Rechtbank Gelderland, 10-03-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1128, C/05/383762/FT RK 21/114
Rechtbank Gelderland, 10-03-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1128, C/05/383762/FT RK 21/114
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 10 maart 2021
- Datum publicatie
- 10 maart 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2021:1128
- Zaaknummer
- C/05/383762/FT RK 21/114
Inhoudsindicatie
WHOA. Wet Homologatie Onderhands Akkoord. Homologatie akkoord. “Vergeten” schuldeiser staat in dit geval niet aan homologatie in de weg na alsnog sluiten vergelijkbare overeenkomst met die schuldeiser, waardoor geen ongelijke behandeling van schuldeisers plaatsvindt
Uitspraak
Team Insolventies – meervoudige kamer
Zittingsplaats Zutphen
rekestnummer: C/05/383762/FT RK 21/114
uitspraakdatum: 9 maart 2021
Vonnis homologatie akkoord ex artikel 384 Faillissementswet (Fw), in de zaak van:
1 1. [verzoekster 1] ,
en haar maten
gevestigd / wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
advocaat: mr. A.J. van der Duijn Schouten.
1 De procedure
Verzoekers hebben op 5 januari 2021 ter griffie van deze rechtbank
startverklaringen als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw gedeponeerd.
Vervolgens hebben verzoekers op 10 februari 2021 ter griffie van deze rechtbank
een verzoekschrift tot homologatie van een akkoord ex artikel 383 Fw, ingediend. Het
stemverslag als bedoeld in artikel 382 Fw (met bijlagen) (hierna: het verslag) is voordien op
5 februari 2021 ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd en, volgens de mededelingen van verzoekers, ook toegezonden aan de daarin genoemde schuldeisers.
Bij beschikking van 11 februari 2021 heeft de rechtbank - bepaald dat:
1. de behandeling van het verzoekschrift strekkende tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 lid 1 van de Faillissementswet zal plaatsvinden op vrijdag 19 februari 2021 om 9.00 uur via een digitale zitting van de rechtbank Gelderland, voor de rechters
mr. E. Boerwinkel, mr. A.E. de Vos en mr. M.C. Bosch;
2. dat verzoeker de stemgerechtigde schuldeisers onverwijld in kennis stelt van de beschikking (artikel 383 lid 5 van de Faillissementswet) en hen wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Gelderland op te vragen link deel te nemen aan deze digitale zitting.
De advocaat van verzoekers heeft de schuldeisers op 12 februari 2021, deels per e-mail en deels per post, in kennis gesteld van voormelde beschikking en hen daarbij conform de instructie van de rechtbank informatie verstrekt over de mogelijkheid om ter (digitale) zitting te verschijnen.
Op 17 februari 2021 heeft mr. M. Rebel namens de schuldeiser [schuldeiser] diens bezwaren tegen het verzoek homologatie aan de rechtbank kenbaar gemaakt en zich voor de zitting aangemeld. Hierop hebben verzoekers een verweerschrift tegen de bezwaren van [schuldeiser] ingediend.
Bij e-mail van 18 februari 2021 heeft mr. Rebel namens [schuldeiser] de rechtbank laten weten dat:
1. Zijn cliënte alsnog instemt met het voorstel dat namens verzoekers is gedaan.
2. Zijn brief met aandachtspunten niet is aan te merken als een verzoek ex artikel 383 lid 8 Fw.
Bij e-mail van 19 februari 2021 heeft de advocaat van verzoekers de rechtbank bericht dat schuldeiser Hardeman Installatie B.V. alsnog – buiten de termijn – een positieve stem heeft uitgebracht en daarbij het stembiljet overgelegd.
Bij e-mail van 15 februari 2021 heeft schuldeiser [schuldeiser 2] de rechtbank laten weten dat zij bij de zitting aanwezig wil zijn, en daar ook het woord wil voeren om het een en ander toe te lichten. Bij e-mail van 18 februari 2021 heeft [schuldeiser 2] de rechtbank laten weten er vanaf te zien om op 19 februari 2021 aan de zitting deel te nemen,
Niemand heeft inzage verzocht in de ter griffie gedeponeerde stukken.
Ter besloten (digitale) terechtzitting van 19 februari 2021 is het verzoek homologatie
van het akkoord behandeld. Verschenen zijn verzoekers, bijgestaan door mr. Van der Duijn Schouten voornoemd. Er zijn geen schuldeisers verschenen.
Verzoekers hebben het verzoek nader toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft zittingsaantekeningen gemaakt. De uitspraak is vervolgens bepaald op
5 maart 2021.
Bij tussenvonnis van 5 maart 2021 heeft de rechtbank bepaald dat de behandeling van het verzoekschrift wordt heropend en daarbij bepaald dat de mondelinge behandeling op dinsdag
9 maart 2021 om 09.00 uur zou worden voortgezet. Bij e-mail van hun advocaat van
5 maart 2021, voorafgaand aan het uitspreken van het voornoemde tussenvonnis, hebben verzoekers, nadat zij door de rechtbank op de hoogte waren gebracht van het voornemen tot het houden van een nieuwe zitting, de rechtbank bericht dat zij de voorkeur aan geven aan het intrekken van het verzoek tot verbindendverklaring voor (tevens) [schuldeiser 3] als dat verzoek aan homologatie in de weg staat, mede gelet op de kosten van een nieuwe zitting.
Bij e-mail van 5 maart 2021, verzonden na de uitspraak van het tussenvonnis, hebben verzoekers ten aanzien van [schuldeiser 3] nadere informatie verstrekt en vervolgens heeft de rechtbank besloten dat voortzetting van de mondelinge behandeling op 9 maart 2021 toch niet noodzakelijk is. Tevens is aan verzoekers bericht dat de uitspraak is bepaald op 9 maart 2021, maar dat indien mogelijk eerder uitspraak zal worden gedaan.
2 2. Het verzoek
Verzoekers verzoeken het akkoord dat zij aan hun schuldeisers hebben aangeboden
te homologeren en het akkoord ook ten aanzien van [schuldeiser 3] verbindend te laten zijn. Zij hebben aan dat verzoek onder meer het volgende ten grondslag gelegd.
Verzoekers exploiteren een boerenbedrijf. Tot december 2019 werd deze exploitatie gefinancierd door ABN AMRO bank. Na opzegging van het krediet en opeising van de openstaande vordering door de ABN AMRO Bank zijn verzoekers in acute financiële problemen geraakt en zijn hun eigendommen (diverse onroerende en roerende zaken) verkocht. Per 2021 exploiteren verzoekers het bedrijf in opdracht van een nieuwe eigenaar (op grond van een met die nieuwe eigenaar gesloten overeenkomst van opdracht) en is hun eigen onderneming sterk gereduceerd; in feite is die teruggebracht tot het uitoefenen van de eerder genoemde overeenkomst van opdracht. Zij oefenen echter nog wel een zelfstandig beroep uit als bedoeld in artikel 369 Fw.
In verband met de schuldenlast van verzoekers van in totaal € 1.213.852,81, verdeeld over in totaal 52 schuldeisers, hebben verzoekers op 6 januari 2021 aan hun schuldeisers een akkoord aangeboden als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw, waarbij verzoekers twee klassen hebben onderscheiden, namelijk 1) concurrente schuldeisers en 2) de Belastingdienst (preferent). Om dat akkoord te kunnen nakomen heeft een derde een bedrag van in totaal
€ 231.500,00 ter beschikking gesteld en dit bedrag is betaald op de derdengeldrekening van de [derdenrekening] .
De stemming heeft schriftelijk plaatsgevonden en daarvoor is een termijn gesteld tot
31 januari 2021. Op 28 januari 2021 is aan de schuldeisers die nog geen stem hadden uitgebracht meegedeeld dat de termijn beperkt zou worden verkort, omdat deze eindigde op een zondag en verzoekers dat bezwaarlijk vonden vanwege hun geloofsovertuiging.
Het akkoord is, aldus het verslag, door beide klassen geaccepteerd.
In Klasse I hebben volgens het verslag 43 van de 51 schuldeisers een positieve stem uitgebracht. Samen vertegenwoordigen zij een bedrag van € 792.052,39. Dat is 74,93% van de totale schuld in Klasse I.
In Klasse II heeft de Belastingdienst ingestemd met het akkoord. De
Belastingdienst vertegenwoordigt 100% van de schulden in Klasse II. Ten tijde van het opstellen van het verslag ex artikel 382 Fw. was de schriftelijke beschikking van de
Belastingdienst nog niet ontvangen. De Belastingdienst had echter telefonisch
bevestigd in te stemmen met het aangeboden akkoord. Vanwege de termijn voor
het indienen van het verslag en het feit dat de beschikking nog niet was
ontvangen, heeft de Belastingdienst alsnog het stembiljet ingevuld en aan de
advocaat van verzoekers toegestuurd.