Home

Rechtbank Gelderland, 25-08-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6300, C/05/371223 / HA ZA 20-324

Rechtbank Gelderland, 25-08-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6300, C/05/371223 / HA ZA 20-324

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25 augustus 2021
Datum publicatie
7 december 2021
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:6300
Zaaknummer
C/05/371223 / HA ZA 20-324

Inhoudsindicatie

Geschil over financiele afwikking van uit aanbesteding voortvloeiende overeenkomst. Geen sprake van onvoorziene omstandigheden. Geen grond voor toepassing art. 6:248 lid 2 BW. Geen wijziging in zin van par. 14 UAV-GC. Uitleg bepaling Vraagspecificatie.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/371223 / HA ZA 20-324

Vonnis van 25 augustus 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOURIK INFRA B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Groot-Ammers,

eiseres,

advocaat mr. B. Martens te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

WATERSCHAP RIVIERENLAND,

kantoorhoudende te Tiel,

gedaagde,

advocaat mr. I. van der Hoeven te Middelburg.

Partijen zullen hierna Mourik Infra en het Waterschap worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 7 oktober 2020

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 28 januari 2021

-

de spreekaantekeningen van Mourik Infra

-

de spreekaantekeningen van het Waterschap.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Het Waterschap beheert de primaire waterkering langs de linkeroever van de rivier de Lek, tussen Kinderdijk en Schoonhovenseveer. De lengte van dit traject bedraagt circa 17,5 kilometer, waarvan circa 10 kilometer integraal diende te worden versterkt. In dat verband heeft het Waterschap op 19 oktober 2012 een aankondiging gepubliceerd voor een niet openbare Europese aanbesteding.

2.2.

De vraagspecificatie van de opdracht bestond uit de Vraagspecificatie Eisen en de Vraagspecificatie Proces. De Vraagspecificatie Eisen beschrijft de te ontwerpen, realiseren en onderhouden werken en de eisen die het Waterschap daaraan stelt met betrekking tot de functies, prestaties en/of ontwerpkenmerken van de dijkversterking. Deze vraagspecificatie vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

3. Het project dijkversterking KIS

(...)

In BIND-A: Tekeningen projectplan, wordt gesproken over Referentieontwerp, dit dient te worden gelezen als constructieve versterking. Een alternatief voor het referentieontwerp is een ‘bewezen dijkversterkingstechniek’ of een ‘niet-bewezen dijkversterkingstechniek’.

(...)

4.3

KENMERKENDE PROJECTSPECIFIEKE GEGEVENS

(...)

- Ontwerpvrijheid van de aanbieder

Voor een belangrijk deel van de oplossingen voor dijkversterking zijn de eisen tot een sterk specifiek niveau uitgewerkt. Alle maatregelen zijn aangegeven in BIND-A: Tekeningen Projectplan (boven aanzichten en dwarsprofielen) en het schema Ontwerpmatrix: Overzicht van maatregelen per dijksectie: Figuur 4-3

Het doel van de OG is om voor een aantal onderdelen alternatieve oplossingen toe te passen die ON beheerst en voorstelt toe te passen. Groot belang wordt daarom gehecht aan de ontwerpvrijheid van de opdrachtnemer bij een aantal onderdelen.

- Constructies (wanden in binnentalud of in de kern van de dijk). De ON heeft hier de mogelijkheid te kiezen voor andersoortige constructies met bewezen dijkversterkingstechnieken en voor niet bewezen dijkversterkingstechnieken. In het laatste geval speelt het acceptatieprotocol: “Niet bewezen dijkversterkingstechnieken” (zie BIND-E: Ontwerprichtlijnen) een belangrijke rol,

Onderdelen zijn in ligging bepaald maar het definitieve ontwerp dient nog gemaakt te worden zoals:

- Overgangen en aansluitingen van de dijk,

- Opbouw van weg, op- en afritten, parallelweg bij woningen/bedrijven,

- Bekleding van het buitentalud.

(...)

AfBEELDING

(...)

7 Waterkering

(...)

7.2

Aspecteisen

(...)

20 CONSTRUCTIE BINNENTALUD CBI

CONSTRUCTIE CBI stabiliteit

WK-As-21: Realisatie van de constructie in de constructiezone in het binnentalud, dient stabiliteit te bieden volgens:

- locatie aangegeven op BIND-A

- berekeningswijze aangegeven in BIND-B en BIND-E.

Bron: BIND-A, Tekeningen Projectplan; BIND-B Nota; Bind-E Ontwerprichtlijn: Stabiliteitsscherm.

(...)

30 CONSTRUCTIE KRUIN CKR

CONSTRUCTIE CRK stabiliteit

WK-As-31: Realisatie van de constructie in de kruin van de waterkering (bovenop), dient stabiliteit te bieden volgens:

- locatie aangegeven op BIND-A

- berekeningswijze aangegeven in BIND-B en BIND-E.

Bron: BIND-A, Tekeningen Projectplan; BIND-B Nota; Bind-E Ontwerprichtlijn: Zelfstandige waterkering.

(...)

70/80 BEKLEDING

BEKLEDING Steen aan buitenzijde

WK-As-71 De buitenzijde van de waterkering dient stabiliteit en weerstand tegen erosie te bieden zoal aangegeven op BIND-A. (...)

Bron: BIND-A Tekeningen Projectplan

(...)

BEKLEDING Berekening

WK-As-72 De buitenzijde van de waterkering dient weerstand te bieden tegen “instabiliteit van bekleding” volgens:

- De Ontwerpmethode TR Steenzettingen,

- Documenten zoals aangegeven in BIND-B: Nota Technische Uitgangspunten KIS onder 4.1 Steenbekleding (-gezet eb als – bestorting),

- De van toepassing zijnde veiligheidsnormen uit de Wet op de Waterkering.

(...)’

2.3.

De hiervoor vermelde BIND aanduidingen verwijzen naar bij de te sluiten overeenkomst te voegen (bindende) documenten. Die documenten waren/zijn bij de Vraagspecificatie Eisen gevoegd.

2.4.

De bij de Vraagspecificatie Eisen gevoegde Annex XII ‘Afwijkingen op de UAV-GC 2005’ vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

§ 45 Procedure afwikkeling gevolgen Wijzigingen door de Opdrachtgever

Leden 1 t/m 13 vervallen en worden vervangen door:

(...)

2. Zodra de Opdrachtgever de Wijziging heeft opgedragen stuurt de Opdrachtnemer met bekwame spoed schriftelijk een prijsaanbieding naar de Opdrachtgever. In deze prijsaanbieding vermeldt de Opdrachtnemer:

a) het saldo, gevormd door alle directe en indirecte kosten, alsmede een redelijke opslag voor algemene kosten, winst en risico, verband houdende met uitvoering van de Wijziging, verminderd met het bedrag waarmee de in de Basisovereenkomst vastgelegde prijs kan worden verlaagd als gevolg van de uitvoering van de Wijziging, (...)

3. In de prijsaanbieding als bedoeld in lid 2 zijn tevens alle rechtstreeks of zijdelings voor de uitvoering nodige kosten begrepen. Verder dient de Opdrachtnemer de in aanmerking komende kosten, waaronder ontwerp- en calculatiekosten per post zichtbaar te maken. Voor de algemene en uitvoeringskosten, winst en risico dient een opslagpercentage van 10% gehanteerd te worden. Andere opslagen of verrekeningen van andere kosten zullen uitdrukkelijk niet van toepassing zijn.

(...)’

2.5.

De bij de Vraagspecificatie Eisen gevoegde betalingsregeling in Annex XV vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

Artikel 3 Betaling

1. De betaling van de opdrachtsom geschiedt in termijnen van vier weken. (...)

2. Een betaalpost wordt op de termijn opgenomen wanneer de werkzaamheden behorende bij een betaalpost volledig zijn uitgevoerd. Volledig uitgevoerd betekent 100% uitgevoerd inclusief het opgelost zijn van alle geconstateerde (eventuele) restpunten.

(...)’

2.6.

Op 5 februari 2013 heeft het Waterschap een aantal partijen uitgenodigd om op de opdracht in te schrijven. Eén van deze partijen was de Combinatie Dijkverbetering Molenwaard (CDVM), bestaande uit Mourik Groot-Ammers B.V. (hierna Mourik), Aannemingsbedrijf de Vries en Van de Wiel B.V. (hierna: De Vries) en Martens en Van Oord Aannemingsbedrijf B.V. (hierna Martens). Op CDVM na hebben alle overige uitgenodigde partijen aan het Waterschap vragen gesteld over de aanbestedingsstukken, die het Waterschap in de periode van 1 maart 2013 tot en met 24 mei 2013 heeft beantwoord in een Nota van Inlichtingen (NvI) die telkens met vragen en antwoorden werd aangevuld. De NvI vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

7. Betalingsregeling (...)

Vraag: In Annex XV Betalingsregeling staat vermeld dat een betaalpost wordt betaald wanneer deze voor 100% gereed is. Dit betekend dat de Gegadigde in veel gevallen een aanzienlijk bedrag moet voorfinancieren. Verzoek om de betaalposten lineair naar afronding van de werkzaamheden betaalbaar te stellen.

(...) antwoord (...):

De Aanbestedende dienst heeft weloverwogen gekozen voor de betalingsregeling zoals beschreven in Annex XV en gaat derhalve niet in op het verzoek de betalingsregeling aan te passen.

(...)

33. Betonzuilen (...)

Vraag: In Bind-A staan betonzuilen genoemd. Moeten het betonzuilen zijn?

(...) antwoord (...):

In de nieuw te verstrekken versie van Bind-A (...) is betonzuilen vervangen door Steenbekleding. Andere dijksteenzuilen zijn toegestaan, mits het benodigde gewicht is gedimensioneerd met in Nota Technische Uitgangspunten gegeven normen + leidraden. In verband met landschappelijke eenheid moeten zuilen worden toegepast zoals in de Nota Technische Uitgangspunten onder figuur 4.1.

(...)

133. Zekerheden betalingsregeling (...)

Vraag: In de betalingsregeling (annex XV) zijn veel zekerheden ingebouwd door u als Opdrachtgever. Er wordt onder meer een eindtermijn ingehouden van 5% van de aanneemsom, opgeleverd wanneer 100% van de betaalpost gereed is inclusief opleverpunten, en de laatste termijn betaald wanneer alles is opgeleverd. Al met al is dit voor de Gegadigde een ongunstige betalingsregeling waarbij wij rekening moeten houden met grote voorfinancieringskosten. Bent u er zich van bewust dat dit kostenverhogend werkt, en is hiermee rekening gehouden in de bepaling van het plafondbedrag? Zou u de betalingsregeling willen heroverwegen door onder meer het voorbehoud dat een betaalpost wordt betaald indien ook alle opleverpunten zijn uitgevoerd, en/of het percentage van inhoud van de eindtermijn willen verlagen?

(...) antwoord (...):

De Aanbestedende dienst heeft weloverwogen gekozen voor de betalingsregeling zoals beschreven in Annex XV. De in uw vraag geschetste aspecten zijn hierbij meegewogen. De werking van de betalingsregeling is meegenomen in de bepaling van de maximale gunningsprijs zoals bedoeld in paragraaf 1.5 van de Aanbestedingsleidraad.

Naar aanleiding van uw vraag wijzigt de Aanbestedende dienst één bepaling in de betalingsregeling. In Annex XV artikel 2 lid 1 in de tabel in de kolom Financiële waarde van de betaalpost, wordt de tekst: “5% van de opdrachtsom” vervangen door de tekst: “2,5% van de opdrachtsom”.

134. Betaalposten inkoop

Vraag: In de betalingsregeling (Annex XV) staat vermeldt onder artikel 2, lid 1 dat betaalposten “leiden tot blijvende producten als onderdeel van het werk”. Voornamelijk bij inkoop in het algemeen, en bij de inkoop van stalen damwanden meer specifiek betekend dit grote voorfinancieringskosten. Is de Opdrachtgever bereidt een uitzondering te maken op dit artikel voor grote inkoopposten, of meer specifiek voor de inkoop van het staal voor de damwanden?

(... ) antwoord (...):

In aanvulling op het antwoord op vraag 133: Het is aan de Opdrachtnemer om een logisch samenstel van betaalposten te formuleren. Wanneer onder een betaalpost “Waterkering” een aparte betaalpost (of meerdere) voor leverantie van staal wordt opgenomen valt dit onder de vrijheid die de Opdrachtnemer heeft om haar betaalposten zo in te delen dat deze optimaal op haar bedrijfsvoering aansluit.

(...)

239. Annex XII

Vraag: Annex XII. Het waterschap heeft aangegeven dat de paragraaf 1 t/m 13 komen te vervallen en vervangen worden door de teks als aangegeven bij deze paragraaf. In lid 2 vermeld het Waterschap dat er met een redelijke opslag mag worden gerekend voor Algemene kosten, winst en Risico verband houden met de uitvoering van wijzigingen echter in het volgende lid geeft het Waterschap aan dat er een percentage van 10% gehanteerd moet worden voor Algemene en uitvoerings kosten, winst en risico. Gegadigde kan deze ziens wijzes niet rijmen omdat de 10% een gebruikelijk percentage is voor Algemene kosten en Winst bij opgedragen werkzaamheden bij verrekening via de stelpost. Nu echter dient in dit opgegeven percentage ook nog de uitvoering en het risico van gegadigde te zitten. Alle vorm van redelijkheid als vermeldt in lid 2, is hierdoor volledig afwezig, daar de gebruikelijke percentages als gehanteerd op gelijksoortige afgeronde en lopende projecten voor de items waar het Waterschap over spreekt tussen de 19% en 22% liggen.

(...) antwoord (...):

Annex XII §45 lid 3 geeft een nadere duiding van Annex XII §45 lid 2. Het in Annex XII §45 lid 3 genoemde opslagpercentage van 10% is naar oordeel van de Aanbestedende dienst redelijk in het kader van een prijsaanbieding voor een Wijziging door Opdrachtgever.

(...)’

2.7.

Het Waterschap heeft op 4 juli 2013 drie inschrijvingen ontvangen, waaronder de inschrijving van CDVM. De overige twee inschrijvers waren de Combinatie Dura Vermeer/Ploegam en de Combinatie Boskalis B.V./Van der Herik Kust en Oeverwerken B.V./Volker Staal en Funderingen B.V. Het werk is gegund op basis van zowel beste prijs als kwaliteit. Inschrijvers konden op drie onderdelen in hun inschrijving op basis van kwaliteit een fictieve korting behalen, welke korting in mindering werd gebracht op de inschrijfprijs. Op die manier werd de fictieve inschrijfprijs bepaald en daarmee de economisch meest voordelige inschrijving vastgesteld.

2.8.

Het Waterschap heeft het plafondbedrag van de opdracht bepaald op € 89 miljoen. CDVM heeft ingeschreven met een (fictieve) inschrijfprijs van € 59.436.000,00, de Combinatie Dura Vermeer/Ploegam met een (fictieve) inschrijfprijs van € 75.757.000,00 en de Combinatie Boskalis B.V. /Van der Herik Kust en Oeverwerken B.V./Volker Staal en Funderingen B.V. met een (fictieve) inschrijfprijs van € 77.550.000,00. CDVM heeft daarmee de economisch meest voordelige inschrijving gedaan. Naar aanleiding van de daarop gebaseerde voorlopige gunningsbeslissing hebben de als nummers 2 en 3 geëindigde inschrijvers aan het Waterschap kenbaar gemaakt de inschrijving van CDVM onrealistisch laag te vinden. Het Waterschap heeft op basis daarvan bij CDVM nagevraagd of zij het werk conform de gestelde eisen voor de door haar opgegeven prijs kan realiseren en CDVM heeft daarop bevestigend geantwoord. Daartegen zijn de overige inschrijvers niet (meer) opgekomen.

2.9.

In oktober 2013 is tussen het Waterschap en CDVM vervolgens een basisovereenkomst gesloten. Deze basisovereenkomst vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

Art. 2 Opdracht, Werk, Meerjarig Onderhoud, prijs, datum en oplevering

1. De Opdrachtgever draagt hierbij aan de Opdrachtnemer op, die verklaart deze opdracht te aanvaarden, het op basis van de Vraagspecificatie en de Aanbieding door middel van Ontwerp- en Uitvoeringswerkzaamheden realiseren van de Dijkversterking Kinderdijk – Schoonhovenseveer hierna te noemen: het Werk, conform hetgeen in deze Overeenkomst bepaald.

(...)

4. Met inachtneming van het bepaalde in § 3 lid 9 UAV-GC 2005, betaalt de Opdrachtgever voor de realisatie van het Werk aan de Opdrachtnemer een totaalbedrag van € 59.436.000,- exclusief BTW, zegge negenenvijftig miljoen vierhonderdzesendertigduizend euro.

(...)

Art. 5 Ontwerpwerkzaamheden

1. De Vraagspecificatie bestaat - voorzover het de Ontwerpwerkzaamheden betreft - uit het programma van eisen. Onderdeel hiervan is een definitief ontwerp voor de versterkingsmaatregelen waarbij grondoplossingen worden toegepast.

2. In het kader van deze Overeenkomst dient de Opdrachtnemer de volgende Ontwerpwerkzaamheden te verrichten: het uitwerken van het programma van eisen tot een definitief ontwerp en een uitvoeringsontwerp.

Voor de versterkingsmaatregelen waarbij grondoplossingen worden toegepast dient de opdrachtnemer het definitief ontwerp uit te werken tot een uitvoeringsontwerp.

(...)

Art. 14 Betalingsregeling

1. De betalingsregeling zoals deze gehanteerd wordt door de Opdrachtgever is gedefinieerd in de bij de Vraagspecificatie gevoegde annex XV betalingsregeling.

(...)’

2.10.

Mourik is inmiddels gefuseerd met Mourik Infra als verkrijgende vennootschap. Mourik, De Vries en Martens hadden eerder al een overeenkomst van lastgeving gesloten op grond waarvan Mourik Infra bevoegd is om in eigen naam, voor rekening van alle drie de partijen, rechtshandelingen te verrichten, waaronder het instellen van de onderhavige procedure.

2.11.

Op 9 oktober 2013 heeft het eerste ‘Projectoverleg KIS’ plaatsgevonden en in of omstreeks maart 2014 is CDVM gestart met de uitvoering van het werk. Een onderdeel van dat werk vormde het aanbrengen van diepwanden. Het Waterschap heeft tijdens de inschrijfperiode het zogenaamde Groene Boekje van schrijver Deltares aan alle potentiële inschrijvers ter beschikking gesteld, waarin een rekenwijze is opgenomen voor het opstellen van referentieontwerpen voor die diepwanden. De inschrijftermijn is vervolgens met enige tijd verlengd. Een aantal potentiële inschrijvers heeft na ontvangst van het Groene Boekje gesprekken over de uitleg en toepassing van de daarin vervatte rekenwijze gevoerd met Deltares en daarnaast heeft op enig moment voorafgaand aan de inschrijving een extra technische voorlichtingsbijeenkomst plaatsgevonden over die rekenwijze. CDVM heeft geen gesprek(ken) met Deltares gevoerd en is niet bij de voorlichtingsbijeenkomst aanwezig geweest. Zij heeft bij haar inschrijving voor het referentieontwerp van de diepwanden gebruik gemaakt van rekenvoorbeelden uit de Vraagspecificatie Eisen. Na gunning van de opdracht heeft CDVM haar ontwerp op verzoek van het Waterschap alsnog in lijn gebracht met het Groene Boekje en heeft zij de diepwanden conform dat ontwerp aangebracht.

2.12.

Vanaf 2015 zijn tijdens de uitvoering van het werk tussen partijen geschillen ontstaan over de financiële afwikkeling van het project. Er speelden op dat moment meerdere geschilpunten over onder andere het overeengekomen opslagpercentage, het referentieontwerp diepwanden, de steenbekleding, de baretten en de voorfinanciering. Een belangrijke reden voor die geschilpunten vormden de beoordeling en afrekening van de vele door CDVM ingediende Verzoeken tot Wijziging (VTW’s) op de opdracht.

2.13.

Op 18 mei 2016 heeft ‘Projectoverleg KIS 31’ plaatsgevonden, waarvan een verslag is opgesteld. Dit verslag vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

3. I. Projectmanagement

VGR

(...)

Betalingsregeling: ON geeft aan liquiditeitsproblemen te hebben en een voorstel voor aanpassing van de betaalpostenregeling te willen doen. OG is graag bereid hierover mee te denken binnen de betalingsregeling in het contract. OG geeft ook aan dat de nog openstaande betaalpost van de diepwand sectie E en de nog niet opnieuw ingediende factuur over TS 32 de liquiditeit van CDVM ongunstig beïnvloeden. Ook geeft OG aan dat er desgewenst een CW kan worden afgesloten over reeds uitgevoerde wijzigingen die nog niet in een CW zijn opgenomen.

(...)’

2.14.

Partijen hebben op 8 en 14 juni 2016 overeenstemming bereikt over een aantal aangepaste betaalposten, maar niet over alle. In totaal heeft CDVM circa 275 VTW’s ingediend met een totale omzet van € 24.801.462,00, hetgeen 41,7% van de initiële aanneemsom van € 59.436.000,00 vertegenwoordigt. VTW 069 dateert van

19 november 2015 en heeft als omschrijving ‘Referentie ontwerp diepwanden KIS’. Deze VTW vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

1 Aard van het Verzoek tot Wijziging

Omschrijving: De toe te passen hoeveelheid wapening in de diepwanden overschrijden de berekende hoeveelheden

Oorzaak en noodzaak: Toepassing van de nieuwe rekenregels leiden tot extreme uitkomsten van de hoogte van het maatgevend moment in diepwanden. Dit leidt tot hoge extra kosten welke niet voorzien konden worden.

(...)

ONDERBOUWING VTW REFERENTIEONTWERP DIEPWANDEN KIS

(...)

Nu de ontwerpen definitief zijn kunnen de extra kosten (bijlage 3) als volgt worden gespecifieerd:

(...)

Totaal: € 524.278

(...)’

2.15.

VTW 123 dateert van 27 juni 2017 en heeft als omschrijving ‘Aanpassing ontwerp en uitvoering steenbekleding’. Deze VTW vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

1 Aard van het Verzoek tot Wijziging

Omschrijving: ON heeft beargumenteerd dat het bindend verklaren van de bochtstraal onderin de steenbekleding een aanvullende eis is. Het talud van de steenbekleding dient via een bochtstraal van R=4m te verlopen in een horizontaal gedeelte van 1 m. Het ontwerp van de ON, opgesteld met inachtname van het TR Steenzettingen, kende enkel een talud gedeelte.

Het aantal taludtrappen is teruggebracht naar 6.

Oorzaak en noodzaak: OG heeft een aanvullende eis gesteld met betrekking tot het ontwerp van steenbekledingen. Naast de rekenregels die verwoord zijn in het Technisch rapport Steenzettingen en verwerkt in het programma Steentoets 2008 versie 1.03, wordt bindend verwezen naar fig. 4.1 van § 4.1 in BIND-B.

(...)

B: Financiën

1 Financiële waarde Wijziging

(...)

Totaal € 476.300,00

(...)’

2.16.

VTW 183 dateert van 4 juli 2017 en heeft als omschrijving ‘Aanpassing betonband in steenbekleding’. Deze VTW vermeldt onder meer het volgende:

‘(...)

1 Aard van het Verzoek tot Wijziging

Omschrijving: De reeds verwerkte betonband met een kleinere afmeting mag blijven zitten, zo spoedig mogelijk de nieuw aan te kopen zwaardere betonband verwerken onderaan de steenbekleding. De betonband 15*40*100 is uit voorraad leverbaar en zal worden toegepast.

Oorzaak en noodzaak: De betonband in de steenconstructie moet zsm aangepast worden (mail GJW 1 mei 2017). Hoogte: 35 cm, dikte: minimaal 15 cm, Lengte: 100 cm. Voor de bovengenoemde aanpassing hoeven de werkzaamheden niet stilgezet te worden maar wel dient zsm de aangepaste band gebruikt te gaan worden.

(...)’

VTW 183 vertegenwoordigt een waarde van € 58.500,00. Samen met VTW 123 resulteert dit in een totaalbedrag van € 534.800,00 exclusief BTW. Het Waterschap heeft deze VTW’s niet geaccepteerd c.q. onbetaald gelaten.

2.17.

CDVM heeft medio 2017 aan Bureau De Bont (hierna: De Bont) opdracht gegeven een tijdlijn van feiten op te stellen met betrekking tot de geschilpunten die partijen verdeeld houden. Deze tijdlijn is opgenomen in een rapport van 9 augustus 2017, waarin de verschillende geschilpunten zijn aangeduid als Diepwanden VTW-69, Baretten VTW-96, Taludbekleding VTW-123 en VTW-183, Wijzigingen: zijdelings voor de uitvoering nodige kosten voor verwijzing (het opslagpercentage) en Voorfinanciering. Onderdeel van dit rapport vormt onder andere Bijlage 3, opgesteld door Infram B.V. (hierna: Infram). Deze bijlage vermeldt onder meer het volgende:

Bijlage 3: Beoordeling ontwerp steenbekleding

(...)

Dit memo geeft antwoord op uw vraag betreffende het ontwerp van de steenbekleding in het project KIS.

Vraagstelling:

Is het ontwerp van de bekleding zonder de boogstraal R=4 in de teen (variant CDVM) gelijkwaardig aan het ontwerp met boogstraal (variant As-built)?

Antwoord:

De varianten voorstel CDVM en As-built zoals in de bijlagen bij deze Memo opgenomen zijn technisch gezien gelijkwaardig.

(...)’

Aan de hand van de bevindingen en conclusies in dit rapport hebben tussen partijen een aantal gesprekken plaatsgevonden, die uiteindelijk niet tot een oplossing van de geschilpunten hebben geleid.

2.18.

In de tussentijd hebben CDVM en het Waterschap besloten gezamenlijk opdracht te verstrekken aan de heer ing. [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) om (een niet-bindend) advies uit te brengen over de rechtmatigheid van de vorderingen die CDVM in het kader van de verschillende geschilpunten op het Waterschap meende te hebben. Deze opdracht is verstrekt op 13 juli 2017 en [betrokkene 1] heeft vervolgens op 12 oktober 2017 zijn definitieve advies uitgebracht. Dit advies hebben partijen ten aanzien van het geschilpunt over de baretten gevolgd. Voor de overige geschilpunten heeft het niet tot een onderlinge oplossing geleid.

2.19.

Bij brief van 19 februari 2018 heeft CDVM aan het Waterschap bericht dat zij ten aanzien van reeds ingediende en nog niet afgehandelde VTW’s alsook voor nieuw in te dienen VTW’s het opslagpercentage van 10% verhoogt naar een vast percentage van 28% met een bijkomende rentelast van 4%. Daarnaast heeft CDVM het Waterschap in die brief verzocht eerder over te gaan tot betaling van de VTW’s, zodat de voorfinancieringslasten voor CDVM omlaag zouden gaan. De brief van 19 februari 2018 bevat een berekening waaruit blijkt dat het verhoogde opslagpercentage en de bijkomende rentelast ten aanzien van de reeds ingediende maar nog niet afgehandelde VTW’s resulteren in een prijsstijging van in totaal € 2.020.940,00.

2.20.

Het Waterschap heeft in reactie daarop bij brief van 28 maart 2018 aan CDVM medegedeeld dat zij geen redenen ziet de claim van ruim € 2 miljoen van CDVM te honoreren. Het Waterschap heeft in haar brief een voorstel tot algehele afwikkeling van alle geschilpunten gedaan, maar daarop is CDVM niet ingegaan.

2.21.

Ondertussen zijn de werkzaamheden aan de dijk doorgegaan en is het project in september 2018 opgeleverd. Op 12 december 2018 heeft tussen partijen een gesprek plaatsgevonden over de verdere (financiële) afwikkeling van het project. Namens CDVM is bij brief van 21 december 2018 aan het Waterschap kenbaar gemaakt dat zij de communicatie wil verbeteren en tot een afronding van alle bestaande geschilpunten wil komen. Verdere communicatie tussen partijen heeft er uiteindelijk niet toe geleid dat zij tot onderlinge overeenstemming zijn gekomen.

3 Het geschil

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing