Rechtbank Den Haag, 01-05-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9614, C/09/682412 / KG ZA 25-248
Rechtbank Den Haag, 01-05-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9614, C/09/682412 / KG ZA 25-248
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 mei 2025
- Datum publicatie
- 11 juni 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9614
- Zaaknummer
- C/09/682412 / KG ZA 25-248
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Bij inschrijving eiseres ontbrak pagina van de Inschrijvingsstaat. Geen voor herstel vatbare fout. Vordering tot herbeoordeling afgewezen.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/682412 / KG ZA 25-248
Vonnis in kort geding van 1 mei 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V. te [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mrs. R.G.T. Bleeker en E.M.M. Vendrig te Amsterdam,
tegen:
Provincie Zuid-Holland te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. J.C. Verlinden-Bijlsma en C.H.M. Konings te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
[bedrijfsnaam] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] , gemeente [gemeente]
advocaten mrs. J. Haest en N.E.B. Scheermeijer te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’, ‘de Provincie’ en ‘ [bedrijfsnaam] ’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met daarbij en nadien overgelegde producties;
- de door de Provincie overgelegde conclusie van antwoord met producties;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging.
Op 17 april 2025 is de mondelinge behandeling gehouden. Hierbij zijn door alle partijen pleitnotities overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 Het incident tot tussenkomst
[bedrijfsnaam] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en de Provincie dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Provincie. Ter zitting hebben [eiseres] en de Provincie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. [bedrijfsnaam] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Bovendien is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De Provincie heeft een Europese niet-openbare aanbesteding gehouden voor een opdracht die ziet op het baggeren van vaarwegtrajecten. De Provincie wil een overeenkomst sluiten met één partij.
Na de selectiefase zijn (in elk geval) [eiseres] en [bedrijfsnaam] toegelaten tot de gunningsfase.
In de Inschrijvingsleidraad staat, onder meer, het volgende:

(...)

In paragraaf 3.1 van de Inschrijvingsleidraad staat vermeld dat bij inschrijving onder andere een Inschrijvingsbiljet en Inschrijvingsstaat conform paragraaf 4.4.6 / het Bestek moeten worden overgelegd. In paragraaf 3.3 zijn de inschrijvingsvereisten omschreven. Hierin staat onder punt 4 het volgende:

In hoofdstuk 4 van de Inschrijvingsleidraad wordt omschreven hoe de inschrijvingen worden beoordeeld. Hierin staat dat het gunningscriterium de Economisch Meest Voordelige Inschrijving is, met als beoordelingscriteria prijs (Inschrijvingssom) en kwaliteit. Paragraaf 4.4.6 gaat over het subgunningscriterium prijs:

Bijlage bij de Inschrijvingsleidraad is het Bestek, inclusief bijlagen en tekeningen. Bijlage bij het Bestek zijn onder meer het Inschrijvingsbiljet en de Inschrijvingsstaat. Op het Inschrijvingsbiljet moet de Inschrijver vermelden voor welk bedrag hij bereid is de opdracht uit te voeren. Bij het Inschrijvingsbiljet hoort de Inschrijvingsstaat, die een ontleding van de volledige Aanneemsom bevat in verschillende, in de Inschrijvingsstaat voorgeschreven, posten.
De sluitingsdatum voor het indienen van een inschrijving was, conform paragraaf 2.4 van de Inschrijvingsleidraad, 5 december 2024 om 14.00 uur. Conform paragraaf 3.2 van de Inschrijvingsleidraad worden inschrijvingen die na de sluitingsdatum worden ingediend niet in behandeling genomen.
[eiseres] heeft tijdig haar inschrijving ingediend, maar heeft daarbij een Inschrijvingsstaat ingediend waarin één pagina ontbrak, namelijk pagina 10 van 11.
Op 10 december 2024 heeft de Provincie aan [eiseres] als volgt bericht:
“(...)
Op de door u ingediende inschrijvingsstaat ontbreekt pagina 10 van 11. Daarmee ontbreken de prijzen voor de hoofdstukken 4 en 8 van de inschrijvingsstaat. Er is geen Excel versie van de inschrijvingsstaat ingediend.
Vraag 1: Kunt u bevestigen dat pagina 10, en daarmee hoofdstuk 4 en 8, van de door u ingediende inschrijvingsstaat ontbreekt?
Graag ontvang ik uiterlijk donderdag 12 december om 17.00 uw reactie op bovenstaande vraag.
Voor de volledigheid wijs ik op de bepalingen in hoofdstuk 3 van de Inschrijvingsleidraad. Uw inschrijving kan terzijde worden gelegd waarmee Inschrijver uitgesloten mag worden van de verdere procedure.
(...)”
In reactie op voormeld bericht heeft [eiseres] nog op dezelfde dag de complete Inschrijvingsstaat toegezonden aan de Provincie.
Bij brief van 20 januari 2025 heeft de Provincie als volgt aan [eiseres] bericht:

Op 28 januari 2025 heeft naar aanleiding van de uitsluitingsbeslissing een gesprek plaatsgevonden tussen [eiseres] en de Provincie. Daarin is besproken dat de Provincie nog niet over zou gaan tot definitieve gunning (aan [bedrijfsnaam] ), als [eiseres] conform de ‘Regeling klachtafhandeling aanbesteden provincie Zuid-Holland’ een klacht zou indienen. Na afloop van het gesprek heeft de Provincie schriftelijk aan [eiseres] bericht dat [eiseres] op de eerste plaats zou zijn geëindigd als haar inschrijving niet terzijde was gelegd.
Op 7 februari 2025 heeft [eiseres] een klacht ingediend, die door het (extern) Klachtenmeldpunt Aanbesteden is afgehandeld. Op 19 februari 2025 heeft het Klachtenmeldpunt een onafhankelijk advies uitgebracht. De conclusie en het advies van het Klachtenmeldpunt luiden als volgt:

Op 20 februari 2025 heeft [eiseres] uit eigen beweging stukken toegezonden aan de Provincie waarmee zij wilde aantonen dat de complete Inschrijvingsstaat al voor de datum van inschrijving gereed was en volledig ongewijzigd aan de Provincie is toegezonden toen bleek dat pagina 10 van de Inschrijvingsstaat bij inschrijving ontbrak. Daarna heeft de Provincie nog twee keer vragen gesteld, die door [eiseres] zijn beantwoord.
Bij brief van 17 maart 2025 heeft de Provincie [eiseres] erover geïnformeerd dat zij de gunningsbeslissing van 20 januari 2025 ongewijzigd in stand laat. In de brief staat, voor zover nu relevant, het volgende:
“Omissie leent zich niet voor herstel
Aanbesteder stelt voorop dat hij zich niet (in alle onderdelen) kan vinden in het advies van het Klachtenmeldpunt. Aanbesteder blijft bij haar primaire standpunt dat het onderhavige gebrek in de inschrijving van [eiseres] de kern van haar inschrijving raakt en zodanig essentieel is dat geen sprake is van een herstelbaar gebrek. Er is immers geen sprake van een precisering of een fout die zonder nadere duiding voortvloeit uit de inhoud van de inschrijving.
Pagina 10 van de inschrijvingsstaat bevat besteksposten, waaronder een aantal verrekenposten, waarvan de eenheidsprijzen niet blijken uit een ander onderdeel van de inschrijving. Aanbesteder heeft de op pagina 10 vermelde eenheidsprijzen dus niet direct na ontvangst van de inschrijvingen kunnen controleren en beoordelen. Reeds om deze reden is Aanbesteder gehouden de inschrijving van [eiseres] als ongeldig terzijde te leggen.
Bovendien kan Aanbesteder op grond van de door [eiseres] vanaf 10 december 2024 gestuurde berichten met bijlagen niet objectief vaststellen dat de inschrijvingsstaat zoals op 10 december 2024 nagestuurd, dateert van vóór het verstrijken van de uiterste indieningstermijn. De op 10 december 2024 door [eiseres] nagestuurde pagina 10 van de inschrijvingsstaat bevat weliswaar dezelfde inhoud als de pagina 10 van de inschrijvingsstaat die als bijlage bij de e-mail van [eiseres] aan Schilder d. d. 4 december 2024 is gevoegd, maar uit de betreffende e-mail van [eiseres] aan Schilder blijkt dat de inhoud van de inschrijvingsstaat voor wat betreft [eiseres] op dat moment nog niet vaststaat en nog gewijzigd kon worden. Die versie van de inschrijvingsstaat is ook niet ondertekend door [eiseres] . En op basis van het screenshot en logbestand dat [eiseres] aan Aanbesteder zond kan Aanbesteder ook niet objectief vaststellen dat de nagezonden inschrijvingsstaat reeds vóór inschrijfdatum vaststond en niet tussentijds kan zijn gewijzigd.
Kortom, Aanbesteder kan dan ook niet uitsluiten dat indien zij [eiseres] zou toestaan dit gebrek te herstellen, zij in strijd handelt met de algemene beginselen van aanbestedingsrecht, hetgeen onrechtmatig is en een onevenredige benadeling van de overige inschrijvers met zich zou kunnen brengen.”
In de brief staat, tot slot, dat de Provincie de uiterste bezwaar- tevens vervaltermijn verlengt met tien kalenderdagen na verzending van de brief.