Rechtbank Gelderland, 24-08-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:7103, 365592
Rechtbank Gelderland, 24-08-2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:7103, 365592
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 24 augustus 2020
- Datum publicatie
- 22 februari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2020:7103
- Zaaknummer
- 365592
Inhoudsindicatie
Rekest; AVG, begrip "persoonsgegevens", reikwijdte van het inzagerecht, beroep op uitzonderingsgronden. Beperking op het inzagerecht wegens (privacy)rechten en vrijheden van derden? Beperking op inzagerecht voor "interne en/of vertrouwelijke stukken”?
Uitspraak
beschikking
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rekestnummer: C/05/365592 / HA RK 20-17
Beschikking van 24 augustus 2020
in de zaak van
[naam verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaat mr. J.H. van Woudenberg te Amsterdam,
tegen
de stichting
STICHTING RECLASSERING NEDERLAND,
gevestigd te Utrecht,
verweerster,
advocaat mr. P.J. Kreijger te Amsterdam.
Partijen worden hierna [naam verzoeker] en de Reclassering genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift met de producties 1 tot en met 5;
- -
-
het verweerschrift;
- -
-
het e-mailbericht van mr. Van Woudenberg van 11 juni 2020 met producties 6, 7 en 8;
- -
-
de mondelinge behandeling. Verschenen zijn [naam verzoeker] , mr. Van Woudenberg voornoemd, [medewerker reclassering] , [medewerker reclassering] , beide werkzaam bij de Reclassering en mr. Kreijger, voornoemd.
Mr. Van Woudenberg en mr. Kreijger hebben ter zitting pleitaantekeningen overgelegd.
2 De feiten
[naam verzoeker] is bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 18 juli 2003 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien jaar. Op 2 mei 2014 is [naam verzoeker] voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Aan zijn vrijlating zijn algemene en bijzondere voorwaarden verbonden. Als bijzondere voorwaarde is onder meer een meldplicht bij de Reclassering opgelegd. Op 30 april 2020 zijn de bijzondere voorwaarden beëindigd en daarmee ook het toezicht van Reclassering.
Bij brief van 13 augustus 2018 heeft [naam verzoeker] bij de Reclassering het volgende verzoek ingediend:
(...)
Mogelijk verwerkt uw organisatie persoonsgegevens van mij. Concreet wil ik graag weten of u mijn persoonsgegevens verwerkt.
Verwerkt u mijn persoonsgegevens? Dan verneem ik graag:
om welke gegevens het gaat;
wat het doel is van het gebruik;
aan wie u de gegevens eventueel heeft verstrekt;
welke passende waarborgen voor doorgifte u heeft getroffen als u deze gegevens heeft doorgegeven aan een ander land of aan een internationale organisatie;
wat de herkomst is van de gegevens, als deze bekend is;
hoe lang de gegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen;
of er sprake is van geautomatiseerde besluitvorming waaronder profilering. In dat geval wil ik graag weten wat de onderliggende logica hiervan is. Wat is uw belang en wat zijn de verwachte gevolgen van deze geautomatiseerde besluitvorming voor mij?;
Ik beroep me voor mijn verzoek op artikel 12 en 15 eerste lid van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
Wat vraag ik aan u?
Ik ontvang graag van u binnen een maand een antwoord op bovenstaande vragen en afschrift van alle persoonsgegevens die van mij worden verwerkt.
(...)
Bij brief van 9 november 2018 heeft de Reclassering gereageerd op het verzoek van [naam verzoeker] en een overzicht verstrekt met daarin een weergave van documenten en notities waarin persoonsgegevens van [naam verzoeker] zijn verwerkt (hierna te noemen: het overzicht). In de brief is onder meer vermeld:
(...)
Antwoord: Reclassering Nederland verwerkt inderdaad uw persoonsgegevens bij de uitoefening van haar wettelijke reclasseringstaak. Het gaat daarbij om de volgende gegevens:
- NAW gegevens
- Geslacht, e-mailadres
- Strafrechtelijke gegevens
- Gezondheidsgegevens
- Gegevens omtrent nationaliteit
- Burgerservicenummer
- Strafrechtketennummer
- Gegevens met betrekking tot, en verkregen uit onze werkzaamheden in het kader van onze wettelijke toezichtstaak bij uw voorwaardelijke invrijheidstelling.
(...)
Tevens verzoekt u om een afschrift te ontvangen van de door Reclassering Nederland verwerkte persoonsgegevens.
In de bijlage ziet u een weergave van de documenten en notities waarin persoonsgegevens zijn verwerkt.
(...)
Gelet op de hoeveelheid informatie verzoek ik u om aan te geven van welke gegevens u afschrift wenst te ontvangen, waarbij ik u erop wijs dat de documenten waarom het gaat in overwegende mate reeds bij u in bezit zijn, nu het gaat om correspondentie, voortgangsverslagen e.d. die wij aan u en/of uw advocaat hebben verzonden.
(...)
Ik wijs u erop dat wij op enkele punten een beroep doen op de wettelijke uitzonderingen op het inzagerecht. Ten eerste hebben wij een uitzondering gemaakt voor zover het gaat om interne notities en communicatie tussen de medewerkers van Reclassering Nederland met betrekking tot uw dossier waarin mogelijk ook persoonsgegevens zijn vervat. Deze zijn ook niet vermeld in de bijlage. Tot dat besluit zijn wij gekomen op basis van de afweging van uw individuele belang tegenover het belang van de Reclassering Nederland en haar medewerkers om hun taken goed uit te kunnen voeren en hun in deze document vervatte persoonsgegevens te beschermen.
Onverkorte uitoefening van het inzagerecht zou onze interne communicatie en afstemming, en dus onze werkzaamheden ernstig kunnen bemoeilijken en te vergaande inbreuk op de rechten van de betrokkenen maken, zodat beperking van de inzage evenredig en noodzakelijk is met het oog op dit belang.
(...)
Ten tweede hebben wij een uitzondering gemaakt voor correspondentie en communicatie tussen Reclassering Nederland en het Openbaar Ministerie met betrekking tot uw dossier en de voortgang daarin, alsmede voor correspondentie met de Dienst Justitiële Inrichtingen. Wij hebben ook overleg gehad met het OM nu de correspondentie ook onderwerp is van het inzageverzoek dat u, naar wij hebben begrepen, aan het OM heeft gedaan.
Voor zover al persoonsgegevens zijn vervat in deze documenten, geldt ook hier dat onverkorte inzage daarin onze werkzaamheden én die van het OM ernstig zou belemmeren omdat een vertrouwelijke en vrije gedachtewisseling daardoor belemmerd zou worden terwijl dat voor een goede samenwerking met het OM, en uitvoering van de instructies die het OM als opdrachtgever aan ons geeft, noodzakelijk is. Deze afweging geldt evenzeer voor onze correspondentie met de DJI. Daar komt bij dat het OM haar eigen afweging moet maken bij de beoordeling van uw inzageverzoek. Dit niet alleen omdat ook de persoonsgegevens van haar eigen medewerkers betrokken zijn en het daarom primair op haar weg ligt de afweging daaromtrent te maken, maar ook gezien de specifiek voor het OM geldende wet- en regelgeving die mogelijk tot een specifieke afweging noopt. Het staat de Reclassering Nederlands dan ook niet vrij (en zou ook in strijd zijn met de “rechten van anderen” in de zin van artikel 41 lid 1 onder i UAVG) om op de eigen afwegingen van het Openbaar Ministerie vooruit te lopen en deze mogelijk zelfs te doorkruisen. Ook in dit geval resulteert een individuele belangenafweging dus in ons besluit deze informatie niet te verstrekken op grond van de uitzondering die dit mogelijk maakt.
(...)
Bij e-mailbericht van 11 december 2018 heeft [naam verzoeker] aan de Reclassering verzocht om een afschrift te verstrekken van alle documenten die worden genoemd in het overzicht van 9 november 2018. De Reclassering heeft vervolgens het grootste gedeelte van de in het overzicht genoemde documenten in afschrift aan [naam verzoeker] verstrekt.
Op 19 december 2018 heeft [naam verzoeker] een verzoek tot bemiddeling ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) omdat hij, kort gezegd, vindt dat de Reclassering ten onrechte niet volledig heeft voldaan aan zijn recht op inzage uit artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG).
Bij e-mailbericht van 21 februari 2019 heeft [naam verzoeker] , onder meer het volgende aan de Reclassering bericht:
(...)
Vorige week heb ik van u een stapel afschriften gehad van documenten met persoonsgegevens naar aanleiding van mijn inzageverzoek (AVG). Bij het doornemen van de stapel is mij onder meer het volgende opgevallen.
a. De “mail [naam verzoeker] aan gemeente Apeldoorn” met nr. 9 op de overzichtlijst (“Cliëntdossier Reclassering Nederland [naam verzoeker] ”) ontbreekt in de stukken. Er is een pagina aanwezig met daarop nr. 9 die vermeldt: “ Mail [naam verzoeker] aan gemeente Apeldoorn”. De e-mail zelf ontbreekt echter (en ik kan ook niet achterhalen om welke mail het gaat).
Stukken corresponderend met de items met de nrs. 88 tot en met 93 en met nr. 97 op de overzichtlijst ontbreken. Per item is er wel een nagenoeg blanco pagina met daarop het desbetreffende nummer en een eenregelige aanduiding waar het over gaat, echter de relevante gegevens ontbreken.
De stukken met de nrs. 98 en 99 ontbreken.
Ik acht het mogelijk dat bovengenoemde afschriften van stukken abusievelijk niet zijn verstrekt. Ik verzoek u hierbij de ontbrekende stukken alsnog in kopie aan mij te doen toekomen.
(...)
In reactie hierop heeft de Reclassering bij e-mailbericht van 4 maart 2019 onder meer het volgende aan [naam verzoeker] medegedeeld:
(...)
In reactie op uw mail het volgende:
nr. 9 op de overzichtslijst: Mail [naam verzoeker] aan gemeente [woonplaats]; deze mail heeft RN niet ontvangen, er is enkel op die datum kennis genomen dat u een mail aan de gemeente heeft gestuurd hetgeen is geregistreerd.
Nr. 90 op de overzichtslijst: Mailwisseling voortgangsverslag; is bijgevoegd als document, betreft een mailwisseling tussen u en RN. Deze mail is abusievelijk in eerste aanleg niet geprint.
Nr. 99 op de overzichtslijst, welke niet op de inventarisatielijst staat; is abusievelijk niet in de telling meegenomen, de telling op de inventarisatielijst gaat van nr. 98 naar nr. 100.
Nr. 88, 89, 91, 92 en 98 op de overzichtslijst; betreffen verslagen van meldplichtgesprekken, deze worden niet verstrekt door RN en hadden dan ook niet in de overzichtslijst meegenomen moeten worden.
(...)
In het kader van de bemiddelingsprocedure heeft de AP zowel de Reclassering als [naam verzoeker] (schriftelijk) vragen gesteld. De Reclassering en [naam verzoeker] hebben bij brief van respectievelijk 16 juli 2019 en 31 juli 2019 op deze vragen gereageerd. Als bijlage bij de brief van [naam verzoeker] van 31 juli 2019 bevindt zich onder meer een document met als titel “indruk gesprek”.
De bemiddelingsprocedure van de AP is in december 2019 afgesloten.
3 Het geschil
[naam verzoeker] verzoekt de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
de Reclassering te bevelen om alsnog een compleet overzicht te verstrekken van alle stukken en opnamen waarover zij beschikt en waarin zijn persoonsgegevens zijn opgenomen, waaronder de interne notities en communicatie bij de Reclassering en de correspondentie en communicatie tussen Reclassering en het Openbaar Ministerie en de Dienst Justitiële Inrichtingen; een en ander binnen zes weken na de datum waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven;
de Reclassering te bevelen om alsnog inzage te verlenen in alle stukken en opnamen waarover zij beschikt en waarin zijn persoonsgegevens zijn opgenomen, waaronder de interne notities en communicatie bij Reclassering en de correspondentie en communicatie tussen Reclassering Nederland en het OM en de DJI; een en ander voor zover daarin niet reeds in het kader van deze procedure inzage is verstrekt en binnen zes weken nadat [naam verzoeker] na verstrekking van het (complete) overzicht, heeft kenbaar gemaakt in welke stukken hij inzage wenst te krijgen;
te bevelen dat de Reclassering een dwangsom verbeurt van € 250,- per overtreding van de in de beschikking gegeven bevelen en van € 250,- per dag dat een overtreding in de beschikking gegeven bevelen voortduurt;
de Reclassering veroordeelt in de proceskosten.
[naam verzoeker] baseert zijn verzoek op het inzagerecht van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: de AVG). Kort samengevat legt [naam verzoeker] aan zijn verzoek ten grondslag dat de Reclassering met het verstrekken van de toelichting en het overzicht van 9 november 2018 slechts ten dele heeft voldaan aan zijn verzoek om inzage in de persoonsgegevens die de Reclassering van hem verwerkt. In de eerste plaats stelt [naam verzoeker] zich op het standpunt dat de Reclassering ten onrechte de volgende drie categorieën documenten in zijn geheel heeft uitgezonderd van het inzagerecht:
- -
-
de interne notities en communicatie van de Reclassering,
- -
-
de correspondentie en communicatie tussen de Reclassering en het OM,
- -
-
de correspondentie en communicatie tussen de Reclassering en de DJI.
In de tweede plaats stelt [naam verzoeker] zich op het standpunt dat in het overzicht van 9 november 2018 documenten ontbreken die niet onder de door de Reclassering uitgezonderde categorieën te brengen zijn.