Home

Rechtbank Gelderland, 25-07-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:3908, AWB - 16 _ 3176

Rechtbank Gelderland, 25-07-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:3908, AWB - 16 _ 3176

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25 juli 2017
Datum publicatie
3 augustus 2017
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2017:3908
Zaaknummer
AWB - 16 _ 3176
Relevante informatie
Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030], Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030] art. 7

Inhoudsindicatie

Meststoffenwet, landbouwgronden, tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; exclusief gebruiksrecht?

Uitspraak

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16/3176

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. N.S. Commijs),

en

[verweerder] te [plaats] , verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2015 (het primaire besluit) heeft [verweerder] (de staatssecretaris) [eiseres] ( [eiseres] ) op grond van de Meststoffenwet een bestuurlijke boete opgelegd van € 46.706.

Bij besluit van 18 april 2016 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard.

[eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juli 2017. [eiseres] heeft zich laten vertegenwoordigen door [betrokkene] en haar gemachtigde. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Leegsma en J. Steffens.

Overwegingen

1 Inleiding en feiten

1.1.

[eiseres] is een vleeskalverenbedrijf met een aantal hectares grond in haar bezit. In 2013 is [eiseres] door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gecontroleerd op naleving van de Meststoffenwet- en regelgeving. De bevindingen van dit onderzoek zijn opgenomen in een rapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit met het nummer 78952 (het rapport). Naar aanleiding van het rapport heeft de staatssecretaris [eiseres] bij brief van 22 juli 2015 laten weten van plan te zijn om haar een bestuurlijke boete op te leggen omdat zij in het jaar 2013 de gebruiksnorm dierlijke meststoffen, de stikstofgebruiksnorm, de fosfaatgebruiksnorm heeft overschreden en bepaalde administratieve verplichtingen niet is nagekomen. Daartegen heeft [eiseres] zienswijzen ingediend.

2 De inhoud van de besluitvorming

2.1.

De staatssecretaris heeft [eiseres] een boete van € 46.706 opgelegd wegens overtreding van artikel 7 van de Meststoffenwet en een aantal administratieve verplichtingen. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat [eiseres] de gebruiksnorm dierlijke meststoffen met 6.558 kilogram heeft overschreden omdat een aantal percelen niet tot het bedrijf van [eiseres] kunnen worden gerekend omdat 1) de percelen met volgnummers 32, 33, 34 en 35 niet als landbouwgrond kunnen worden aangemerkt en 2) de percelen met volgnummers 1, 2, 5, 18, 19, 27, 37, 45 en 46 niet feitelijk bij [eiseres] in gebruik waren in 2013. De staatssecretaris heeft bij de berekening geen rekening gehouden met het eventueel vervliegen van stikstof (een stikstofgat) omdat geen mest is afgevoerd die is gewogen en bemonsterd. Bij de vaststelling van de boete heeft de staatssecretaris de reguliere gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen van 170 kilogram stikstof per hectare toegepast.

2.2.

De overtredingen wegens de administratieve verplichtingen worden door [eiseres] niet bestreden. Op de door [eiseres] tegen het bestreden besluit ingebrachte gronden zal de rechtbank hierna ingaan.

3 Landbouwgronden

3.1.

[eiseres] is het niet eens met de boete omdat zij vindt dat artikel 7 van de Meststoffenwet niet is overtreden. Zij voert aan dat zij in 2013 79,87 hectare in gebruik had en de staatssecretaris daarom ten onrechte 13,29 hectare buiten beschouwing heeft gelaten. De percelen 32, 33, 34 en 35 zijn feitelijk landbouwkundig in gebruik.

3.2.

Het systeem van de Meststoffenwet houdt in dat op grond van artikel 7 van de Meststoffenwet een algeheel verbod geldt voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. Indien de gebruiksnormen niet worden overschreden geldt dit verbod niet (zie artikel 8 van de Meststoffenwet). In de artikelen 9 en 10 van de Meststoffenwet zijn de hier relevante gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen en stikstof neergelegd. Dit betreft de jaarplafonds voor het gebruik van meststoffen die zijn gekoppeld aan de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond.

3.3.

Degene die in weerwil van het algehele verbod van artikel 7 van de Meststoffenwet meststoffen op of in landbouwgrond brengt, dient te verantwoorden dat hij de voor het betreffende jaar geldende gebruiksnorm(en) niet overschrijdt. Deze bewijslast geldt niet slechts voor de op of in de bodem gebrachte hoeveelheid meststoffen, maar ook voor het aantal hectaren tot het bedrijf behorende landbouwgrond; de hoeveelheid landbouwgrond is immers bepalend voor de hoogte van de in het concrete geval geldende gebruiksnormen. De rechtbank dient daarom eerst te beoordelen of de percelen 32, 33, 34 en 35 als landbouwgrond kunnen worden aangemerkt.

3.4.

Volgens de definitie in artikel 1, aanhef en onderdelen g en h, van de Meststoffenwet wordt onder landbouw respectievelijk landbouwgrond verstaan:

“g. landbouw: akkerbouw, veehouderij – daaronder begrepen elke bedrijfsmatige vorm van houden van dieren voor gebruiks- of winstdoeleinden – , tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, planten, bloemen en bloembollen – en bosbouw die aan bij ministeriële regeling gestelde regels voldoet;

h. landbouwgrond: grond waarop daadwerkelijk enige vorm van landbouw wordt uitgeoefend.”

3.5.

In de memorie van toelichting (Kamerstukken II, 2004-2005, 29 930, nr. 3, blz. 104), is over de definitie in artikel 1, aanhef en onderdeel h, van de Meststoffenwet het volgende toegelicht:

“(«landbouw», «landbouwgrond»)

(...) Er is sprake van een inhoudelijke wijziging, waar aan de begripsomschrijving van «landbouwgrond» het woord «daadwerkelijk» is toegevoegd: op de grond dient «daadwerkelijk» enige vorm van landbouw te worden uitgeoefend. Deze wijziging hangt samen met het feit dat in het kader van de gewenste harmonisatie van begrippen in het vervolg in de landbouwwetgeving zoveel mogelijk zal worden uitgegaan van de zogenoemde «beteelde» oppervlakte en niet langer van de «beteelbare» oppervlakte landbouwgrond. (...) Ook grond die tijdelijk tussen de twee achtereenvolgende teelten braak ligt, maar waarop in die periode landbouwkundige handelingen worden verricht om de grond geschikt te houden voor de volgende teelt, kan worden aangemerkt als grond waarop daadwerkelijk landbouw wordt uitgeoefend.”

3.6.

Bij de beantwoording van de vraag of een perceel als landbouwgrond kan worden aangemerkt dienen alle feiten en omstandigheden van het geval te worden betrokken. [eiseres] heeft in beroep verklaringen van loonwerkers overgelegd. Hieruit blijkt dat op de percelen 32, 33 en 34 is gemaaid, balen zijn geperst en gewikkeld, geharkt, bemest en onkruid is gespoten. Perceel 35 is alleen gebloot (maaien zonder afvoeren) en er is prikkeldraad weggehaald. [eiseres] heeft verder aangevoerd dat zij de percelen niet heeft ingezaaid, maar wel heeft gemaaid en bemest.

De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] niet heeft aangetoond dat in 2013 daadwerkelijk enige vorm van landbouw werd uitgeoefend op de percelen met nummers 32, 33, 34 en 35. Van beteelde oppervlakte is niet gebleken. Uit de foto’s, zoals deze bij het rapport zijn gevoegd, blijkt dat perceel 32 omringd wordt door fietspaden, perceel 33 een fietspad is met aan weerzijden een brede berm, perceel 34 matig grasland is en perceel 35 een ruiger terrein is. Het door [eiseres] enkel (laten) maaien en bemesten van gronden is onvoldoende voor het oordeel dat op de percelen daadwerkelijk landbouw plaatsvindt. De rechtbank merkt deze werkzaamheden aan als normale onderhoudswerkzaamheden, dit is onvoldoende voor het oordeel dat sprake is van beteelde oppervlakte. Hierbij hecht de rechtbank ook waarde aan de ligging van de percelen bij het recreatiegebied Kievitsveld, de overgelegde foto’s en het feit dat geen beweiding heeft plaatsgevonden. De verwijzing naar de pachtovereenkomsten is onvoldoende om alsnog aan te nemen dat sprake is van landbouwgrond. Het gaat immers om beantwoording van de vraag of daadwerkelijk enige vorm van landbouw wordt uitgeoefend. De afspraken op papier over het gebruik van de gronden en het doel van gronden is onvoldoende voor een bevestigend antwoord op deze vraag. Het betoog van [eiseres] faalt in zoverre.

3.7.

[eiseres] heeft ter zitting aangevoerd dat de rechtbank een deskundige zou moeten benoemen die zou moeten beoordelen of de percelen 32, 33, 34 en 35 moeten worden aangemerkt als landbouwgrond. Gelet op de voorgaande overweging acht de rechtbank het inschakelen van een deskundige niet noodzakelijk voor de beantwoording van die vraag.

3.8.

De percelen met nummers 32, 33, 34 en 35 zijn terecht buiten beschouwing gelaten door de staatssecretaris bij de berekening van de gebruiksnormen.

3.9.

[eiseres] heeft verder aangevoerd dat de staatssecretaris ten onrechte een hectare minder landbouwgrond heeft berekend dan zij heeft opgegeven. De staatssecretaris heeft in het verweerschrift een nadere toelichting gegeven op de berekening van de landbouwoppervlakte en het verschil met de (kadastrale) eigendomsgrenzen. Binnen de (kadastrale) eigendomsgrenzen ligt ook oppervlakte grond die niet onder de oppervlakte beteelde landbouwgronden valt, bijvoorbeeld het erf, bebouwing en installaties, (toegangs)wegen, kavelpaden, sloten, talud en opslagen, enzovoort. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de oppervlakte van zijn landbouwgrond, waarvan bij de berekening van de boeteoplegging moet worden uitgegaan, groter is dan de oppervlakte die door de staatssecretaris is berekend. De stelling van [eiseres] dat een verschil van een hectare erg veel is, is hiertoe onvoldoende. De rechtbank verwijst in dit kader naar de onder 3.2. weergegeven bewijslast. Het is aan [eiseres] om aan te tonen hoeveel hectare landbouwgrond tot het bedrijf behoren. Ook dit betoog van [eiseres] faalt.

4 Tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond

5 Stikstofgat

6 Conclusie