Home

Rechtbank Gelderland, 16-07-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:3390, C/05/353728 / KG ZA 19-198

Rechtbank Gelderland, 16-07-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:3390, C/05/353728 / KG ZA 19-198

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16 juli 2019
Datum publicatie
29 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2019:3390
Zaaknummer
C/05/353728 / KG ZA 19-198

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Geen sprake van een ondeugdelijk gunningscriterium: geen strijd met transparantiebeginsel en level playing field en niet disproportioneel.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/353728 / KG ZA 19-198

Vonnis in kort geding van 16 juli 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ESE B.V.,

gevestigd te Nuenen,

eiseres,

advocaten mrs. S.C. Brackmann en A.A. Klein Hofmeijer te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon Openbaar Lichaam op basis van de gemeenschappelijke regeling

AVRI,

gevestigd te Geldermalsen,

gedaagde,

advocaat mr. A.A. Rassa te ’s-Hertogenbosch,

waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij, althans voegende partij aan de zijde van AVRI, te worden toegelaten:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROBINS B.V.,

statutair gevestigd te Veenendaal,

advocaat mr. Tj.P. Grünbauer te Ede.

Partijen zullen hierna ESE, AVRI en Eurobins worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 tot en met 14

-

de producties 15 tot en met 17 van AVRI

-

de incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging van Eurobins

-

de mondelinge behandeling van 11 juli 2019

-

de pleitnota van ESE

-

de pleitnota van AVRI

-

de pleitnota van Eurobins.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

AVRI heeft op 18 december 2018 via Tenderned de Europese openbare aanbesteding voor ‘Levering minicontainers en dienstverlening’ bekend gemaakt. In dat verband is een aanbestedingsleidraad ter beschikking gesteld, met daarbij onder andere bijlage 04.1. In deze bijlage staat onder meer het volgende vermeld:

04.1 AVRI minicontainers PvW levering Zuiver Afval 20190227 C5 RJ

Kwalitatieve gunningscriteria

(...)

W-1.05

De opdrachtgever kent waarde toe aan een korte transportafstand die de opdrachtgever moet overbruggen voor het afhalen van de minicontainers. Het transport van de minicontainers van de inschrijver naar de opdrachtgever wordt georganiseerd door de opdrachtgever. Naarmate de afstand tussen opdrachtgever en afhaallocatie kleiner is, zijn zowel de kosten voor transport als de CO2-uitstoot lager, een kortere reistijd heeft daarom meerwaarde. De reisafstand dient inschrijver te berekenen met www.routenet.nl (voor vrachtwagens 40 Ton snelste tijd) met als locatie [adres] en de afhaallocatie van de inschrijver.

(...)’

2.2.

Voor W-1.05 kon een maximale score van 1.000 punten worden behaald. Als formule voor de score is bij W-1.05 vermeld: waardering = 1000 – (0,5 x enkele reisafstand in kilometers).

2.3.

Geïnteresseerde partijen hebben naar aanleiding van de gepubliceerde aanbestedingsleidraad vragen gesteld aan AVRI. Deze vragen heeft AVRI beantwoord in de eerste Nota van Inlichtingen (NvI) van 22 januari 2019, waarin onder meer het volgende staat vermeld:

‘(...)

33. Paragraaf E2.44 en W1.05

Vraag

In verband met een zo laag mogelijke CO2 uitstoot beoordeelt u de afstand van afhaaladres ten opzichte van Geldermalsen. De CO2 uitstoot is echter afhankelijk van de afstand tussen de productielocatie en Geldermalsen. Wanneer u een afhaaladres toestaat in de beoordeling van deze wens leidt dit alleen tot extra CO2 uitstoot omdat de containers eerst van de productie naar het afhaaladres worden vervoerd en vervolgens door u van het afhaaladres moeten worden opgehaald. Dit zijn veel meer vervoersbewegingen. Kunt u daarom de afstand tussen de productielocatie en [adres] als basis nemen voor de beoordeling van W-1.05. Wanneer u hier niet mee instemt kunt u dan toelichten waarom u van mening bent dat de door u gekozen constructie een CO2 reductie zou opleveren?

Antwoord

De afstand wordt niet alleen beoordeeld op CO2 uitstoot doch vooral ook op kosten voor de inschrijver. De CO2 uitstoot die de opdrachtgever veroorzaakt met het transport is wel afhankelijk van het afhaaladres. Derhalve wordt hier op deze wijze waarde aan toegekend.

Het staat de inschrijver vrij om voor het transport van de productielocatie naar het afhaaladres een andere vervoersmodaliteit te kiezen, die een andere CO2 uitstoot realiseert.

Uw voorstel wordt niet gehonoreerd.

(...)’

2.4.

In de tweede NvI van 4 februari 2019 heeft AVRI nog drie vragen beantwoord die zijn gesteld naar aanleiding van de gegeven antwoorden in de eerste NvI.

2.5.

AVRI heeft op 8 februari 2019 via Tenderned de mededeling gedaan dat één van de bijlagen van de aanbestedingsleidraad zou worden gewijzigd en dat om die reden de datum voor het indienen van de inschrijvingen zou worden aangepast. Eveneens op 8 februari 2019 heeft ESE per e-mailbericht met verwijzing naar vraag 33 uit de eerste NvI nog de volgende nieuwe vraag aan AVRI gesteld:

‘Kunt u uitleggen waarom u van de te behalen 1600 punten van de kwalitatieve gunningscriteria er 1000 toekent alleen aan transport en de rest over de overige 5 criteria.

Denkt u hiermee de meest duurzame oplossing te hebben en zo ja kunt u dat uitleggen. Zie

ook uw tekst pagina 7 duurzaam inkopen en uw antwoord op vraag 33 in de 1e nota van inlichtingen.’

2.6.

Bij e-mailbericht van 13 februari 2019 heeft AVRI daarop geantwoord met de mededeling dat op het moment van indienen van de vraag de termijn voor het stellen van vragen ruimschoots was verstreken en de vraag daarom niet zou worden beantwoord.

2.7.

Op 14 februari 2019 heeft AVRI via Tenderned een tweede mededeling gedaan die erop neerkomt dat de aanpassing van de betreffende bijlage bij de aanbestedingsleidraad meer tijd zou vergen en op 19 februari 2019 zou worden gepubliceerd. De inschrijfdatum is vervolgens gewijzigd van 14 februari 2019 in 28 februari 2019. Bij mededeling van AVRI via Tenderned van 27 februari 2019 is de datum voor het indienen van inschrijvingen als gevolg van een geconstateerde omissie in de berekening van de scores in het inschrijfformulier met betrekking tot duurzaamheid voor een laatste maal gewijzigd in

7 maart 2019 .

2.8.

Volgens de aanbestedingsleidraad was het iedere geïnteresseerde partij toegestaan twee afzonderlijke inschrijvingen op de opdracht in te dienen. ESE en ook Eurobins hebben dit tijdig gedaan.

2.9.

Bij brief van 26 april 2019 is namens AVRI aan ESE bericht dat de inschrijvingen van ESE ongeldig zijn verklaard, omdat ESE per inschrijving drie varianten had aangeboden en acceptatie van haar inschrijvingen daarmee in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou komen. ESE is daarmee uitgesloten van de aanbestedingsprocedure.

2.10.

AVRI heeft de opdracht vervolgens voorlopig aan Eurobins gegund.

2.11.

Bij brief van 13 mei 2019 heeft ESE aan AVRI kenbaar gemaakt zich niet met de voorlopige gunningsbeslissing van AVRI te kunnen verenigen. Dit heeft er niet toe geleid dat AVRI die beslissing heeft gewijzigd.

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

ESE vordert - na vermindering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I AVRI te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken en AVRI te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden;

II AVRI te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

III een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 20.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of per dagdeel dat AVRI in gebreke blijft bij de naleving van dit vonnis.

3.2.

AVRI voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

in het incident tot tussenkomst, althans voeging

3.4.

Eurobins vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

in het incident

I de door Eurobins verzochte tussenkomst subsidiair voeging toe te staan;

II ESE te veroordelen in de kosten van het incident;

in de hoofdzaak

III ESE niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar deze als ongegrond en onbewezen te weigeren, althans deze vorderingen af te wijzen;

IV AVRI te veroordelen de voorlopige gunningsbeslissing in stand te houden en haar te gebieden de opdracht definitief aan Eurobins te gunnen, indien en voor zover AVRI de opdracht nog immer wenst te verstrekken;

in het incident en in de hoofdzaak

V ESE tevens te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.5.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing