Home

Rechtbank Den Haag, 28-01-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9468, C/09/675642 / KG ZA 24-1062

Rechtbank Den Haag, 28-01-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9468, C/09/675642 / KG ZA 24-1062

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28 januari 2025
Datum publicatie
28 mei 2025
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:9468
Zaaknummer
C/09/675642 / KG ZA 24-1062

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Geen evident onbegrijpelijke beoordeling of procedurele of inhoudelijke onjuistheden. Afwijzing vordering tot herbeoordeling of heraanbesteding.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/675642 / KG ZA 24-1062

Vonnis in kort geding van 28 januari 2025

in de zaak van

RA’Quel B.V. te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp,

eiseres,

advocaat mr. J.S.O. den Houting te Amsterdam,

tegen:

Staat der Nederlanden, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. A.L.M. de Graaf en M.C. de Vries te Den Haag,

waarin zijn tussengekomen:

[bedrijfsnaam] B.V.,

te [vestigingsplaats],

advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk,

en

Eiffel B.V.,

te Arnhem,

advocaten mrs. P. Heijnsbroek en A.F. de Jong te Rotterdam

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als RA’Quel, de Staat, [bedrijfsnaam] en Eiffel.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord;

- de incidentele conclusies tot tussenkomst subsidiair voeging van [bedrijfsnaam] en Eiffel.

1.2.

Op 7 januari 2025 is de mondelinge behandeling gehouden. Hierbij zijn door RA’Quel en [bedrijfsnaam] pleitnotities overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft RA’Quel haar in de dagvaarding opgenomen primaire vordering ingetrokken. Aan de pleitnotities heeft zij haar aangepaste vorderingen gehecht. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2 De incidenten tot tussenkomst subsidiair voeging

2.1.

[bedrijfsnaam] en Eiffel hebben (ieder voor zich) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen RA’Quel en de Staat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben RA’Quel en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. [bedrijfsnaam] en Eiffel zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Verder is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

De Staat heeft een Europese niet-openbare aanbesteding georganiseerd voor Financiële adviesdiensten 2024-2028 en beoogt daarmee verschillende raamovereenkomsten te sluiten. De opdracht is verdeeld in vijf percelen. Dit kort geding heeft alleen betrekking op de volgende percelen:

-

perceel 1: Inhuur en resultaatgerichte financiële adviesdiensten beheer, processen en administratie,

-

perceel 2: Inhuur en resultaatgerichte financiële adviesdiensten planning en control,

-

perceel 5: Inhuur en resultaatgerichte financiële adviesdiensten beleid en financieel onderzoek.

Voor perceel 1 en 2 worden telkens maximaal 7 en voor perceel 5 maximaal 6 raamovereenkomsten gesloten. Tijdens de looptijd van de te gunnen raamovereenkomsten worden door middel van minicompetities tussen de raamcontractanten per perceel nadere overeenkomsten gegund.

3.2.

Onder meer RA’Quel, [bedrijfsnaam] en Eiffel zijn na de selectiefase geselecteerd om deel te nemen aan de gunningsfase.

3.3.

Aan de geselecteerde gegadigden is een Inschrijvingsleidraad verzonden. In de Inschrijvingsleidraad staat dat inschrijvingen worden beoordeeld op basis van het gunningscriterium beste prijs/kwaliteitsverhouding. Er zijn in elk perceel drie kwalitatieve subgunningscriteria, maar dit kort geding heeft alleen betrekking op subgunningscriterium 1. Subgunningscriterium 1 is bij perceel 1 en 2 “Proces van matching” en bij perceel 5 is dat een casus. Voor subgunningscriterium 1 kunnen in alle percelen 475 punten worden gehaald. In totaal kunnen voor de kwalitatieve subgunningscriteria 1 tot en met 3 telkens 1000 punten worden behaald (namelijk 375 punten voor subgunningscriterium 2 en 150 voor subgunningscriterium 3).

3.4.

Over de (wijze van) beoordeling van de subgunningscriteria staat het volgende in de Inschrijvingsleidraad:

(...)

3.5.

Bijlage 1A, 1B en 1E bij de Inschrijvingsleidraad zijn het Programma van Eisen en Subgunningscriteria van perceel 1, 2 en 5. Subgunningscriterium 1 van perceel 1 en 2 luidt hetzelfde, als volgt:

Subgunningscriterium 1 in perceel 5 luidt als volgt:

3.6.

Gegadigden hebben de gelegenheid gekregen vragen te stellen en er zijn twee Nota’s van Inlichtingen verstrekt. Vraag en antwoord 184 hebben betrekking op subgunningscriterium 1 van perceel 5 en luiden als volgt:

3.7.

RA’Quel, [bedrijfsnaam] en Eiffel hebben tijdig inschrijvingen voor perceel 1, 2 en 5 ingediend.

3.8.

Bij brieven van 25 oktober 2024 heeft de Staat aan RA’Quel bericht dat zij voor perceel 1, 2 en 5 niet is gekwalificeerd voor deelname aan de raamovereenkomst (hierna ook: de gunningsbeslissingen). Op perceel 1 en 2 is RA’Quel als negende in de rangorde geëindigd. [bedrijfsnaam] en Eiffel zijn respectievelijk als eerste en derde in rangorde geëindigd. Op perceel 5 is RA’Quel op plaats 7 geëindigd. [bedrijfsnaam] en Eiffel zijn respectievelijk op plaats 1 en 6 geëindigd. Bij de brieven is een bijlage gevoegd, met daarin de score per subgunningscriterium, een toelichting op die score en een beschrijving van de kenmerken en relatieve voordelen van de winnende inschrijvers. Uit deze bijlage volgt dat RA’Quel op alle percelen voor subgunningscriterium 1 een onvoldoende heeft gescoord.

3.9.

RA’Quel heeft gevraagd om een evaluatiegesprek met de Staat, hetgeen heeft plaatsgevonden op 6 november 2024. Voorafgaand aan dit gesprek heeft RA’Quel, op verzoek van de Staat, schriftelijke vragen gesteld over de gunningsbeslissingen van perceel 1 en 2. Daarna heeft RA’Quel bij brief van 11 november 2024 bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissingen en verzocht om intrekking van de gunningsbeslissingen en om haar inschrijvingen (eventueel na een herbeoordeling) alsnog te kwalificeren voor deelname aan de raamovereenkomsten, althans om de inschrijvingen in elk geval opnieuw te beoordelen. De Staat heeft bij brief van 12 november 2024 de bezwaren van RA’Quel afgewezen.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing