Rechtbank Gelderland, 01-04-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:2089, C/05/367189 / KG ZA 20-84
Rechtbank Gelderland, 01-04-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:2089, C/05/367189 / KG ZA 20-84
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 1 april 2020
- Datum publicatie
- 1 april 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2020:2089
- Zaaknummer
- C/05/367189 / KG ZA 20-84
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Uitleg van criterium uit inschrijvingsleidraad. Afval dat vrijkomt door bestrijding van eikenprocessierups geen grondstof als bedoeld in criterium 2
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/367189 / KG ZA 20-84
Vonnis in kort geding van 1 april 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B.V. 1].,
[vestigingsplaats],
eiseres,
advocaat mr. F.R.H. Kuiper te Hattem,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
PROVINCIE GELDERLAND,
zetelend te Arnhem,
gedaagde,
advocaten mrs. M.A. Rooijakkers en A.L.M. de Graaf te ’s-Gravenhage,
waarin hebben gevorderd als tussenkomende partijen, althans voegende partijen aan de zijde van de Provincie, te worden toegelaten:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B.V. 2] ,
[vestigingsplaats],
eiseres in het incident,
advocaat mr. G.E. van den Beuken te ’s-Gravenhage,
en
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B.V. 3] ,
[vestigingsplaats], en
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B.V. 4] ,
[vestigingsplaats],
eiseressen in het incident,
advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam,
Partijen zullen hierna [B.V. 1], de Provincie, [B.V. 2], [B.V. 3] en [B.V. 4] worden genoemd.
1. De procedure
in de hoofdzaak en in de incidenten tot tussenkomst, althans voeging
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10
- de incidentele conclusie van tussenkomst, althans voeging van [B.V. 2]
- de incidentele conclusie van tussenkomst, althans voeging met productie 1 van [B.V. 3]
- de incidentele conclusie van tussenkomst, althans voeging met productie 1 van [B.V. 4]
- de aanvullende productie 11 van [B.V. 1]
- de vanwege de huidige Corona maatregelen vooraf ingediende pleitnota van [B.V. 1]
- de vanwege de huidige Corona maatregelen vooraf ingediende pleitnota van de Provincie
- de vanwege de huidige Corona maatregelen vooraf ingediende pleitnota van [B.V. 2]
- de vanwege de huidige Corona maatregelen vooraf ingediende pleitnota met producties 2 en 3 van [B.V. 3] en [B.V. 4]
- de vanwege de huidige Corona maatregelen telefonisch gehouden mondelinge behandeling van 31 maart 2020.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De Provincie heeft op 11 december 2019 de nationale openbare aanbesteding “Onderhoud bomen en boomvakken 2020-2022” in de markt gezet. De Inschrijvingsleidraad vermeldt onder meer het volgende:
‘(...)
2 Aanbestedingsprocedure
Procedure
Deze Inschrijvingsleidraad betreft een nationale openbare procedure, conform de ARW 2016, hoofdstuk 2, aangaande het bestek onderhoud bomen en boomvlakken 2020-2022 in de Provincie Gelderland.
Het gunningscriterium voor het bepalen van de economisch meest voordelige inschrijving is de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitsverhouding (BPKV).
(...)
Percelen
Het werk is verdeeld in percelen.
Het betreft één (1) bestek, met vier (4) percelen. De inschrijvers hebben de mogelijkheid voor alle percelen in te schrijven en daarbij hun voorkeur aan te geven. De inschrijver kan uiteindelijk maximaal één (1) percelen gegund krijgen en mag ook niet als onderaannemer werkzaamheden in de andere percelen uitvoeren. De voorkeurlijst wordt alleen gebruikt indien één inschrijver de laagste fictieve inschrijfsom minus de behaalde fictieve korting heeft op meer dan één (1) percelen.
(...)
Kerncompetenties
De Provincie heeft kerncompetenties vastgesteld voor deze opdracht. (...)
Kerncompetentie 1: Ervaring met snoeien en vellen van bomen langs openbare wegen.
(...)
Kerncompetentie 2: Ervaring met het preventief en curatief verwijderen van Eikenprocessierupsen.
(...)
Kwaliteitsdocumenten (BPKV)
(...)
Indien na beoordeling van de aanbieding bij inschrijving dat daarmee niet aan de gestelde eisen uit de bijlage wordt voldaan, wordt dit gezien als een ongeldige inschrijving.
(...)
4 Beoordeling inschrijving
(...)
Kwaliteit
De beoordeling van het sub-gunningscriterium ‘Kwaliteit’ vindt plaats op criteria zoals beschreven in Bijlage 1: BPKV-criteria. Inschrijvers met dit criterium kunnen een fictieve korting behalen op hun inschrijvingsprijs.
(...)’
Bijlage 1 bij de Inschrijvingsleidraad vermeldt onder meer het volgende:
‘Bijlage 1: BPKV-criteria bestek B2356
Voor het bepalen van de kwaliteit in het kader van de beste prijs-kwaliteitverhouding passen we de onderstaande criteria en maximale fictieve korting toe. Deze bijlage beschrijft de uitwerking en beoordeling van deze criteria.
(...)
Criterium 2: Duurzaam omgaan met vrijgekomen materialen
Aanleiding
De Provincie is bezig met het duurzaam omgaan met grondstoffen. Dit gaat om grondstoffen die via de diverse aankopen binnen komen, maar ook om grondstoffen die vrijkomen bij de diverse werkzaamheden.
Doel
De Provincie is op zoek naar een opdrachtnemer die zich verdiept in het duurzaam afzetten van de grondstoffen en dit ook wil realiseren.
Indieningsproducten
De opdrachtgever wil van de inschrijver weten hoeveel % van al het vrijgekomen materiaal hij op welke trede van onderstaande tabel hij werkelijk kan afzetten. Inschrijver blijft verantwoordelijk dat de door hem opgegeven waarde ook kan worden gerealiseerd. De inschrijver dient aan te geven naar welke partijen hij de vrijgekomen materialen van de verschillende tredes hij gaat afzetten.
In elke bouwvergadering dient de opdrachtnemer middels een excel-staat aan te tonen hoever hij is met zijn aangeboden keuze. Deze excel-staat dient te zijn onderbouwd met de geleidebiljetten.
Beoordeling
De beoordeling vindt plaats door een ter zake kundig team van drie personen bestaande uit een projectleider, toezichthouder en bestekschrijver.
Waardering
De beoordeling vindt plaats op de mate waarin inschrijver onderstaande tabel invult. Ieder punt heeft een fictieve waarde van 1 euro.


Kanttekening
De inschrijver dient zich bewust te zijn van de consequenties van de hoogte van het door hem aangeboden prestatieniveau. 100% scoren gedurende de uitvoering blijkt in de praktijk niet gemakkelijk. De financiële consequentie van lager presteren dan aangeboden kan aanzienlijk zijn. Om die reden mag op trede 4 maximaal een percentage van 70% worden ingevuld.
(...)’
Het bestek van de opdracht vermeldt onder meer het volgende:
‘(...)
01 17 07 Plan voor het omgaan met vrijgekomen materialen
01 Een plan voor het omgaan met vrijgekomen materialen, als bedoeld in artikel 01.17.07 lid 01 van de Standaard 2015 wordt verlangd voor de volgende vrijgekomen materialen:
- Alle vrijgekomen materialen welke correspondeert met het BPKV.
(...)’
De Nota van Inlichtingen die naar aanleiding van vragen van inschrijvers in deze aanbestedingsprocedure is opgesteld, vermeldt onder meer het volgende:
‘(...)
Oorspronkelijke vraag 38
In de uitvraag geeft u aan: “De beoordeling vindt plaats op de mate waarin inschrijver onderstaande tabel invult.” Welke toegevoegde waarde heeft de toelichting van de maatregelen in het Plan van Aanpak, als op deze maatregelen niet gescoord kan worden?
Antwoord
Naast de keuze die de inschrijver maakt voor de fictieve korting, wil de opdrachtgever ook weten hoe de inschrijver daadwerkelijk deze keuze invult tijdens de uitvoering. Ook om de houdbaarheid van het Plan van Aanpak in de praktijk te kunnen toetsen.
(...)’
Onder andere [B.V. 1], [B.V. 2], [B.V. 3] en [B.V. 4] hebben tijdig op verschillende percelen van de opdracht ingeschreven. Bij vier afzonderlijke brieven van
13 februari 2020 aan [B.V. 1] heeft de Provincie haar voorlopige gunningsbeslissingen ten aanzien van alle vier de percelen van de opdracht kenbaar gemaakt. Uit deze brieven volgt dat [B.V. 1] op geen van de percelen de inschrijving met de beste prijs-kwaliteit verhouding heeft gedaan, zodat de Provincie voorlopig geen van de percelen aan haar zal gunnen. De Provincie heeft perceel 1 voorlopig aan [B.V. 3] gegund, perceel 2 aan [B.V. 4], perceel 3 aan [naam B.V. 5] en perceel 4 aan [B.V. 2]. [B.V. 1] is ten aanzien van perceel 1 voorlopig op de vijfde plaats geëindigd, ten aanzien van perceel 2 op de vierde plaats, ten aanzien van perceel 3 op de derde plaats en ten aanzien van perceel 4 op de vijfde plaats.
[B.V. 1] heeft bij brief van 14 februari 2020 bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissingen. Volgens [B.V. 1] hebben de voorlopig winnende inschrijvers bij trede 0 van de tabel bij criterium 2 allen in strijd met het bepaalde in de Inschrijvingsleidraad een percentage van 0 of in het geheel niets ingevuld, zodat zij een ongeldige inschrijving hebben gedaan en de Provincie die inschrijvingen als ongeldig terzijde dient te leggen.
De Provincie heeft in reactie op dit bezwaar bij brief van 28 februari 2020 aan [B.V. 1] kenbaar gemaakt dat zij geen aanleiding ziet op haar voorlopige gunningsbeslissingen terug te komen.
In een ander meer recent bestek van de Provincie met besteknummer 2335 is in de Nota van Inlichtingen onder meer het volgende vermeld:
‘(...)
Oorspronkelijke vraag
In Bijlage 1 BPKV-criteria, Criterium 2 is het doel het duurzaam afzetten van de grondstoffen. Welke Grondstoffen worden hier dan bedoeld? Alleen groen of ook slib en zwerf- en veegafval?
Antwoord
Bij criterium 2 wordt gesproken over al het vrijgekomen materiaal. Dus ook slib en zwerf- en veegafval.
(...)’
3 Het geschil
in de hoofdzaak
[B.V. 1] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I de Provincie te veroordelen om de beslissing zoals op 13 februari 2020 geuit ten aanzien van de aanbesteding van bestek 2356 ‘Onderhoud bomen en boomvakken 2020-2022, perceel 4” in te trekken;
II de Provincie te verbieden het werk ten aanzien van perceel 4 te gunnen aan [B.V. 2] of [naam B.V. 6];
III de Provincie te gebieden - voor zover zij het werk nog uit wenst te voeren - het werk te gunnen aan [B.V. 1];
subsidiair
IV de Provincie te veroordelen om de beslissingen zoals op 13 februari 2020 geuit ten aanzien van de aanbesteding van bestek 2356 “Onderhoud bomen en boomvakken 2020-2022”, percelen 1 tot en met 4 in te trekken;
V de Provincie te veroordelen binnen veertien dagen na dit vonnis opnieuw het kwalitatieve deel van alle inschrijvingen te beoordelen met inachtneming van de door de voorzieningenrechter in dit vonnis te geven aanwijzingen;
zowel primair als subsidiair
VI de Provincie te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De provincie voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.
in de incidenten tot tussenkomst, althans voeging
[B.V. 2] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident
I primair [B.V. 2] toe te staan tussen te komen in het kort geding tussen de Provincie en [B.V. 1];
II subsidiair [B.V. 2] toe te staan zich te voegen in het kort geding tussen de Provincie en [B.V. 1];
III primair en subsidiair met veroordeling van [B.V. 1] in de kosten van het incident;
in de hoofdzaak
IV [B.V. 1] niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans deze af te wijzen;
V de Provincie te verbieden de opdracht aan een ander dan [B.V. 2] te gunnen;
VI [B.V. 1] te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
[B.V. 3] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident
I primair [B.V. 3] toe te staan tussen te komen in het kort geding dat [B.V. 1] tegen de Provincie aanhangig heeft gemaakt;
II subsidiair indien en voor zover de voorzieningenrechter mocht oordelen dat tussenkomst niet kan worden toegestaan, [B.V. 3] toe te staan zich te voegen aan de zijde van de Provincie;
in de hoofdzaak
III [B.V. 1] niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar subsidiaire vordering af te wijzen, althans haar deze te ontzeggen;
IV enkel en alleen indien de voorzieningenrechter mocht oordelen dat een vordering vereist zou zijn voor tussenkomst, de Provincie te veroordelen de gunningsbeslissing in stand te houden en volgens de opdracht voor perceel 1 definitief aan [B.V. 3] te gunnen, indien en voor zover de Provincie de opdracht nog immer wenst te verstrekken;
in het incident en in de hoofdzaak
V een en ander met veroordeling van [B.V. 1] en/of de Provincie in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
[B.V. 4] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident
I primair [B.V. 4] toe te staan tussen te komen in het kort geding dat [B.V. 1] tegen de Provincie aanhangig heeft gemaakt;
II subsidiair indien en voor zover de voorzieningenrechter mocht oordelen dat tussenkomst niet kan worden toegestaan, [B.V. 4] toe te staan zich te voegen aan de zijde van de Provincie;
in de hoofdzaak
III [B.V. 1] niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar vorderingen af te wijzen, althans haar deze te ontzeggen, voor zover de vorderingen betrekking hebben op perceel 2;
IV enkel en alleen indien de voorzieningenrechter mocht oordelen dat een vordering vereist zou zijn voor tussenkomst, de Provincie te veroordelen de gunningsbeslissing in stand te houden en volgens de opdracht voor perceel 2 definitief aan [B.V. 4] te gunnen, indien en voor zover de Provincie de opdracht nog immer wenst te verstrekken;
in het incident en in de hoofdzaak
V een en ander met veroordeling van [B.V. 1] en/of de Provincie in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De Provincie heeft geen verweer tegen de gevorderde tussenkomst gevoerd. [B.V. 1] heeft enkel op procesrechtelijke grond verweer tegen de gevorderde tussenkomst gevoerd. [B.V. 1] heeft daarnaast verweer gevoerd tegen de vorderingen van [B.V. 2], [B.V. 3] en [B.V. 4] in de hoofdzaak en geconcludeerd tot afwijzing daarvan.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.