Home

Rechtbank Den Haag, 05-12-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27114, 692242 KG ZA 25-960

Rechtbank Den Haag, 05-12-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27114, 692242 KG ZA 25-960

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 december 2025
Datum publicatie
2 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:27114
Zaaknummer
692242 KG ZA 25-960

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Vordering afgewezen. Geen sprake van ernstige beroepsfout en afleggen van valse verklaring. Geen reden tot uitsluiting winnende inschrijving.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/692242 / KG ZA 25-960

Vonnis in kort geding van 5 december 2025

in de zaak van

[eiseres] B.V. te [vestigingsplaats 1] ,

eiseres,

advocaten mrs. H.F. Mauer en H.R. Verschuur te Nijmegen,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon met wettelijke taak

DE POLITIE te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. V. Jasarevic en S. Schut te Arnhem,

waarin is tussengekomen:

[bedrijfsnaam 1] B.V., h.o.d.n. [tussenkomende partij] , te [vestigingsplaats 2] ,

advocaat mr. A.L. Appelman te Zwolle.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’, ‘de Politie’ en ‘ [tussenkomende partij] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 september 2025, met producties 1 tot en met 15;

- de incidentele conclusie van [tussenkomende partij] tot primair tussenkomst en subsidiair voeging,

- de schriftelijke reactie van de Politie, met producties A tot en met I;

- de op 18 november 2025 door [eiseres] overgelegde productie 16;

- de op 19 november 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op uiterlijk 10 december 2025.

2 Het incident tot tussenkomst/voeging

2.1.

[tussenkomende partij] heeft primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en de Politie dan wel subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van de Politie. Ter zitting hebben [eiseres] en de Politie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de primair gevorderde tussenkomst. [tussenkomende partij] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

De Politie heeft in 2017 de Europese openbare aanbestedingsprocedure ‘Vervoer Stoffelijke Overschotten’ georganiseerd. Deze opdracht bestaat uit het leveren van meldkamerdiensten (Perceel 1) en het op instructie van de Meldkamer leveren van al dan niet geconditioneerde vervoersdiensten (afhankelijk van de vraag of sprake is van natuurlijk of een niet-natuurlijk overlijden) ten behoeve van een aantal geografische percelen (Perceel 2 tot en met 23). Op de aanbesteding zijn de Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten 2016 (ARVODI 2016) van toepassing verklaard.

3.2.

Uit hoofdstuk 3 van de Inschrijvingsleidraad 2017 volgt dat voor wat betreft Perceel 1 het gunningscriterium de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding was. De Percelen 2 tot en met 23 werden gegund aan de inschrijver die de inschrijving met de laagste prijs had ingediend.

3.3.

Hoofdstuk 2 van de Inschrijvingsleidraad 2017 bevat de eisen die de Politie aan de opdracht stelt. In paragraaf 2.1 van de Inschrijvingsleidraad 2017 is een aantal algemene eisen (AE) opgenomen, die voor alle Percelen gelden. Voor deze procedure zijn de algemene eisen E-AE-10 tot en met E-AE-12 relevant. Deze luiden als volgt:

3.4.

In paragraaf 4 van de Inschrijvingsleidraad 2017 zijn de voor alle Percelen geldende uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen opgenomen. In de aanhef is onderstaand overzicht opgenomen van de in het kader van de uitsluitingsgronden aan te leveren bewijsstukken:

3.5.

In paragraaf 4.2.1 van de Inschrijvingsleidraad 2017 valt te lezen dat als verklaring dat geen van de uitsluitingsgronden van artikel 2.86 en 2.87 van de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) van toepassing is, het als Formulier B bij de Inschrijvingsleidraad 2017 gevoegde Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) wordt gebruikt. Daarbij is vermeld dat bij de inschakeling van een onderaannemer, de inschrijver een door die onderaannemer ingevuld en ondertekend UEA moet indienen.

3.6.

In paragraaf 5.5 van de Inschrijvingsleidraad is over onderaanneming het volgende bepaald:

3.7.

De meldkamerdiensten zijn in 2017 gegund aan [bedrijfsnaam 2] B.V. [tussenkomende partij] heeft de opdracht voor wat betreft Perceel 7 (Noord- en Oost Gelderland) en Perceel 8 (Gelderland Midden) gegund gekregen. Voor deze percelen heeft de Politie met [tussenkomende partij] een raamovereenkomst gesloten (hierna: ‘de huidige vervoersopdracht’).

3.8.

[eiseres] heeft op 22 september 2020 een klacht over [tussenkomende partij] ingediend bij de Politie. Het Klachtenmeldpunt Inkoop van de Politie (hierna: ‘het Klachtenmeldpunt’) heeft deze klacht op 8 oktober 2020 ongegrond verklaard. In deze brief heeft het Klachtenmeldpunt per aspect van de klacht het volgende overwogen:

3.9.

[eiseres] heeft op 22 februari 2021 een klacht ingediend bij de Commissie van Aanbestedingsexperts. De Commissie van Aanbestedingsexperts heeft die klacht bij advies van 9 juni 2021 ongegrond verklaard. In het dit advies valt – voor zover thans belang – het volgende te lezen:

3.10.

De Politie heeft in 2025 wederom een Europese openbare aanbestedingsprocedure ‘Vervoer Stoffelijke Overschotten’ georganiseerd. Op de aanbesteding zijn de Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten 2025 (ARVODI 2025) van toepassing verklaard. De opdracht is blijkens paragraaf 1.2 van de Inschrijvingsleidraad 2025 opgedeeld in 22 geografische percelen. De opdracht wordt per perceel gegund volgens het gunningscriterium EMVI op basis van de laagste prijs.

3.11.

In paragraaf 3.2 van de Inschrijvingsleidraad 2025 is bepaald dat een inschrijver bij de toepasselijkheid van uitsluitingsgronden van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure wordt uitgesloten, tenzij naar het oordeel van de Politie sprake is van ‘self-cleaning maatregelen’ die een uitsluiting niet rechtvaardigen of naar het oordeel van de Politie de uitkomsten van een door de Politie uitgevoerde evenredigheidstoets een uitsluiting niet rechtvaardigen. In paragraaf 3.2.1 van de Inschrijvingsleidraad 2025 valt te lezen dat een inschrijver door het bij inschrijving indienen van het in paragraaf 3.1 voorgeschreven UEA onder meer verklaart dat de uitsluitingsgronden van de artikelen 2.86 en 2.87 Aw 2012 niet van toepassing zijn.

3.12.

Als bijlage 4 is bij de Inschrijvingsleidraad 2025 gevoegd de Begrippenlijst ARVODI. In deze begrippenlijst is de term ‘ernstige beroepsfout’ als volgt gedefinieerd:

“Een Uitsluitingsgrond die van toepassing is in geval van een fout in de uitoefening van het beroep, in ieder geval doch niet uitsluitend, overtredingen op het gebied van milieuwetgeving, gedragingen in strijd met voor het beroep of bedrijf relevante wet- en regelgeving, het mededingingsrecht, tuchtregels, toezichtregels en gedragsregels.”

3.13.

[eiseres] heeft ingeschreven op Perceel 6 (Noord- en Oost Gelderland), Perceel 7 (Gelderland Midden) en Perceel 8 (Gelderland Zuid). [tussenkomende partij] heeft ingeschreven op Perceel 5 (Twente) en op de Percelen 6 en 7. Bij voorlopige gunningsbeslissingen van 10 september 2025 heeft de Politie aan [eiseres] bericht dat haar inschrijvingen op een tweede plaats zijn geëindigd en dat zij voornemens is de opdracht voor wat betreft de Percelen 6, 7 en 8 te gunnen aan [tussenkomende partij] . Op 6 oktober 2025 heeft de Politie een herziene voorlopige gunningsbeslissing ten aanzien van Perceel 8 genomen. Hierin valt te lezen dat in de eerdere voorlopige gunningsbeslissing niet de juiste winnaar is vermeld en dat de Politie voornemens is om Perceel 8 te gunnen aan [bedrijfsnaam 3] B.V. (in plaats van [tussenkomende partij] ).

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing