Rechtbank Den Haag, 22-05-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9615, C/09/682682 / KG ZA 25-267
Rechtbank Den Haag, 22-05-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9615, C/09/682682 / KG ZA 25-267
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 mei 2025
- Datum publicatie
- 11 juni 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9615
- Zaaknummer
- C/09/682682 / KG ZA 25-267
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Vordering tot herbeoordeling toegewezen. Aanbestedende dienst heeft inschrijvingen niet beoordeeld op de vooraf aan de potentieel gegadigden bekend gemaakte manier.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/682682 / KG ZA 25-267
Vonnis in kort geding van 22 mei 2025
in de zaak van
Utexbel N.V. te Ronse, België,
eiseres,
advocaat mr. S.P. Dalmolen te Amsterdam,
tegen:
de Politie te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. I.J. van den Berge en V. Jasarevic te Zwolle,
waarin zich heeft gevoegd:
Textil Santanderina S.A.,
te Cabezón de la Sal, Spanje,
advocaat mr. R. Willemsen te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Utexbel’, ‘de Politie’ en ‘Santanderina’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13
- de akte houdende een wijziging van eis tevens akte houdende nadere onderbouwing;
- de door de Politie overgelegde conclusie van antwoord met productie;
- de incidentele conclusie tot voeging met productie.
Op 6 mei 2025 is de mondelinge behandeling gehouden, waarbij door Utexbel en de Politie pleitnotities zijn overgelegd. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 Het incident tot voeging
Santanderina heeft gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van de Politie. Ter zitting hebben Utexbel en de Politie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de voeging. Santanderina is vervolgens toegelaten als gevoegde partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de voeging aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De Politie heeft een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor het sluiten van een raamovereenkomst voor de productie en levering van stoffen voor operationele broeken. De looptijd van de te sluiten raamovereenkomst bedraagt vier jaar, met drie verlengingsopties van telkens twee jaar. Met de inschrijver die als nummer 2 in rangorde eindigt zal een wachtkamerovereenkomst voor de duur van twee jaar worden gesloten, voor het geval de overeenkomst met de gegunde opdrachtnemer door onvoorziene omstandigheden tussentijds wordt beëindigd. Gunningscriterium is de Economisch Meest Voordelige Inschrijving, op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding via de methodiek Gunnen op Waarde.
De scope van de opdracht omvat de productie en levering van Stof voor de Operationele broek zomer (hierna ook: ‘stof zomer’) en de productie en levering van Stof voor de Operationele broek winter (hierna ook: ‘stof winter’). In paragraaf 1.4.4 van de Inschrijvingsleidraad wordt omschreven dat de Politie zich in de aanbesteding hoofdzakelijk richt op de stof zomer en dat de gunningscriteria alleen betrekking hebben op stof zomer.
Bijlagen bij de Inschrijvingsleidraad zijn onder andere het Programma van Eisen A (PvE A, van toepassing op zowel stof zomer als stof winter), het Programma van Eisen B1 (PvE B1, van toepassing op stof zomer) en het Programma van Eisen B2 (PvE B2, van toepassing op stof winter).
Het gunningscriterium kwaliteit bestaat uit drie onderdelen, waarvan in dit kort geding alleen het eerste onderdeel (K-C1: Meerwaarde technische eisen) relevant is. Ten behoeve van de boording van K-C1 moeten inschrijvers bij inschrijving samples van hun stof inleveren, van stof zomer minimaal 450 strekkende meter en maximaal 600 strekkende meter. Van stof winter een sample van 1 meter bij 1 meter. In paragraaf 2.2.1 van de Inschrijvingsleidraad staat omschreven dat de samples bij inschrijving moeten voldoen aan PvE B1 en PvE B2.
De beoordeling van K-C1 valt – blijkens paragraaf 2.2.2 van de Inschrijvingsleidraad – uiteen in twee delen. Eerst wordt er getoetst of de sample stof zomer voldoet aan de gestelde minimumeisen, bij gebreke waarvan de inschrijving als ongeldig terzijde wordt gelegd. Vervolgens wordt beoordeeld of op de verschillende gestelde eisen meerwaarde kan worden toegekend in het kader van de kwalitatieve beoordeling. Voor zover nu relevant worden de samples van de stof zomer van inschrijvers getest op “Chemisch reinigen PES” en “Water PES”. Deze twee eisen zijn genoemd in regels 17 en 21 van bijlage G bij de Inschrijvingsleidraad (het Beoordelingsformulier K-C1). Alle afzonderlijke eisen worden op grond van EN-ISO normen getest. Over de wijze van het testen aan de technische eisen staat het volgende in de Inschrijvingsleidraad1:
- In paragraaf 1.4.3:
“1.4.3 Keuringsrapporten
Van de ontvangen Inschrijvingen, zal de Politie de ontvangen Samples laten testen op conformiteit aan de gestelde Specificatie. De testen die de Politie uit zal laten voeren, zullen uitgevoerd worden bij een Europees EN ISO 17025 Geaccrediteerd testlaboratorium dat voor de betreffende test(en) geaccrediteerd is. De kosten van deze testen zijn voor rekening van de Politie.
(...)”
- In paragraaf 2.2.2:
“ 2.2.2 Beoordeling K-C1 Meerwaarde technische eisen
(...)
De beoordeling vindt plaats op basis van de behaalde testresultaten op de testen die de Politie na ontvangst van de Inschrijvingen laat uitvoeren bij een Europees EN ISO 17023 Geaccrediteerd laboratorium dat voor de betreffende testen geaccrediteerd is.
(...)”
Drie gegadigden, waaronder Utexbel en Santanderina, hebben ingeschreven op de aanbesteding.
Bij brief van 13 maart 2025 heeft de Politie Utexbel erover geïnformeerd dat haar inschrijving terzijde is gelegd, omdat de inschrijving niet voldoet aan de gestelde eisen, en dat de Politie voornemens is de opdracht te gunnen aan Santanderina. Uit de bijlage 1 bij deze brief blijkt dat Utexbel op de eisen Chemisch reinigen PES en Water PES niet de minimale score (namelijk 4) heeft gehaald, maar een score van 3-4 heeft gehaald. In deze bijlage wordt verwezen naar het testrapport van “het onafhankelijke textiellaboratorium”. Dit testrapport is opgesteld door Vaassen Textile Consultancy B.V. (hierna: Vaassen). Uit het testrapport van Vaassen blijkt dat een aantal van de uit te voeren testen zijn uitgevoerd door Vaassen zelf, maar dat zij ook een aantal testen heeft uitbesteed aan laboratoria in Duitsland, Portugal en Litouwen. De testen die hebben geleid tot de uitsluiting van Utexbel zijn uitgevoerd door een laboratorium in Duitsland.
Utexbel heeft na de voorlopige gunningsbeslissing samples van haar stof zomer laten testen bij twee verschillende EN ISO 17025 geaccrediteerde laboratoria. Uit de testrapporten van deze laboratoria volgt dat de stof die Utexbel heeft laten testen voldoet aan de door de Politie gestelde eisen, ook ten aanzien van de eisen waarop haar inschrijving terzijde is gelegd.
Bij brief van 25 maart 2025 heeft Utexbel de Politie erover geïnformeerd dat zij contra-expertise heeft laten uitvoeren op dezelfde stof als ingediend bij inschrijving (“hetzelfde productielot”) en heeft zij de resultaten hiervan aan de Politie toegestuurd. Zij wijst erop dat haar inschrijving met deze resultaten niet terzijde zou zijn gelegd en dat zij meent dat de Politie niet zonder meer kan uitgaan van de resultaten van het onderzoek van Vaassen. Utexbel stelt voor dat de Politie een nader onderzoek laat uitvoeren op basis van dezelfde teststaal bij een door de Politie aan te wijzen geaccrediteerd laboratorium (anders dan Vaassen). Utexbel heeft aangegeven bereid te zijn de kosten van dit onderzoek te dragen. Bij brief van 27 maart 2025 heeft de Politie aan Utexbel bericht dat zij geen aanleiding ziet te twijfelen aan de testresultaten van Vaassen en dat zij de testen niet opnieuw zal laten uitvoeren.