Home

Rechtbank Gelderland, 13-01-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:146, 05/881189-18

Rechtbank Gelderland, 13-01-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:146, 05/881189-18

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13 januari 2020
Datum publicatie
14 januari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2020:146
Zaaknummer
05/881189-18

Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging algemene voorwaarden in verband met problematiek Wet USB.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/881189-18 en 05/720301-15 (tul)

Datum uitspraak : 13 januari 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Raadsman: mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

28 december 2018, 22 maart 2019, 13 december en 30 december 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met

13 september 2018 te Harderwijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 13 september 2018 te Harderwijk

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

-23,50 gram cocaïne en/of

-53,73 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde

cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot integrale bewezenverklaring van feit 1 en 2. Volgens de officier kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte over de gehele ten laste gelegde periode in cocaïne heeft gedeald, alsmede dat verdachte de ten laste gelegde handelingen heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met anderen. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en nader toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte langer dan de door hem bekende periode, te weten van mei tot en met september 2018, cocaïne heeft verkocht. Ter zake van feit 2 heeft de raadsman volledige vrijspraak bepleit. Volgens hem kan niet zonder enige twijfel worden vastgesteld dat de in de kluis aangetroffen cocaïne van verdachte was. Evenmin heeft verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het opzettelijk aanwezig hebben van de cocaïne zodat van medeplegen geen sprake is, aldus de raadsman.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsmiddelen feit 1 en 2

Gelet op de samenhang tussen feit 1 en 2 zal de rechtbank de van belang zijnde bewijsmiddelen gezamenlijk behandelen, waarbij elk bewijsmiddel slechts is gebruikt voor het feit waarop het volgens zijn inhoud betrekking heeft.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vanaf juni tot en met september 2018 cocaïne heeft gedeald.2 Ook heeft verdachte verklaard dat hij de kluis die in de woning van [medeverdachte 1] stond, gebruikte voor de opslag van drugs(geld). De cocaïne die hij verkocht, haalde hij uit de kluis.3

Betrouwbaarheid van de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1]

Verder bevinden zich in het dossier voor verdachte belastende verklaringen, afgelegd door medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ). Het standpunt van de raadsman, dat de verklaringen van [medeverdachte 1] tegenstrijdig en onbetrouwbaar zijn, volgt de rechtbank niet. Zij is van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte 1] op voor de tenlastelegging essentiële onderdelen gedetailleerd en voldoende specifiek en concreet zijn. Weliswaar wijken zijn verklaringen op enkele onderdelen van elkaar af, maar naar het oordeel van de rechtbank gaat het dan om kleine en voor het tenlastegelegde niet (voldoende) relevante details. [medeverdachte 1] heeft direct bij zijn aanhouding alsook later als getuige bij de rechter-commissaris steeds consistent verklaard over de rol van verdachte bij het tenlastegelegde. Voorts heeft [medeverdachte 1] er geen belang bij onjuist te verklaren over de betrokkenheid van verdachte, aangezien hij door zijn afgelegde verklaring ook van meet af aan zichzelf in ernstige mate heeft belast, terwijl de medeverdachten zich (lange tijd) beriepen op hun zwijgrecht. Bovendien worden de verklaringen van [medeverdachte 1] op relevante onderdelen ondersteund door andere bewijsmiddelen, die de rechtbank hieronder zal bespreken. De rechtbank zal onderstaande verklaringen van [medeverdachte 1] dan ook voor het bewijs gebruiken.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte), evenals “ [bijnaam] ”, met wie [medeverdachte 1] medeverdachte [medeverdachte 2] bedoelt, in de ten laste gelegde periode op vaste dagen cocaïne hebben verkocht via dealtelefoon [telefoonnummer 1]. Verdachte en [medeverdachte 2] wisselden elkaar af met de dealtelefoon.4 Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 1] op

11 februari 2019 verklaard dat hij zo’n anderhalf jaar terug voor het eerst cocaïne heeft gekocht bij verdachte. Als vaste cocaïne-afnemer van verdachte, is [medeverdachte 1] later, begin 2018, door verdachte en/of [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt medeverdachte [medeverdachte 3] ) benaderd voor het opslaan en bereiden/verwerken van cocaïne in zijn woning in ruil voor drugs. Ook in de laatste acht maanden vóór zijn aanhouding in september 2018, heeft [medeverdachte 1] geregeld cocaïne gekocht bij verdachte. [medeverdachte 1] maakt gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3].5 Deze nummers staan ook in de onder verdachte in beslag genomen oude dealtelefoon ([telefoonnummer 4] ) onder het contact “ [naam 1] ”.6 [medeverdachte 1] is wel eens voor verdachte en medeverdachten ingevallen in de periode van januari tot en met september 2018 en maakte daarbij wel eens gebruik van dealtelefoon [telefoonnummer 1] . De opbrengst van de verkoop van de cocaïne gaf hij aan verdachte.7

Medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) heeft verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode heeft gedeald in cocaïne.8

Bij fouillering van medeverdachte [medeverdachte 2] heeft de politie op 13 september 2018 een telefoon Samsung Galaxy Duos aangetroffen met telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in het dossier aangemerkt als ‘nieuwe dealtelefoon’. In de telefoon stonden 323 telefoonnummers.9 Op de verblijfplaats van verdachte heeft de politie een telefoon Samsung Galaxy J1 Mini aangetroffen met duo IMEI nummer [nummer] (/2 en /4). Dit IMEI nummer is over de periode van

15 september 2017 tot en met 14 maart 2018, zijnde de periode waarover de historische verkeersgegevens zijn opgevraagd, gekoppeld geweest aan het telefoonnummer [telefoonnummer 4] , in het dossier aangemerkt als ‘oude dealtelefoon(nummer)’.10 Verdacht betwist niet dat deze telefoon van hem is. De politie heeft de contactbestanden van beide telefoons met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat 197 van de 323 telefoonnummers opgeslagen in de telefoon met nummer [telefoonnummer 1] tevens voorkomen in het toestel met nummer [telefoonnummer 4]. Uit onderzoek blijkt verder dat de telefoon met nummer [telefoonnummer 4] tot ongeveer februari 2018 in gebruik is geweest en dat daarna het toestel met nummer [telefoonnummer 1] in gebruik is genomen.11

[medeverdachte 1] heeft notities overgelegd aan de politie met daarop 99 namen en telefoonnummers. Verbalisant hoorde [medeverdachte 1] zeggen dat verdachte deze briefjes in zijn woning had gelegd in de tijd dat verdachte overstapte van de ene op de andere dealtelefoon. [medeverdachte 1] heeft verdachte toen desgevraagd geholpen met het invoeren van contacten in de nieuwe telefoon. Uit onderzoek van de politie blijkt dat 22 telefoonnummers op de aangetroffen briefjes ook voorkomen in het contactenbestand van de nieuwe dealtelefoon [telefoonnummer 1].12

Tevens heeft [medeverdachte 1] verklaard dat verdachte en/of [medeverdachte 3] in 2018 een kluis in zijn woning heeft/hebben gebracht, die door hen en [medeverdachte 2] werd gebruikt voor de opslag van cocaïne en geld in zijn woning. Verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hadden toegang tot de kluis middels een sleutel. Ook heeft [medeverdachte 1] verklaard dat zij de laatste acht maanden vóór zijn aanhouding in september 2018 de cocaïne naar zijn woning brachten en daar afwogen, versneden en verpakten. Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij op 4 september 2018 in opdracht van verdachte cocaïne in ontvangst heeft genomen van een donkere jongen bij [naam 3] om de handelsvoorraad aan te vullen. Tevens heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij wel eens drugs heeft opgehaald in Amsterdam bij medeverdachte [medeverdachte 3] en dat hij toen geld kreeg van verdachte om te tanken.13

Telefoonnummer [telefoonnummer 5] staat in de ten laste gelegde periode op naam van verdachte.14

Telefoongesprek van 4 september 2018 om 16:57 uur tussen [telefoonnummer 5] , verdachte, en [telefoonnummer 1]:

[telefoonnummer 5] : Kan je even naar de [naam 3] ?

[telefoonnummer 1] : Ja is goed (...)

om 17:06 uur

[telefoonnummer 5] : Hoe lang ben je bij [naam 3] ?

[telefoonnummer 1] : 5 minuten

[telefoonnummer 5] : Gas erop, die jongen heeft haast.

om 17:11 uur

[telefoonnummer 1] : Bij [naam 3] , zei je toch? Ik zie niemand.

[telefoonnummer 5] : Geen donkere jongen? (...) Blijf aan de lijn.15

Op 13 september 2018 heeft de politie in een kluis in de woning van [medeverdachte 1] , gelegen aan de [adres 2] , 25,50 en 53,73 gram cocaïne aangetroffen.16

Op 16 september 2018 heeft de politie bij fouillering van verdachte een sleutel aangetroffen. Uit onderzoek blijkt dat deze sleutel past op bovenstaande in de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen kluis met cocaïne.17

Betrouwbaarheid van de verklaringen van getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3]

Voorts hebben getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] voor verdachte belastende verklaringen afgelegd. Het verweer van de raadsman dat hun verklaringen niet voor het bewijs mogen worden gebruikt omdat zij verdachte (enkel) op basis van een enkelvoudige fotoconfrontatie hebben herkend, slaagt niet. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Een fotobewijsconfrontatie kan meervoudig of enkelvoudig plaatsvinden. De betrouwbaarheid van een herkenning bij een enkelvoudige confrontatie is in tegenstelling tot een meervoudige fotobewijsconfrontatie zwakker, maar dit is anders wanneer de getuige het confrontatiesubject goed kent. In deze zaak hebben de getuigen als vaste klant regelmatig cocaïne gekocht van verdachte en hem gedurende een lange periode veelvuldig gezien en kennen zij hem dus goed. Het gaat er bij de confrontatie dan enkel om vast te stellen of het confrontatiesubject wel degene is die door de getuige bedoeld wordt met de bij hem/haar bekende verkoper: een verificatie. Anders dan de raadsman ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de herkenning door bovengenoemde getuigen op de aan hen getoonde foto’s van de al bij hen gedurende langere tijd bekende verdachte. Dat er meerdere dealers waren die bovenstaande dealtelefoon gebruikten doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid van bovenstaande getuigenverklaringen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de getuigen bij de politie voldoende specifiek en gedetailleerd hebben verklaard over het profiel van de dealers en de periode waarin zij bij de door hen beschreven dealers hebben gekocht, hebben verankerd aan belangrijke gebeurtenissen in hun leven, dan wel op andere wijze afdoende hebben geconcretiseerd. De rechtbank zal onderstaande getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] dan ook gebruiken voor het bewijs. Niet in geschil is overigens dat verdachte degene is op de bewuste foto.

[getuige 1] , woonachtig in Harderwijk, heeft op 30 november 2018 bij de politie verklaard dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer 6] is en dat hij cocaïne heeft gekocht via telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Wanneer hij dit nummer belde, kwamen meestal de volgende dealers: man 1 op donderdag tot en met maandag en man 2 op dinsdag en woensdag. Van beide dealers kocht hij sinds één à twee jaar, te rekenen vanaf zijn verhoor bij de politie. Bij het zien van de door de politie getoonde foto’s, heeft [getuige 1] desgevraagd verklaard dat de persoon op de foto van pagina 1152 en 1153 man 1 en is en dat de persoon op de foto van pagina 1154 en 1155 man 2 is.18 De persoon op de foto van pagina 1152 zag hij soms 10 maal in de week. De persoon op de foto van pagina 1154 heeft hij halverwege 2017 voor het eerst gezien, aan de beginperiode van de ziekte van zijn moeder. Laatst genoemde dealer zag hij 2 à 3 maal per week.19 Verbalisant heeft de persoon op de foto’s van pagina 124 en 125 – die zijn gemaakt door het observatieteam van de politie en dezelfde foto’s (alleen ander formaat) betreffen als de foto’s op pagina 1154 en 155 - herkend als verdachte.20 De persoon op de andere twee genoemde foto’s is door [medeverdachte 1] aangewezen als medeverdachte [medeverdachte 2] .21

Het telefoonnummer van [getuige 1] [telefoonnummer 6] komt voor in het contactenbestand van zowel de oude dealtelefoon – die bij verdachte is aangetroffen en die vóór februari 2018 werd gebruikt – als de nieuwe dealtelefoon.22

[getuige 2] , woonachtig in Harderwijk, heeft op 6 november 2018, relatief kort na de aanhouding van verdachte, verklaard dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer 7] is en dat hij geregeld cocaïne heeft gekocht via telefoonnummer [telefoonnummer 1] , dat hij sinds ongeveer een half jaar belt. Daarvoor hadden de dealers van dit nummer een ander telefoonnummer. Hij koopt sinds ongeveer anderhalf jaar van deze dealers. [getuige 2] herkent de personen op de door de politie getoonde foto’s – dezelfde foto’s als getoond aan [getuige 1] – als de door hem bedoelde dealers.23

Het telefoonnummer van [getuige 2] [telefoonnummer 7] komt voor in het contactenbestand van zowel de oude als de nieuwe dealtelefoon.24

Bij de politie heeft [getuige 3] , woonachtig in Harderwijk, op 21 september 2018 verklaard dat zij gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 8] en dat zij regelmatig cocaïne heeft gekocht via telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De dealers gekoppeld aan dit nummer waren de enigen bij wie zij in Harderwijk drugs kocht. Via laatst genoemd nummer nam zij sinds anderhalf jaar bij twee dealers cocaïne af. De dealers noemde zij [verdachte] . In haar telefoon heeft [getuige 3] het nummer [telefoonnummer 1] opgeslagen als ‘ [verdachte] ’. Zij belde het nummer zo’n twee maal in de week. [getuige 3] herkent de personen op de door de politie getoonde foto’s – dezelfde foto’s als getoond aan [getuige 1] - als de twee door haar genoemde dealers.25

Het telefoonnummer van [getuige 3] [telefoonnummer 8] komt voor in het contactenbestand van zowel de oude als de nieuwe dealtelefoon.26

Bewijsoverwegingen feit 1

Uit de verklaringen van [getuige 1] maakt de rechtbank op dat verdachte één van de twee vaste dealers was van wie [getuige 1] sinds één à twee jaar, dus in ieder geval beduidend langer dan de door verdachte verklaarde periode, cocaïne afnam. Ook uit de herkenning door [getuige 2] en [getuige 3] leidt de rechtbank af dat verdachte over een aanzienlijk langere periode, ongeveer anderhalf jaar, cocaïne heeft verkocht. De verklaringen van bovenstaande getuigen worden bevestigd door de omstandigheid dat hun telefoonnummers voorkomen in zowel de nieuwe als de bij verdachte aangetroffen oude dealtelefoon. Uit het dossier en de verklaringen van [medeverdachte 1] en [getuige 2] - in onderlinge samenhang bezien – maakt de rechtbank verder op dat verdachte vóór februari 2018 is overgestapt op de nieuwe dealtelefoon. Dat verdachte ook vóór februari 2018 heeft gedeald, volgt tevens uit de verklaringen van [medeverdachte 1] , dat hij al zo’n anderhalf jaar cocaïne kocht bij verdachte en dat hij later, in 2018, als vaste afnemer van verdachte is benaderd voor de opslag en verwerking van cocaïne in zijn woning.

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend dat verdachte niet alleen van juni tot en met september 2018 tezamen en in vereniging met anderen in cocaïne heeft gedeald en de overige tenlastegelegde handelingen heeft verricht, zoals hij heeft verklaard, maar dat hij dat heeft gedaan in de gehele ten laste gelegde periode vanaf 1 juli 2017.

Bewijsoverwegingen feit 2

Eveneens acht de rechtbank op basis van bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 13 september 2018 in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten de ten laste gelegde hoeveelheid cocaïne, aangetroffen in een kluis in de woning van [medeverdachte 1] , opzettelijk aanwezig heeft gehad, zoals onder feit 2 ten laste is gelegd. Dat geen sprake is van een wezenlijke bijdrage van verdachte, zoals de raadsman heeft betoogd, wordt verworpen door de bewijsmiddelen. Verdachte had immers toegang tot de kluis met cocaïne middels de bij hem aangetroffen sleutel en maakte hiervan gebruik voor de handel in cocaïne.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met

13 september 2018 te Harderwijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

telkens opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 13 september 2018 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 23,50 gram cocaïne en/of

- 53,73 gram cocaïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

5 De strafbaarheid van het feit

6 De strafbaarheid van de verdachte

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

8 Beslag

9 De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

10 De toegepaste wettelijke bepalingen

11 De beslissing