieve werkplek draagt bij aan betere prestaties, innovatie en maatschappelijke impact, en speelt een cruciale rol in het wervingsproces van de juiste mensen voor de juiste functies. Zie ook 1.14 “Diversiteit en inclusie” voor de uitgangspunten.
Vraagstelling
Hoe bevordert de Inschrijver diversiteit en inclusie binnen het selectieproces?
Beschrijf de maatregelen en processen die de Inschrijver inzet om diversiteit en inclusie te bevorderen, zowel bij het werven als bij het selecteren van Kandidaten. Hoe zorgt de Inschrijver ervoor dat het selectieproces een breed scala aan Kandidaten aantrekt?
Hoe waarborgt de Inschrijver een bias-vrij selectieproces?
Leg uit welke tools en technieken de Inschrijver inzet om vooroordelen in het selectieproces te vermijden en een objectieve selectie van Kandidaten te waarborgen.”
In 1.4.4 van de Inschrijvingsleidraad staan onder meer de volgende contractdoelstellingen:
“1.4.4 Contractdoelstellingen
De Raamovereenkomst dient invulling te geven aan de volgende doelen:
(...)
o Een optimale ontsluiting van de markt;
o (...)
o (...)
Marktbereik: een groot landelijk netwerk en bereik, met maximale dekking;
(...)”
Voor de Opdracht hebben zich zeven partijen ingeschreven, waaronder Magnit, [bedrijf] en Circle8.
Bij brief van 19 juni 2025 heeft de Politie aan Magnit meegedeeld dat zij als vierde is geëindigd en dat zij voornemens is de Opdracht te gunnen aan [bedrijf] en Circle8. De brief bevat met betrekking tot de beoordeling van de kwalitatieve subgunningscriteria de volgende tabel:

Uit de toelichting bij deze voorlopige gunningsbeslissing volgt dat Magnit 3,85 punten minder heeft behaald dan [bedrijf] , de inschrijver die als tweede in de rangorde is geëindigd, en 10 punten minder dan Circle8, die als eerste is geëindigd. Magnit heeft voor KC 1.1 (Sourcingproces) en KC 1.2 een “voldoende” (65% van 25 punten en daarmee 16,25 punten) gescoord. Voor KC 3 (Diversiteit en Inclusie) heeft Magnit een “goed” (90% van 10 punten en daarmee 9 punten) gescoord. Voor KC 1.3 en KC 2 heeft Magnit ook een “goed” gescoord (90% van 10 punten en 90% van 15 punten). Aan Magnit zijn geen bonussen toegekend.
In de toelichting op de gunningsbeslissing is de beoordeling van de inschrijving van Magnit voor subgunningscriterium KC 1.1, KC 1.2 en KC 3 – voor zover hier van belang – als volgt gemotiveerd:
“De winnende Inschrijvingen hebben op KC-1.1 beide een “goed” behaald. Het is een complete weergave van het gevraagde in de doelstelling. Er wordt uitgebreid en concreet antwoord gegeven op het gevraagde en er wordt een vertaalslag gemaakt naar hoe dit realistisch en toepasbaar is voor de Politie. Voor de Inschrijver die op de
eerste (1e) plaats is geëindigd blijkt dit bijvoorbeeld uit de heldere uiteenzetting hoe de Inschrijver ervoor zorgt dat de Toeleveranciers en Kandidaten graag voor de Politie willen werken. Tevens draagt de beschrijving van de risico’s die de Inschrijver ziet bij het vinden van Kandidaten met specifieke expertise en schaarse vaardigheden, inclusief mitigerende maatregelen, volledig bij aan het bereiken van de doelstelling.
Voor de Inschrijver die op de tweede (2e) plaats is geëindigd blijkt dit bijvoorbeeld uit de complete beschrijving van het sourcing- en wervingsproces per markt die tevens realistisch en toepasbaar is voor de Politie. Tevens heeft de Inschrijver concreet onderbouwd hoe de Inschrijver ervoor zorgt dat de Toeleveranciers en Kandidaten graag voor de Politie willen werken.
KC 1.2 Selectieproces
(...)
De Inschrijving die op de eerste (1e) plaats is geëindigd heeft op KC-1.2 een “goed” behaald. De beantwoording is een complete weergave van het gevraagde in de doelstelling. Er wordt uitgebreid en concreet antwoord gegeven op het gevraagde en er wordt een vertaalslag gemaakt naar hoe dit realistisch en toepasbaar is voor de Politie. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de concrete omschrijving hoe de Inschrijver ervoor zorgt dat hij Kandidaten kan aanbieden tegen de optimale prijs- kwaliteitverhouding, wat volledig bijdraagt aan het bereiken van de doelstelling.
De Inschrijving die op de tweede (2e) plaats is geëindigd heeft op KC-1.2 een “voldoende” behaald.
(...)
KC-3 Diversiteit en inclusie
(...)
De winnende Inschrijvingen hebben op KC-3 beide een “goed” behaald, waarbij de Inschrijving die op de tweede (2e) plaats is geëindigd een bonus toegekend heeft gekregen. De Politie heeft hiertoe besloten, omdat de beantwoording meerdere elementen bevat die van meerwaarde zijn voor de Politie. Zoals de inzet van een gespecialiseerd D&I advies- en trainingsbureau dat een doorlopend programma ontwikkelt voor alle betrokkenen
in het inhuurproces, waaronder hiring managers, HR en Toeleveranciers.”
Magnit heeft de Politie verzocht om met haar in gesprek te gaan over bezwaren tegen de beoordeling. Bij e-mail van 27 juni 2025 heeft de Politie aan Magnit meegedeeld dat de Politie als beleid heeft om tijdens de zogenoemde alcateltermijn niet met partijen in gesprek te gaan. In de e-mail geeft de Politie Magnit wel de mogelijkheid om haar op- en aanmerkingen op papier te zetten, zodat de Politie erop kan antwoorden.
Op 3 juli 2025 heeft Magnit haar bezwaren tegen de gunningsbeslissing aan de Politie toegelicht en verzocht de gunningsbeslissing in te trekken en over te gaan tot herbeoordeling van de inschrijvingen. Hiertoe heeft Magnit aangevoerd dat de motivering van de gunningsbeslissing feitelijke onjuistheden bevat en onvoldoende concreet is en dat niet is voldaan aan de motiveringseisen van artikel 2.130 Aw 2012.
Op 7 juli 2025 heeft de Politie aan Magnit meegedeeld dat zij in de bezwaren van Magnit geen aanleiding ziet om de gunningsbeslissing in te trekken en tot herbeoordeling over te gaan.