Home

Rechtbank Gelderland, 05-09-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4947, 323793

Rechtbank Gelderland, 05-09-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4947, 323793

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
5 september 2017
Datum publicatie
26 september 2017
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2017:4947
Zaaknummer
323793
Relevante informatie
Aanbestedingswet 2012 [Tekst geldig vanaf 02-03-2022], Aanbestedingswet 2012 [Tekst geldig vanaf 02-03-2022] art. 2.87

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Onvoldoende belang bij voeging (Hoge Raad 12 juni 2015, NJ 2015/219). Artikel 2.87 lid 1 onder h Aw: inschrijver heeft valse verklaring afgelegd in eerdere aanbestedingsprocedure, maar niet kan worden vastgesteld dat zij zich daaraan in ernstige mate schuldig heeft gemaakt, zie omstandigheden van geval. Geen sprake van ernstige beroepsfout waardoor integriteit in twijfel kan worden getrokken, artikel 2:87 lid 1 onder c Aw.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats [woonplaats]

zaaknummer / rolnummer: C/05/323793 / KG ZA 17-362

Vonnis in kort geding van 5 september 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaten mrs. M.G.G. van Nisselroij en J.D.E. van den Heuvel te Venlo,

tegen

1. de stichting

STICHTING REGIONAAL OPLEIDINGEN CENTRUM [woonplaats],

gevestigd te [woonplaats] , en

2. de stichting

[gedaagde sub2] .,

gevestigd te [woonplaats] , en

3. de stichting

[gedaagde sub 3] ,

gevestigd te [woonplaats]

gedaagden,

advocaat mr. T.G. Zweers-te Raaij te Zwolle,

waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij, althans voegende partij aan de zijde van [gedaagden] , te worden toegelaten:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in incident] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

eiseres in het incident tot tussenkomst, althans voeging,

advocaat mr. L.J.W. Sueters te ’s-Hertogenbosch,

en waarin heeft gevorderd als voegende partij aan de zijde van [gedaagden] te worden toegelaten:

1. de vennootschap onder firma

[eiseres in voeging] ,

gevestigd te [woonplaats] , en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in voeging] .,

gevestigd te Horn, gemeente Leudal, en

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in voeging] .,

gevestigd te [woonplaats]

eiseressen in het incident tot voeging,

advocaat mr. F.A. van den Assem te Nijmegen.

Partijen zullen hierna [eiseres] , [gedaagden] , [eiseres in incident] en [eiseres in voeging] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 tot en met 8

-

de aanvullende producties 9 en 10 van [eiseres]

-

de akte overlegging en uitlating producties met producties 1 tot en met 11 van [gedaagden]

-

de incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst subsidiair voeging van [eiseres in incident]

-

de incidentele conclusie tot voeging met producties 1 en 2 van [eiseres in voeging]

-

de mondelinge behandeling van 22 augustus 2017

-

de conclusie van antwoord in het incident tot voeging

-

de pleitnota van [eiseres]

-

de pleitnota van [gedaagden]

-

de pleitnota van [eiseres in incident]

-

de pleitnota van [eiseres in voeging] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een landelijk opererende onderneming op het gebied van busvervoer. Zij neemt in dat verband regelmatig deel aan aanbestedingen op het gebied van busvervoer, onder andere voor onderwijsinstellingen.

2.2.

[eiseres] heeft begin juni 2016 ingeschreven op de aanbesteding van twee overeenkomstige opdrachten ‘Groepsvervoer en Aanverwante dienstverlening’ van enkele onderwijsinstellingen. Om te beoordelen of [eiseres] voldeed aan de in die aanbestedingsprocedure aan haar gestelde eisen, moest zij een zogenaamde Eigen Verklaring invullen. Onderdeel van deze verklaring vormde de financiële draagkracht van de inschrijver. De eis die in dat kader werd gesteld was dat de inschrijver over de jaren 2013, 2014 en 2015 een minimale solvabiliteit had van 20%. [eiseres] heeft deze vraag in die procedure bevestigend beantwoord.

2.3.

Bij de tweede verificatie van de inschrijving van [eiseres] is het de aanbestedende dienst in die aanbesteding gebleken dat [eiseres] , om te kunnen voldoen aan de minimale solvabiliteitseis, een beroep moest doen op haar vennootschapsrechtelijke moeder [eiseres] ., waarvan zij 100% deel uitmaakt. Dit had [eiseres] niet in haar Eigen Verklaring vermeld. De aanbestedende dienst heeft [eiseres] vervolgens in de gelegenheid gesteld haar verklaring aan te vullen, waarna een voorlopige gunningsbeslissing werd genomen en de opdracht aan [eiseres] als degene met de economisch meest voordelige inschrijving werd gegund.

2.4.

Ook [eiseres in voeging] had op de hiervoor bedoelde opdrachten ingeschreven. Zij was in die aanbestedingsprocedure als vierde geëindigd en heeft van haar twintig dagen tellende bezwaartermijn gebruik gemaakt door een kort geding te starten bij de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht. De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg heeft in dat kort geding bij vonnis van 14 oktober 2016 onder meer het volgende overwogen:

‘(...)

4. De beoordeling

(...)

4.10

Vast staat dat [eiseres] zelfstandig heeft ingeschreven en geen gebruik maakt van onderaannemers en geen deel uitmaakt van een samenwerkingsverband. Vast staat ook dat om te voldoen aan de geschiktheidseisen, zo is pas bij de tweede verificatie door [gedaagden] gebleken, [eiseres] zich wel beroept op een derde. Daarom was [eiseres] , en [gedaagden] erkennen dat op pagina 6 van de pleitnotitie ook, gehouden de geschiktheidseis inzake de solvabiliteit en de naam van [eiseres] in te vullen bij onderdeel 8.2 van de Eigen Verklaring.

(...)

4.11.

Door ondertekening van de Eigen Verklaring heeft [eiseres] verklaard zelfstandig te kunnen voldoen aan de geschiktheidseisen van artikel 1.4.2 van bijlagen 1A en 1B van het aanbestedingsdocument, zoals verwoord in onderdeel 5.1 van de Eigen Verklaring. Ook heeft [eiseres] met ondertekening te kennen gegeven naar waarheid de Eigen Verklaring te hebben ingevuld. Vast staat dat het eerste én het tweede niet het geval is.

(...)

4.17.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het kader van het in het aanbestedingsrecht geldende gelijkheidsbeginsel [gedaagden] , zodra zij constateerden dat [eiseres] in strijd met de waarheid had verklaard in de Eigen Verklaring, op grond van artikel 2.4.2 juncto artikel 2.4.1 de beide inschrijvingen van [eiseres] als ongeldig terstond ter zijde hadden moeten leggen, zoals alle andere om welke reden dan ook onregelmatig geoordeelde inschrijvingen terzijde zijn gelegd. Er is door [eiseres] immers niet voldaan aan de eis in het aanbestedingsdocument dat alle vragen naar waarheid zijn beantwoord. Niet alleen is in strijd met de waarheid verklaard dat zelfstandig kan worden voldaan aan de geschiktheidseis, ook is niet verklaard dat om te voldoen aan de geschiktheidseis een beroep op een derde moet worden gedaan.

(...)’

De voorzieningenrechter heeft vervolgens beslist dat de twee percelen waarop [eiseres] had ingeschreven niet aan haar mochten worden gegund.

2.5.

[gedaagden] verzorgen opleidingen voor het middelbare beroepsonderwijs en voor volwasseneneducatie. Op 24 maart 2017 hebben [gedaagden] een Europese openbare aanbesteding in de markt gezet inzake busvervoer. Voorafgaand hieraan heeft een zogenaamde Marktoriëntatie plaatsgevonden, waaraan [eiseres] (Deelnemer 1) en [eiseres in incident] (Deelnemer 2) hebben deelgenomen. [eiseres] heeft op de vragen die in de Marktoriëntatie aan de orde zijn gesteld onder meer het volgende geantwoord:

‘(...)

Tarieven (uitvraag)

 Eendaags en meerdaags met de nadruk op de eendaagse busreizen. Zorg voor een goede verdeling van de punten. Tip: vraag bij meerdaags een dagtarief uit. Dan maakt het niet uit of de reis 2,3 of meer dagen duurt. Meer dan 8 uur rijden, dan sowieso toeslag.

 Beter nog: een uurtarief en kilometertarief voor eendaagse en meerdaagse reizen, gespecificeerd per voertuiggroottes 20 / 50 / 60 / 70 / 80 persoons.

(...)’

2.6.

Het aanbestedingsdocument vermeldt voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang:

‘(...)

1.4.

Omvang van de aan te besteden Opdracht

De aan te besteden opdracht wordt als volgt gedefinieerd:

Het leveren van een drietal typen vervoer, nl:

 Busvervoer voor eendaagse reizen;

 Busvervoer voor meerdaagse reizen;

 (Structureel) Groepsvervoer tussen twee vaste locaties.

(...)

In bijlage 9 treft u het gezamenlijke rittenoverzicht van de Opdrachtgevers in 2016 aan.

Hoewel genoemde gegevens met de grootste zorgvuldigheid tot stand zijn gekomen kunnen ondernemers aan deze opgave geen rechten ontlenen en dienen deze als indicatief te worden beschouwd. Binnen de looptijd van de Overeenkomst kunnen, wanneer daar aanleiding voor is, de gecontracteerde diensten, zowel in positieve als negatieve zin, qua volume wijzigen.

(...)

4.3

Prijs

In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze prijzen moeten worden weergegeven. Daartoe is een prijzenblad beschikbaar (zie Bijlage 3: Prijzenblad). Dit prijzenblad dient Inschrijver volledig in te vullen.

Opdrachtgever eist dat te allen tijde marktconforme prijzen worden gehanteerd.

(...)

5.6

Beoordeling van de prijs

Van de Inschrijvingen die voldoen aan de Eisen ten aanzien van de Opdracht worden de prijzen beoordeeld. Voor de beoordeling van de prijs hanteert Opdrachtgever de uitkomsten van Bijlage 3: prijzenblad. De door Inschrijver geoffreerde prijzen dienen netto (inclusief btw) te zijn. De prijzen moeten bestaan uit alle kosten.

(...)’

2.7.

Het Programma van Eisen dat als bijlage 1 bij het aanbestedingsdocument is gevoegd, vermeldt onder meer:

‘Inschrijver dient onvoorwaardelijk akkoord te gaan met het onderstaande Programma van Eisen. Het niet voldoen aan de eisen E 1 t/m E 43 betekent uitsluiting van verdere beoordeling.

(...)

E19 De vaste totaalprijs is gespecificeerd in prijs per kilometer en prijs per uur voor touringcarvervoer, exclusief BTW.

(...)’

2.8.

Het prijzenblad dat als bijlage 3 bij het aanbestedingsdocument is gevoegd, vermeldt onder meer:

Uur- en kilometertarieven gelden voor zowel binnen-als buitenland, zowel beladen als onbeladen.

wachttijden worden conform contractueel afgesproken uurtarief per type voertuig aan Opdrachtgever in rekening gebracht.

- busprijzen zijn prijzen per uur of per deel van dat uur (inclusief starttarieven). Uurtarieven mogen door Opdrachtgever gedeeld worden door 4 (15 min).

- busprijzen zijn all-in, dus inclusief kosten chauffeur, brandstof, verzekeringen, schoonmaakkosten, aanrijtijden, verblijfkosten chauffeur etc.

(...)’

2.9.

Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument dat als bijlage 7 bij het aanbestedingsdocument is gevoegd, vermeldt onder meer:

‘(...)

Deel III C Gronden met betrekking tot insolventie, belangenconflicten of beroepsfouten

(...)

Ernstige beroepsfout Heeft de ondernemer zich schuldig gemaakt aan ernstige beroepsfouten?

Zoals bedoeld in artikel 2.87 lid 1 sub c Aanbestedingswet 2012

(...)’

[eiseres] heeft deze vraag ontkennend beantwoord.

2.10.

De Nota van Inlichtingen die in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure is opgesteld, vermeldt onder meer:

‘(...)

Categorie Eisen en criteria

Betreft E19

Vraag 33

3.3

Programma van Eisen, E19/prijzenblad bijlage 3. Er wordt gevraagd: De vaste totaalprijs is gespecificeerd in prijs per kilometer en prijs per uur voor touringcarvervoer, exclusief BTW. Kunt u meer uitleg geven hoe we de informatie in moeten lezen en in moeten vullen. Er staan twee tabellen? Waarom is dit niet 1 prijzentabel. In de tekst staat: busprijzen zijn all-in, dus inclusief kosten chauffeur, brandstof, verzekeringen, schoonmaakkosten, aanrijtijden, verblijfskosten chauffeur etc. Wat bedoelt u allemaal met etc...

Antwoord Vrijgegeven: 09-05-2017

Wij vragen het tarief waarmee inschrijver zijn commerciële prijs berekent, zowel per uur als per kilometer. Vormvrijheid heeft ervoor gezorgd dat wij voor twee tabellen hebben gekozen in plaats van één tabel. Met ‘etc.’ bedoelen wij alle gangbare kosten die door inschrijver gemaakt worden om een rit uit te kunnen voeren.

(...)’

2.11.

[eiseres] heeft vervolgens tijdig op de opdracht ingeschreven, waarbij zij ten aanzien van het kilometertarief op het Prijzenblad telkens per categorie busvervoer een tarief van € 0,01 heeft ingevuld. In reactie op dit tarief hebben [gedaagden] bij bericht van 30 mei 2017 aan [eiseres] gevraagd of deze inschrijving correct is, of dat er een vergissing is gemaakt. [eiseres] heeft hierop onder meer als volgt gereageerd:

‘De tarieven zoals wij die hebben ingevuld zijn correct, dus ook de kilometertarieven. Voor een vervoerder gaat het er om dat de opbrengst per uur voldoende is. De onzekere factor voor het realiseren van voldoende opbrengst per uur is het aantal kilometers per uur die gereden worden. Om dit risico voor ons te minimaliseren hebben wij er voor gekozen de kosten zoveel mogelijk in het uurtarief te verwerken waardoor het tarief per kilometer laag is. Hiermee ontstaat een stabiele uuropbrengst. Bij een hoger tarief per kilometer en een lager tarief per uur ontstaan veel meer schommelingen in de opbrengsten per uur en moeten de hoge opbrengsten per uur van de uren waarin veel kilometers worden gereden de lage opbrengsten per uur van de uren waarin geen of weinig kilometers worden gereden, compenseren. Bij dagtochten waarbij weinig kilometers worden gereden en veel gewacht moet worden en bij meerdaagse reizen waarbij op tussenliggende dagen weinig gereden wordt ontstaan dan te lage opbrengsten.

(...)’

2.12.

[gedaagden] hebben [eiseres] vervolgens per e-mail van 31 mei 2017 kenbaar gemaakt dat de kilometertarieven waarmee zij heeft ingeschreven niet marktconform zijn, waardoor zij een goede vergelijking tussen de inschrijvingen in de weg staan. [gedaagden] hebben [eiseres] daarna in de gelegenheid gesteld haar kilometertarief te herberekenen. In reactie daarop heeft [eiseres] op 1 juni 2017 een nieuw Prijzenblad bij [gedaagden] ingediend met gewijzigde kilometertarieven.

2.13.

Op 21 juni 2017 hebben [gedaagden] aan [eiseres] kenbaar gemaakt dat haar inschrijving als ongeldig terzijde is gelegd. In de toelichting op deze beslissing hebben [gedaagden] aan [eiseres] onder meer als volgt bericht:

‘Uit het prijzenblad bij uw inschrijving blijkt dat u voor alle vier type voertuigen met het kilometertarief van € 0,01 heeft ingeschreven. Uit dit tarief blijkt dat deze prijs niet bestaat uit alle kosten, zoals is voorgeschreven in par. 5.6 van het Aanbestedingsdocument. (...)

Terzijde merken wij over onze verduidelijkingsvraag op dat wij u – naar aanleiding van uw antwoord op 31 mei jl. per abuis om een nieuw prijzenblad hebben verzocht. Dat is uiteraard na sluiting van de inschrijvingstermijn niet toegestaan, omdat dat neerkomt op een wijzing van uw inschrijving.

De door u gekozen versleuteling van kosten (die feitelijk in het kilometertarief thuishoren) betekent een uitnodiging c.q. ongezonde prikkel om tijdens de uitvoering van de opdracht routes te kiezen die veel tijd kosten (bijvoorbeeld filegevoelige routes). Daaraan verdient uw bedrijf immers.

Ook klopt uw antwoord in het kader van OV-3 (Wijziging en vertraging) als gevolg van de wijze waarop u heeft geoffreerd niet. (...)

Kortom, op grond van het voren vermelde kunnen wij niet anders dan uw inschrijving als ongeldig terzijde leggen, omdat deze niet-besteksconform is, althans deze is irreëel omdat deze in strijd is gedaan met par. 5.6 van het Aanbestedingsdocument. Dat betekent dat uw bedrijf niet langer voor gunning van de opdracht in aanmerking kan komen.

(...)

Als gevolg daarvan is op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding (BPKV) de opdracht voorlopig gegund aan [eiseres in incident]

(...)’

2.14.

Bij brief van 14 juli 2017 hebben [gedaagden] aan [eiseres] in aanvulling op de toelichting op de eerdere voorlopige gunningsbeslissing onder meer het volgende bericht:

‘(...)

1. Bij brief van 21 juni 2017 hebben wij u en de andere inschrijvers geïnformeerd dat voorlopig is gegund aan [eiseres in incident] . De afgewezen inschrijvers zijn in de gelegenheid gesteld om binnen 20 kalenderdagen een kort geding aan te spannen, wanneer zij het niet met die beslissing eens waren. Inmiddels is een kort geding gestart door uw bedrijf, [eiseres] ., omdat wij uw inschrijving ongeldig hebben verklaard. (...)

2. Naar aanleiding daarvan hebben wij ons beraden. De uitkomst van dit proces is geweest dat wij vanuit een oogpunt van zorgvuldigheid behoefte hebben om de redenen waarom uw inschrijving ongeldig is verklaard te verduidelijken.

(...)

6. In de eerste plaats wordt de inschrijving van [eiseres] als ongeldig terzijde gelegd, omdat uit de UEA die bij uw inschrijving is gevoegd blijkt dat een valse verklaring is afgelegd. Zoals hiervoor aangegeven, merken wij de valse verklaring, die is afgelegd in een aanbestedingsprocedure uit juni 2016 (zie bijlage 1), aan als een ernstige beroepsfout die [eiseres] had moeten melden in de UEA van de onderhavige aanbestedingsprocedure.

(...)

10. Door deze ernstige beroepsfout niet te melden in de UEA van de onderhavige aanbestedingsprocedure heeft [eiseres] zich (opnieuw) schuldig gemaakt aan een valse verklaring. Dit betekent dat wij gehouden zijn uw inschrijving (ook) op grond daarvan ongeldig te verklaren. (...)

11. In de tweede plaats wordt de inschrijving van [eiseres] als ongeldig terzijde gelegd, omdat deze niet-besteksconform is. Voor de motivering daarvan verwijzen wij naar de brief van 21 juni jl., welke motivering als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd. (...)’

2.15.

[eiseres] heeft [gedaagden] naar aanleiding van deze brief opnieuw in kort geding gedagvaard. De twee aangebrachte kort gedingen zijn bij deze rechtbank gelijktijdig gepland op 22 augustus 2017. [eiseres] heeft na uitroeping van beide zaken het eerste kort geding ter zitting ingetrokken.

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I [gedaagden] te verbieden om uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing van 14 juli 2017;

II [gedaagden] te verbieden om de opdracht te gunnen aan [eiseres in incident] ;

III [gedaagden] te gebieden de gunningsbeslissing waarin de inschrijving van [eiseres] ongeldig is verklaard en is medegedeeld dat deze terzijde zal worden gelegd en verder is medegedeeld dat voorlopig gegund is aan [eiseres in incident] in te trekken en [gedaagden] te verbieden om de opdracht te gunnen aan een ander dan aan [eiseres] ;

IV [gedaagden] te gebieden om, indien zij tot gunning van de opdracht overgaan, de opdracht te gunnen aan [eiseres] ;

Subsidiair

V [gedaagden] te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing, waarin [eiseres] ongeldig is verklaard en het voornemen is vermeld om de opdracht te gunnen aan [eiseres in incident] in te trekken en voor zover [gedaagden] de opdracht willen gunnen tot heraanbesteding van de opdracht over te gaan;

Meer subsidiair

VI [gedaagden] te gebieden de gunningsbeslissing waarin de inschrijving van [eiseres] ongeldig is verklaard en is medegedeeld dat deze terzijde zal worden gelegd en verder is medegedeeld dat voorlopig gegund is aan [eiseres in incident] in te trekken en [eiseres] alsnog in de gelegenheid te stellen om haar betrouwbaarheid aan te tonen op de voet van artikel 2.87a Aw;

Uiterst subsidiair

VII een voorlopige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie zou vermenen te behoren;

Primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair

VIII [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een dwangsom van

€ 100.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, indien [gedaagden] niet aan dit vonnis voldoen;

IX [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen twee weken na de datum van dit vonnis zijn voldaan.

3.2.

[gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

in het incident tot tussenkomst, althans voeging

3.4.

[eiseres in incident] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

In het incident

I primair [eiseres in incident] toe te staan tussen te komen in het rechtsgeding tussen [eiseres] en [gedaagden] ;

II subsidiair [eiseres in incident] toe te staan zich te voegen aan de zijde van [gedaagden] in het rechtsgeding tussen [eiseres] en [gedaagden] ;

In de hoofdzaak

I primair [eiseres] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans deze af te wijzen;

II subsidiair [gedaagden] te verbieden om de opdracht te gunnen aan een ander dan [eiseres in incident] , althans voor zover [gedaagden] de opdracht nog wensen te gunnen;

In het incident en in de hoofdzaak

I [eiseres] te veroordelen in de proces- en nakosten in het incident en in de hoofdzaak, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis.

3.5.

[eiseres] en [gedaagden] hebben geen verweer gevoerd tegen de vordering tot tussenkomst, althans voeging aan de zijde van [gedaagden] .

3.6.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

in het incident tot voeging

3.7.

[eiseres in voeging] vordert dat haar vordering tot voeging aan de zijde van [gedaagden] wordt toegewezen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

3.8.

[eiseres] en [gedaagden] voeren iedere afzonderlijk verweer en concluderen tot afwijzing van de vordering.

3.9.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing