Rechtbank Den Haag, 19-02-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2062, C/09/655088 / HA ZA 23-917
Rechtbank Den Haag, 19-02-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2062, C/09/655088 / HA ZA 23-917
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 februari 2025
- Datum publicatie
- 19 februari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2062
- Zaaknummer
- C/09/655088 / HA ZA 23-917
Inhoudsindicatie
Deze procedure draait om de vraag of de Staat tegenover eisers onrechtmatig heeft gehandeld door in 2022 een WOZ-cap op te nemen in het Woningwaarderingsstelsel van het Besluit huurprijzen woonruimte.
Eisers stellen dat dit het geval is. Zij vorderen (kort gezegd) dat de rechtbank het deel van het Besluit huurprijzen woonruimte waarin de WOZ-cap is geregeld onverbindend verklaart, een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld, en schadevergoeding op te maken bij staat. Volgens eisers was voor invoering van de WOZ-cap sprake van een normale marktwerking zoals die oorspronkelijk was voorzien in het Besluit huurprijzen woonruimte, zodat er geen reden van algemeen belang was om in te grijpen met een WOZ-cap. De door de Staat zelf gecreëerde problemen op de woningmarkt kunnen volgens eisers niet als redenen van algemeen belang worden aangevoerd om hun eigendomsrechten te beperken.
De Staat en de Woonbond voeren verweer. Zij menen kort gezegd dat de WOZ-cap een voorzienbare correctie was op een eerdere maatregel, die verhuurders een voordeel bracht waarvoor zij niets hadden hoeven doen. Het corrigeren daarvan is volgens de Staat en de Woonbond daarom geen inbreuk op het eigendomsrecht van verhuurders.
In dit vonnis komt de rechtbank tot het oordeel dat Fair Huur als belangenbehartiger niet in haar vorderingen kan worden ontvangen en dat de vorderingen van de individuele verhuurders moeten worden afgewezen. Na de stelselwijziging in 2015 was het aantal WOZ-punten in Amsterdam direct heel hoog; dat is de weeffout die de Staat met de WOZ-cap heeft willen en mogen repareren. Daarmee is wel sprake van regulering van – en dus: inmenging in – de eigendomsrechten van individuele verhuurders, maar niet van een schending van hun eigendomsrechten omdat er een reden van algemeen belang voor die inmenging is. Die inmenging is proportioneel en niet-discriminerend. De individuele eisers hebben ook niet aangetoond dat de WOZ-cap voor hen persoonlijk een individuele onevenredige last oplevert.
De rechtbank heeft in deze zaak – vanwege bijzondere omstandigheden, zoals toegelicht in dit vonnis – voor de laatste keer individuele eisers ontvankelijk verklaard in een WAMCA-procedure. De rechtbank zal vanaf nu individuele eisers steeds niet ontvankelijk verklaren omdat de wetgever uitdrukkelijk heeft bepaald dat individuele gedupeerden in een WAMCA-procedure geen partij zijn.
Uitspraak
vonnis
Team Handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/655088 / HA ZA 23-917
Vonnis van 19 februari 2025
in de zaak van
1 STICHTING FAIR HUUR VOOR VERHUURDERS, te Amsterdam,
hierna te noemen: ‘Fair Huur’
2. [eiser, sub 2]te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: ‘ [eiser, sub 2] ’
3. FORTALEZA VASTGOED B.V., te Amsterdam,
hierna te noemen: ‘Fortaleza’,
4. MARSARE B.V., te Amsterdam,
hierna te noemen: ‘Marsare’,
5. [eiser, sub 5], te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: ‘ [eiser, sub 5] ’,
eisers,
advocaten: mr. A.B. Lever, mr. R. Klein en mr. T.T.P. van Tilburg, allen te Zwolle,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), te Den Haag,
hierna te noemen: ‘de Staat’,
gedaagde,
advocaten: mr. I.M. van der Heijden en mr. M.J.W. Timmer, beiden te Den Haag,
en
NEDERLANDSE WOONBOND, te Amsterdam,
hierna te noemen: ‘de Woonbond’,
gevoegde partij aan de zijde van gedaagde,
advocaat mr. R. Beets te Amsterdam.
De eisers 1 tot en met 5 worden hierna samen ‘eisers’ genoemd. Eisers sub 2 tot en met 5 worden hierna samen aangeduid als ‘de individuele eisers’.
1 Samenvatting
Deze procedure draait om de vraag of de Staat tegenover eisers onrechtmatig heeft gehandeld door in 2022 een WOZ-cap op te nemen in het Woningwaarderingsstelsel van het Besluit huurprijzen woonruimte.
Eisers stellen dat dit het geval is. Zij vorderen (kort gezegd) dat de rechtbank het deel van het Besluit huurprijzen woonruimte waarin de WOZ-cap is geregeld onverbindend verklaart, een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld, en schadevergoeding op te maken bij staat. Volgens eisers was voor invoering van de WOZ-cap sprake van een normale marktwerking zoals die oorspronkelijk was voorzien in het Besluit huurprijzen woonruimte, zodat er geen reden van algemeen belang was om in te grijpen met een WOZ-cap. De door de Staat zelf gecreëerde problemen op de woningmarkt kunnen volgens eisers niet als redenen van algemeen belang worden aangevoerd om hun eigendomsrechten te beperken.
De Staat en de Woonbond voeren verweer. Zij menen kort gezegd dat de WOZ-cap een voorzienbare correctie was op een eerdere maatregel, die verhuurders een voordeel bracht waarvoor zij niets hadden hoeven doen. Het corrigeren daarvan is volgens de Staat en de Woonbond daarom geen inbreuk op het eigendomsrecht van verhuurders.
In dit vonnis komt de rechtbank tot het oordeel dat Fair Huur als belangenbehartiger niet in haar vorderingen kan worden ontvangen en dat de vorderingen van de individuele verhuurders moeten worden afgewezen. Na de stelselwijziging in 2015 was het aantal WOZ-punten in Amsterdam direct heel hoog; dat is de weeffout die de Staat met de WOZ-cap heeft willen en mogen repareren. Daarmee is wel sprake van regulering van – en dus: inmenging in – de eigendomsrechten van individuele verhuurders, maar niet van een schending van hun eigendomsrechten omdat er een reden van algemeen belang voor die inmenging is. Die inmenging is proportioneel en niet-discriminerend. De individuele eisers hebben ook niet aangetoond dat de WOZ-cap voor hen persoonlijk een individuele onevenredige last oplevert.
De rechtbank heeft in deze zaak – vanwege bijzondere omstandigheden, zoals toegelicht in dit vonnis – voor de laatste keer individuele eisers ontvankelijk verklaard in een WAMCA-procedure. De rechtbank zal vanaf nu individuele eisers steeds niet ontvankelijk verklaren omdat de wetgever uitdrukkelijk heeft bepaald dat individuele gedupeerden in een WAMCA-procedure geen partij zijn.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het vonnis in het voegingsincident van 27 maart 2024 en de daarin genoemde stukken,
- -
-
de conclusie van antwoord van de Staat van 8 mei 2024, met producties 1 en 2,
- -
-
de conclusie van antwoord van de Woonbond van 8 mei 2024, met producties 1 t/m 16.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 december 2024. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling zijn nog ontvangen:
- -
-
de akte overlegging producties van eisers, met productie 32;
- -
-
de akte overlegging producties van eisers, met productie 33;
- -
-
de akte overlegging producties van eisers, met productie 34 en 35;
- -
-
de akte overlegging producties van eisers, met productie 36 t/m 39;
- -
-
de akte overlegging producties van de Staat, met producties 5 t/m 7.
Ter zitting op 2 december 2024 heeft de Staat bezwaar gemaakt tegen het indienen van productie 33 door eisers1 Dit rapport is volgens de Staat een verkapte conclusie van repliek en moet daarom buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast acht de Staat de indiening van dit stuk ook vanuit het perspectief van hoor en wederhoor problematisch, nu het stuk 62 pagina’s telt en pas drie dagen vóór afloop van de tiendagentermijn is overgelegd, zodat duidelijk was dat de Staat met geen mogelijkheid tijdig een reactie zou kunnen inbrengen.
De rechtbank staat het indienen van productie 33 toe, maar gaat aan de inhoud ervan voorbij voor zover eisers in hun processtukken en/of tijdens de zitting niet concreet naar een bepaalde passage hebben verwezen. Voor zover in passages waarnaar zij wel voldoende concreet hebben verwezen voor de Staat nieuwe argumenten of informatie naar voren is gebracht, heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de Staat daarop nog moet kunnen reageren.
De advocaten van eisers, de Staat en de Woonbond hebben ter zitting de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen, die aan het procesdossier zijn toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder ter zitting is besproken en naar voren is gebracht. De aantekeningen bevinden zich in het griffiedossier.
Ten slotte is vonnis bepaald.