Rechtbank Den Haag, 09-10-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19271, C/09/685025/ KG ZA 25-436
Rechtbank Den Haag, 09-10-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19271, C/09/685025/ KG ZA 25-436
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2025
- Datum publicatie
- 24 oktober 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19271
- Zaaknummer
- C/09/685025/ KG ZA 25-436
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Niet annemelijk is dat de beoordeling van de beoordelingscommissie onbegrijpelijke kritiekpunten dan wel procedurele of inhoudelijke onjuistheden bevat. Daarom kan niet worden gezegd dat de voorlopige gunningsbeslissing evident niet overtuigt. Afwijzing vorderingen.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/685025/ KG ZA 25-436
Vonnis in kort geding van 9 oktober 2025
in de zaak van
ItaQ B.V. te Rijswijk,
eiseres,
advocaten mrs. S.C. Brackmann en P.M. Smid te Rotterdam,
tegen:
1. de Staat der Nederlanden (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) te Den Haag, ten behoeve van: Bestuursdepartement OCW, Dienst Uitvoering Onderwijs Den Haag (exclusief Dienst Uitvoering Onderwijs Groningen), Inspectie van het Onderwijs, Nationaal Archief, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, allen onderdeel van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschapen te Den Haag,
2. College voor Toetsen en Examens te Utrecht,
3. Adviesraad voor Wetenschap- en Technologiebeleid en Innovatiete Den Haag,
4. Onderwijsraad te Den Haag,
5. Raad voor Cultuurte Den Haag,
6. de Nederlandse Unesco Commissiete Den Haag,
gedaagden,
advocaten mrs. D. Wolters Rückert en A.P.M. Waaijer te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
Need Staffing IT B.V. te Rijswijk,
advocaten mrs. J.F. van Nouhuys en E.S.C. van der Hoek te Rotterdam.
Eiseres wordt hierna aangeduid als ‘ItaQ’. Gedaagden worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘de Staat’ en de tussengekomen partij als ‘Need Staffing’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 mei 2025 met producties 1 tot en met 20;
- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst;
- de nader door ItaQ ingediende producties 21 en 22;
- de op 18 september 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door ItaQ pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2. Het incident tot tussenkomst
Need Staffing heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen ItaQ en de Staat dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting heeft de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Voorafgaand aan de zitting heeft ItaQ bij brief van 15 september 2025 laten weten bezwaar te maken tegen de tussenkomst dan wel voeging van Need Staffing. Ter zitting heeft zij haar bezwaar gehandhaafd.
Need Staffing is vervolgens ter zitting toegelaten als tussenkomende partij. Daartoe is het volgende overwogen. Volgens vaste rechtspraak is uitgangspunt dat een partij kan vorderen te mogen tussenkomen indien zij een eigen vordering wil instellen en daarmee voldoende belang heeft zich te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij in de uitspraak in het hoofdgeding kan ondervinden. Ook voor voeging moet worden beoordeeld of de partij die voeging vordert nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitkomst van deze procedure. Onder nadelige gevolgen wordt verstaan de feitelijke of juridische gevolgen van de toe- of afwijzing van de vordering. Need Staffing heeft gesteld dat bij toewijzing van de vordering tot herbeoordeling van de inschrijving van ItaQ niet kan worden uitgesloten dat die uitspraak leidt tot herbeoordeling door de Staat van alle inschrijvingen. De Staat heeft in reactie daarop te kennen gegeven dat de Staat Need Staffing in dat standpunt volgt en toegelicht dat als in deze procedure tot het oordeel wordt gekomen dat er sprake is van een of meer fouten in de toepassing van de beoordelingssystematiek, de Staat waarschijnlijk tot herbeoordeling zal overgaan. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter mee dat Need Staffing feitelijke gevolgen kan ondervinden van toewijzing van de vordering van ItaQ. ItaQ wordt niet gevolgd in het standpunt dat, anders dan de Staat naar voren heeft gebracht, haar bezwaren niet gaan over fouten in toepassing van de beoordelingssystematiek. Of daarvan sprake is, is immers nog onderwerp van debat en kan op voorhand niet worden uitgesloten. Het feit dat Need Staffing geen bezwaren over haar eigen beoordeling heeft ingediend, maakt het voorgaande niet anders. ItaQ heeft nog gezegd dat indien de Staat zou besluiten alle inschrijvingen al dan niet op onderdelen opnieuw te beoordelen en deze herbeoordeling leidt tot een nieuwe gunningsbeslissing, iedereen die daarvan nadeel ondervindt een nieuwe rechtsbeschermingstermijn verkrijgt. Dat is op zichzelf juist, maar doet niet af aan het gegeven dat Need Staffing, uiteindelijk, feitelijke gevolgen van de eindbeslissing in deze procedure kan ondervinden. ItaQ heeft ook nog gesteld dat ze onevenredig zwaar in haar belangen wordt geschaad omdat toelating van Need Staffing betekent dat Need Staffing op de hoogte raakt van de inhoud van haar inschrijving en de wijze waarop zij zich tracht te onderscheiden van de andere inschrijvers. De wijze waarop met de bedrijfsvertrouwelijke gegevens uit de inschrijving van ItaQ zal worden omgegaan, staat op dit moment van de behandeling van de zaak nog niet vast en op voorhand is onvoldoende aannemelijk dat de voorzieningenrechter daarmee onvoldoende rekening zal houden in het nadeel van ItaQ. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
Voorafgaand aan de zitting heeft ItaQ aan Need Staffing slechts deels zwartgelakte processtukken verstrekt in verband met door ItaQ als bedrijfsvertrouwelijk aangemerkte informatie. Ter zitting hebben alle partijen te kennen gegeven ermee in te stemmen dat vonnis wordt gewezen op basis van de ongelakte stukken, ondanks het feit dat Need Staffing slechts over gelakte stukken beschikt. De voorzieningenrechter beoordeelt deze zaak dan ook op basis van de ongelakte stukken.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Het Inkoop Uitvoering Centrum EZ, onderdeel van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken (hierna: IUC-EZ), heeft in 2024 een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor de inhuur van ICT-professionals. De aanbesteding is uitgevoerd namens en ten behoeve van: het Bestuursdepartement OCW, de Dienst Uitvoering Onderwijs Den Haag (exclusief Dienst Uitvoering Onderwijs Groningen), de Inspectie van het Onderwijs, het Nationaal Archief, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, het ZBO College voor Toetsen en Examens, en optioneel: de Adviesraad voor Wetenschap- en Technologiebeleid en Innovatie, de Onderwijsraad, de Raad voor Cultuur en de Nederlandse Unesco Commissie (hierna: de Deelnemers).
Het doel van de aanbesteding is om kwalitatief goede ICT-professionals tegen een marktconform tarief in te huren voor tijdelijke opdrachten ten behoeve van de Deelnemers in de vorm van zes raamovereenkomsten (hierna: de Opdracht). De raamovereenkomsten hebben een looptijd van vier jaar en drie of minder maanden en de maximale totale opdrachtwaarde is € 160.000.000 exclusief btw. De looptijd bestaat uit een instapfase van nul tot drie maanden en een uitvoeringsfase van vier jaar.
Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.
Voor het onderdeel kwaliteit zijn in het op 15 april 2024 gepubliceerde Aanbestedingsdocument1 (hierna: het Aanbestedingsdocument) drie subgunningscriteria (hierna ook genoemd: Kwaliteitswensvragen) beschreven, waarvan hier de volgende twee van belang zijn:
“Kwaliteitswensvraag 1 Het leveren van niche kennis en ervaring
(...)
Doelstelling
Deelnemers willen de beschikbaarheid van niche kennis en ervaring zoals OpenText Suite 16 en Blueriq (en vergelijkbare technische kennis) graag verbeterd zien tot een zo hoog mogelijk aanbiedingsniveau, tegen reguliere uurtarieven.
Daartoe zoeken Deelnemers naar proactieve opdrachtnemers, die uit eigen initiatief en voor eigen rekening investeren in de opbouw en het behoud van de benoemde kennis en ervaring, zodat de beschikbaarheid voor Deelnemers blijft of wordt vergroot.
Daarnaast wensen Deelnemers opdrachtnemers te contracteren, die bereid en in staat zijn hun investering te verleggen of te verbreden, zodra er bij de Deelnemers behoefte aan nieuwe of andere kennis en ervaring ontstaat.
Vraagstelling
Beschrijf in uw beantwoording:
a. Uw aanpak om de voor Deelnemers essentiële niche kennis en ervaring zoals OpenText Suite 16 Proza, Blueriq of vergelijkbare schaarse kennis en ervaring, beter beschikbaar te maken en zo goed mogelijk bij te dragen aan de beschreven doelstelling van de Deelnemers;
b. Een beschrijving van uw voor Deelnemers meest effectieve zelfstandige en enkelvoudige maatregel(en) (minimaal 1 en maximaal 3) uit uw onder a. omschreven aanpak;
c. Een toelichting bij die maatregel(en) op de volgende vier onderdelen:
1. Hoe werkt de maatregel in de praktijk;
2. Waarom is juist deze maatregel het meest effectief voor de Deelnemers;
3. Welke relevante toetsbare resultaten mogen de Deelnemers op welke termijn van de maatregel verwachten;
4. Eén voorbeeld van een situaties bij een andere opdrachtgevers waar de maatregel succesvol is geweest.”
Overige relevante informatie
Van de Inschrijver wordt een zodanig concreet en gericht antwoord verwacht, dat dat volstrekt geschikt is om de door Inschrijver benoemde maatregelen en resultaten als door deze Opdrachtnemer vrijwillig aanvaarde zelfstandige verplichtingen als bijlage bij de Raamovereenkomst op te nemen, en dat Opdrachtnemer in de uitvoering van de Opdracht uit eigen beweging conform PvE periodiek aan CCM rapporteert over de goede werking en behaalde resultaten van door hem getroffen maatregelen.
(...)
Beoordeling en waardering
Zie paragraaf 5.4 van het aanbestedingsdocument.
(...)
Kwaliteitswensvraag 3: Proeve van Bekwaamheid – Werving en Selectie
(...)
Doelstelling
Het aangeboden krijgen van geschikte, best-passende Kandidaten, die in aanmerking zouden kunnen komen voor een selectiegesprek. Vaststellen in welke mate de Inschrijver de opdrachtomschrijving doorgrondt.
Vraagstelling
Het IUC-EZK geeft in de (2e) nota van inlichtingen aan wat het technische onderwerp van deze Proeve van Bekwaamheid is.
Inschrijver ontvangt op de dag van de proeve van het IUC-EZK de volgende documenten:
• Een Aanvraag met eventueel een bijlage (zie bijlage 11 'Model Aanvraag Inhuur ICT') en één of twee bijbehorende adviesvragen;
• Een standaard antwoordformulier.
Inschrijver mag maximaal zeven (7) enkelvoudige vragen stellen aan Deelnemer. Als een vraag uit meerdere deelvragen bestaat dan worden deze deelvragen ieder afzonderlijk meegeteld. Zodra het aantal van zeven vragen is bereikt (incl. de deelvragen dus) worden evt. extra vragen niet beantwoord. De Aanbestedende dienst gaat hierbij uit van beantwoording op volgorde en stopt dus na zeven. De vragen worden twee dagen later beantwoord. De vragen en antwoorden worden elektronisch uitgewisseld. De vragen die inschrijver stelt, wegen mee in de beoordeling en waardering van de ingediende uitwerking. De Aanbestedende dienst beoordeelt de gestelde vragen en de antwoorden van de Proeve op de in het Aanbestedingsdocument beschreven wijze (zie ook hoofdstuk 5 van het Aanbestedingsdocument).
Inschrijver beschrijft vervolgens zijn bevindingen zodat hij laat zien de casus te doorgronden (maximaal 2 A4). Daarnaast biedt Inschrijver twee anonieme cv’s (maximaal 3 A4 per stuk) aan waarvan Inschrijver denkt dat deze de best passende cv’s zijn. Inschrijver licht de keuzes van de cv’s op basis van de casus toe. Tenslotte levert Inschrijver in een apart document de namen en telefoonnummers van de door hem aangeboden kandidaten in. De kandidaat behoeft niet daadwerkelijk beschikbaar te zijn of op gesprek te komen. (...)”
Het gunningsmodel ziet er voor het onderdeel kwaliteit als volgt uit:

Het Aanbestedingsdocument schrijft voor de beoordeling van de Kwaliteitswensvragen de volgende beoordelings- en waarderingsmaatstaf voor:




In totaal hebben 21 marktpartijen een inschrijving ingediend (hierna: de Inschrijvers), waaronder ItaQ en Need Staffing.
Bij brief van 24 april 2025 heeft IUC-EZ de voorlopige gunningsbeslissing aan ItaQ medegedeeld. Daarin is onder meer vermeld dat ItaQ met een totaalscore van 720 punten op de negende plaats is geëindigd en niet in aanmerking komt voor gunning. Verder is het voornemen geuit om raamovereenkomsten te sluiten met de partijen die op de eerste tot en met de zesde plaats zijn geëindigd. Tot die groep inschrijvers behoort ook Need Staffing, die op de derde plaats is geëindigd.
ItaQ heeft voor Kwaliteitswensvragen 1 en 3 een voldoende (6 punten) gescoord, gelijk aan 180 van de 300 punten voor Kwaliteitswensvraag 1 en 240 van de 400 punten voor Kwaliteitswensvraag 3. De motivering van de beoordelingscommissie voor die scores luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“Wensvraag 1
(...)
Punten: 6
Motivering
Op grond van onderstaande bevindingen, is het antwoord van Inschrijver op Wensvraag 1 gewaardeerd als “voldoende’ (Punten 6)
A0 Uw aanpak om voor de Deelnemers essentiële niche kennis en ervaring zoals OpenText Suite 16, Blueriq of vergelijkbare schaarse kennis en ervaring, beter beschikbaar te maken en zo goed mogelijk bij te dragen aan de beschreven doelstelling van de Deelnemers:
De aanpak van Inschrijver bestaat uit het identificeren van huidige en toekomstige niche-kennis en-ervaring, specifiek voor Deelnemers. Inschrijver beschrijft uitgebreid welke tool
daarvoor wordt ingezet en welke feeds/informatiebronnen worden gebruikt. Naast de AI tool voeden 4 kennismanagers de AI met informatie uit andere bronnen. De AI tool genereert specifiek voor Deelnemers een dashboard, specifieke relevante informatie over de huidige en een voorspelling over toekomstige, binnen 12 maanden van de top 10 schaarse profielen. De beschrijving van het identificeerproces is relevant en concreet.
Vervolgens neemt Inschrijver een vijftal maatregelen.
M1. Pre-emptive sourcing op basis van de huidige schaarste. Vier recruiters werven continue. Kandidaten worden na screening en selectie opgenomen in de pool voor Deelnemers. Dit is relevant en geeft een inspanning weer, maar geen resultaat.
M2. Inschrijver heeft op basis van de aanbesteding 54 onderaannemers aan zich gebonden. Samen vormen zij het netwerk van Inschrijver, dat continu uitgebreid wordt met nieuwe partijen. Inzichten over schaarste worden gedeeld, opdat zij gericht professionals in dienst kunnen nemen of opleiden. De maatregel is relevant, maar zonder concrete informatie over zakelijke afspraken in het netwerk (SLA afspraken).
M3. Het opleiden van net afgestudeerde ICT-ers.
M4. ICT-ers met niche expertise weghalen bij commerciële opdrachtgevers en plaatsen bij het Rijk.
M5. Schaarse expertise zoeken in Nederlandstalige landen en plaatsen op opdrachten in Nederland. De laatste drie maatregelen worden door Inschrijver gekozen als de meest effectieve zelfstandige en enkelvoudige maatregelen en vervolgens uitgebreider toegelicht.
B0 Beschrijving van uw voor Deelnemers meest effectieve zelfstandige en enkelvoudige maatregelen ( minimaal 1 en maximaal 3) uit uw onder a. omschreven aanpak.
M3. Het opleiden van net afgestudeerde ICT-ers
C1 Hoe werkt de maatregel in de praktijk
Inschrijver onderneemt diverse acties om kandidaten op te leiden. Jaarlijks 12 afgestudeerde studenten tot topprofessional in een niche richting. Het jaarlijks aannemen van 10 MSc technologie in een 2-jarig traineeprogramma tot topspecialist in een niche technologie. Wat exact onder niche technologie wordt verstaan, is niet nader benoemd. In de eigen Academy samen met opleidingspartners worden jaarlijks gemiddeld 20 ervaren ICT-Professionals omgeschoold in een doorlooptijd van 2 tot 3 maanden. Het is onduidelijk voor welke actuele en relevante cursussen de professionals worden opgeleid. Hoe deze aansluiten op vraag van niche kennis bij deelnemers. Zonder nadere duiding is het hierdoor onvoldoende duidelijk hoe Inschrijver zich binnen deze maatregel richt op de specifieke behoefte van Deelnemers.
C2 Waarom is juiste deze maatregel het meest effectief voor de Deelnemers
De stelling dat Inschrijver door middel van de maatregelen ervoor zorgt dat er meer hoogwaardige kandidaten met de juiste niche expertise voor Deelnemers beschikbaar komen is zeer algemeen verwoord (onvoldoende concreet en gericht).
C3 Welke relevante toetsbare resultaten mogen de Deelnemers op welke termijn van de maatregel verwachten
Inschrijver geeft een verwachting dat het aanbiedingspercentage voor aanvragen voor professionals met niche kennis tegen reguliere tarieven, binnen een jaar na de start van de mantelovereenkomst 10% hoger zal liggen dan het gemiddelde van alle overige mantelpartijen. Een duidelijke onderbouwing aangaande deze verwachting ontbreekt echter.
C4 Eén voorbeeld van een situatie bij een andere opdrachtgever waar de maatregel succesvol is geweest.
Het voorbeeld is relevant, concreet en bij navraag toetsbaar.
M4. ICT-ers met niche expertise weghalen bij commerciële opdrachtgevers en plaatsen bij het Rijk
C1 Hoe werkt de maatregel in de praktijk
Een essentieel aspect van deze maatregel is het verleiden van professionals, die commerciële bedrijven werken, om de overstap de maken naar een functie bij de overheid. Inschrijver beschrijft welke middelen daarvoor ingezet worden en dat in 2023 38 professionals de stap gemaakt hebben. De maatregel is relevant.
C2 Waarom is juiste deze maatregel het meest effectief voor de Deelnemers
Inschrijver stelt, dat door het bereiken van bedoelde groepen ICT-ers, de beschikbaarheid
voor Deelnemers wordt vergroot.
C3 Welke relevante toetsbare resultaten mogen de Deelnemers op welke termijn van de maatregel verwachten
Inschrijver geeft een verwachting dat het aanbiedingspercentage voor aanvragen voor professionals met niche kennis tegen reguliere tarieven, binnen een jaar na de start van de mantelovereenkomst 10% hoger zal liggen dan het gemiddelde van alle overige mantelpartijen. Een duidelijke onderbouwing aangaande deze verwachting ontbreekt echter.
C4 Eén voorbeeld van een situatie bij een andere opdrachtgever waar de maatregel succesvol is geweest.
Het voorbeeld is relevant en concreet en bij navraag toetsbaar.
M5. Schaarse expertise zoeken in Nederlandstalige landen en plaatsen op opdrachten in Nederland.
C1 Hoe werkt de maatregel in de praktijk
Via strategische samenwerking met internationale wervingsbureaus en buitenlands universiteiten, vindt Inschrijver gekwalificeerde kandidaten uit het buitenland. Een nadere toelichting hierop met relevante informatie wordt niet uitgewerkt. Daarnaast ontvangt Inschrijver jaarlijks 9 studenten voor een stage, waarvan gemiddeld 6, na afstuderen een opdracht voor Inschrijver uitvoeren. De maatregel is relevant, maar zonder nadere toelichting te algemeen.
C2 Waarom is juiste deze maatregel het meest effectief voor de Deelnemers
Het effect is relevant maar het is onduidelijk wat er exact wordt verstaan onder “volledig ontzorgen”, dan wel waaruit dat blijkt.
C3 Welke relevante toetsbare resultaten mogen de Deelnemers op welke termijn van de maatregel verwachten
Inschrijver geeft een verwachting dat het aanbiedingspercentage voor aanvragen voor professionals met niche kennis tegen reguliere tarieven, binnen een jaar na de start van de mantelovereenkomst 10% hoger zal liggen dan het gemiddelde van alle overige mantelpartijen. Een duidelijke onderbouwing aangaande deze verwachting ontbreekt echter.
C4 Eén voorbeeld van een situatie bij een andere opdrachtgever waar de maatregel succesvol is geweest.
Het voorbeeld is relevant, concreet en bij navraag toetsbaar.
Relatieve voordelen winnende inschrijving
Aangezien de Inschrijver op rangordenummer 6 gelijk op deze kwaliteitswensvraag heeft gescoord, zijn de relatieve voordelen van de Inschrijver met rangordenummer 4 (met 8 punten) beschreven:
• Inschrijver met rangnummer 4 beantwoordt de facetten van de wensvraag relevanter, sterker gericht op het niche aspect van de vraagstelling, concreter en meer onderbouwd, de toetsbaarheid is vergelijkbaar.
(...)
Wensvraag 3
Punten: 6
Motivering
Op grond van het samenstel van onderstaande bevindingen, is het antwoord van Inschrijver op Wensvraag 3 gewaardeerd als “voldoende”(Punten:6).
De maximaal zeven enkelvoudige vragen
De door Inschrijver gestelde vragen zijn relevant voor de doelstelling en in de breedte van de casus gesteld. Daarbij gaat Inschrijver in op de onduidelijkheden van de casus en zijn de vragen helder en concreet geformuleerd.
In welke mate doorgrondt Inschrijver de casus
De analyse van Inschrijver is beknopt, en Inschrijver gaat gedeeltelijk uit van verkeerde uitgangspunten. Zo gaat Inschrijver uitgebreid in op het werken binnen twee scrumteams, terwijl een dergelijke werkwijze in de praktijk vaak wordt afgeraden, en er gaandeweg in de casus duidelijk wordt dat de kandidaat eigenlijk in één team komt te werken. De door Inschrijver beschreven analyse is daarmee slechts gedeeltelijk relevant voor de doelstelling. Vanwege de beknopte uitwerking, en het ontbreken van een verdere uitwerking van de eisen en wensen, kan de effectiviteit van de aanpak niet goed worden vastgesteld.
In welke mate doorgrondt Inschrijver de adviesvraag
De relevante standaarden en methoden, waaronder OWASP, MITRE en DevSecOps, worden door Inschrijver beschreven en de door Inschrijver beschreven stappen zijn concreet en breed toepasbaar. Het beschreven plan van aanpak gaat daarbij teveel in op hoe er aangesloten moet worden op SOC/SIEM, en het gaat te weinig over de ontwikkeling van veilige software, terwijl dit wel onderdeel was van de vraagstelling. Het belang van een cultuurverandering wordt benoemd, en ook de inzet van training. Echter wordt er niet ingegaan op wat de implementatie voor bestaande scrumteams betekent en welke rollen er mogelijk nodig zijn voor de implementatie. Het advies gaat voornamelijk in op wat de Rijksdienst voor Databeveiliging zou kunnen doen, en minder over het “hoe” en “waarom”. De effectiviteit van de aanpak wordt dan ook slechts gedeeltelijk bewezen.
Toelichting keuze cv’s
In de inschrijving gaat Inschrijver beknopt in op de kandidaten die hij heeft voorgedragen, waarbij de competenties worden uitgelicht en het profiel kort wordt omschreven. In het cv zelf gaat Inschrijver vervolgens dieper in op de expertise, achtergrond en eigenschappen van de kandidaat. Bij elkaar is deze toelichting relevant voor de doelstelling en uitgebreid en concreet beschreven. Waarom Inschrijver op deze kandidaten is uitgekomen is dan ook helder. Alleen op de selectieprocedure die tot deze kandidaten heeft geleid zelf wordt verder niet ingegaan.
Best passende cv’s
Cv 1 betreft een full-stack ontwikkelaar en is een redelijke match voor de opdracht. Vanwege het feit dat de verhouding tussen de front-end en back-end werkzaamheden in het cv niet staat aangegeven is het moeilijk om vast te stellen hoeveel ervaring de kandidaat daadwerkelijk heeft met Java 11+. Dit gegeven maakt het lastiger om te kunnen vaststellen in hoeverre de kandidaat daadwerkelijk geschikt is voor de opdracht.
Cv 2 betreft een senior DevOps engineer en is een redelijke match voor de opdracht. Veel van de voor deze opdracht benodigde werkervaring komt echter bij één werkgever naar voren, waar de kandidaat voor een lange periode heeft gewerkt. Op basis van de beschreven werkzaamheden is minder goed te herleiden hoeveel ervaring de kandidaat daadwerkelijk heeft met de in de uitvraag gestelde eisen. Dit had concreter beschreven kunnen worden.
Relatieve voordelen winnende inschrijving
Beide kandidaten zouden worden uitgenodigd voor een gesprek.
Inschrijver met rangnummer 6 scoort een 10 op deze kwaliteitswensvraag.
De meerwaarde van de Inschrijver met rangnummer 6 is gelegen in de volgende elementen:
• Inschrijver met rangnummer 6 toont een uitstekende doorgronding van de casus. De toelichting op de keuze van de kandidaten is concreter en effectiever, beide cv’s betreffen
uitstekende match qua kandidaten. (...)”
Bij e-mailbericht van 7 mei 2025 heeft ItaQ bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing en IUC-EZ verzocht om een inhoudelijke herbeoordeling. IUC-EZ heeft bij e-mailbericht van 8 mei 2025 als volgt gereageerd:
“Wij hebben uw bezwaar d.d. 7 mei jl. in goede orde ontvangen en wij hebben hier kennis van genomen. De door u ingebrachte punten van bezwaar leiden echter niet tot een ander standpunt of andere beoordeling van uw inschrijving onzerzijds. Wij blijven bij ons eerdere standpunt en de beoordeling als verwoord in onze gunningsbeslissing d.d. 24 april jl. en achten deze voldoende gemotiveerd. Indien u zich niet kunt vinden in deze gunningsbeslissing, staat het u vrij een kortgedingprocedure aanhangig te maken tegen deze voorgenomen gunning bij de daartoe bevoegde rechter in Den Haag binnen een periode van 20 kalenderdagen na datum van verzending van de gunningsbeslissing.”
Op 11 mei 2025 heeft nog een overleg plaatsgevonden tussen ItaQ en IUC-EZ. Dat heeft niet geleid tot aanpassing van de voorlopige gunningsbeslissing.
ItaQ is vervolgens dit kort geding gestart.
4 Het geschil
ItaQ vordert – verkort en zakelijk weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
1. de Staat te veroordelen de gunningsbeslissing van 24 april 2025 in te trekken en ingetrokken te houden, en de inschrijving van ItaQ te herbeoordelen en op basis van de resultaten van de herbeoordeling een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, waarbij ItaQ de gelegenheid krijgt om daartegen bezwaar in te dienen;
Subsidiair
2. een andere redelijke maatregel te treffen die recht doet aan de belangen van ItaQ;
In alle gevallen
3. de Staat te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
Daartoe voert ItaQ – samengevat – het volgende aan. De voorlopige gunningsbeslissing van 24 april 2025 kan niet in stand blijven. De Staat heeft fouten gemaakt in de beoordeling van de inschrijving van ItaQ en ItaQ te lage scores toegekend. Dat rechtvaardigt een herbeoordeling van de inschrijving van ItaQ. Die herbeoordeling moet worden ondersteund en begeleid door een ter zake deskundige. Vervolgens dient aan de hand van de resultaten van de herbeoordeling een nieuwe gunningsbeslissing te worden genomen.
De Staat en Need Staffing voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
Need Staffing vordert – zakelijk weergegeven – dat ItaQ niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen althans dat haar vorderingen worden afgewezen. Need Staffing vordert voorts (voorwaardelijk) dat het de Staat wordt verboden om Need Staffing te passeren voor gunning van de Opdracht, voor zover de Staat de Opdracht nog wenst te gunnen.
Verkort weergegeven stelt Need Staffing daartoe dat zij er belang bij heeft dat de Opdracht definitief aan haar gegund wordt als één van de zes winnende inschrijvers en dat zij daarom belang heeft bij afwijzing van de vorderingen van ItaQ, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.
Voor zover nodig zullen de standpunten van ItaQ en de Staat met betrekking tot de vorderingen van Need Staffing hierna worden besproken.