Rechtbank Den Haag, 20-05-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9525, 24/6383
Rechtbank Den Haag, 20-05-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9525, 24/6383
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 20 mei 2025
- Datum publicatie
- 2 juni 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9525
- Zaaknummer
- 24/6383
Inhoudsindicatie
Verzoek om openbaarmaking van documenten over kortgezegd het gebruik, de werking en de ontwikkeling van toezicht op algoritmes in gebruik bij de belastingdienst. Verweerder heeft in redelijkheid toepassing gegeven aan de weigeringsgrond uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet open overheid (het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen). Hoewel de rechtbank met eiser constateert dat sinds het toeslagenschandaal verhoogde aandacht bestaat voor het gebruik van algoritmes en dat de kwetsbaarheden daarvan met het oog op het verbod van ongeoorloofd onderscheid evident zijn, is zij van oordeel dat het belang van de belastingdienst bij effectieve inspectie, toezicht en controle, zwaarder weegt dat het belang van eiser om als journalist te kunnen controleren op basis van welke gegevens de belastingdienst kiest welke aangiftes zij controleert en of daarbij direct of indirect sprake is van discriminatie. De rechtbank weegt ook mee dat verweerder overtuigend heeft aangetoond dat hij zich inzet om zo veel als mogelijk transparant te zijn rondom de door hem gebruikte algoritmes.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/6383
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de staatssecretaris van Financiën, verweerder
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de deelbesluiten op zijn verzoek om openbaarmaking van documenten.
Verweerder heeft met de besluiten van 21 oktober 2022 (deelbesluit 1) en 25 augustus 2023 (deelbesluit 2) op het verzoek om openbaarmaking beslist. Met het bestreden besluit van 15 mei 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij zijn beslissingen op het verzoek gebleven.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van verweerder, vergezeld door [naam 1] en [naam 2] .