Home

Rechtbank Gelderland, 10-08-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5845, C/05/390998 / KG ZA 21-255

Rechtbank Gelderland, 10-08-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5845, C/05/390998 / KG ZA 21-255

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10 augustus 2021
Datum publicatie
4 november 2021
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:5845
Zaaknummer
C/05/390998 / KG ZA 21-255

Inhoudsindicatie

Kort geding. Meewerken aan verkoop gezamenlijke woning. Artikel 3:300 lid 1 BW.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/390998 / KG ZA 21-255

Vonnis in kort geding van 10 augustus 2021

in de zaak van

[eiseres]

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. N. van de Gevel te Doetinchem,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 23 juli 2021 met producties I. tot en met VI.

-

de brief van 3 augustus 2021 van de zijde van [eiseres] met bijgevoegd producties VII. en VIII.

-

de mondelinge behandeling, gehouden op 5 augustus 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben met elkaar een affectieve relatie gehad.

2.2.

Partijen zijn gezamenlijk, ieder voor de onverdeelde helft, eigenaar van de woning aan de [adres] , [woonplaats] (hierna: de woning). Op de woning rust een hypotheekschuld van € 251.149,87 bij ING Bank N.V. (hierna: ING), waarvoor partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn.

2.3.

In 2020 en 2021 heeft ING partijen meermaals aangeschreven vanwege de ontstane achterstand op de aflossing van de hypotheek.

2.4.

Bij brief van 7 juni 2021 heeft (de advocaat van) [eiseres] [gedaagde] verzocht om mee te werken aan overname dan wel verkoop van de woning.

2.5.

[gedaagde] woont tot op heden in de woning.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

  1. [gedaagde] te veroordelen om binnen een week na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het verstrekken van de overeenkomst van opdracht tot bemiddeling bij verkoop van de woning aan [makelaar] en te bepalen dat wanneer [gedaagde] hieraan niet zal voldoen, dit vonnis in de plaats zal treden van de noodzakelijke toestemming of wilsverklaring van [gedaagde] voor het sluiten van die overeenkomst met de genoemde makelaar;

  2. [gedaagde] te veroordelen om binnen een week na een daartoe strekkend verzoek van de onder A. genoemde makelaar zijn medewerking te verlenen aan het maken van foto’s van het in- en exterieur van de woning, teneinde deze te plaatsen op de gebruikelijke verkoopsites en verkoopkrantjes;

  3. [gedaagde] te veroordelen om binnen een week na een daartoe strekkend verzoek van de onder A. genoemde makelaar zijn medewerking te verlenen aan het toelaten van de makelaar en potentiële kopers die samen met de makelaar de woning willen bezichtigen;

  4. te bepalen dat de onder A. genoemde makelaar partijen zal adviseren over de minimumprijs en de vraag- en laatprijs van de woning;

  5. [gedaagde] te veroordelen om, nadat een bod op de woning is uitgebracht dat boven de door de makelaar geadviseerde minimumprijs ligt en de onder A. genoemde makelaar adviseert dit bod te accepteren, binnen een week nadat [eiseres] hiertoe heeft verzocht over te gaan tot acceptatie van dat bod en ondertekening van de verkoopovereenkomst;

  6. te bepalen dat indien [gedaagde] niet aan de onder E. genoemde veroordeling voldoet, het vonnis in de plaats treedt van de acceptatie door [gedaagde] en van de voor de verkoopovereenkomst en de overdracht van de woning benodigde wilsverklaring en/of handtekening van [gedaagde] ;

  7. [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen en te verlaten uiterlijk twee weken voorafgaande aan de overdrachtsdatum van de woning aan een derde;

  8. [gedaagde] te veroordelen aan [eiseres] een dwangsom te voldoen van € 300,00 per dag voor iedere dag dat hij na betekening van dit vonnis niet aan punt B., C., en G. van dit petitum voldoet, totdat een totaal van € 15.000,00 is bereikt;

I. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[gedaagde] voert deels verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing