Home

Rechtbank Gelderland, 20-12-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6615, C/05/318181 / HZ ZA 17-176

Rechtbank Gelderland, 20-12-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6615, C/05/318181 / HZ ZA 17-176

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20 december 2017
Datum publicatie
11 januari 2018
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2017:6615
Zaaknummer
C/05/318181 / HZ ZA 17-176

Inhoudsindicatie

verdeling executieopbrengst; rangregeling; executoriale titel vereist of is verklaring voor recht voldoende? verjaring vordering?

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/318181 / HZ ZA 17-176

Vonnis van 20 december 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LISMAN EN LISMAN B.V.,

gevestigd te Zeist,

eiseres in renvooi,

advocaat mr. M.H. de Boer te Amsterdam,

tegen

1 [naam verweerder sub 1] ,

wonende te [woonplaats ] (België),

2. [naam verweerder sub 2],

wonende te [woonplaats ] ,

3. [naam verweerder sub 3],

wonende te [woonplaats ] ,

verweerders in renvooi,

advocaat mr. R.S.A. Essed te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Lisman en Lisman en [verweerder sub 1] , [verweerder sub 2] en [verweerder sub 3] (gezamenlijk: [verwerende partij] ) genoemd worden.

1 De procedure- het proces-verbaal van rangregeling (zaaknummer: 05/312430 /KG RK 16-1115) van 24 februari 2017, - het vervolg proces-verbaal van rangregeling (van 23 maart 2017), waarbij de rechter-commissaris de zaak heeft verwezen naar de renvooiprocedure- de brief van de griffier van 3 april 2017, waarbij Lisman en Lisman wordt opgeroepen om op de rolzitting van 24 mei 2017 te verschijnen- de brief van de griffier van 3 april 2017, waarbij [verwerende partij] wordt opgeroepen om op de rolzitting van 24 mei 2017 te verschijnen- de conclusie van eis in renvooi met producties van Lisman en Lisman- de conclusie van antwoord van [verwerende partij]- het tussenvonnis van 26 juli 2017- het proces-verbaal van comparitie van 21 november 2017.

1.1.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Lisman en Lisman heeft krachtens een op 27 april 2004 gesloten huurovereenkomst haar kantoorpand (gelegen aan de Putterweg 7 te Ermelo) verhuurd aan Rentec B.V. (hierna: Rentec). De huurovereenkomst is namens Rentec ondertekend door [verweerder sub 1] , die enig bestuurder was van Rentec.

2.2.

Lisman en Lisman heeft op 4 oktober 2004 ten laste van [verweerder sub 1] conservatoir beslag gelegd op een kantoorpand van [verweerder sub 1] , staande en gelegen aan de [adresgegevens] (productie 2 van Lisman en Lisman), dit ter verzekering van verhaal voor de vordering van Lisman en Lisman, welke vordering door de voorzieningenrechter in deze rechtbank voorlopig was begroot op € 260.000,--, met inbegrip van rente en kosten (productie 1 van Lisman en Lisman).

2.3.

Op vordering van Lisman en Lisman heeft de kantonrechter te Harderwijk (in een procedure tussen Lisman en Lisman enerzijds en Rentec en [verweerder sub 1] anderzijds) bij vonnis van 17 januari 2007 (productie 3-4 van Lisman en Lisman) de huurovereenkomst ontbonden verklaard met ingang van 7 oktober 2004. Lisman en Lisman heeft in die procedure tevens gevorderd Rentec en [verweerder sub 1] te veroordelen tot betaling van onder meer achterstallige huur. Het dictum luidt verder - voor zover van belang - als volgt:“5.2 Veroordeelt Rentec om aan Lisman tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen

€ 260.397,82, vermeerderd met de contractuele rente van 2% per maand over dit bedrag

vanaf 7 oktober 2004 tot aan de dag van algehele voldoening.

5.3

Veroordeelt Rentec tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Lisman, tot

de uitspraak van dit vonnis begroot op € 4.190,--, waarin begrepen € 4.000,-- aan salaris

gemachtigde.

5.4

Veroordeelt Rentec tot betaling van de beslagkosten groot € 1.761,84, waarin

begrepen € 1.000,— aan salaris gemachtigde.”

2.4.

De kantonrechter heeft de op grond van bestuurdersaansprakelijkheid gebaseerde vorderingen tegen [verweerder sub 1] afgewezen.

2.5.

Rentec heeft in dat vonnis berust. Rentec heeft niet aan de inhoud van dat vonnis voldaan. Rentec is per 7 augustus 2008 door de Kamer van Koophandel ontbonden.

2.6.

Lisman en Lisman is van het vonnis van de kantonrechter in hoger beroep gegaan, waarbij zij enkel [verweerder sub 1] heeft betrokken. Lisman en Lisman heeft in hoger beroep gevorderd om [verweerder sub 1] hoofdelijk aansprakelijk te verklaren voor al hetgeen waartoe Rentec in eerste aanleg is veroordeeld, althans voor een bedrag van € 446.798,01.

2.7.

Hangende het hoger beroep is (begin 2008) voormeld kantoorpand van [verweerder sub 1] op verzoek van de hypotheekhoudster (SNS Bank N.V.) met toestemming van de voorzieningenrechter in deze rechtbank onderhands verkocht.Na aflossing van de hypothecaire geldlening resteerde een overschot van € 100.646,32. Dit bedrag is bij notariskantoor Pot & Koekoek te Ermelo (hierna: de notaris) in depot gebleven.

2.8.

Het gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 22 december 2009 (productie 3-8 van Lisman en Lisman) het vonnis van de kantonrechter vernietigd voor zover dit tussen Lisman en Lisman en [verweerder sub 1] was gewezen, en opnieuw rechtdoende voor zover van belang als volgt beslist:“1. verklaart voor recht dat [naam] hoofdelijk aansprakelijk is voor al hetgeen waartoe

Rentec in eerste aanleg in het tussen Lisman en Rentec in conventie gewezen vonnis van de

kantonrechter (rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Harderwijk) van 17 januari 2007 is veroordeeld (te weten de veroordelingen onder punt 5.2, 5.3 en 5.4 van dit vonnis);

2. veroordeelt [naam] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de

zijde van Lisman begroot op € 2.000,-- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, op

€ 251,-- voor griffierecht en op € 70,85 voor explootkosten;

3. verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;”

2.9.

Lisman en Lisman heeft voormeld arrest van het hof op 21 januari 2010 openbaar aan [verweerder sub 1] betekend. Dit heeft niet tot enige betaling aan Lisman en Lisman geleid.

2.10.

De notaris is niet aanstonds tot verdeling van het depot overgegaan omdat er nog een andere gerechtelijke procedure liep tegen [verweerder sub 1] .

2.11.

Nadat bedoelde andere procedure was geëindigd door middel van een gerechtelijke uitspraak, heeft [verweerder sub 1] zich begin december 2015 bij de advocaat van Lisman en Lisman gewend. Lisman en Lisman en [verweerder sub 1] zijn het niet eens geworden over de verdeling van de onder de notaris berustende restant koopprijs. Op verzoek van [verweerder sub 1] heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, locatie Arnhem bij beschikking van 6 januari 2017 een rechter-commissaris benoemd ten overstaan van wie de verdeling van het depot zal plaatsvinden.

2.12.

De rechter-commissaris heeft - zo blijkt uit het proces-verbaal van rangregeling van 24 februari 2017- een voorlopige staat van verdeling opgemaakt van het te verdelen bedrag van € 100.646,32, vermeerderd met rente. De rechter-commissaris heeft daarbij bepaald dat Lisman en Lisman voor haar op € 1.140.138,71 begrote vordering volledig is gerechtigd tot het nog te verdelen bedrag, zulks onder aftrek van de door het notariskantoor gemaakte kosten.

2.13.

De rechter-commissaris heeft de bij de rangregeling betrokken partijen (naast [verweerder sub 1] waren dat Lisman en Lisman, [verweerder sub 2] , [verweerder sub 3] en de gemeente Ermelo) niet kunnen verenigen, waarna de rechter-commissaris de zaak heeft verwezen naar de renvooiprocedure.

3 De vordering

4 Het verweer

5 De beoordeling

6 De beslissing