Rechtbank Gelderland, 09-09-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5488, 9314030
Rechtbank Gelderland, 09-09-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5488, 9314030
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 9 september 2021
- Datum publicatie
- 15 oktober 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2021:5488
- Zaaknummer
- 9314030
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Ontslagname doktersassistente vernietigd, omdat sprake was van een emotionele opwelling. Van een zorgvuldig werkgever
mag worden verwacht dat bij (onverwachte) opzegging door de werknemer een bedenktermijn wordt gegeven, ook als werknemer aangeeft dit niet nodig te vinden.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaakgegevens: 9314030 HA VERZ 21-43 en 9347757 HA VERZ 21-47
Grosse aan: mr. L.W. Houten
Afschrift aan: mr. J.C. Bender
Verzonden d.d.
beschikking d.d. 9 september 2021 van de kantonrechter
in de zaak (9314030 HA VERZ 21-43) van:
mevrouw [verz.9314030/verw.9347757],
wonende te [plaats] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. L.W. Houten,
tegen
mevrouw [verw.9314030/verz.9347757],
h.o.d.n [handelsnaam],
gevestigd te [plaats] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. J.C. Bender,
en de zaak (9347757 HA VERZ 21-47) van
mevrouw [verw.9314030/verz.9347757],
h.o.d.n [handelsnaam],
gevestigd te [plaats] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. J.C. Bender,
tegen
mevrouw [verz.9314030/verw.9347757],
wonende te [plaats] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. L.W. Houten.
Partijen worden hierna [verz.9314030/verw.9347757] en [verw.9314030/verz.9347757] genoemd.
1 Het verloop van de procedures
Dit verloop blijkt uit:
in de zaak [verz.9314030/verw.9347757] – [verw.9314030/verz.9347757] (9314030 HA VERZ 21-43):
- het verzoekschrift strekkende tot vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst (artikel 3:34 BW);
- het verweerschrift;
- het e-mailbericht van mr. Houten van 17 augustus 2021 met bijlage;
- het e-mail bericht van mr. Bender van 18 augustus met bijlagen;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling ter zitting van 19 augustus 2021, waarbij door beide advocaten spreekaantekeningen zijn overgelegd.
in de zaak [verw.9314030/verz.9347757] – [verz.9314030/verw.9347757] (9347757 HA VERZ 21-47):
- het verzoekschrift ex artikel 7:677 lid 2 juncto artikel 7:677 lid 3 onder a BW;
- het e-mailbericht van mr. Houten van 17 augustus 2021 met bijlage;
- het e-mail bericht van mr. Bender van 18 augustus met bijlagen;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling ter zitting van 19 augustus 2021, waarbij door mr. Houten een verweerschrift ex artikel 7:677 lid 2 en 3 BW en door beide advocaten spreekaantekeningen zijn overgelegd.
2 De vaststaande feiten in beide zaken
[verw.9314030/verz.9347757] oefent te [plaats] een huisartsenpraktijk uit. Zij heeft de praktijk per 1 april 2019 overgenomen van de heer [betrokkene1] .
[verz.9314030/verw.9347757] , geboren op [datum] (59 jaar), is vanaf 22 juni 1998 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van [verw.9314030/verz.9347757] in de functie van Doktersassistent. Het salaris bedroeg laatstelijk bij een dienstverband van 25,25 uur per week € 2.590,89 bruto per maand exclusief vakantiegeld en een eindejaarsuitkering. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Huisartsenzorg van toepassing. De opzegtermijn van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bedraagt ingevolge artikel 3.5 van de CAO voor de werkgever vier maanden en voor de werknemer twee maanden, waarbij de opzegging plaatsvindt tegen het einde van de maand.
In 2016 is [verz.9314030/verw.9347757] begonnen met de opleiding Praktijkmanagement in de Huisartsenpraktijk (HBO), welke zij in november 2020 met goed gevolg heeft afgerond.
Na het behalen van het diploma heeft [verz.9314030/verw.9347757] aan [verw.9314030/verz.9347757] te kennen gegeven dat zij de twee dagen die zij voor de huisartsenpraktijk werkzaam is als Doktersassistente zou willen inruilen voor twee dagen Praktijkmanager in een andere huisartsenpraktijk, waarbij [verz.9314030/verw.9347757] de Praktijkmanagers-functie (één dag per week) zou continueren. De sollicitaties hebben geen resultaat gehad.
[verw.9314030/verz.9347757] heeft na de overname van de praktijk aangegeven van plan te zijn met de medewerkers en coachings-traject aan te gaan omdat zij van mening is dat binnen de praktijk op eilandjes wordt gewerkt. Dit traject is in verband met de Corona- maatregelen uitgesteld tot februari 2021. [verw.9314030/verz.9347757] heeft in dit verband aan [verz.9314030/verw.9347757] laten weten dat zij niet zou worden uitgenodigd voor de eerste bijeenkomst van het coachings-traject, “omdat dit voor de toekomst is”. Aanvankelijk heeft [verz.9314030/verw.9347757] zich daarbij neergelegd.
In maart 2021 is de moeder van [verz.9314030/verw.9347757] overleden. De omstandigheden waaronder dat sterfgeval heeft plaatsgevonden zijn bij [verw.9314030/verz.9347757] bekend. Een omstandigheid die grote impact heeft gehad op [verz.9314030/verw.9347757] . Later heeft zij aangegeven zich ‘buitengesloten’ te voelen. Op 29 maart 2021 heeft [verz.9314030/verw.9347757] per WhatsApp aan [verw.9314030/verz.9347757] bericht dat zij last heeft van burn out klachten. Twee weken later heeft zij de werkzaamheden hervat.
Op maandag 17 mei 2021 heeft [verz.9314030/verw.9347757] [verw.9314030/verz.9347757] een WhatsApp bericht gestuurd met de volgende inhoud:
“Ik voel mij heel verdrietig dat jullie als team, zonder mij, morgen die coaching gaan doen. [voornaam] vertelde mij laatst dat de coach heeft gezegd dat eerlijkheid een van de steekwoorden is. Die eerlijkheid zorgt nu voor mijn verdriet. Daarbij vind ik dat er onderscheid wordt gemaakt, aangezien [voornaam2] ook heeft gesolliciteerd en als ze niet ziek was geworden zij hier mee door was gegaan. Dit moet even van mijn hart.”
[verw.9314030/verz.9347757] heeft daarop geantwoord:
“Hoi [voornaam verz./verw.] , bedankt voor je bericht! Ik ben morgenochtend nog even op de praktijk wat extra su aan het doen. Lijkt me goed dan even samen te zitten.
Groetjes [voornaam verw./verz.] ”
Op 18 mei 2021 is [verz.9314030/verw.9347757] vanaf 09:00 uur op de praktijk geweest. Aan een collega geeft zij huilend aan: “Ik ga ontslag op staande voet nemen, ik kan niet leven met het feit dat ik buiten het team word geplaatst.” Om ongeveer 10:10 uur is zij naar [verw.9314030/verz.9347757] gegaan en heeft haar huilend meegedeeld ontslag op staande voet te nemen omdat zij zich buiten het team geplaatst voelde. In het bijzijn van een collega heeft zij een papier van de praktijk gepakt en daar op geschreven : “Ik neem ontslag per 1 juli 2021”.
Zij heeft die ochtend nog tegen medewerkers gezegd dat zij (het team) naar de coach gaan “en ik alleen hier blijf.”
Op woensdag 19 mei 2021 om 14:26 uur heeft [verw.9314030/verz.9347757] aan [verz.9314030/verw.9347757] een e-mail gestuurd met de volgende tekst:
“Bij deze wil ik bevestigen dat we gisteren jouw mondelinge en schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst hebben ontvangen. Gisteren hebben we hier over gesproken en heb ik gewezen op de gevolgen van de opzegging. Jij hebt ervoor gekozen om toch op te zeggen, wij zullen dit besluit respecteren.
Dat betekent dat jouw arbeidsovereenkomst op 1 juli 2021 zal eindigen. Graag zou ik begin volgende week met je willen bellen om een aantal praktische zaken te regelen. Ik kan mij voorstellen dat jij geen behoefte hebt om tot het einde van de arbeidsovereenkomst nog werkzaamheden te verrichten en ben bereid om daar een oplossing voor te vinden. Maar voor het einde van jouw arbeidsovereenkomst zijn er nog wel een aantal zaken die overgedragen zullen moeten worden. Misschien heb jij ook nog behoefte om op een gepaste manier afscheid te nemen van jouw collega’s. Mocht dit zo zijn dan hoor ik dat graag en kan ik ze dat laten weten.”
Op vrijdag 21 mei om 14:50 uur heeft [verz.9314030/verw.9347757] aan [verw.9314030/verz.9347757] een e-mail gestuurd met de volgende inhoud:
“Op dinsdag om 10.10 uur heb ik gezegd dat ik niet meer met jou verder wilde en ontslag wilde nemen. Op jouw verzoek heb ik geschreven dat ik ontslag neem per 01-07-2021. Ik heb deze beslissing in een opwelling en emotionele toestand genomen. Het moet ook voor jouw duidelijk geweest zijn, dat het in deze sfeer en gemoedstoestand gebeurde, maar dat ik in wezen een dergelijke beëindiging van een 23 jarig durend dienstverband niet wilde. Dit betekent dat mijn dienstverband niet op 1 juli zal eindigen. Gezien de omstandigheden en mijn overspannenheid acht ik mij op dit moment niet in staat om werkzaamheden te verrichten en meld ik mij ziek. Kan je zorgen dat ik contact krijg met de arbo-arts.”
In een aangetekende brief /e-mail van 28 mei 2021 heeft [verw.9314030/verz.9347757] aan [verz.9314030/verw.9347757] meegedeeld dat zij [verz.9314030/verw.9347757] houdt aan haar opzegging van de arbeidsovereenkomst op 18 mei 2021 en dat zij eenmalig een voorstel doet om de situatie op te lossen door middel van een vaststellingsovereenkomst met een einddatum 1 juli 2021 zonder vergoeding. Het voorstel is niet aanvaard.
De latere correspondentie tussen de gemachtigden heeft niet tot overeenstemming geleid.
3 Het verzoek van [verz.9314030/verw.9347757]
verzoekt de kantonrechter bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
I. te vernietigen de door [verz.9314030/verw.9347757] op 18 mei 2021 geuite opzegging van de arbeidsovereenkomst, alsmede [verw.9314030/verz.9347757] te verplichten [verz.9314030/verw.9347757] toe te laten tot het verrichten van de bedongen werkzaamheden zodra [verz.9314030/verw.9347757] volledig zal zijn hersteld;
II. [verw.9314030/verz.9347757] te veroordelen tot door betaling aan [verz.9314030/verw.9347757] ook na 1 juli 2021, van het gebruikelijke maandsalaris van € 2.590,89 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en overige emolumenten totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde is gekomen;
III. [verw.9314030/verz.9347757] te veroordelen in de proceskosten.
[verz.9314030/verw.9347757] legt aan haar verzoek, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, onder meer de volgende stellingen ten grondslag.
Na het hervatten van haar werkzaamheden half april 2021 heeft zij aangegeven nog wel zeer verdrietig te zijn naar aanleiding van het overlijden van haar moeder. Ook vertelt ze [verw.9314030/verz.9347757] dat ze onzeker is en onbegrip voelt met betrekking tot de uitsluiting van het coachings-traject. Zij heeft op 18 mei 2021 in een opwelling en in een emotionele bui meegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst wilde opzeggen. [verz.9314030/verw.9347757] heeft daarbij niet voldoende overzien welke gevolgen het opzeggen voor haar zou hebben. [verw.9314030/verz.9347757] kan haar daar niet aan houden omdat de uiting van [verz.9314030/verw.9347757] niet overeenstemde met haar werkelijke wil. [verw.9314030/verz.9347757] had dat ook behoren te begrijpen en in elk geval beter moeten nagaan of dat zo was en of [verz.9314030/verw.9347757] de nadelige gevolgen overzag.
Nu bij [verz.9314030/verw.9347757] de wil heeft ontbroken voor haar eenzijdige opzegging op 18 mei 2021 is deze opzegging vernietigbaar, gezien het bepaalde in artikel 3:34 lid 2 BW. Op deze grond verzoekt [verz.9314030/verw.9347757] vernietiging van de opzegging. In dat geval is de arbeidsovereenkomst niet geëindigd en heeft [verz.9314030/verw.9347757] recht op doorbetaling van het loon en toelating tot de bedongen werkzaamheden.