Home

Rechtbank Gelderland, 06-06-2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5196, 3117223

Rechtbank Gelderland, 06-06-2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5196, 3117223

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
6 juni 2014
Datum publicatie
13 augustus 2014
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2014:5196
Zaaknummer
3117223

Inhoudsindicatie

Bij verstek is de vordering van de verhuurder tot ontbinding en ontruiming van de woonruimte van huurder toegewezen. Huurder vordert thans in kort geding primair schorsing, en subsidiair staking, van de aangekondigde executie van het tussen partijen gewezen vonnis tot in verzet definitief is beslist over het vonnis.

De kantonrechter verklaart zich bevoegd kennis te nemen van het executiegeschil en wijst het primair gevorderde toe, nu na het verstekvonnis is gebleken van omstandigheden die meebrengen dat tenuitvoerlegging van dat vonnis een noodtoestand zal doen ontstaan aan de zijde van huurder.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 3117223 \ VV EXPL 14-138 \ 395

uitspraak van

vonnis in kort geding

in de zaak van

[huurder]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde mr. A. van Oosten

toevoeging aangevraagd

tegen

de stichting Stichting Vivare

gevestigd te Duiven

gedaagde partij

gemachtigde De Klerk & Vis Gerechtsdeurwaarders

Partijen worden hierna [huurder] en Vivare genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 juni 2014 met producties

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 4 juni 2014 mede inhoudende de pleitnotities van de gemachtigde van [huurder] en de gemachtigde van Vivare.

2 De feiten

2.1.

[huurder] huurt per 4 juli 2013 van Vivare de woning gelegen aan de [adres] (hierna: de woning).

2.2

In de dagvaarding van 24 maart 2014 heeft Vivare gevorderd de ontbinding van de huurovereenkomst betreffende de woning, de ontruiming van de woning, de betaling van de huurachterstand tot en met 31 maart 2014 van € 2.315,40, € 578,85 per maand vanaf april 2014 tot aan de ontruiming en € 210,13 aan buitengerechtelijke kosten. Vivare heeft

daarnaast betaling van rente en proceskosten gevorderd. De vordering in die dagvaarding is

gebaseerd op de huurachterstand voornoemd bij een maandverplichting van € 509,17.

2.3.

Bij verstekvonnis van 2 april 2014 (zaaknummer 2923029 CV EXPL 14-5737) heeft de kantonrechter te Arnhem de vordering overeenkomstig de dagvaarding toegewezen. [huurder] is voornemens om tegen dat vonnis verzet in te stellen.

2.4.

[huurder] heeft aanvragen ingediend voor beschermingsbewind (waarbij de beoogd bewindvoerder is de heer [naam bewindvoerder]), een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB), voor schuldregeling en op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).

2.5.

Vivare heeft de ontruiming aangezegd tegen 11 juni 2014.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[huurder] vordert primair schorsing van de door Vivare aangekondigde executie van het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter te Arnhem van 2 april 2014, voor zover [huurder] is veroordeeld om de woning te ontruimen en verlaten, althans de machtiging daartoe aan Vivare, totdat in verzet definitief is beslist over dit vonnis.

Subsidiair vordert [huurder] Vivare te veroordelen tot staking van de executie onmiddellijk na de uitspraak, dan wel onmiddellijk na de betekening van het vonnis aan Vivare, totdat in verzet is beslist over het vonnis, op straffe van een dwangsom van

€ 1.000,00 per dag of dagdeel dat Vivare daaraan geen gevolg geeft, althans een zodanige voorziening te treffen als de kantonrechter in goede justitie zal bepalen.

Meer subsidiair is gevorderd de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter Arnhem van 2 april 2014 op te schorten in de zin van artikel 287b Faillissementswet.

3.2.

[huurder] legt aan zijn vordering ten grondslag dat het doorzetten van de executie van het vonnis van de kantonrechter te Arnhem van 2 april 2014 in de gegeven omstandigheden onrechtmatig is, nu daarmee aan de zijde van [huurder] een noodtoestand ontstaat terwijl Vivare geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij doorzetting van de executie.

3.3.

Vivare voert verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing