Rechtbank Den Haag, 24-04-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7143, C/09/680083 / KG ZA 25-120
Rechtbank Den Haag, 24-04-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7143, C/09/680083 / KG ZA 25-120
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 april 2025
- Datum publicatie
- 28 april 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7143
- Zaaknummer
- C/09/680083 / KG ZA 25-120
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigde niet kunnen begrijpen hoe invulling moest worden gegeven aan subgunningscriterium K3. Conclusie is dat dit subgunningscriterum onduidelijk is en op verschillende manieren kan worden uitgelegd. Voldoende aannemelijk is dat als gevolg van de onduidelijkheden in de aanbestedingsstukken sprake is van een onnavolgbare beoordeling. Dat heeft geleid tot een onvoldoende transparant beoordelingsproces. Er is sprake van gebreken aan de aanbestedingsprocedure die maken dat een rechtmatige gunning niet mogelijk is, zodat de Gemeente de aanbesteding mocht intrekken. Afwijzing vorderingen.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/680083 / KG ZA 25-120
Vonnis in kort geding van 24 april 2025
in de zaak van
Van Wijnen Projectontwikkeling West B.V. te Dordrecht,
eiseres,
advocaat mr. D.R. Versteeg te Amsterdam,
tegen:
Gemeente Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn,
gedaagde,
advocaten mrs. M.L. van der Feltz en T.J. Binder te Rotterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Van Wijnen’ en ‘de Gemeente’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 februari 2025 met producties 1 tot en met 8;
- de door de Gemeente overgelegde conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3;
- de akte aanvullende producties van Van Wijnen met producties 9 en 10;
- de op 3 april 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De Gemeente heeft een Europese niet-openbare aanbesteding volgens de Aanbestedingswet 2012 georganiseerd voor het voor eigen rekening en risico ontwikkelen en realiseren van het gebied “Nieuwe Sloot” in Alphen aan den Rijn (hierna: de Opdracht). De Opdracht en het doel daarvan zijn nader omschreven in de Selectieleidraad “Gebiedsontwikkeling Nieuwe Sloot”. De Opdracht houdt in – kort gezegd – het afnemen van gronden van de Gemeente, het bouw- en woonrijp maken van het gebied en het ontwikkelen en realiseren van maximaal 350 woningen en het aanleggen van openbaar gebied en infra. Het doel van de aanbestedingsprocedure is het sluiten van een koop- en realisatieovereenkomst met één opdrachtnemer, die zowel het ontwerp, de ontwikkeling en de realisatie van de woningen als het bouw- en woonrijp maken van het openbaar gebied voor zijn/haar rekening neemt.
De aanbestedingsprocedure bestaat uit een selectiefase en een inschrijvingsfase. De vier hoogst scorende gegadigden in de selectiefase, worden uitgenodigd voor de inschrijvingsfase. De inschrijvingsfase wordt nader beschreven in de Inschrijvingsleidraad “Gebiedsontwikkeling Nieuwe Sloot-Zuid” (hierna: de Inschrijvingsleidraad). Daarin is bepaald dat als gunningscriterium geldt de inschrijving met de Beste Prijs-Kwaliteitverhouding (BPKV).
Voor het onderdeel kwaliteit zijn in de Inschrijvingsleidraad drie subgunningscriteria beschreven: K1 Plan van Aanpak (150 te behalen punten), K2 Planbeoordeling (350 te behalen punten) en K3 Inpassing Duurzaamheid (200 te behalen punten).
Ten aanzien van de uitwerking van subgunningscriterium K3 is in de Inschrijvingsleidraad het volgende opgenomen:

In Bijlage 6 bij de Inschrijvingsleidraad (hierna: Bijlage 6) is bovenstaande tabel nogmaals weergegeven. Bijlage 6 vermeldt, voor zover hier van belang, verder nog het volgende:
“De beoordeling van dit onderdeel gebeurt op basis van een relatieve score (de hoogst scorende alle punten en de laagst scorende 0 punten). Dat wil zeggen dat de scores ten opzichte van elkaar worden beoordeeld per indicator. Uitzondering hierop vormt E1-i, waarbij de punten worden verdeeld aan de hand van een juryoordeel (cijfer tussen 1 en 10) en E2-i waarbij 0 punten of alle punten te behalen zijn. Alle indicatoren moeten worden onderbouwd met berekeningen die worden beoordeeld door een deskundige jury.
De tabel is in het navolgende deel van deze bijlage uitgewerkt middels 1 of 2 vragen. Vraag 1 van alle onderdelen betreft altijd de tabelscore met aangegeven de bepalingsmethode die van toepassing is. Dat is de kwantitatieve beoordeling. De ‘kwalitatief te beoordelen’ antwoorden op ‘vraag 2’ en ‘vraag 3’ in de navolgende tekst kunnen invloed hebben op de score die gegeven wordt aan de kwantitatieve te beoordelen indicatoren.
De tabel bevat gunningscriteria en geen uitsluitingscriteria. Men heeft dus ook de keuze om bepaalde onderdelen niet in te vullen of minder aandacht te geven. (...)
Onbevredigende uitgangspunten of een benadering die neigt naar ‘greenwashing’ kan leiden tot puntaftrek. De score wordt vertaald naar een verdeling van de maximaal te verdelen 300 punten op dit onderdeel binnen de totale scoretabel die is opgenomen in de leidraad.
In de navolgende tekst wordt ook per onderdeel uitgelegd wat de aanbestedende dienst wil bereiken met bepaalde indicatoren en op welke manier die indicatoren worden beoordeeld. De wegingsfactor in de tabel geeft aan op welke indicatoren de aanbestedende dienst bij deze uitvraag het accent wil leggen.
Vul de tabel in voor het meest voorkomende woningtype en binnen dat woningtype voor zowel een hoekwoning als een tussenwoning met de meest ongunstige zomerzonoriëntatie.”
In de inschrijvingsfase zijn de geselecteerde gegadigden tweemaal in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen, waarna twee Nota’s van Inlichtingen zijn gepubliceerd. In de Nota’s van Inlichtingen (hierna: NvI’s) zijn, voor zover hier van belang, de volgende vragen en antwoorden opgenomen:





Vier geselecteerde gegadigden, waaronder Van Wijnen, hebben tijdig een inschrijving ingediend. Alle vier inschrijvingen zijn geldig verklaard.
Op 18 oktober 2024 heeft de Gemeente aan Van Wijnen de voorlopige gunningsbeslissing medegedeeld (hierna: de voorlopige gunningsbeslissing). In de voorlopige gunningsbeslissing is vermeld dat Van Wijnen in totaal 687 punten heeft behaald en dat de Gemeente voornemens is om de Opdracht aan Van Wijnen te gunnen. Op subgunningscriterium K3 heeft Van Wijnen 80 punten behaald.
Dura Vermeer Bouw Zuid West B.V. (hierna: Dura Vermeer), één van de andere inschrijvers, kon zich niet vinden in de voorlopige gunningsbeslissing en heeft ter zake een kort geding aanhangig gemaakt.
Bij brief van 10 december 2024, vlak voor de behandeling van voornoemd kort geding, heeft de Gemeente Van Wijnen medegedeeld dat zij heeft besloten om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken. Zij heeft in dat verband het volgende geschreven:
“De gemeente Alphen aan den Rijn heeft u op 8 november 2024 bericht dat een kort geding procedure aanhangig is gemaakt naar aanleiding van de voorlopige gunningsbeslissing in de aanbesteding Gebiedsontwikkeling Nieuwe Sloot.
Met dit bericht informeer ik u dat de gemeente Alphen aan den Rijn heeft besloten om de hiervoor genoemde gunningsbeslissing in te trekken. Nadere informatie over de te nemen vervolgstappen volgt op een later moment.”
Als gevolg van de intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing heeft het door Dura Vermeer geëntameerde kort geding geen doorgang gevonden.
Bij brief van 24 januari 2025 heeft de Gemeente Van Wijnen bericht dat de aanbesteding is ingetrokken (hierna: de intrekkingsbeslissing). De Gemeente heeft die beslissing als volgt toegelicht:
“Toelichting intrekkingsbeslissing
De reden voor de intrekkingsbeslissing is dat de Gemeente bij nadere analyse tot de conclusie is gekomen dat de aanbestedingsprocedure ernstige gebreken bevat, te weten:
1. Onvolledige en onduidelijke aanbestedingsdocumenten.
2. Onnavolgbare beoordeling ten gevolge van onduidelijkheden in de aanbestedingsstukken.
De Gemeente heeft geconstateerd dat de aanbestedingsstukken onduidelijkheden en tegenstrijdigheden bevatten en dat de beoordeling niet in overeenstemming met het transparantiebeginsel is doorlopen. In reactie op de gunningsbeslissing d.d. 18 oktober 2024 heeft de Gemeente dan ook vanuit meerdere inschrijvers vragen gekregen dat zij de beoordeling niet goed konden volgen. Vervolgens is de Gemeente op basis van de dagvaarding en de toelichting van het standpunt van de interveniërende partij tot de conclusie gekomen dat de inschrijvers de aanbestedingsdocumenten op verschillende wijzen hebben geïnterpreteerd en dat het beoordelingsproces onvoldoende transparant is doorlopen.
Onvolledige en onduidelijke aanbestedingsdocumenten
Zo blijkt uit de aanbestedingsstukken niet duidelijk hoe inschrijvers de opgave voor subgunningscriterium K3 moesten aanleveren en hoe dit zou worden beoordeeld. Vervolgens zijn in de Nota van Inlichtingen onduidelijke en tegenstrijdige antwoorden gegeven op vragen hierover vanuit de inschrijvers. Een van de voorbeelden van een onduidelijk en/of tegenstrijdig antwoord is vraag 82 NvI:

Daarbij wordt in de beantwoording van vragen verwezen naar andere antwoorden of eerdere antwoorden woordelijk herhaald (zoals het antwoord in het voorbeeld hierboven), terwijl dit geen antwoord is op de gestelde (vervolg)vragen. Twee voorbeelden hiervan zijn:

De Gemeente constateert dat het (onder andere op basis van de beantwoording uit de NvI) voor inschrijvers niet duidelijk is geweest welke informatie op welke wijze moest worden aangeleverd en op welke wijze dit zou worden beoordeeld.
In de aanloop naar het kort geding blijkt uit de dagvaarding en de correspondentie met interveniërende inschrijver dat de wijze van invulling en beoordeling van subgunningscriterium K3 niet duidelijk, precies en ondubbelzinnig is omschreven en dat inschrijvers dit op verschillende manieren hebben benaderd.
Onnavolgbare beoordeling ten gevolge van onduidelijkheden in de aanbestedingsstukken
Als gevolg van onduidelijkheden in de aanbestedingsstukken is in de recente nadere analyse gebleken dat inschrijvingen onderling niet vergelijkbaar waren. De (oorspronkelijke) beoordelaars hebben daarbij een beoordelingsmethode gehanteerd die niet is voorzien in de aanbestedingsstukken en die leidt tot een onnavolgbare beoordeling. Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel.
Gevolg
De hierboven beschreven onduidelijkheden en tegenstrijdigheden kunnen niet met een herbeoordeling worden weggenomen. Bovendien kan de Gemeente niet uitsluiten dat inschrijvers hun offerte anders zouden hebben ingestoken als op voorhand wel duidelijk was geweest op welke wijze de informatie voor subgunningscriterium K3 moest worden opgegeven en op welke wijze deze zou worden beoordeeld. Als gevolg daarvan ziet de Gemeente zich genoodzaakt de aanbestedingsprocedure in te trekken.
Mede als gevolg van het verloop van de onderhavige aanbestedingsprocedure heeft de Gemeente besloten de voorwaarden van de opdracht, met name ten aanzien van duurzaamheid, niet alleen duidelijker maar mogelijk ook anders in te steken. De Gemeente is daarom voornemens de opdracht op een later moment gewijzigd in de markt te zetten en beraadt zich nu op de precieze invulling daarvan. (...)”
Van Wijnen heeft vervolgens dit kort geding aanhangig gemaakt.
3 Het geschil
Van Wijnen vordert – verkort en zakelijk weergegeven – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
de Gemeente te verbieden verdere uitvoering te geven aan de intrekkingsbeslissing en de Gemeente te gebieden de intrekkingsbeslissing in te trekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per overtreding en € 10.000,- per dag dat de overtreding voortduurt;
-
Primair de Gemeente te gebieden de aanbesteding voort te zetten c.q. te hervatten in de stand waarin de aanbestedingsprocedure zich bevond bij het verzenden van de gunningsbeslissing aan Van Wijnen en de aanbesteding op basis daarvan af te ronden zonder nieuwe standstill- en vervaltermijnen te hanteren, althans subsidiair de Gemeente te gebieden de aanbesteding voort te zetten c.q. te hervatten in de stand waarin de aanbestedingsprocedure zich bevond vóór de verzending van de intrekkingsbeslissing, althans méér subsidiair de Gemeente te gebieden een nieuwe beslissing te nemen die voldoet aan alle wettelijke (motiverings)eisen, voorzien van een nieuwe rechtsbeschermingstermijn van ten minste twintig dagen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per overtreding en € 10.000,- per dag dat de overtreding voortduurt;
-
veroordeling van de Gemeente in de proceskosten, en, voor het geval haar vorderingen worden afgewezen op basis van de aanvullende motivering van de Gemeente in de conclusie van antwoord, veroordeling van de Gemeente in de werkelijke proceskosten van Van Wijnen.
Daartoe voert Van Wijnen – samengevat – het volgende aan. De motivering van de intrekkingsbeslissing kan de intrekking niet dragen. De Gemeente volstaat met de blote stelling dat de stukken onduidelijk en/of onnavolgbaar zouden zijn en dat de beoordeling onnavolgbaar is. Van onvolledige en onduidelijke aanbestedingsdocumenten is echter geen sprake. Voor Van Wijnen, en ook voor de andere inschrijvers, was op basis van de aanbestedingsdocumenten duidelijk wat van hen werd gevraagd. De Gemeente heeft niet gemotiveerd waarom de antwoorden op de vragen in de NvI’s, die zij in haar intrekkingsbeslissing noemt, in haar visie onduidelijk en/of tegenstrijdig zijn. Ook heeft de Gemeente in het geheel niet gemotiveerd waarom volgens haar sprake is van een onnavolgbare beoordeling als gevolg van onduidelijkheden in de aanbestedingsdocumenten. De Gemeente mag de motivering niet later aanvullen. Voor zover daarover anders zou worden geoordeeld geldt dat ook de in de conclusie van antwoord en ter zitting door de Gemeente voorts geciteerde vragen en antwoorden uit de NvI’s niet tot het oordeel kunnen leiden dat sprake is van onduidelijkheid in/onnavolgbaarheid van de aanbestedingsstukken en de beoordeling. De Gemeente laat verder na om aan te geven hoe zij de Opdracht wenst te wijzigen en waarom dat een wezenlijke wijziging is die een heraanbesteding mogelijk maakt.
De Gemeente voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.