Rechtbank Gelderland, 11-08-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:4326, C/05/376371 / HZ ZA 20-359
Rechtbank Gelderland, 11-08-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:4326, C/05/376371 / HZ ZA 20-359
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2021
- Datum publicatie
- 13 augustus 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2021:4326
- Zaaknummer
- C/05/376371 / HZ ZA 20-359
Inhoudsindicatie
Financiële afwikkeling projectontwikkeling, uitleg samenwerkingsovereenkomst. Ontslag bestuurder is nietig.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zutphen
Vonnis van 11 augustus 2021
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/376371 / HZ ZA 20-359 van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] .,
gevestigd te [plaats 2] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. F.Th.P. van Voorst te Zoetermeer,
tegen
1. de vennootschap onder firma
[ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] .,
gevestigd te [plaats 1] ,
2. [ged.conv./eis.reconv.2],
wonende te [plaats 1] ,
3. [ged.conv./eis.reconv.3],
wonende te [plaats 1] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[ged.conv./eis.reconv.4] ,
gevestigd te [plaats 1] ,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaten mrs. Y.A. Wehrmeijer en L.H.J. Baijer te Rotterdam,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/375824 / HZ ZA 20-349 van
de vennootschap onder firma
[ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] .,
gevestigd te [plaats 1] ,
eiseres,
advocaten mrs. Y.A. Wehrmeijer en L.H.J. Baijer te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] .,
gevestigd te Harderwijk,
gedaagde,
advocaat mr. F.Th.P. van Voorst te Zoetermeer.
Partijen zullen hierna [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] en [gedn.conv./eis.reconv.] genoemd worden. Gedaagden in de zaak 20-359 en eiseres in de zaak 20-349 zullen ieder voor zich [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] , [ged.conv./eis.reconv.2] , [ged.conv./eis.reconv.3] en [ged.conv./eis.reconv.4] genoemd worden.
1 De procedure in de zaak 20-359
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 3 maart 2021
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 24 juni 2021
- -
-
de vermindering van eis, opgenomen in de spreekaantekeningen van [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De procedure in de zaak 20-349
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 3 maart 2021
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 24 juni 2021.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten in beide zaken
In 2015 zijn de heren [betrokkene1] Donselaar (hierna [betrokkene1] ), [betrokkene2] (hierna [betrokkene2] ) en [ged.conv./eis.reconv.2] (gedaagde 2 in zaak 20-359), via aan hen gelieerde vennootschappen, een samenwerkingsovereenkomst aangegaan (productie 8 bij dagvaarding1) ter ontwikkeling van vastgoed (projectontwikkeling).
In de samenwerkingsovereenkomst wordt overwogen dat partijen door gezamenlijke inbreng van hun ervaring en kennis een samenwerkingsverband aangaan met het doel te komen tot de verwerving, ontwikkeling, realisatie en afzet van woningbouwplannen. In verband daarmee zijn partijen de volgende bepalingen overeengekomen:
-
Partijen komen overeen voor gezamenlijke rekening en risico actief te zoeken naar bouwlocaties welke in potentie geschikt zijn voor realisatie van woningbouw.
-
(...)
-
(...)
-
Het op een vastgelegde locatie ontwikkelde bouwplan zal na besluit tot realisatie worden gebouwd door [ged.conv./eis.reconv.2] [waarmee in deze overeenkomst bedoeld is [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] , rb], tenzij partijen overeenkomen dat het - door [ged.conv./eis.reconv.2] - wordt uitbesteed aan een derde.
-
Partijen brengen hun inspanningen benodigd voor de ontwikkeling en afzet van een bouwplan in om niet. De bij realisatie van een bouwplan aan [ged.conv./eis.reconv.2] toekomende bouwkosten zullen door partijen vooraf worden vastgesteld en schriftelijk worden vastgelegd in een budget. In genoemd budget worden alle directe bouwkosten opgenomen, waaronder begrepen Algemene Kosten en bouwplaatskosten, doch geen winst.
-
Na gereedkoming van een project zal tussen partijen een afrekening worden gemaakt, waarbij het batig saldo, na aftrek van gemaakte externe kosten gelijkelijk tussen partijen worden gedeeld, ieder voor een derde.
(...)
Op 29 oktober 2015 is, ter uitvoering van deze samenwerkingsovereenkomst, [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] opgericht door [betrokken BV 1] . (hierna ook: [betrokken BV 1] ), [betrokkene2] en [ged.conv./eis.reconv.2] . De drie oprichters nemen in gelijke delen deel in het kapitaal van [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] . [betrokkene2] en [ged.conv./eis.reconv.2] hebben hun aandelen later overgedragen aan hun holding, respectievelijk [betrokken BV 2] (hierna [betrokken BV 2] ) en [ged.conv./eis.reconv.4] (gedaagde 4 in zaak 20-359). Aandeelhouders (ieder voor een derde) en bestuurders van [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] zijn op dat moment derhalve [betrokken BV 1] , [betrokken BV 2] en [ged.conv./eis.reconv.4] .
Doordat de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst is ondergebracht in [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] is de toepassing van artikel 6 van de samenwerkingsovereenkomst gewijzigd, in die zin dat het batig saldo toekomt aan [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] en als dividend kan worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Door [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] is eenmaal dividend uitgekeerd, een bedrag van
€ 164.750,00 per aandeelhouder.
[ged.conv./eis.reconv.2] en zijn zoon [ged.conv./eis.reconv.3] (gedaagde 3 in zaak 20-359) zijn de vennoten van (de vennootschap onder firma) [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] (gedaagde 1 in zaak 20-359, eiser in zaak 20-349).
Het eerste project dat in [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] tot ontwikkeling is gebracht betreft de ontwikkeling, bouw en verkoop van (uiteindelijk) 8 woningen in Zoetermeer, door partijen aangeduid als het project [adres] (en ook wel als [naam 1] ). Oorspronkelijk zou dit gaan om het ontwikkelen van 18 kavels waarop woningen van bepaalde standaardtypes zouden worden gebouwd door [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] . [betrokkene1] (althans [betrokken BV 1] ) nam binnen [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] onder andere de acquisitie van de grond, verkoop en overdracht voor zijn rekening, [betrokken BV 2] maakte het ontwerp en deed onder andere de bouwaanvraag. Ter zitting is gebleken dat partijen die taakverdeling niet stringent hanteerden; zo maakte ook [betrokkene2] calculaties van de bouwprijzen en accordeerde hij de uren van [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] .
In een e-mail van 25 november 2015 (productie 10 bij dagvaarding) heeft [betrokkene1] met betrekking tot het project [adres] aan [ged.conv./eis.reconv.2] onder meer geschreven: “Ik heb de indruk dat jij je nu uit de naad zit te werken om de woningen volledig uit te detailleren (...) Dit terwijl we niet weten welke typen gekozen gaan worden, m.a.w. de kans bestaat dat dit voor enkele typen helemaal niet nodig zal zijn. Bovendien is dit een tijdrovend traject. (..) Natuurlijk moeten we trachten zo exact mogelijk de kostprijs in te schatten, maar er blijft altijd een periode van onzekerheid. (...) Een budgetprijs per type. Zo scherp mogelijk, maar wel voldoende. Hoe reëler, hoe beter de winstbepaling (...)”. [ged.conv./eis.reconv.2] reageert daar in een e-mail (eveneens in productie 10) als volgt op: “Mee eens , laten we 1 type (standaard) wat verder uitwerken (...) zodat we 1 type exact de prijs van kunnen bepalen (...)”.
In een e-mail van 29 november 2015 (productie 22 bij dagvaarding) van [betrokkene2] aan [betrokkene1] en [ged.conv./eis.reconv.2] staat:
“(...) Ruwe kostenraming: Ik heb [naam 2] als uitgangspunt genomen om tot een m3 prijs voor de woningen te komen (...) zo kom ik op een m3 prijs van ca. 357,- inclusief BTW. Exclusief BTW is dat ca. €296,-/m3 (...) Dit is in mijn optiek een bedrag waar het zéker van gemaakt kan worden, waarop we de verkoopprijzen kunnen baseren.(...)”.
[ged.conv./eis.reconv.2] reageert dezelfde dag per e-mail (ook opgenomen in productie 22) aan [betrokkene2] en [betrokkene1] : “Kosten: voor deze m3 prijs moeten we de woningen aan kunnen bieden , heb er nog even een paar referenties bij gepakt , moet lukken.”
De 8 woningen in het project [adres] zijn vervolgens gedurende 2017 en 2018 gerealiseerd, verkocht en geleverd. De kopers sloten daartoe twee overeenkomsten: een overeenkomst met [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] voor de koop van de kavel en een overeenkomst van aanneming van werk met [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] , inhoudend het tot stand brengen van een woonhuis.
Op 15 januari 2019 heeft [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] aan [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] een factuur gestuurd voor externe kosten ten belope van een bedrag van € 160.020,50 (productie 29 bij dagvaarding). Later heeft [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] dit bedrag naar beneden bijgesteld tot € 146.131,02 en per factuur van 19 februari 2019 aan [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] in rekening gebracht (productie 27 bij dagvaarding).
In een e-mail van 24 januari 2019 (productie 17 van [gedn.conv./eis.reconv.] ) schrijft [betrokkene1] aan (onder andere) [betrokkene2] , [ged.conv./eis.reconv.2] en diens zoon [ged.conv./eis.reconv.3] onder meer:
“(...) Het hoeft geen nader betoog dat wij allemaal teleurgesteld zijn over het onverwachte negatieve resultaat van het plan [adres] . We zijn er allemaal bij geweest dus is het fair dat wij dit verlies ook gezamenlijk nemen, en de zure appel maar zo snel mogelijk doorslikken.
Hiertoe stel ik voor de opbrengst van het plan Abrikozengaard volledig ten goede te laten komen aan het [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] , volgens bijgaande opzet. (...) Voor [betrokkene2] en mij is het dan zaak zo snel mogelijk de 5 woningen [adres] verkocht te krijgen, zodat ook voor ons weer een cashflow op gang komt. (...) ”
In een e-mail 1 februari 2019 (productie 32 bij dagvaarding) aan (onder andere) [betrokkene2] en [ged.conv./eis.reconv.2] schrijft [betrokkene1] over een tweede project, genaamd “ [adres] ”: “Ter bevestiging van de afspraken welke wij vanochtend hebben gemaakt (...) De vijf patiowoningen worden gebouwd tegen een vaste bouwsom van € 1.000.000,- excl. B.T.W.”. Het bedrag van € 1.000.000,00 is gebaseerd op een calculatie van 15 november 2018 die, zo is ter zitting door [ged.conv./eis.reconv.2] verklaard, door hem namens [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] is opgesteld. Deze calculatie is opgenomen in productie 32.
[eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] heeft aan [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] een factuur gedateerd 28 februari 2019 toegezonden, waarop is vermeld “Eindsaldo Projekt “ [naam 1] ” aan de [adres] te Zoetermeer, conform afrekening d.d. 27-2-2019” (productie 35 bij dagvaarding). Met de factuur wordt door [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] aan [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] € 625.286,53 (inclusief btw) in rekening gebracht.
Door [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] is nog een project opgestart, door partijen aangeduid met de naam Bladgroen. In de notulen van een gecombineerde bestuurs- en aandeelhoudersvergadering van [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] (productie 47 bij conclusie van antwoord in reconventie), gehouden op 21 februari 2020, staat bij het kopje “Bladgroen” onder meer: “[ged.conv./eis.reconv.2] geeft aan dat [ged.conv./eis.reconv.1 359+eis.349] deze bouw niet zelf ter hand zal nemen (...). [ged.conv./eis.reconv.2] geeft aan dat hij zich er voor kan inzetten om aannemers te interesseren voor de bouw van het plan. [betrokkene1] stelt dat dit door de bestuurders gemeenschappelijk zal worden gedaan. [ged.conv./eis.reconv.2] stemt hiermee in en vraagt de overige bestuurders een paar aannemers te noemen. Een ieder zal zich inspannen om op de kortst mogelijke termijn het plan af te ronden.”
In een e-mail van 18 maart 2020 (productie 48 bij conclusie van antwoord in reconventie) schrijft [ged.conv./eis.reconv.2] aan [betrokkene1] en [betrokkene2] met betrekking tot Bladgroen onder meer: “Ik kan mij niet vinden in het voorstel van [betrokkene2] om ons alleen te focussen op [aannemer] . (...) Het voorstel om nu gelijk in zee te gaan met [aannemer] is zoals gezegd niet in overeenstemming met de afspraken die wij hebben gemaakt in de laatste aandeelhoudersvergadering. Het idee was om meerdere (namelijk drie) offertes op te vragen van verschillende firma’s zodat we uiteindelijk de beste kunnen kiezen.” In reactie daarop schrijft [betrokkene1] in een e-mail van 20 maart 2020 (productie 48 bij conclusie van antwoord in reconventie) dat hij zich, “in het belang van de vennootschap”, schaart achter het voorstel van [betrokkene2] om voor het project Bladgroen in zee te gaan met [aannemer] als aannemer.
Op 7 juli 2020 heeft [ged.conv./eis.reconv.2] per e-mail aan [betrokkene1] en [betrokkene2] onder meer het volgende geschreven: “(...) Ik reageer hierbij op jullie e-mails van 26 juni en 30 juni 2020 waarin jullie een concept-agenda hebben gestuurd voor een te houden bestuursvergadering en BAVA en nog aanvullend punten hebben aangegeven (...)
Zoals al aangegeven, stem ik niet in met een digitale vergadering. Als we dingen moeten bespreken dan komen we bij elkaar. Daarnaast is het opportuun dat er eerst een bestuursvergadering wordt georganiseerd en daarna – mits daar aanleiding voor bestaat – een aandeelhoudersvergadering. Temeer omdat op dit moment naar het zich laat aanzien een nogal omstreden onderwerpt wordt beoogd, namelijk een ontslag van [ged.conv./eis.reconv.4] B.V. als bestuurder van [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] . Ik wens ook eerst in een bestuursvergadering zaken te bespreken voordat we richting een BAVA kunnen. (...)
Voor een bestuursvergadering ben ik beschikbaar tweede helft week 30 , bij voorkeur na 15:00. (...)”
In reactie op de onder r.o. 3.16 genoemde e-mail heeft [betrokkene1] een e-mail aan [ged.conv./eis.reconv.2] gestuurd op 13 juli 2020 waaraan een bijlage was gehecht. In deze bijlage was, voor zover relevant, het volgende opgenomen: “(...) Ik stel daarom voor de gecombineerde bestuurs- en aandeelhoudersvergadering te houden op dinsdag 4 augustus, om 15:00u. (...)”
De raadsman van [ged.conv./eis.reconv.2] heeft bij e-mail van 21 juli 2020 voor zover relevant het volgende geschreven aan de raadsman van [betrokkene1] en [betrokkene2] : “(...) In dit bericht [het eerdere schrijven van [betrokkene1] , rb] wordt opgemerkt dat er van [ged.conv./eis.reconv.2] geen verhinderingen zijn ontvangen. Dat is niet juist. [ged.conv./eis.reconv.2] heeft een toch redelijk voorstel gedaan om eerst in een fysieke bestuursvergadering zaken te bespreken naar aanleiding van de wens van de heren [betrokkene1] en [betrokkene2] om een aantal punten in een formele vergadering te willen behandelen. Daarbij heeft de heer [ged.conv./eis.reconv.2] ook aangegeven wanneer hij daarvoor beschikbaar was. Een fysieke meeting was voor de mediation ook geen probleem. Het voorstel van [ged.conv./eis.reconv.2] bewaakt ook de juiste volgorde voor de punten die over een weer zijn gesignaleerd. Een BAVA is dan ook prematuur. Daartoe is ook geen bestuursbesluit genomen. (...)
De heer [betrokkene1] stelt nu voor om 4 augustus a.s. een gecombineerde bestuurs-en aandeelhoudersvergadering per Zoom te houden. Met dat voorstel kan [ged.conv./eis.reconv.2] niet instemmen. [ged.conv./eis.reconv.2] is dan verhinderd wegens vakantie, niet zo vreemd in deze periode van het jaar. Bovendien kennen de statuten van [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] niet de mogelijkheid om per zoom een BAVA te houden. Deze zal dus fysiek in de gemeente moeten worden gehouden waar de vennootschap zetel heeft. Aldus zal er 4 augustus a.s. dan ook geen vergadering kunnen plaatsvinden.
Om tegemoet te komen aan de wens van de heren [betrokkene1] en [betrokkene2] om te vergaderen, is [ged.conv./eis.reconv.2] bereid mee te denken hoe dat te doen. [ged.conv./eis.reconv.2] stelt voor dat direct na zijn vakantie een telefonische c.q. Zoom bestuursvergadering wordt gepland waar de agendapunten voor de bestuursvergadering kunnen worden behandeld en daarna (als daartoe wordt besloten en met in achtneming van de ten minste 8 dagen oproepingstermijn) een fysieke BAVA in de gemeente waar de vennootschap is gevestigd. (...)”
De raadsman van [betrokkene1] en [betrokkene2] heeft op 3 augustus 2020 een uitnodiging /link voor een gecombineerde bestuurs-en aandeelhoudersvergadering, welke per Zoom op 4 augustus 2020 zou worden gehouden, verzonden aan [ged.conv./eis.reconv.2] (en zijn raadsman).
[ged.conv./eis.reconv.4] is op 4 augustus 2020 als bestuurder van [eis conv./ged.reconv.349+ged in 359] ontslagen, welk ontslag (onder andere) in deze procedure wordt aangevochten. De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam heeft in verband daarmee een tijdelijke bestuurder in de plaats van [ged.conv./eis.reconv.4] aangesteld.