Home

Rechtbank Gelderland, 30-06-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3263, 370252

Rechtbank Gelderland, 30-06-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3263, 370252

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30 juni 2020
Datum publicatie
6 juli 2020
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2020:3263
Zaaknummer
370252

Inhoudsindicatie

Kort geding. Relatieve bevoegdheid. Artikel 105 Rv. Schorsing bestuurders BV. Voldoende gegronde reden om aan een juist beleid of juiste gang van zaken binnen BV te twijfelen. Vorderingen deels toegewezen.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/370252 / KG ZA 20-160

Vonnis in kort geding van 30 juni 2020

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

SOCIÉTÉ ANONYME SEMPER AMPLIFI S.A.,

gevestigd te Strassen, Luxemburg,

eiseres,

advocaat mr. J. Koekkoek te Haarlem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1] ,

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

[gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 3]

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

[gedaagde 4]

wonende te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. E.J.H. Reitsma te Vught.

Eiseres zal hierna Semper genoemd worden. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk [gedaagde partij] genoemd worden, dan wel ieder afzonderlijk [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties

-

de akte wijziging van eis (voor zover nodig)

-

de producties van gedaagden

-

de mondelinge behandeling, die vanwege de Corona-maatregelen heeft plaatsgevonden via

Skype

-

de pleitnota van Semper

-

de pleitnota van [gedaagde partij]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 16 augustus 2018 hebben SocialBrands V.O.F., een vennootschap onder firma met als vennoten [gedaagde 2] en [gedaagde 4] , en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SocialBrands Tech B.V., gevestigd te Nijkerk (hierna: SB Tech), een akte van overdracht intellectuele eigendomsrechten gesloten. Daarbij droeg SocialBrands V.O.F. haar intellectuele eigendomsrechten over aan SB Tech, zijnde het volledige Social Brands Platform, bestaande uit diverse modules waaronder dashboard, campagnes, content, influencers, social, profielen en statistieken, gezamenlijk aangeduid als ‘Social Brands versie 1.0’.

2.2.

Na levering op basis van een akte uitgifte aandelen van 28 augustus 2018 en een akte aandelenoverdracht van 29 mei 2019 houdt Semper 55% van de aandelen in SB Tech. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] houden gezamenlijk 45% van de aandelen in SB Tech. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] zijn tevens zelfstandig bevoegde bestuurders van SB Tech.

2.3.

SB Tech is enig aandeelhouder in en bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SocialBrands B.V., eveneens gevestigd te Nijkerk (hierna: SB). SB heeft ten doel de ontwikkeling en verkoop van softwareoplossingen, alsmede het verlenen van diensten in de vorm van advies en ondersteuning verband houdend met deze software.

2.4.

Met betrekking tot de Social Brands versie 1.0 was [gedaagde 2] de technische man en [gedaagde 4] de verkoper. Semper, meer in het bijzonder de heer [naam] , had en heeft de ervaring als bestuurder van Columbus Holdco, een grote speler op het gebied van online media en marketing in België, om ondernemingen als SB op een hoger plan te brengen en was bereid te investeren als aandeelhouder. [naam] heeft [gedaagde 2] en [gedaagde 4] in contact gebracht met softwareontwikkelaar One Punch. One Punch heeft allerlei nieuwe functionaliteiten ontwikkeld, aangeduid als ‘Social Brands versie 2.0’.

2.5.

Sinds enige tijd verkeren partijen in een impasse. Zij kunnen het niet eens worden over de voorwaarden waaronder de samenwerking moet worden voortgezet.

2.6.

Bij e-mailbericht van 28 september 2019 heeft [naam] onder meer het volgende aan [gedaagde 2] , [gedaagde 4] en de heer [naam 2] bericht:

Uiteindelijk heb ik al 300.000 euro geinvesteerd (250K kapitaal en 50K lening) en moet er nu weer geld komen om verder te kunnen. Het bedrijf torst ondertussen 100K schulden.

(...)

Dit is sterk ontgoochelend en doet het risicoprofiel van het bedrijf aanzienlijk stijgen. Momenteel hebben we niet genoeg inkomsten om gewoon jullie salarissen te betalen.

Heb daarnaast geconstateerd dat sinds mijn intrede er geen processen zijn naar reporting, een gebrek aan transparantie naar wat er gebeurt, no sense of urgency en gebrekkige bereidheid tot luisteren is.

Daarnaast is ook de Belgische implementatie geen succes gebleken tot nader order.

Voor mij staan er zoveel verschillende indicatoren op rood voor het runnen van een succesvolle start-up. Vraag is wat we hier aan kunnen of willen doen.

(...) Ik ben bereid om nog eens 50K in het bedrijf te steken aan een interestvoet van 5% en terugbetaalbaar op 3 jaar (te bespreken). Tegelijkertijd vraag ik voor het geheel van mijn leningen een pand op IP. Dit wil zeggen dat bij een mislukking ik de IP uit het bedrijf kan halen. Een pand op aandelen is immers niets waard als het bedrijf stopt.

2.7.

Bij e-mailbericht van 3 oktober 2019 heeft [naam] onder meer het volgende aan [gedaagde partij] bericht:

Ik bekijk dit als leninggever, niet als aandeelhouder: Als leninggever van 100K wil je garanties, net zoals een bank: twee mogelijkheden: pand op handelsvorderingen en/of pand op IP. Handelsvorderingen bedragen nu nog niet het bedrag van de lening dus is niet voldoende, daarom de enige andere optie is de IP in escrow te steken. Als de lening niet wordt terugbetaald of het bedrijf over de kop gaat, dat neemt de pandhouder de IP over. Anders gaat dit naar de curator. Indien het echt de foute kant zou opgaan, kan ik de IP te gelde maken om mijn lening te proberen recupereren.

2.8.

Bij e-mailbericht van 13 december 2019 heeft [gedaagde 2] onder meer het volgende aan [naam] bericht:

Wij kunnen niet ingaan op je voorstel voor een lening van 50K. Ook al waarderen wij jouw geste van harte en zou het ook een beetje helpen, het bedrag is on-voldoende voor groei van de onderneming inzake afbouw software, uitbouw sales en schaalbare groei. En dat is wat we nodig hebben. De voorwaarden voor acceptatie kunnen (en mogen) wij niet nemen. De zekerheids-stellingen zijn te fors voor ons.

(...)

Het niet aanvragen van een faillissement kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. En dat willen we natuurlijk niet. Het klopt dat de vergadering van aandeelhouders het bestuur de opdracht zou moeten verstrekken om het faillissement aan te vragen. Als een (meerderheids)aandeelhouder weigert mee te werken aan het aanvragen van het eigen faillissement kan dat tot aansprakelijkheid van die aandeelhouder leiden.

2.9.

Op verzoek van Semper is [naam 2] medio maart 2020 benoemd tot medebestuurder van SB Tech.

2.10.

Omdat partijen er niet uitkwamen onder welke voorwaarden de samenwerking moest worden voortgezet, heeft Semper aangekondigd een procedure te starten bij de Ondernemingskamer.

2.11.

Op verzoek van [gedaagde 1] en [gedaagde 3] is SB bij beschikking van 8 mei 2020 in staat van faillissement verklaard.

3 Het geschil

3.1.

Semper vordert na wijziging van eis dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] schorst als bestuurders van SB Tech, althans totdat

de Ondernemingskamer een voorziening treft,

2. [gedaagde partij] verbiedt gedurende deze schorsing bestuurshandelingen te

verrichten voor SB Tech, zulks op straffe van een dwangsom van €10.000,00 per

keer dat zij in gebreke blijven aan dit verbod te voldoen, zulks met een maximum van

€ 300.000,00,

3. [gedaagde partij] verbiedt om tijdens de schorsing contact te hebben of op te nemen

met de klanten en relaties van SB en SB Tech en voorts om deze klanten en relaties

terstond door te verwijzen naar de heer [naam 2] , zulks op straffe van een dwangsom van

€ 25.000,00 per overtreding en per dag dat de overtreding voortduurt,

4. [gedaagde partij] veroordeelt om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis

schriftelijk rekening en verantwoording af te leggen aan Semper c.q. de heer [naam 2]

omtrent hun handelen als bestuurder vanaf 1 januari 2019, althans 29 mei 2019, in het

bijzonder omtrent hun dagelijkse werkzaamheden, in het bijzonder voor wat betreft de

verkoop en de productontwikkeling, het debiteuren- en crediteurenbeheer, strategie en

marketing(plannen), en alle contacten met klanten, relaties, adviseurs en (mogelijke)

investeerders van SB en SB Tech, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,00

per keer dat zij in gebreke blijven aan dit verbod te voldoen, zulks met een maximum van

€ 300.000,00,

5. [gedaagde partij] gebiedt om Semper c.q. de heer [naam 2] zelfstandige toegang te

verschaffen tot (i) de administratie van SB Tech, (ii) het zelfstandig gebruik van alle

e-mailaccounts en inloggegevens en toegangscodes van SB Tech, en (iii) alle

correspondentie met de adviseurs en relaties van SB Tech, allen op straffe van een

dwangsom van € 25.000,00, althans een bedrag dat de voorzieningenrechter in goede

justitie vermeent te behoren, per dag dat [gedaagde partij] in gebreke blijven aan dit

gebod te voldoen, met een maximum van € 300.000,00,

6. een zodanige voorziening treft en/of zodanige voorzieningen treft als zij in goede justitie

zal menen te behoren, teneinde Semper de tijd te vergunnen de Ondernemingskamer te

kunnen adiëren, althans SB Tech en Semper de tijd te vergunnen voor de duur van

minimaal een half jaar om de voorliggende en andere alternatieven te (laten)

onderzoeken, een en ander ter voorkoming onomkeerbare gevolgen voor SB Tech,

7. [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling aan Semper van de proceskosten, te

vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening

van dit vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde

termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te

rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

[gedaagde partij] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing