Rechtbank Gelderland, 21-05-2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:3756, 250587
Rechtbank Gelderland, 21-05-2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:3756, 250587
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 21 mei 2014
- Datum publicatie
- 18 juni 2014
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2014:3756
- Zaaknummer
- 250587
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 44, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 228, Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 21
Inhoudsindicatie
Bodemverontreiniging in door eisers gekocht perceel staat aan normaal gebruik in de weg. Vraag of verkoper/gedaagde ten tijde van de koop wist of had moeten weten van de verontreiniging en of zij dit opzettelijk heeft verzwegen, zodat sprake zou zijn van bedrog (art. 3:44 BW) of dwaling (art. 6:228 lid 1 sub 2 BW).
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/250587 / HA ZA 13-626
Vonnis van 21 mei 2014
in de zaak van
1 [eiser],
wonende te [plaats],
2. [eiser],
wonende te [plaats],
eisers,
advocaat mr. G.J. Gerrits te Arnhem,
tegen
de stichting
STICHTING VOLKSHUISVESTING ARNHEM,
gevestigd te Arnhem,
gedaagde,
advocaat mr. J.P.A. Greuters te Arnhem.
Partijen zullen hierna [eiser] (in mannelijk enkelvoud) en SVA genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 20 november 2013;
- -
-
het (verkort) proces-verbaal van comparitie van 17 januari 2014;
- -
-
de akte van [eiser];
- -
-
de antwoordakte van SVA.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De rechtsvoorganger van) SVA heeft op 17 maart 1932 de erfpacht verkregen van het perceel, plaatselijk bekend [adres]. Op 22 december 2000 is SVA eigenaar geworden van de grond, belast met het hiervoor bedoeld erfpacht.
In de periode van augustus 2004 tot en met mei 2006 zijn in Arnhem verschillende verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd, waaronder een onderzoek door Syncera Milieu naar de grondwaterkwaliteit op de locatie [adres] e.o. te Arnhem.
Bij brief van 10 juni 2005 heeft de gemeente Arnhem onder meer het volgende aan SVA geschreven.
(...)
Onderwerp: uitvoering verkennend bodemonderzoek [adres] e.o.
(...)
In opdracht van de gemeente Arnhem hebben adviesbureaus archiefonderzoek uitgevoerd in heel Arnhem, waarbij ook [adres] e.o. in de archieven voorkwam.
(...)
Inventarisatie en historisch onderzoek
In 2000 heeft de gemeente een inventarisatie uitgevoerd naar alle voormalige (bedrijfs)activiteiten in de gemeente Arnhem die tot bodemverontreiniging hebben kunnen leiden. Hieruit bleek dat op [adres] e.o. de volgende activiteiten hebben plaatsgevonden: (...).
Verkennend onderzoek
In juni 2005 start Oranjewoud B.V. met het uitvoeren van verkennende bodemonderzoeken. (...) Daarbij wordt bekeken of in grond en grondwater verontreiniging aanwezig is ten gevolge van de voormalige (bedrijfs)activiteiten. Ook bij uw pand ([adres]) is onderzoek gepland.
Oranjewoud B.V. zou graag vanaf week 25 (20 juni 2005) een verkennend onderzoek willen uitvoeren ter plaatse van uw pand aan de [adres].
(...)
Op 1 oktober 2007 heeft Syncera Milieu een rapport uitgebracht aan de gemeente Arnhem. In dat rapport staat, voor zover van belang, het volgende.
(...)
7 Conclusies en aanbevelingen
(...)
- In het verkennend bodemonderzoek zijn in de bovengrond een sterk verhoogde concentratie PAK en een matig verhoogde concentratie lood gemeten. In de ondergrond zijn géén verhoogde concentraties gemeten.
(...)
- Door de in de ondergrond aanwezige leemschermen is het niet waarschijnlijk dat het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is beïnvloed door het voormalig gebruik op de locatie.
(...)
- Er is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie. Een nader onderzoek is noodzakelijk om dit vast te stellen.
(...)
Op 16 januari 2008 heeft [eiser] met SVA de koopovereenkomst met betrekking tot het woonhuis en aan- en toebehoren, plaatselijk bekend [adres], (hierna: het woonhuis), gesloten.
In de koopovereenkomst staat, voor zover van belang, het volgende.
(...)
Artikel 5 Staat van de onroerende zaak, gebruik
De onroerende zaak zal aan koper in eigendom worden overgedragen in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze overeenkomst bevindt met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, zichtbare en onzichtbare gebreken (...)
De onroerende zaak zal bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als: woning.
(...)
Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn. Verkoper staat ook niet in voor de afwezigheid van gebreken die dat normale gebruik belemmeren en die aan koper kenbaar zijn op het moment van het tot stand komen van deze overeenkomst.
Aan verkoper is niet bekend of /Aan koper is bekend dat *) de onroerende zaak verontreiniging bevat die ten nadele strekt van het in lid 3 omschreven gebruik of die heeft geleid of zou kunnen leiden tot een verplichting tot schoning van de onroerende zaak, dan wel het nemen van andere maatregelen.
(...)
Aan verkoper is niet bekend of ten aanzien van de onroerende zaak beschikkingen of bevelen in de zin van artikel 55 van de Wet Bodembescherming zijn genomen door het bevoegd gezag.
(...)
De enkele verklaring dat verkoper niet bekend is met bepaalde feiten of omstandigheden houdt geen garantie of vrijwaring in voor koper of verkoper.
(...)
Het woonhuis is op 26 februari 2008 geleverd aan [eiser]
De gemeente Arnhem heeft op 26 juni 2009 [eiser] aangeschreven. In de brief staat onder meer het volgende.
(...)
In opdracht van de gemeente Arnhem hebben adviesbureaus archiefonderzoek uitgevoerd in heel Arnhem, waarbij ook [adres] in de archieven voorkwam. Reden voor dit onderzoek is dat de gemeente Arnhem de bodemkwaliteit in beeld moeten hebben voor de gehele gemeente.
(...)
Inventarisatie en verkennend onderzoek
In 2000 heeft de gemeente een inventarisatie uitgevoerd naar alle voormalige (bedrijfs)activiteiten in de gemeente Arnhem die tot bodemverontreiniging hebben kunnen leiden. Hieruit bleek dat op [adres] de volgende activiteiten hebben plaatsgevonden: (...). Uit een uitgevoerd verkennend onderzoek blijkt dat er verhoogde concentraties in de grond zijn gevonden en dat een vervolgonderzoek (nader bodemonderzoek) noodzakelijk is. In een nader bodemonderzoek worden boringen geplaatst om te bekijken hoe groot de verontreiniging is (afbakenen van de verontreiniging).
Nader onderzoek
In juni 2009 start MWH met het uitvoeren van nadere bodemonderzoeken. Ook bij uw pand aan de [adres] is onderzoek gepland. (...)
MWH zou graag vanaf eind juni 2009 een nader onderzoek willen uitvoeren ter plaatse van uw pand aan de [adres].
(...)
Bij brief van 15 juni 2011 heeft de gemeente Arnhem [eiser] een “ontwerpbeschikking ernst en spoedeisendheid bodemverontreiniging” toegezonden. In de begeleidende brief staat, voor zover van belang, het volgende.
(...)
Op grond van bodemonderzoeksgegevens blijkt dat de bodem op de locatie [adres] e.o. te Arnhem verontreinigd is met lood, zink en PAK.
(...)
In de ontwerpbeschikking (...) staat dat het hier gaat om een niet spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij het huidige gebruik van de locatie zijn er geen onaanvaardbare risico’s. Hierbij is ervan uitgegaan dat maximaal 10% van de totale groente- en fruitconsumptie (per persoon) afkomstig is uit de tuin.
Bij gelijkblijvend gebruik hoeft een sanering niet spoedig te worden uitgevoerd. (...)
In de ontwerpbeschikking staat onder het kopje ‘gebruiksbeperkingen’ dat voor graafwerkzaamheden instemming van het bevoegde gezag nodig is. Dit geldt niet voor graaf- en tuinwerk van beperkte omvang (voor graafwerk tot maximaal 1m3 is geen instemming nodig).
(...)
Op 24 augustus 2011 is de definitieve beschikking afgegeven door de gemeente Arnhem.
De voormalige advocaat van [eiser] heeft bij brief van 6 februari 2012 SVA aangeschreven. In de brief staat, onder meer, het volgende.
(...)
Onduidelijk is mij op dit moment wat de exacte opstelling van uw Stichting met betrekking tot de noodzakelijke bodemsanering is: heeft uw Stichting een bod of toezegging aan mijn cliënt gedaan om de bodem te saneren, en zo ja, binnen welke termijn wordt daaraan uitvoering gegeven? Ik begrijp immers dat die sanering tot op heden niet is uitgevoerd.
(...)
Op 11 mei 2012 heeft ook de huidige advocaat van [eiser] SVA aangeschreven. In die brief staat, onder meer, het volgende.
(...)
Aldus moet het ervoor worden gehouden dat de stichting Volkshuisvesting Arnhem – in weerwil van hetgeen zij bij het sluiten van de koopovereenkomst met cliënten heeft verklaard – wel bekend was met het gegeven dat de onroerende zaak verontreiniging bevat die zou kunnen leiden tot een verplichting tot schoning van de onroerende zaak, dan wel het nemen van andere maatregelen.
Tegen de achtergrond van het vorenstaande moet worden vastgesteld dat de stichting Volkshuisvesting Arnhem voor en bij het aangaan van de koopovereenkomst onjuiste inlichtingen aan cliënten zijn verstrekt. Daarmee heeft de stichting Volkshuisvesting Arnhem gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk wordt geacht (...). Bovendien is de koopovereenkomst tot stand gekomen onder invloed van dwaling en zou die bij een juiste voorstelling van zaken niet, althans in elk geval niet op dezelfde wijze zijn gesloten (...). De stichting Volkshuisvesting wordt door middel van deze brief verzocht (...) om de aansprakelijkheid in deze kwestie (...) te erkennen. Voorts wordt de stichting Volkshuisvesting Arnhem door middel van deze brief verzocht (...) om zich (...) bereid te verklaren om alle schade te vergoeden die cliënten hebben geleden, leiden en wellicht in de toekomst nog zullen leiden.
(...)
Bij brief c.q. e-mail van 22 mei 2012 heeft de advocaat van [eiser] SVA opnieuw verzocht de aansprakelijkheid te erkennen. In de brief staat voorts, voor zover van belang, het volgende.
(...)
Enkele dagen geleden heeft [naam] (fon.) telefonisch contact met mij opgenomen. Hij sprak zijn verbazing uit over de inhoud van mijn faxbericht d.d. 11 mei 2012, omdat aan cliënten reeds te kennen zou zijn gegeven dat de stichting Volkshuisvesting Arnhem op korte termijn zou zorgen voor de noodzakelijke bodemsanering, zulks in die zin dat de kosten van die bodemsanering voor rekening van de stichting Volkshuisvesting zouden komen en er vervolgens een schone grondverklaring zou worden afgegeven. [naam] sprake tevens de hoop uit dat de noodzakelijke bodemsanering binnen één maand zou kunnen plaatsvinden.
Vervolgens heb ik [naam] verzocht om een en ander schriftelijk aan mij te bevestigen, zodat een gerechtelijke procedure zou kunnen worden voorkomen. [naam] liet mij weten dat hij daartoe bereid was en daarvoor ook zou zorgen. Echter, het stemt mij enigszins droevig te moeten vaststellen dat ik die door [naam] toegezegde schriftelijke bevestiging tot op de dag van vandaag niet heb mogen ontvangen.
Tegen de achtergrond van het vorenstaande (...) wordt de stichting Volkshuisvesting Arnhem door middel van deze brief verzocht (...) te bevestigen dat de stichting Volkshuisvesting Arnhem binnen drie maanden na heden zal zorgdragen voor de noodzakelijke bodemsanering, zulks in die zin dat de kosten van die bodemsanering zullen worden gedragen door de stichting Volkshuisvesting Arnhem en er vervolgens een schone grondverklaring wordt afgegeven.
(...)
De advocaat van [eiser] heeft [naam] van SVA per e-mail van 22 mei 2012 van 12:17 uur als volgt bericht.
(...)
Mag ik aannemen dat u bedoeld hebt te bevestigen dat de stichting Volkshuisvesting Arnhem voor de noodzakelijke bodemsanering bij bovenstaand object zal zorg dragen en dat zij de kosten daarvan ook voor haar rekening zal nemen?
(...)
[naam] heeft per e-mail van 22 mei 2012 van 13:16 uur als volgt geantwoord.
(...)
Wij zullen de kosten voor onze rekening nemen.
(...)
In het najaar van 2012 hebben grondsaneringswerkzaamheden op en in het terrein van [eiser] plaatsgevonden in opdracht en voor rekening van SVA.
Op 8 januari 2013 heeft de advocaat van [eiser] aan [naam] het volgende geschreven.
(...)
Van cliënten heb ik inmiddels begrepen dat de sanering van de verontreinigde bodem van het [perceel] heeft plaatsgevonden. Echter, tot op heden hebben cliënten nog geen ‘schone grondverklaring’ ontvangen, zoals u hebt toegezegd in uw e-mailbericht van 22 mei 2012. Ik moge u wel verzoeken te bevorderen dat cliënten de betreffende verklaring alsnog ten spoedigste ontvangen.
(...)
Bij brief van 30 januari 2013 heeft de advocaat van [eiser] SVA opnieuw verzocht de ‘schone grondverklaring’ ten spoedigste af te geven.
Op 12 maart 2013 heeft de gemeente Arnhem de beschikking inzake de ‘instemming evaluatieverslag bodemsanering’ van de sanering van de bodemverontreiniging van de percelen [adres] en [adres] aan SVA toegezonden. In de beschikking staat, voor zover van belang, het volgende.
(...)
BESCHIKKING INSTEMMING EVALUATIEVERSLAG BODEMSANERING
Op grond van artikel 14 van het Besluit uniforme saneringen stemmen wij in met het ingediende evaluatieverslag van de deelsanering. Er is sprake van een multifunctionele deelsanering. De verontreiniging is ter plaatse van de deellocatie volledig verwijderd tot achtergrondwaarde. In de wanden is nog sprake van een restverontreiniging, op de naastliggende terreinen is ook nog een deel van de verontreiniging aanwezig. De omvang van de restverontreiniging is nog niet volledig in kaart gebracht.
Gebruiksbeperkingen
- De bodem binnen de ontgravingscontour is geschikt voor het huidige gebruik “wonen met tuin”. Hier gelden geen gebruiksbeperkingen meer.
- Na de sanering is in de wanden op een diepte van 0-1,0m-mv en op de naastliggende terreinen een restverontreiniging achtergebleven. De putwanden zijn afgedekt met een worteldoek ter signalering. Dit doek moet in stand blijven.
- Graven in deze restverontreiniging is niet toegestaan zonder instemming van het bevoegd gezag.
- Afvoer en hergebruik van de vrijkomende grond uit de restverontreiniging is niet toegestaan zonder instemming van het bevoegd gezag. (...)
Op de kadastrale kaart, die bij dit besluit is gevoegd, is de contour van de deelsanering en de restverontreiniging aangegeven. De contour van de restverontreiniging is echter nog niet volledig in beeld. De kaart en de lijst met kadastrale gegevens maken deel uit van dit besluit (...)
Op 26 april 2013 heeft de advocaat van [eiser] SVA opnieuw aangeschreven.
(...) heb ik moeten vaststellen dat uit de arcering op de kadastrale kaart blijkt dat er op het perceel van cliënten nog sprake is van restverontreiniging. Naar het oordeel van een door cliënten ingeschakelde makelaar zal die restverontreiniging bij een eventuele verkoop van de woning moeten worden gemeld. Echter, het melden van die restverontreiniging zal naar het oordeel van de makelaar tot gevolg hebben dat potentiële kopers nagenoeg allemaal zullen afhaken.
Tegen de achtergrond van het vorenstaande stel ik u nog eenmaal (....) in de gelegenheid om te komende met een passende oplossing van het thans ontstane probleem, zulks in die zin dat de restverontreiniging alsnog ten spoedigste zal worden verwijderd (en er nadien een nieuwe ‘schone grondverklaring’ aan cliënten wordt verstrekt), de woning wordt teruggekocht tegen de destijds door cliënten betaalde koopprijs (te vermeerderen met de waarde van de door cliënten aangebrachte verbeteringen), dan wel dat met cliënten in overleg wordt getreden over een mogelijke woningruil.
(...)
SVA heeft bij monde van [naam] gereageerd in haar brief van 15 mei 2013.
(...)
Volkshuisvesting is van mening dat er op het perceel geen verontreiniging meer aanwezig is, getuige de aan u toegezonden stukken. In de beschikking van 13 maart staat overduidelijk vermeld, dat “de verontreiniging ter plaatse van de deellocatie volledig verwijderd is tot achtergrondwaarde”. Tevens staat vermeld, dat er nog sprake is van restverontreiniging in de wanden“ die zich op naastliggend terreinen bevindt!
(...)
Bij brief van 10 juni 2013 heeft de advocaat van [eiser] gereageerd.
(...)
Het is dus niet zo dat er nog sprake zou zijn van restverontreiniging in de wanden die zich op naastliggende terreinen bevinden (...). Bovendien moet het worteldoek kennelijk in stand blijven en dat heeft tot gevolg dat cliënten de uitgevoerde sanering, de gevolgen daarvan en de verplichtingen die daaruit voortvloeien bij de door hen gewenste verkoop van de woning niet kunnen verzwijgen.
Bovendien is aan de arcering (duidende op restverontreiniging) op de bij de beschikking gevoegde kadastrale kaart te zien dat er tussen de achtergevel van de woning en de tuin kennelijk ook nog sprake is van restverontreiniging.
Tegen de achtergrond van het vorenstaande moet worden vastgesteld dat de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst tot op heden nog niet naar behoren is hersteld.
(...)