Home

Rechtbank Gelderland, 15-05-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:2299, C/05/334408 HA RK 18-46

Rechtbank Gelderland, 15-05-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:2299, C/05/334408 HA RK 18-46

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15 mei 2019
Datum publicatie
24 mei 2019
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2019:2299
Zaaknummer
C/05/334408 HA RK 18-46

Inhoudsindicatie

Hoger beroep 67 Fw, appellanten zijn in eerste instantie niet-ontvankelijk verklaard. Na cassatie is het beroep alsnog inhoudelijk behandeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om de curator op te dragen om nader onderzoek te plegen.

Uitspraak

beschikking

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rekestnummer: C/05/334408 / HA RK 18-46

insolventienummer: F.05/14/189

Deze beschikking wordt gegeven naar aanleiding van het op 7 maart 2018 ter griffie van deze rechtbank ingekomen beroepschrift ex artikel 67 van de Faillissementswet (hierna: Fw) door:

1 [appellant sub 1] ,

wonende te Hengelo,

2. [appellant sub 2],

wonende te Enschede,

appellanten,

advocaat mr. A.J.C. van Gurp te Hengelo Ov,

in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Valkenburcht Investment B.V. (hierna: Valkenburcht Investment)

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Bij vonnis van deze rechtbank van 18 februari 2014 is het faillissement van Valkenburcht Investment uitgesproken, met benoeming van mr. E.R. Looijen als curator en mr. S.S. van Nijen als rechter-commissaris. Thans is mr. E. Schippers rechter-commissaris.

1.2.

Bij e-mail van 9 februari 2018 hebben appellanten de rechter-commissaris op grond van artikel 69 Fw verzocht om, kort samengevat, de curator opdracht te geven nader en dieper onderzoek te doen naar onbehoorlijk bestuur en/of onrechtmatig handelen door de bestuurder van Valkenburcht Investment.

1.3.

Bij beschikking van 2 maart 2018 heeft de rechter-commissaris het verzoek afgewezen. De rechter-commissaris is van oordeel dat de curator voldoende onderzoek heeft gedaan naar onbehoorlijk bestuur. Het is niet in het belang van de schuldeisers dat de curator nog verder onderzoek doet. Appellanten geven ook niet aan op welke punten het onderzoek niet voldoende is geweest (anders dan dat de curator in hun ogen te veel informatie bij de bestuurders heeft gehaald), aldus de rechter-commissaris.

1.4.

Appellanten hebben hoger beroep als bedoeld in artikel 67 lid 1 Fw ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris van 2 maart 2018. Bij brief van 9 april 2018 hebben appellanten een aanvullend beroepschrift met producties 1 tot en met 10 ingediend.

1.5.

De curator heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend, ingekomen ter griffie op 8 mei 2018.

1.6.

Bij brief van 11 juni 2018 heeft de rechter-commissaris gereageerd op het beroepschrift.

1.7.

Het hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris is behandeld ter zitting van de rechtbank op 12 juni 2018, waar [appellant sub 2] , bijgestaan door advocaat mr. K.K.B. Kögging (waarnemend voor mr. Van Gurp) en de curator, bijgestaan door advocaat mr. J.J.P.T. van Summeren, zijn verschenen. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft mr. Van Gurp bij brief van 5 juni 2018 producties 11 en 12 ingediend. Ter zitting heeft mr. Kögging pleitaantekeningen overgelegd.

1.8.

Bij beschikking van 26 juni 2018 heeft de rechtbank appellanten niet-ontvankelijk verklaart in het hoger beroep.

1.9.

Appellanten hebben beroep in cassatie ingesteld. Bij beschikking van 25 januari 2019 heeft de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank d.d. 26 juni 2018 vernietigd en het geding terug naar deze rechtbank verwezen ter verdere behandeling en beslissing.

1.10.

Het hoger beroep is vervolgens behandeld ter zitting van 3 april 2019, waar [appellant sub 2] , bijgestaan door advocaat mr. Kögging (waarnemend voor mr. Van Gurp) en de curator, bijgestaan door advocaat mr. Van Summeren, zijn verschenen. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft mr. Van Gurp bij brief van 26 maart 2019 producties 13 tot en met 29 ingediend. Ter zitting heeft mr. Kögging pleitaantekeningen overgelegd.

2 De feiten

2.1.

De activiteiten van Valkenburcht Investment bestonden uit het beleggen, beheren, exploiteren en ontwikkelen van onroerende zaken, met name op het gebied van serviceflats, appartementencomplexen en zorgcomplexen. Valkenburcht Investment was appartementsrechthebbende van 67 van de 140 appartementen van het seniorencomplex De Valkenburcht te Oosterbeek. Valkenburcht Investment heeft Inn Home, een vennootschap die gelieerd is aan één van de aandeelhouders van Valkenburcht Investment, ingeschakeld voor diverse werkzaamheden.

2.2.

De curator heeft een administratieve scan laten uitvoeren door PeMa Consultancy. De curator bericht in zijn vijfde faillissementsverslag over de rechtmatigheid als volgt.

Het boekhoudkundig onderzoek heeft bij de curator tot de navolgende, voorlopige inzichten geleid, (...):

(...)

- Het bestuur is tot een aantal keren toe in staat gebleken om nieuwe vermogenverschaffers aan te trekken. Wanneer het bestuur de handdoek eerder in de ring had gegooid, zou de schade hoger zijn geweest.

- Het is delicaat dat de gefailleerde vennootschap voor het beheer van het seniorencomplex een beroep heeft gedaan op een vennootschap die gelieerd is aan één van de aandeelhouders. Ofschoon zich niet aftekent dat de overeengekomen vergoedingen niet marktconform waren, acht de curator het toch van belang dat zulks boven iedere twijfel wordt verheven. Hierop richt zich zijn vervolgonderzoek.

(...) De curator heeft het bestuur gevraagd om een benchmark uit te voeren, waaruit blijkt of en in hoeverre de door InnHome B.V. gehanteerde tarieven zakelijk zijn geweest. De curator beoogt hiermee externe kosten te vermijden, die weer ten laste van de faillissementscrediteuren zouden komen.

2.3.

In het zesde faillissementsverslag bericht de curator over het vervolgonderzoek naar de marktconformiteit van de tussen Valkenburcht Investment en Inn Home overeengekomen vergoedingen dat hij na het vervolgonderzoek tot het inzicht is gekomen dat de tarieven niet bovenmatig waren.

3 Het hoger beroep en het verweer

4 De beoordeling

5 De beslissing