Rechtbank Gelderland, 12-02-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:1499, C/05/364044 / KG ZA 19-527
Rechtbank Gelderland, 12-02-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:1499, C/05/364044 / KG ZA 19-527
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 12 februari 2020
- Datum publicatie
- 17 maart 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2020:1499
- Zaaknummer
- C/05/364044 / KG ZA 19-527
Inhoudsindicatie
kort geding. aanbestedingsrecht. vordering tot inttrekking voorlopige gunningsbeslissing. Totstandkoming inschrijfsom van de partij aan wie de aanbesteding voorlopig is gegund. Milieudelict? Ten tijde van kort geding geen sprake van vastgestelde schending
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/364044 / KG ZA 19-527
Vonnis in kort geding van 12 februari 2020
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Oss,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] B.V.,
statutair gevestigd te Oss en kantoorhoudende te Teeffelen,
eiseressen,
advocaten mrs. J.F. van Nouhuys en C.R.V. Lagendijk te Rotterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
WATERSCHAP RIVIERENLAND,
zetelend te Tiel,
gedaagde,
advocaat mr. I. van der Hoeven te Middelburg,
waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij, althans voegende partij aan de zijde van het Waterschap, te worden toegelaten:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Tussenkomende partij] .,
gevestigd te Hattemerbroek,
eiseres in het incident tot tussenkomst, althans voeging,
advocaat mr. S.S. Schouten te Deventer.
Partijen zullen hierna de Combinatie, het Waterschap en [Tussenkomende partij] worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding
- -
-
de akte overlegging producties van de Combinatie (producties 1 tot en met 8)
- -
-
de akte overlegging productie van het Waterschap (productie 1)
- -
-
de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging met producties 1 tot en met 3 van [Tussenkomende partij]
- -
-
de nagezonden producties 4 en 5 van [Tussenkomende partij]
- -
-
de mondelinge behandeling van 29 januari 2020
- -
-
de pleitnota van de Combinatie
- -
-
de pleitnota van het Waterschap
- -
-
de pleitnota van [Tussenkomende partij] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiseres sub 1] . en [eiseres sub 2] werken met enige regelmaat samen in het kader van het verkrijgen van opdrachten die zien op transport. Zij worden in die hoedanigheid gezamenlijk aangeduid als de Combinatie. [Tussenkomende partij] is een groot transportbedrijf met circa 200 vrachtwagens en een jaarlijkse omzet van circa
€ 40.000.000,00.
Op 1 oktober 2019 heeft het Waterschap de Europese openbare aanbesteding voor de opdracht “Transport van vloeibaar zuiveringsslib” in de markt gezet. De in dat verband uitgebrachte aanbestedingsleidraad vermeldt onder meer het volgende:
‘(...)
De aanbesteding
(...)
Huidige situatie
WSRL heeft een overeenkomst voor het transporteren van vloeibaar zuiveringsslib met één leverancier met een looptijd tot 31 januari 2020. Er is de afgelopen contractperiode op jaarbasis gemiddeld voor een bedrag van € 600.000,-- getransporteerd. (...)
Gewenste situatie
WSRL wenst met één leverancier een overeenkomst te sluiten voor het transporteren van vloeibaar zuiveringsslib voor de periode van vier jaar, met de een optionele verlenging van maximaal 3 keer met twee jaar.
Gezien de fluctuaties in de slibproductie, externe factoren (hoeveelheid afvalwater, seizoenen, weersomstandigheden, de aard van het afvalwater) en veranderingen in de bedrijfsvoering kan de werkelijke slibproductie per locatie afwijken van de prognose.
Toekomstverwachtingen Dashboard
WSRL is voornemens om voor een optimale inzet van het vloeibare zuiveringsslib een tool aan te schaffen waarmee transporten van vloeibaar slib zodanig worden ingezet dat de energiefabriek waar dit transport het beste verwerkt kan worden als verwerkende installatie wordt ingepland. (...)
Inschrijver dient er rekening mee te houden dat, wanneer het dashboard gereed is, weekplanningen bijgesteld kunnen en zullen worden.
(...)
Benodigde documenten
De volgende documenten uploadt u in Negometrix:
1. Een volledig ingevuld UEA (...)
Toetsing op uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen
In uw inschrijving geeft u in het UEA aan of u voldoet aan de in deze aanbestedingsprocedure gestelde geschiktheidseisen en of de van toepassing verklaarde uitsluitingsgronden op u en uw eventuele onderaannemers (waarop u zich beroept om te voldoen aan de geschiktheidseisen) van toepassing zijn. WSRL toetst of u hieraan voldoet.
(...)
Prijs
Prijzenblad
Inschrijver dient de tarieven op te geven conform het bijgevoegde Prijzenblad (...).
Inschrijver vult de prijs in de groen gemarkeerde velden in. Let op: het prijzenblad bestaat uit meerdere tabbladen waar prijzen ingevuld dienen te worden. (...) Het opgeven van negatieve bedragen is niet toegestaan.
In te dienen prijzen
Inschrijver dient op het Prijzenblad per route een vergoeding in Euro per m3 op te geven, exclusief BTW. Deze vergoeding is een all-in bedrag inclusief laden en lossen, de administratieve handelingen, materiaalkosten, kapitaalslasten, verzekeringen, brandstofkosten, personeelskosten, etc. In de prijs dienen ook de kosten voor normale wachttijden te zijn verdisconteerd.
(...)’
In het als Bijlage 3 bij de aanbestedingsleidraad gevoegde prijzenblad, staat onder meer het volgende:
‘(...)
Inschrijver dient een prijsopgave te doen conform onderstaande:
Indien u een korting wilt aanbieden, dient u deze te verwerken in de aangeboden prijs.
(...)’
De Combinatie en [Tussenkomende partij] hebben naast twee andere partijen tijdig op de opdracht ingeschreven. [Tussenkomende partij] heeft in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) de vraag of zij, voor zover zij weet, haar verplichtingen op het gebied van het milieurecht heeft geschonden ontkennend beantwoord.
Het Waterschap heeft de ontvangen inschrijvingen vervolgens aan de hand van de aanbestedingsleidraad beoordeeld. Bij e-mailbericht van 3 december 2019 heeft het Waterschap in dat verband het volgende aan [Tussenkomende partij] geschreven:
‘(...)
Naar aanleiding van uw inschrijving op de aanbesteding transport zuiveringsslib hebben wij een verduidelijkingsvraag.
In het prijzenblad heeft u voor diverse ritten een zeer lage prijs per m3 afgegeven, namelijk een prijs van € --- (de ingevulde prijs is ten behoeve van het overleggen van het e-mailbericht in dit kort geding door het Waterschap onleesbaar gemaakt, toevoeging voorzieningenrechter) per m3. Kunt u ons verduidelijking geven op welke wijze deze prijs tot stand is gekomen?
Wij willen u erop wijzen dat u alle door u opgegeven prijzen gestand moet doen gedurende de looptijd van de overeenkomst. De prijzen kunnen niet worden aangepast. (...)
Ik verzoek u door het beantwoorden van dit bericht mij voor aanstaande donderdag 12.00 uur te informeren.’
[Tussenkomende partij] heeft tijdig inhoudelijk op de vraag van het Waterschap gereageerd. Bij brief van 6 december 2019 heeft het Waterschap vervolgens onder meer het volgende aan de Combinatie bericht:
‘(...)
Inmiddels hebben wij de ontvangen inschrijvingen getoetst op de minimumeisen (rechtsgeldigheid en volledigheid) en – aan de hand van de in het aanbestedingsreglement opgenomen gunningscriteria – inhoudelijk beoordeeld en onderling vergeleken. Een en ander heeft ertoe geleid dat uw inschrijving niet is aangemerkt als zijnde de inschrijving met de Beste Prijs Kwaliteit Verhouding. U heeft met uw inschrijving de 2e plaats behaald. Derhalve is besloten de onderhavige opdracht voorlopig niet aan u te gunnen.
(...)
In de onderstaande tabel treft u een overzicht van de door u behaalde scores en die van de overige inschrijvers.

Wij zijn voornemens over te gaan tot definitieve gunning aan [Tussenkomende partij] (...)’
Het Waterschap heeft de opdracht voorlopig aan [Tussenkomende partij] gegund. [Tussenkomende partij] is ook de zittende dienstverlener en heeft opdrachten met betrekking tot de thans centraal staande transportwerkzaamheden daarvoor al twee keer eerder gegund gekregen.
Bij brief van 14 januari 2020 heeft de Combinatie het Waterschap verzocht een (nadere) motivering van haar voorlopige gunningsbeslissing te verstrekken door een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, waarbij met name zou worden ingegaan op de (relatief lage) inschrijfsom van [Tussenkomende partij] . In reactie daarop heeft het Waterschap bij brief van 20 januari 2020 onder meer het volgende aan de Combinatie bericht:
‘(...)
Nader onderzoek
De lagere inschrijfsom van [Tussenkomende partij] is ons opgevallen. Dat is reden geweest om gebruik te maken van de verificatieprocedure. In dat kader hebben wij op
3 december 2019 [Tussenkomende partij] schriftelijk verzocht om een schriftelijke motivering en toelichting. In dat verzoek hebben wij aangegeven welk aspect van het prijzenblad behorend bij de inschrijving van [Tussenkomende partij] . ons daarbij is opgevallen. Op 4 december 2019 is door [Tussenkomende partij] gehoor gegeven aan dit verzoek. De door hen gegeven motivering en toelichting is duidelijk en toereikend. Er is door ons dus een onderzoek verricht. Op grond van dit onderzoek is van een abnormaal lage inschrijving niet gebleken.
(...)’
Het Waterschap heeft de voorlopige gunningsbeslissing tot op heden in stand gelaten.
In juni 2019 heeft de politie een inval gedaan in twee bedrijfspanden en een woning die op naam staan van en in gebruik zijn bij [Tussenkomende partij] vanwege een verdenking van fraude met dierlijke meststoffen en afvalwater. Daarbij zijn vier medewerkers van [Tussenkomende partij] aangehouden. Zij zijn na verhoor weer vrijgelaten.
Bij brief van 30 oktober 2019 heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan [Tussenkomende partij] het volgende bericht:
‘(...)
Ik heb een onderzoek naar het gedrag van betrokken rechtspersoon en bij de rechtspersoon betrokken natuurlijke personen ingesteld. Uit het onderzoek zijn geen bezwaren gebleken tegen betrokkenen in verband met inschrijving op overheidsopdrachten, speciale-sectoropdrachten, concessieovereenkomsten voor openbare werken of prijsvragen.
Op grond van artikel 4.1 van de Aanbestedingswet geef ik de Gedragsverklaring Aanbesteden af.
(...)’
3 Het geschil
in de hoofdzaak
De Combinatie vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I het Waterschap te verbieden de opdracht op basis van de gunningsbeslissing aan [Tussenkomende partij] te gunnen;
II het Waterschap te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken;
III het Waterschap te gebieden de inschrijving van [Tussenkomende partij] , met inachtneming van dit vonnis te onderzoeken;
IV het Waterschap te gebieden binnen vier weken na de datum van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, een nieuwe afdoende gemotiveerde gunningsbeslissing te uiten, waarbij de Combinatie, althans de betrokken inschrijvers, een termijn voor effectieve rechtsbescherming wordt geboden;
V elk gebod en verbod aan het Waterschap op te leggen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,00;
VI het Waterschap te veroordelen in de proces- en nakosten.
Het Waterschap voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.
in het incident tot tussenkomst, althans voeging
[Tussenkomende partij] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident
I primair [Tussenkomende partij] toe te staan tussen te komen in het kort geding tussen de Combinatie en het Waterschap, met veroordeling van de Combinatie in de kosten van het incident;
II subsidiair [Tussenkomende partij] toe te staan zich te voegen aan de zijde van het Waterschap in het kort geding tussen de Combinatie en het Waterschap, met veroordeling van de Combinatie in de kosten van het incident;
in de hoofdzaak
III de Combinatie niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans deze vorderingen af te wijzen;
IV het Waterschap te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan [Tussenkomende partij] , indien het Waterschap de opdracht nog wenst te gunnen;
V de Combinatie te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De Combinatie en het Waterschap voeren geen verweer tegen tussenkomst van [Tussenkomende partij] . De Combinatie voert wel verweer tegen de vorderingen van [Tussenkomende partij] in de hoofdzaak en concludeert tot afwijzing daarvan.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.