Home

Rechtbank Gelderland, 19-07-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4476, C/05/310830 / HA ZA 16-559

Rechtbank Gelderland, 19-07-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4476, C/05/310830 / HA ZA 16-559

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19 juli 2017
Datum publicatie
6 oktober 2017
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2017:4476
Zaaknummer
C/05/310830 / HA ZA 16-559

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis Aanbestedingsrecht. Leerlingenvervoer. Uitleg aanbestedingsstukken. Gemeente dient meerkosten van niet-incidentele, noodzakelijke individuele combinatiebeperkingen te vergoeden. Partijen moeten eerst zelf in overleg treden over de hoogte van deze vergoeding.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/310830 / HA ZA 16-559

Vonnis van 19 juli 2017

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CITAX TIEL B.V.,

gevestigd te Tiel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOET PERSONENVERVOER B.V.,

statutair gevestigd te Beesd, kantoorhoudende te Culemborg,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TAXI- EN TOURINGCARBEDRIJF [Naam] B.V.,

gevestigd te Tiel,

eiseressen,

advocaten mrs. G.J. van de Wetering (onttrokken) en R. van Cooten te Deventer,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NEDER-BETUWE,

zetelend te Opheusden,

gedaagde,

advocaat mr. R.G.P. Snel te Nijmegen.

Partijen zullen hierna Citax en de gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 januari 2017

- het proces-verbaal van comparitie van 17 mei 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De gemeente heeft tezamen met de gemeenten Buren, Geldermalsen en Neerijnen in 2015 een Europese openbare aanbestedingsprocedure gehouden voor het leerlingenvervoer binnen die gemeenten.

2.2.

In de in dit verband opgestelde Inschrijvingsleidraad van 13 mei 2015 is onder meer het volgende opgenomen:

2.1

Opdracht

De opdracht bestaat uit het met ingang van het schooljaar 2015/2016 vervoeren van leerlingen van de opdrachtgever op individuele dan wel collectieve basis ten behoeve van het basisonderwijs op grond van richting, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en regulier onderwijs voor gehandicapten kinderen. Het betreft het vervoer van leerlingen van het ophaaladres/opstapplaats naar school, dan wel een stageplaats of opvoedkundig centrum (en vice versa).

4.1

Criterium gunning

De opdracht wordt per perceel gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. Daarbij kunnen inschrijvers een aanbieding doen per perceel.

Bij de beoordeling gelden de volgende gunningcriteria:

 Kwaliteit

- G1: communicatie

- G2: chauffeurs

 Prijs

- G3: prijs per perceel

4.3

Prijs

4.3.1

Perceel 1

Als uitgangspunt voor de beoordeling van de prijs geldt de ‘prijs per leerling per rit’.

* Op het invulformulier dienen de prijzen per beladen voertuiguur voor de verschillende type

voertuigen te worden ingevuld.

* Uitgangspunt is een prijs per leerling per rit dat geldt voor de voertuigtypen taxi/personenauto

(inclusief MPV’s), 8-persoonstaxibus (exclusief de chauffeur) en rolstoelbus.

* Uitgangspunt is een prijs per leerling per rit dat geldt voor grootschalig materieel (tot en met 21

personen).

* Uitgangspunt is een prijs per leerling per rit dat geldt voor grootschalig materieel (vanaf 22

personen).

De inschrijver is verplicht om alle gevraagde tarieven te offreren. Bij de gunning wordt uitsluitend

gekeken naar de prijs per leerling voor het voertuigtype taxi/taxibus/rolstoelbus.

(...)

Inschrijfformulier

De inschrijver is verplicht gebruik te maken van het inschrijfformulier zoals opgenomen in bijlage 3. Het is niet toegestaan om de opzet van het inschrijfformulier aan te passen.

2.3.

In de bij de Inschrijvingsleidraad behorende ‘Bijlage 3 Prijsinvulformulier’ is onder meer het volgende opgenomen:

Perceel 1 (Prijs per leerling per rit)

Zie Programma van Eisen, hoofdstuk 8.

Type voertuig Tarief per leerling per rit

(exclusief BTW)

Taxi/taxibus/rolstoelbus € ...................

(max. 8 passagiers)

midibus € ...................

(9-21 passagiers)

touringcar € ....................

(vanaf 22 passagiers)

N.B. Alle tarieven moeten aantoonbaar realistisch zijn en hoger dan € 0,00.

2.4.

In het kader van deze aanbesteding is ook een Programma van Eisen (kenmerk: 1274-PvE-E), d.d. 13 mei 2015, verschenen. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

1.2

Omvang opdracht

Momenteel betreft het totale vervoer circa 465 leerlingen. Het aantal leerlingen, de herkomsten (woonadressen en ophaaladressen) en bestemmingen (scholen, stageplaatsen, buitenschoolse opvanglocaties en opvoedkundige centra) kunnen voor aanvang en ook gedurende de contractperiode wijzigen. Voor een beschrijving van de herkomsten, bestemmingen, type scholen, schooltijden en frequentie van het vervoer wordt verwezen naar bijlage 7.

1.3

Percelen

(...)

De opdracht bestaat uit twee percelen, te weten:

Perceel 1 (centrum): leerlingenvervoer naar bestemmingen binnen de eigen gemeenten én de gemeente Tiel (ca. 210 leerlingen);

Perceel 2 (overige): leerlingenvervoer naar bestemmingen buiten de eigen gemeenten (ca. 250 leerlingen).

2.1

Ritplanning

(...)

Met nadruk wordt gesteld dat de in dit Programma van Eisen verstrekte gegevens op een momentopname gebaseerd zijn en dat de opdrachtnemer door de opdrachtgever in een later stadium kan worden gewezen op een alternatieve planning. De opdrachtgever heeft gedurende de opdracht te allen tijde het recht een planning te wijzigen, bijvoorbeeld doordat leerlingen niet (meer) gecombineerd mogen worden of omdat kostenbesparingen kunnen worden gerealiseerd. Deze wijzigingen dienen door de opdrachtnemer zonder nadere voorwaarden en tegen de op dat moment geldende tarieven, per omgaande te worden uitgevoerd.

2.2

Combinatiebeperkingen

Binnen het leerlingenvervoer gelden géén combinatiebeperkingen. Indien het, naar het oordeel van de opdrachtgever, noodzakelijk is om in incidentele situaties alsnog een (individuele) combinatiebeperking op te leggen, dient de opdrachtnemer hier alle medewerking aan te verlenen zonder aanpassing van de voorwaarden.

(...)

2.6

Opstapplaatsen

Momenteel wordt er binnen het leerlingenvervoer zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opstapplaatsen. Rolstoelgebonden leerlingen worden thuis opgehaald en afgezet.

Buren: Binnen deze gemeente wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opstapplaatsen.

Geldermalsen: Binnen deze gemeente wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opstapplaatsen.

Neder-Betuwe: Binnen touringcarvervoer naar Tiel en naar de [naam school] in Ochten wordt gebruik gemaakt van opstapplaatsen. Zie bijlage.

Neerijnen: Binnen deze gemeente wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opstapplaatsen.

Zie leerlingenlijsten voor aanvullende informatie.

Mocht blijken dat gedurende de looptijd van de overeenkomst de opdrachtgever het wenselijk acht om opstapplaatsen in te voeren of af te schaffen, dan is zij daartoe gerechtigd. Op dat moment zal de opdrachtgever in overleg treden met de opdrachtnemer om dit te bespreken. De opdrachtnemer dient daarbij akkoord te gaan met de opstapplaatsen die de opdrachtgever aandraagt. Invoering (of afschaffing) van opstapplaatsen heeft geen invloed op de afgegeven tarief binnen het betreffende perceel en overige voorwaarden.

De definitieve locaties van opstapplaatsen worden in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en liggen maximaal 1.500 meter van de woning van de leerling.

4.1

Voertuigtypen

Al het vervoer dient plaats te vinden met de volgende voertuigen:

 taxi/personenauto (maximaal 4 zitplaatsen voor passagiers);

 taxibus (maximaal 8 zitplaatsen voor passagiers);

 rolstoelbus (maximaal 8 zitplaatsen voor passagiers);

 midibus (vanaf 9 tot en met 21 zitplaatsen voor passagiers);

 touringcar (vanaf 22 zitplaatsen voor passagiers).

De opdrachtnemer is verplicht te allen tijde het meest efficiënte voertuigtype in te zetten. Het is tevens mogelijk dat de opdrachtgever in voorkomende situaties het type voertuig verplicht voor een rit. De opdrachtnemer is verplicht hieraan medewerking te verlenen en het type voertuig aan te passen.

Voorafgaand aan de inzet van grootschalig materieel (type midibus en touringcar) is afstemming verplicht tussen de opdrachtnemer en opdrachtgever. De opdrachtgever besluit uiteindelijk (afhankelijk van type leerlingen en kosten) of de inzet van grootschalig materieel op de betreffende route wordt toegestaan.

8.1

Vergoeding

De vergoeding aan de opdrachtnemer binnen perceel 1 is gebaseerd op een tarief per leerlingrit (een enkele reis van de leerling tussen herkomst en bestemming).

8.2

Mutaties

 Gedurende het schooljaar en de contractperiode treden mutaties op in het aantal te vervoeren leerlingen en bestemmingen. Hierdoor zal de ritplanning en/of voertuiginzet mogelijk veranderen.

 Alleen de daadwerkelijk uitgevoerde leerlingritten mogen worden gefactureerd.

 Een gewijzigde ritplanning kan leiden tot een wijziging (toe- of afname) van het aantal in te zetten voertuigen van een voertuigtype.

 Voor de vergoeding van mutaties binnen het vervoer geldt het voor het perceel betreffende tarief per leerlingrit (voor het betreffende voertuigtype).

 Nieuw aangemelde leerlingen worden vergoed op basis van de geoffreerde prijs per leerling per rit met in acht name van de van toepassing zijnde toeslagen.

 Als er een leerling uit het vervoer gaat worden de totale ritkosten verminderd met de geoffreerde prijs per leerling per rit.

 Voordat de opdrachtnemer tot een veranderde ritplanning en/of inzet van voertuigen komt, dient de opdrachtgever goedkeuring aan de wijziging te geven.

8.4

Facturatie

 De opdrachtnemer factureert maandelijks het aantal uitgevoerde ritten tegen het geoffreerde tarief voor het betreffende voertuigtype.

(...)

8.6

Opslagpercentages

8.6.1

Individueel vervoer

Indien een leerling individueel vervoerd wordt mag de opdrachtnemer voor de betreffende ritten een

opslagpercentage van 50% in rekening brengen, bovenop het geoffreerde tarief. De toeslag geldt niet

indien vanuit vervoerkundig oogpunt de leerling niet gecombineerd kan worden en is dus enkel van

toepassing indien de betreffende gemeente besluit een leerling individueel vervoer toe te kennen.

8.6.2

Taxi/personenauto-indicatie

Indien er sprake is van een leerling met een taxi- of personenauto-indicatie, mag een toeslag van 50%

op de prijs per leerling per rit worden gefactureerd. Deze indicatie houdt in dat er slechts maximaal

vier leerlingen in een voertuig mogen zitten of dat de inzet van een personenauto verplicht is

(voertuig voor maximaal vier passagiers).

Deze toeslag geldt alleen indien de betreffende gemeente besluit een leerling een taxi/personenauto-

indicatie toe te kennen. De toeslag geldt alleen voor de leerling die de indicatie heeft, dus

uitdrukkelijk niet voor de andere leerlingen in de betreffende route.

2.5.

Als bijlage 7 bij het Programma van Eisen zijn ter indicatie leerlinggegevens over het schooljaar 2014-2015 verstrekt met daarbij de eventuele, voor de betreffende leerling geldende combinatiebeperking en opstapplaats. In totaal zijn in dat schooljaar binnen perceel 1 57 leerlingen vervoerd, waarvan 45 naar Tiel.

2.6.

In de onderhavige aanbestedingsprocedure zijn drie Nota’s van Inlichtingen verschenen. In de eerste Nota van Inlichtingen van 1 juni 2015 zijn onder meer de volgende vragen gesteld en door de gemeenten beantwoord:

13

Vraag:

Hoe kan het zijn, dat u eerst vraagt om alle gevraagde tarieven te offreren om vervolgens aan te geven, dat bij de gunning uitsluitend wordt gekeken naar de prijs per leerling voor het voertuigtype taxi/taxibus/rolstoelbus en dus niet naar het groter materieel, zoals bussen tot 21 personen en bussen vanaf 22 personen?

Antwoord:

Het uitgangspunt van de aanbestedende diensten is de inzet van kleinschalig materieel. De aanbestedende diensten besluiten uiteindelijk of de inzet van grootschalig materieel (voertuigen voor meer dan 8 passagiers) wordt toegestaan. Zie ook paragraaf 4.1 van het Programma van Eisen.

14

Vraag:

U geeft aan dat u bij de gunning alleen de prijs per leerling voor taxi/taxibus/rolstoelbus mee laat wegen. Het staat vervoerder echter vrij om de leerlingen ook met grootschalig materieel te vervoeren. Een deel van de leerlingen zal dan ook ongetwijfeld met grootschalig materieel vervoerd gaan worden. Waarom laat u dit niet meewegen in de gunning?

Antwoord:

Omdat dit niet de voorkeur van de aanbestedende dienst heeft en volgens bestek zelfs in een aantal gevallen niet gewenst is. Zie ook antwoord bij vraag 13.

22

Vraag:

Is het mogelijk dat wij van u een overzicht van de huidige opstapplaatsen ontvangen?

Antwoord:

Voor wat betreft de opstapplaatsen per leerling, die houden niet alle gemeenten bij in hun computersysteem en die kunnen we dus niet benoemen. De vervoerder bepaalt van welke opstapplaats de leerling gebruik maakt. Daar waar ze bekend zijn of vanuit het verleden bekend zijn worden ze meegepubliceerd bij deze nota van inlichtingen.

39

Vraag:

U geeft aan dat bij individueel vervoer een toeslag van 50% geldt. Ingeval van een tarief per persoon is het echter onmogelijk om hiermee kostendekkend te kunnen rijden. Stemt u in met een toeslag van 200% voor individueel vervoer?

Antwoord:

Nee, de vastgestelde toeslag blijft gehandhaafd.

2.7.

In de tweede Nota van Inlichtingen van 10 juni 2015 zijn onder meer de volgende vragen gesteld en door de gemeenten beantwoord:

5

Vraag:

In het licht van voornoemde jurisprudentie verzoeken wij u tevens de in de prijsbladen opgenomen zin “N.B. Alle tarieven moeten aantoonbaar realistisch zijn en hoger dan € 0,00.” nader te specificeren voor wat betreft het begrip: “realistisch”.

Antwoord:

Onder realistisch verstaan wij dat de inschrijver het aan moet bieden tegen een tarief waarbij het voor hem over de looptijd van de overeenkomst mogelijk is zijn verplichtingen na te komen, wij benadrukken dat wij hier niet per definitie mee bedoelen dat het kostprijsdekkend moet zijn. Indien de aanbestedende dienst vragen heeft over de geoffreerde prijzen wordt de aanbieder gevraagd om een nadere toelichting. Het is vervolgens aan de aanbestedende dienst om aan de hand van deze toelichting vast te stellen of er al dan niet sprake is van een realistisch aanbod en of de offerte geldig is.

12

Vraag:

Op de vraag: “Is het mogelijk dat wij van u een overzicht van de huidige opstapplaatsen ontvangen?” antwoord u: “Voor wat betreft de opstapplaatsen per leerling, die houden niet alle gemeenten bij in hun computersysteem en die kunnen we dus niet benoemen. De vervoerder bepaalt van welke opstapplaats de leerling gebruik maakt. Daar waar ze bekend zijn of vanuit het verleden bekend zijn worden ze meegepubliceerd bij deze nota van inlichtingen”

Op de vraag: “Is de enige restrictie die u aan de opstapplaatsen stelt dat de opstapplaatsen gelegen dienen te zijn binnen een straal van 1500 meter vanaf het huisadres?”, antwoord u: “Uitgangspunt is dat de huidige opstapplaatsen gehandhaafd blijven. Bij de invoering van nieuwe opstapplaatsen vindt afstemming plaats tussen de opdrachtnemer en de betreffende aanbestedende dienst.”

 Het antwoord op deze vragen is in onze beleving tegenstrijdig. Mag de vervoerder de opstapplaatsen benoemen of dienen de huidige opstapplaatsen gehandhaafd te blijven?

Mochten de huidige opstapplaatsen gehandhaafd moeten blijven, dan bevoordeelt u de huidige vervoerder die wel over deze kennis beschikt, ten opzichte van de overige inschrijvers die door u niet van de volledige informatie worden voorzien.

 Bent u alsnog bereid de lijst met alle opstapplaatsen, zoals deze bekend zijn bij de huidige vervoerder, ter beschikking te stellen? Zo nee, waarom niet en hoe garandeert u dan toch een level playing field?

Antwoord:

Er zijn gemeenten die een lijst hebben ingediend met opstapplaatsen of die nu is mee gepubliceerd bij deze nota van inlichtingen.

De aanbieder mag zelf bepalen welke opstapplaatsen worden gebruikt onder voorwaarde dat de opstapplaats toegankelijk en zo veilig mogelijk is.

Daarmee zijn wij van mening een level playing field te garanderen.

2.8.

Citax heeft de opdracht voor beide percelen (perceel 1: Centrum en perceel 2: Overige) gegund gekregen. Vervolgens heeft Citax met elk van de vier gemeenten een afzonderlijke overeenkomst gesloten.

2.9.

Op 19 augustus 2015 heeft Citax met de gemeente een zogenaamde ‘Raamovereenkomst leerlingenvervoer’ gesloten. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 8a Vergoeding opdrachtnemer perceel 1

1. De vergoeding voor de opdrachtnemer wordt berekend aan de hand van de werkelijk gereden ritten middels

het geoffreerde tarief per leerling per rit zoals beschreven in het Programma van Eisen (1274-PvE-E).

2. De opdrachtgever vergoedt per gereden rit het bedrag zoals dat door opdrachtnemer is geoffreerd in zijn

aanbieding. De geoffreerde bedragen zijn opgenomen als bijlagen van dit contract.

3. Verrekeningen in het vervoer die gedurende de looptijd van deze overeenkomst plaatsvinden, worden in de in

het voorgaande lid bedoelde bedragen per rit verwerkt op de wijze zoals opgenomen in het Programma van

Eisen.

2.10.

Op 24 augustus 2015 is Citax gestart met de uitvoering van het leerlingenvervoer. Al snel heeft de gemeente een aantal wijzigingen doorgevoerd in de combinatiebeperkingen van de leerlingen en hun opstapplaatsen. Dit kwam erop neer dat alle leerlingen met een combinatiebeperking thuis moesten worden opgehaald in plaats van bij een opstapplaats en dat het aantal combinatiebeperkingen sterk toenam. Nadat partijen hierover verschillende keren met elkaar hebben gesproken en gecorrespondeerd, heeft de heer [naam inkoopadviseur] , Inkoopadviseur Regio Rivierenland, bij e-mailbericht van 2 september 2015 onder meer het volgende aan onder andere Citax (hierna ook wel Vijfstromenland genoemd) bericht:

Allereerst dank voor jullie constructieve bijdrage aan het overleg van afgelopen maandag. Voor zover nodig zal ik de afspraken zoals deze bij mij op het netvlies staan samenvatten:

(...)

Voor het vervoer binnen de regio naar Tiel en voor het vervoer buiten de regio:

- Partijen zien elkaar als partner en begrijpen elkanders belangen;

- Vijfstromenland is zich bewust dat de gemeente het vervoerstype in de indicatie mag voorschrijven ondanks dat ze vanuit de offerteaanvraag redenerend andere verwachtingen hadden;

- Leerlingen die al grootschalig vervoer en vanaf opstapplaatsen vervoerd werden mogen op die wijze vervoerd blijven worden, tenzij de indicatie veranderd;

- Het vervoer van de touringcar is binnen de bepalingen van het bestek gewijzigd in 2 midibussen van maximaal 22 leerlingen;

- Neder-Betuwe zal kritisch omgaan met het indiceren van individueel vervoer aangezien dat een wederzijds belang is;

- Neder-Betuwe zal kijken of het mogelijk is om ook leerlingen die in taxibusjes vervoerd worden zoveel mogelijk via opstapplaatsen te laten opstappen, zij dient hiervoor vanuit het behoorlijk bestuur wel mensen goed te informeren en tijd te geven een en ander te organiseren. De gemeente zal er naar streven dit rond de herfstvakantie te kunnen realiseren;

- Zolang voorstaande punt niet heeft plaatsgevonden is de opstapplaats van de leerling thuis;

- Vijfstromenland vervoerd nu alle aangemelde leerlingen;

- Tussen [Naam] en de gemeente vindt nog afstemming plaats over de juiste aantallen leerlingen.

- Het verstrekken van een extra vergoeding voor het vervoer van leerlingen buiten de bepalingen van de aanbesteding is juridisch niet mogelijk;

- Wisselende/afwijkende lesroosters zijn in beginsel geen reden om individuele ritten te gaan rijden. Wanneer combinatie niet mogelijk is moeten ouders zelf voor vervoer zorgen;

- De verantwoording voor de dialoog met scholen die andere schoolroosters aan (gaan) houden ligt bij de gemeente, niet bij de vervoerder;

- Klachten over het moeten wachten van leerlingen omdat hun lesrooster anders is dan het schoolrooster mag de vervoerder doorverwijzen naar de gemeente.

Aanvullend wil ik aan Vijfstromenland meegeven dat de ondertekende overeenkomst in goede orde ontvangen zijn. Ik hoor echter wel geluiden dat nog niet al het vervoer nu uitgevoerd wordt, omdat sommige leerlingen nog niet thuis opgehaald wordt. Ik ga er vanuit dat dit vanaf morgen opgelost is, aangezien de vervoerder in deze wel in gebreke is bij de uitvoering van de overeenkomst.

2.11.

Daarop heeft de heer [naam medewerker] van Citax bij e-mailbericht van 3 september 2015 onder meer als volgt gereageerd:

Graag wil ik het punt dat Vijfstromenland akkoord is met het feit dat de gemeente het voertuigtype bepaalt nuanceren. Ik heb aangegeven dat wij ons beseffen dat het principe van het kiezen van het voertuigtype door de gemeente onderdeel is van het bestek. Dat wil nog niet zeggen dat de gemeente hier onbeperkte vrijheid in heeft. De keuzes van de gemeenten zullen redelijk en praktisch uitvoerbaar moeten zijn. Ze zullen ook in lijn moeten zijn met wat normaal gesproken gangbaar is bij het leerlingenvervoer. En de keuzes mogen niet leiden tot een wezenlijke wijziging van de opdracht.

Door inname van het standpunt dat extra vergoeding voor de te maken meerkosten tot aan de herfstvakantie niet mogelijk is worden deze meerkosten dus automatisch op het bordje van de vervoerder gelegd. Wij hebben aangegeven dat we omwille van de samenwerking en in het belang van de ouders/leerlingen het vervoer gewoon zullen verzorgen. Wij willen echter nog wel onze positie bepalen omtrent het verhalen van deze kosten. Ze drukken zwaar op de exploitatie van het project.

2.12.

In de week van de herfstvakantie heeft op 27 oktober 2015 een herbeoordeling van kleinschalig en individueel vervoer en van de opstapplaatsen plaatsgevonden. Deze herbeoordeling heeft niet tot een voor Citax gewenst resultaat geleid.

2.13.

Op 17 november 2015 heeft Citax de resultaten van een tweede herbeoordeling van de gemeente ontvangen. Ook deze heeft niet tot een voor Citax gewenst resultaat geleid.

2.14.

Bij brief van 18 november 2015 heeft de gemeente onder meer het volgende aan Citax bericht:

Ondanks deze gesprekken en het overleg met de heer [naam inkoopadviseur] van het regionaal inkoopbureau d.d. 31 augustus 2015 wordt het vervoer niet uitgevoerd zoals in de raamovereenkomst d.d. 19 augustus 2015 is opgenomen. We verwijzen met name naar artikel 4.1 van het Programma van Eisen.

Een drietal leerlingen wordt tot op heden niet vervoerd op de wijze zoals aan u is doorgegeven. Deze werkwijze kunnen we niet langer accepteren. We stellen u daarom hierbij in gebreke en geven u tot uiterlijk maandag 23 november 2015 de gelegenheid het vervoer te organiseren zoals aan u is doorgegeven.

U geeft aan dat u het vervoer pas wilt aanpassen nadat er een financiële compensatie wordt verstrekt door ons voor het vervoer binnen perceel 1. De bepalingen in de Europese aanbesteding staan dit niet toe.

Daarnaast zijn wij van mening dat alle bepalingen van het contract, dus ook de financiële bepalingen strikt moeten worden toegepast.

Uiteraard hebben wij er begrip voor dat de huidige wijze van vervoer niet volledig voldoet aan uw verwachting van de aanbesteding. Wij zijn bereid met u nader te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het vervoer efficiënter te organiseren teneinde de kosten te verlagen.

Wij gaan ervan uit dat u met ingang van maandag 23 november 2015 het vervoer overeenkomstig de opdracht gaat verzorgen. Indien u hier geen uitvoering aan geeft, zijn wij voornemens het vervoer voor deze 3 leerlingen op een andere wijze te organiseren, waarbij de meerkosten voor uw rekening kunnen worden gebracht, conform de overeenkomst.

2.15.

Na een mislukt overleg op 24 november 2015 waarbij van de zijde van de gemeente de verantwoordelijk bestuurder en leidinggevende ambtenaar wegens verhindering afwezig waren, is Citax verzocht haar visie nog eens puntsgewijs op papier te zetten. Daarop heeft Citax bij brief van 27 november 2015 onder meer het volgende aan de gemeente bericht:

3 augustus: overleg gemeentehuis Opheusden

Vervoerder en gemeente bespreken de laatste details in de leerlingenlijst (met name de bijzondere indicatie). Tevens deelt de gemeente mede dat zij besloten heeft dat de touringcar NIET meer mag rijden. Dit is een ingrijpende mededeling. Vervoerder wil uitzoeken wat de mogelijkheden zijn. Het is nog 3 weken voor de start van het vervoer....

(...)

24 augustus: start vervoer

23 september: tussentijds overleg locatie [eiser sub 3]

2 november: overleg met partijen en [Naam] locatie [eiser sub 3]

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing