Home

Rechtbank Gelderland, 26-04-2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:2856, C/05/334308/ KG ZA 18-90

Rechtbank Gelderland, 26-04-2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:2856, C/05/334308/ KG ZA 18-90

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26 april 2018
Datum publicatie
29 juni 2018
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2018:2856
Zaaknummer
C/05/334308/ KG ZA 18-90

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aangenomen moet worden dat in beginsel uit de aard van de vordering op grond van art. 843a Rv voortvloeit dat de eiser daarbij een voldoende spoedeisend belang heeft.

Art. 107 lid 1 VWEU: strijd met mededingingsrecht? Sprake van staatssteun?

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/334308 / KG ZA 18-90

Vonnis in kort geding van 26 april 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXTERION MEDIA (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaten mrs. G.J. van Midden en M.H.J. Rest te Den Haag,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ARNHEM,

zetelende te Arnhem,

gedaagde,

advocaten mrs. E.E. Zeelenberg en A.M. Serra te Nijmegen,

waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij, althans voegende partij aan de zijde van de gemeente, te worden toegestaan:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JCDECAUX NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in het incident tot tussenkomst, althans voeging,

advocaten mrs. J.F. Nouhuys en C.G. van Blaaderen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Exterion, de gemeente en JCDecaux worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 tot en met 5

-

de incidentele conclusie tot primair tussenkomst, subsidiair voeging van JCDecaux

-

de producties 1 en 2 van JCDecaux

-

de mondelinge behandeling van 13 april 2018

-

de pleitnota van Exterion

-

de pleitnota van de gemeente

-

de pleitnota van JCDecaux.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Exterion is een bedrijf dat zich toelegt op het verzorgen van buitenreclame. Zij houdt zich in dat kader bezig met het verwerven van exploitatierechten van reclameobjecten, waaronder vitrines, billboards en abri’s (zogenoemde haltevoorzieningen) om vervolgens advertentiecontracten met geïnteresseerde adverteerders te sluiten. JCDecaux drijft eenzelfde soort onderneming. Exterion en JCDecaux zijn de twee grootste marktpartijen op dat gebied in Nederland.

2.2.

Tussen JCDecaux en de gemeente is op 16 november 1995 een zogenaamde Vitrine overeenkomst tot stand gekomen. Daarnaast heeft JCDecaux in mei 2007 Wal Nederland B.V. overgenomen, welke vennootschap op dat moment partij was bij een onderhoudsovereenkomst met de gemeente en op basis daarvan exploitatierechten voor abri’s, standsinfo’s en reclamezuilen in de gemeente bezat. JCDecaux heeft deze lopende exploitatieovereenkomst voortgezet, tegen betaling van de daarin opgenomen vergoeding voor de exploitatie aan de gemeente.

2.3.

JCDecaux heeft in 2009 aan de gemeente gevraagd of de voornoemde exploitatievergoeding naar beneden kon worden bijgesteld vanwege sterk verminderde inkomsten van JCDecaux als gevolg van de economische crisis.

2.4.

JCDecaux en de gemeente hebben vervolgens besloten de voor hen uit de Vitrine overeenkomst en de overgenomen onderhouds- en exploitatieovereenkomst voortvloeiende verbintenissen te bundelen in één nieuwe overeenkomst. In dat verband is tussen deze partijen op 6 december 2010 een overeenkomst gesloten voor de duur van twintig jaar met einddatum 31 december 2030, waarbij aan JCDecaux de exclusieve exploitatierechten zijn toegekend voor het plaatsen van reclamedragende voorzieningen in de gemeente. Ook in deze overeenkomst zijn partijen een bepaalde exploitatievergoeding overeengekomen, ook wel afdracht genoemd. De overeenkomst bevat verder onder andere de volgende bepaling:

Artikel 18 Geheimhoudingsclausule

Partijen zullen de inhoud van de onderhavige overeenkomst en de gegevens die daaraan ten grondslag liggen strikt vertrouwelijk behandelen, voor zover dit wettelijke verplichtingen zich hiertegen niet verzetten. Partijen zullen indien sprake is van een wettelijke verplichting die het geven van informatie aan derden vereist vooraf aan elkaar kenbaar maken.’

2.5.

Bij brief van 27 juni 2013 heeft Exterion met een beroep op de Wet openbaarheid van Bestuur (Wob) aan de gemeente verzocht om kopieën van het reclamebeleid, de reclamenota en de overeenkomsten die met (buiten)reclame-exploitanten zijn gesloten. De gemeente heeft bij besluit van 18 juli 2013 aan Exterion onder andere de exploitatieovereenkomst met JCDecaux van 6 december 2010 toegezonden, waarbij zij de daarin opgenomen vergoedingen heeft weggelakt.

2.6.

Op 11 december 2017 heeft (de advocaat van) Exterion een brief aan de gemeente geschreven. In deze brief heeft Exterion aangegeven dat in de eerder door de gemeente toegezonden stukken geen financieel-economische onderbouwing is aangetroffen van de financiële afspraken die in het kader van de exploitatieovereenkomst met JCDecaux zijn gemaakt en dat daardoor niet inzichtelijk is of, en zo ja, op welke wijze de gemeente de door JCDecaux te betalen vergoeding voor de exploitatie heeft berekend. Exterion heeft zich op het standpunt gesteld dat de mogelijkheid dat de gemeente onrechtmatig staatssteun aan JCDecaux verleent niet kan worden uitgesloten en dat zij over de totstandkoming van de vergoeding daarom alsnog duidelijkheid wenst te verkrijgen. De gemeente heeft in reactie daarop kenbaar gemaakt dat met JCDecaux marktconforme afspraken over de exploitatierechten zijn gemaakt en dat zij geen nadere stukken aan Exterion zal toezenden.

2.7.

Bij de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, is een bodemprocedure aanhangig tussen de gemeente Zwolle en JCDecaux. In deze procedure vordert de gemeente Zwolle (onder andere) te verklaren voor recht dat in de verhouding met JCDecaux sprake is van een onrechtmatige steunmaatregel op het punt van de overeengekomen tarieven en/of, daar waar geen betaling van een vergoeding is overeengekomen, in de tussen hen gesloten exploitatieovereenkomst.

2.8.

De rechtbank Overijssel heeft op14 maart 2018 een tussenvonnis gewezen. In dat vonnis heeft zij geoordeeld dat zij op dit moment onvoldoende aanknopingspunten heeft om te kunnen vaststellen of sprake is van een door de gemeente aan JCDecaux verschaft voordeel in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU en zo ja, wat de omvang daarvan is, zodat zij daarover wenst te worden voorgelicht door een onafhankelijke deskundige op dat gebied.

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

Exterion vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente te veroordelen:

I tot het verstrekken van een afschrift van de volledige exploitatieovereenkomst van 6 december 2010 tussen de gemeente en JCDecaux en afschrift van alle bescheiden die betrekking hebben op het vaststellen door de gemeente van de marktconformiteit van de afdrachtbepaling uit de exploitatieovereenkomst, waaronder in ieder geval de financieel-economische onderbouwing van de gemaakte financiële afspraken met JCDecaux en alle bescheiden omtrent het verzoek om verlaging van de afdracht door JCDecaux van

19 juni 2009, met inbegrip van bescheiden waaruit de hoogte van de oude afdracht blijkt;

II tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 voor elke dag of ieder dagdeel dat de gemeente aan de vordering onder I niet voldoet, tot een maximum van € 1.000.000,00;

III in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

in het incident tot tussenkomst, althans voeging

3.3.

JCDecaux vordert bij vonnis, na vermindering van eis:

In het incident

I primair JCDecaux toe te staan tussen te komen in het rechtsgeding tussen Exterion en de gemeente;

II subsidiair JCDecaux toe te staan zich te voegen aan de zijde van de gemeente in het rechtsgeding tussen Exterion en de gemeente;

In de hoofdzaak

III de vorderingen van Exterion niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen;

IV veroordeling van Exterion te gehengen en te gedogen dat zij geen (prijs)informatie die onder artikel 18 van de overeenkomst valt van de gemeente ontvangt;

In het incident en de hoofdzaak

V Exterion en de gemeente te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.4.

Exterion voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

in de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging

3.5.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing