Home

Rechtbank Gelderland, 08-05-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1985, C/05/350409 / HA RK 19-62

Rechtbank Gelderland, 08-05-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1985, C/05/350409 / HA RK 19-62

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
8 mei 2019
Datum publicatie
8 mei 2019
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2019:1985
Zaaknummer
C/05/350409 / HA RK 19-62

Inhoudsindicatie

hoger beroep 67 Fw, twee appellanten zijn door de rechter-commissaris niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek 69 Fw.

Ene appellant is in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Andere appellant is ontvankelijk verklaard in hoger beroep en verzoek.

Verzoek om curator te bevelen over te gaan tot beëindiging van het faillissement wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rekestnummer: C/05/350409 / HA RK 19-62

insolventienummer: F.05/15/977

Deze beschikking wordt gegeven naar aanleiding van het op 22 februari 2019 ter griffie van deze rechtbank ingekomen beroepschrift ex artikel 67 van de Faillissementswet (hierna: Fw) door:

1 [appellant 1] ,

wonende te [woonplaats appellant 1] ,

2. [appellant 2],

verblijvende te [verblijfplaats appellant 2] ,

appellanten,

advocaat mr. P.A. de Lange te Barendrecht,

in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam besloten vennootschap]

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Bij vonnis van deze rechtbank van 21 december 2015 is het faillissement van [naam besloten vennootschap] uitgesproken, met benoeming van mr. J.C.A. Herstel tot curator en mr. A.M.P.T. Blokhuis tot rechter-commissaris.

1.2.

Bij verzoekschrift van 24 januari 2019 hebben de appellanten de rechter-commissaris op grond van artikel 69 Fw verzocht om, kort samengevat, de curator te bevelen over te gaan tot beëindiging van het faillissement van [naam besloten vennootschap] .

1.3.

Bij beschikking van 18 februari 2019 heeft de rechter-commissaris beslist dat appellanten niet kunnen worden ontvangen in het door hen gedane verzoek ex artikel 69 Fw, omdat [appellant 1] geen schuldeiser is en [appellant 2] is veroordeeld tot een betaling aan de boedel die de vordering van [appellant 2] overstijgt.

1.4.

Appellanten hebben op 22 februari 2019 hoger beroep als bedoeld in artikel 67 lid 1 Fw ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris van 18 februari 2019.

1.5.

Bij brief van 28 maart 2019 heeft de rechter-commissaris gereageerd op het beroepschrift.

1.6.

[aandeelhouder] , aandeelhouder van [naam besloten vennootschap] , heeft op 9 april 2019 een brief gericht aan de curator in het geding gebracht.

1.7.

Het hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris is behandeld ter zitting van de rechtbank op 10 april 2019, waar [naam dochter appellant 1] , dochter van [appellant 1] en zus van [appellant 2] , bijgestaan door advocaat mr. P.A. de Lange, de rechter-commissaris, de curator en [aandeelhouder] , bijgestaan door advocaat mr. R. le Grand, zijn verschenen.

2 Het hoger beroep en het verweer

2.1.

Appellanten verzoeken de rechtbank, kort samengevat, de beschikking van de rechter-commissaris van 18 februari 2019 te vernietigen en het oorspronkelijk verzoek van 24 januari 2019, de curator te bevelen over te gaan tot beëindiging van het faillissement van [naam besloten vennootschap] , toe te wijzen.

2.2.

De curator voert verweer. Op het verweer van de curator zal – voor zover relevant voor de beoordeling – hierna nader worden ingegaan.

3 De beoordeling

4 De beslissing