Home

Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24517, 683038

Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24517, 683038

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 december 2025
Datum publicatie
30 december 2025
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:24517
Zaaknummer
683038

Inhoudsindicatie

Kort geding; aanbesteding; aanbestedingsstukken onuidelijk/ voor meerderlei uitleg vatbaar; heraanbesteding

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/689038 / KG ZA 25-743

Vonnis in kort geding van 16 december 2025

in de zaak van

[eiseres] B.V. te [vestigingsplaats 1],

eiseres,

advocaten mrs. L. Bozkurt te Rotterdam en Y. Amar en D. Posthuma te Amsterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Defensie) te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. J.H.C.A. Kok-Muller te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

[derde-partij] B.V. te [vestigingsplaats 2],

advocaten mrs. A.H. Klein Hofmeijer en J.H.J. Bax te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiseres]’, ‘Defensie’ en ‘[derde-partij]’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie tot interventie van [derde-partij];

- de conclusie van antwoord met producties van Defensie;

- de conclusie van antwoord met producties van [derde-partij];

- de op 25 november 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eiseres] spreekaantekeningen zijn overgelegd.

1.2.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2 Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging

2.1.

[derde-partij] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en de Defensie, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben [eiseres] en Defensie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst, dan wel voeging. [derde-partij] is vervolgens overeenkomstig haar primaire vordering toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Defensie heeft op 29 mei 2024 een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de levering van beveiligingsproducten (waaronder diverse soorten kluizen) en daarbij behorende diensten ten behoeve van het Commando Landstrijdkrachten.

3.2.

Uit de aanbestedingsleidraad blijkt dat Defensie beoogt daarvoor twee raamovereenkomsten af te sluiten met één opdrachtnemer, waarbij de scope onder die twee raamovereenkomsten ten opzichte van de verlopen raamovereenkomsten wordt uitgebreid. In de aanbestedingsleidraad is verder bepaald dat de raamovereenkomsten worden gesloten voor een periode van vier jaar, waarbij de overeenkomsten vanaf het tweede jaar opzegbaar zijn door de aanbestedende dienst. De waarde van de opdracht gedurende de gehele looptijd van de raamovereenkomsten wordt geschat op maximaal € 11.625.000 (exclusief btw).

3.3.

In paragraaf 1.1. “De Opdracht” van de aanbestedingsleidraad onder 1.1.6 staat het volgende:

3.4.

In de aanbestedingsleidraad staat daarnaast onder meer het volgende:

3.5.

In de Nota van inlichtingen (hierna: NvI) is antwoord gegeven op een vraag die over deze bepaling is gesteld (vraag 92). De vraag en het antwoord luiden als volgt:

Vraag:

“Kunt u aangeven wat u precies bedoelt met ‘u moet ervoor zorgen dat er geen misverstand kan ontstaan over de aanbieding in relatie tot de aangeboden prijs’? In de regel zorgt het PVE (dat u heeft opgesteld) in combinatie met het prijzenblad (dat u heeft opgesteld) voor een duidelijke scope en afbakening. Wij vragen u vriendelijk deze zinsnede toe te lichten.”

Antwoord:

“(...). Met de zin 'u moet ervoor zorgen dat er geen misverstand kan ontstaan over de aanbieding in relatie tot de aangeboden prijs', bedoelen wij dat u ervoor zorgt dat uw inschrijving geen zoekplaatje wordt en dat het voor opdrachtgever per regel in het prijzenblad (tabblad Inschrijfst.Gunningsassortiment) volstrekt helder is welk product u aanbiedt en wat daarvan de specificaties zijn op basis waarvan de aanbestedende dienst zelfstandig in staat is om te beoordelen of het betreffende product inderdaad voldoet aan de in het PvE daarover

gestelde eisen.”

3.6.

De aanbestedingsleidraad bevat verder onder andere onderstaande bepalingen.

(...)

(...)

3.7.

Door de inschrijvers is ten aanzien van knock-out eis K2 gevraagd (vraag 82) te verduidelijken of met “uw inschrijving voldoet aan ... en bijlage A” wordt bedoeld dat alleen sprake is van een beoordeling op de vormvereisten of ook van een inhoudelijke beoordeling. In de NvI is in antwoord hierop het volgende vermeld:

“Met de eis dat de Inschrijving voldoet aan het Programma van Eisen, wordt bedoeld dat alle items/onderdelen die worden aangeboden in de inschrijfstaten voldoen aan de eisen die aan die items/onderdelen gesteld worden in het PvE. Bijvoorbeeld: het product dat wordt aangeboden en beprijsd in het tabblad Inschrijfst.Gunningsassortiment op regel 7 moet voldoen aan de eisen die daaraan gesteld worden in het PvE bij eis 4.1.1 (Maximale maten in mm (Buitenkant) (HoogtexBreedtexDiepte) 1850x1225x640; sloten LJN EN1300; RAL kleur 7035 of 7024) Dit wordt beoordeeld m.b.v. de gegevens die door Inschrijver zijn ingevuld in de kolommen C en G t/m H.

(...)”

3.8.

Het Programma van eisen (hierna: PvE) waarnaar knock-out eis K2 verwijst vermeldt in 3.2 de normen waaraan de te leveren beveiligingsproducten moeten voldoen (zie hierna).

3.9.

Hoofdstuk 4 van het PvE ziet op de productomschrijving en -eisen. In de inleiding van dit hoofdstuk staat:

“In dit hoofdstuk zijn de productomschrijving en -eisen vermeld die van toepassing zijn op de te leveren Diensten en/of Beveiligingsproducten. In dit hoofdstuk worden de eisen die aan het Gunningsassortiment en het complete assortiment van de Opdrachtnemer worden gesteld toegelicht.

Alle eisen zijn eisen waaraan de te leveren Diensten en Beveiligingsproducten moet

voldoen, conform het PvE en de bijlagen.”

3.10.

Op de aanbesteding hebben drie partijen ingeschreven, te weten [eiseres], [derde-partij] en [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam]).

3.11.

Op 27 september 2024 heeft Defensie de opdracht voorlopig gegund aan [eiseres]. [derde-partij] eindigde als tweede en [bedrijfsnaam] als derde.

3.12.

Naar aanleiding van deze gunningsbeslissing heeft [derde-partij] bezwaar gemaakt bij Defensie en een klacht ingediend bij het Klachtenmeldpunt. In die klachtprocedure stelde [derde-partij] zich op het standpunt dat de inschrijving van [eiseres] terzijde had moeten worden gelegd, omdat [eiseres] heeft ingeschreven met producten die op het moment van inschrijving niet waren voorzien van het gevraagde ECB-S certificaat. Daarmee voldeed zij, aldus [derde-partij], immers niet aan de eisen van inschrijving in het bijzonder knock-out eis K2.

Defensie heeft in die procedure bepleit het PvE (waaronder dus ook eis 3.2.3) een uitvoeringsvoorwaarde betreft en dat er geen sprake is van gerede twijfel ten aanzien van het voldoen aan de gestelde uitvoeringseisen uit het PvE door [eiseres]. Het Klachtenmeldpunt heeft het standpunt van Defensie gevolgd en heeft geconcludeerd dat de klacht van [derde-partij] ongegrond moet worden verklaard. Het Klachtenmeldpunt onderbouwt die conclusie in een brief van 7 november 2024 als volgt:

“Het Klachtenmeldpunt merkt op dat in paragraaf 1.3 van de aanbestedingsleidraad inderdaad is opgenomen dat het voldoen aan het PvE onderdeel is van de Knock-out eisen. Uit de bewoordingen van het PvE blijkt vervolgens dat Eis 3.2.3 een uitvoeringsvoorwaarde is. In hoofdstuk 4 PvE (wat een nadere uitwerking is van hoofdstuk 3) is immers beschreven dat de eisen opgenomen in het PvE van toepassing zijn op de te leveren diensten en/of

beveiligingsproducten. De conclusie die getrokken kan worden is dat inschrijvers bij paragraaf 1.3 van de aanbestedingsleidraad moeten aangeven dat zij tijdens de uitvoering aan het PvE zullen voldoen.

Ook paragraaf 1.1.5 van de aanbestedingsleidraad bevestigt dit, aangezien hier is opgenomen dat de functionele en technische eisen voor de uitvoering van de opdracht zijn omschreven in het PvE.

Op basis van de bewoordingen van het PvE gelezen in de context en systematiek van de aanbestedingsleidraad moet voor iedere goed geïnformeerde normaal oplettende inschrijver duidelijk zijn geweest dat Eis 3.2.3 van het PvE kwalificeert als een uitvoeringseis.

Het Klachtenmeldpunt is daarom van mening dat de Eis 3.2.3 in redelijkheid niet

anders dan als een uitvoeringseis kan worden opgevat.”

3.13.

[derde-partij] heeft vervolgens de gunningsbeslissing in kort geding aangevochten. Op 14 januari 2025, enkele dagen voor de mondelinge behandeling in dit kort geding, heeft Defensie de gunningsbeslissing ingetrokken met het oog op nader beraad. [derde-partij] heeft vervolgens het kort geding ingetrokken.

3.14.

Defensie heeft hierna niet alleen – naar aanleiding van de bezwaren van [derde-partij] – de inschrijving van [eiseres] opnieuw beoordeeld. Ook is, nadat [eiseres] Defensie hierop had geattendeerd, onderzoek gedaan naar mogelijke Russische betrokkenheid (meer specifiek van Promet Safe Ltd, hierna: Promet) bij de productie van Salvus-kluizen uit het productassortiment van [derde-partij] zowel in het kader van de huidige inschrijving als bij in het verleden door [derde-partij] geleverde beveiligingsproducten.

3.15.

Op 4 april 2025 heeft Defensie een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing genomen en de opdracht voorlopig gegund aan [derde-partij]. De inschrijving van [eiseres] moet volgens dezelfde gunningsbeslissing op grond van de knock-out eis K2 alsnog ongeldig worden verklaard. In de toelichting op deze beslissing staat daarover onder meer het volgende:

“Bij nader inzien moet evenwel tot de conclusie worden gekomen dat Defensie er in de aanbesteding voor heeft gekozen om met behulp van de Inschrijfstaat Gunningsassortiment inhoudelijk te beoordelen (en derhalve: voorafgaand aan gunning zeker te stellen) of de bij inschrijving aangeboden producten aan de in het PvE gestelde eisen voldoen. Ten behoeve van de door Defensie uit te voeren toets op het voldoen aan het PvE diende onder andere te worden gecontroleerd of de bij inschrijving aangeboden producten van de juiste ECB-S certificaten zijn voorzien, zoals beschreven in kolom E van de Inschrijfstaat Gunningsassortiment. De certificeringseis is in de aanbesteding derhalve niet louter als uitvoeringseis gehanteerd waaraan bij levering c.q. aanvang van de overeenkomst moet worden voldaan, maar tevens als een (minimum-)eis waaraan de producten op het moment

van inschrijving reeds moesten voldoen.”

Over de inschrijving van [derde-partij] merkt Defensie nog op dat:

“[derde-partij] als fabrikant moet worden aangemerkt van de bij inschrijving aangeboden producten van de (eigen) merken Salvus (en Sistec). Van alle bij inschrijving door [derde-partij] aangeboden producten beschikt Defensie over een ECB-S certificaat (op naam van [derde-partij] als fabrikant) dat ten tijde van inschrijving al was afgegeven.

Geen (potentieel) handelen in strijd met sanctieregelgeving

[eiseres] heeft bij Defensie aan de orde gesteld dat de betrokkenheid van Promet

Safe Ltd uit Bulgarije mogelijk kan leiden tot het handelen in strijd met de

sanctieregelgeving. Het is op zichzelf juist dat sommige van de door [derde-partij] bij inschrijving aangeboden producten in het verleden door Promet Safe Ltd uit Bulgarije voor [derde-partij] zijn vervaardigd. Hoewel bepaald niet vast is komen te staan dat de UBO’s van Promet Safe Ltd (mede) de Russische nationaliteit hebben, heeft [derde-partij] naar aanleiding van de verificatievragen van Defensie toegezegd dat (mocht de opdracht definitief aan haar worden gegund) zij ervoor kiest om Promet Safe Ltd niet in de uitvoering van de overeenkomst met Defensie te betrekken. Indien de opdracht definitief aan [derde-partij] wordt gegund zal door Defensie op de naleving van deze toezegging worden toezien.”

3.16.

Nadien heeft [eiseres] Defensie gevraagd opheldering te geven over deze nieuwe gunningsbeslissing. De door [eiseres] gestelde vragen en opmerkingen hebben niet tot herziening van de nieuwe gunningsbeslissing geleid.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing